Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Leeuwarden

ECLI:NL:GHLEE:2010:BL3697

2010-02-02 Civiel recht; Personen- en familierecht 200.043.898
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Uitspraakdatum
2010-02-02
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.043.898
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JIN 2010/314

Inhoudsindicatie

Partijafspraak, waarbij wordt afgeweken van artikel 1:160 BW, kan in rechtelijke uitspraak worden opgenomen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.750 tekens)
Beschikking d.d. 2 februari 2010
Zaaknummer 200.043.898



HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN


Beschikking in de zaak van
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. M.H. Heeg, kantoorhoudende te Groningen,


tegen


[verweerder],
wonende te [woonplaats] ([land]),
hierna te noemen de man,
advocaat mr. M. Wierts, kantoorhoudende te Groningen.




Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Groningen van 15 september 2009, partijen voldoende bekend.



Het geding in hoger beroep
Bij beroepschrift, binnengekomen bij de griffie binnen de beroepstermijn, heeft de vrouw verzocht de bovengenoemde beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende te beslissen zoals in het petitum van dat beroepschrift is weergegeven, welk petitum als hier herhaald en ingelast geldt.


Het hof heeft voorts kennisgenomen van de overige stukken.


De beoordeling
1. Het hof heeft kennisgenomen van een faxbericht van 20 november 2009 van
mr. Wierts, waarbij zij aangeeft dat de man zich tegen het appelrekest van 18 september 2009, waarvan hij heeft genomen, niet wil verweren.


2. De vrouw verzoekt het hof, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de beschikking waarvan beroep te vernietigen en opnieuw rechtdoende te bepalen dat de alimentatieverplichting van de man in afwijking van het in artikel 1:160 BW bepaalde niet zal eindigen indien de vrouw hertrouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenleven met een ander als ware(n zij - toevoeging hof) gehuwd of als hadden zij hun samenleving laten registreren en te bepalen dat de alimentatieverplichting dan tevens niet gedurende deze periode kan worden opgeschort, dan wel te bepalen dat partijen met elkaar zijn overeengekomen dat in afwijking van het in artikel 1:160 BW bepaalde de alimentatieverplichting van de man niet eindigt indien de vrouw hertrouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of bij samenleving van de vrouw met een ander als ware(n - toevoeging hof) zij gehuwd of als hadden zij hun partnerschap laten registeren en dat de alimentatieverplichting dan tevens niet zal worden opgeschort.

3. De man is het eens met hetgeen de vrouw heeft verzocht en heeft gevraagd dit vast te leggen in een beschikking.

4. Gelet op de instemming van de man met hetgeen door de vrouw is verzocht, zal een mondelinge behandeling van de zaak in hoger beroep achterwege worden gelaten, nu deze voor de beoordeling van de zaak niet nodig is.

5. Artikel 1:160 BW is van regelend recht, hetgeen betekent dat partijen er in onderling overleg van kunnen afwijken. De rechter kan van dit artikel niet afwijken wanneer niet beide partijen dat wensen. Er bestaat echter geen bezwaar tegen om een tussen partijen op dit punt bestaande overeenstemming in een beschikking neer te leggen, nu een dergelijke beschikking feitelijk geen rechterlijk oordeel inhoudt maar slechts een weergave in executoriale vorm is van de tussen partijen bestaande overeenstemming.

6. Gelet hierop komt het het hof het meest zuiver voor het verzoek in hoger beroep toe te wijzen in de tweede door de vrouw verzochte variant, nu daaruit het duidelijkst blijkt dat het niet gaat om een rechterlijk oordeel maar om een overeenkomst tussen partijen.


Slotsom
7. Op grond van het voorgaande dient de beschikking waarvan beroep voor wat betreft de beslissing ten aanzien van dit punt te worden vernietigd en zal opnieuw worden beslist als na te melden.




De beslissing
Het gerechtshof:


vernietigt de beschikking waarvan beroep, voor zover daarbij het verzoek om de tussen partijen bestaande overeenstemming betreffende het afwijken van artikel 1:160 BW is afgewezen;

en in zoverre opnieuw beslissende:

bepaalt dat partijen met elkaar zijn overeengekomen dat in afwijking van het in artikel 1:160 BW bepaalde de alimentatieverplichting van de man niet eindigt indien de vrouw hertrouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of bij samenleving van de vrouw met een ander als waren zij gehuwd of als hadden zij hun partnerschap laten registeren en dat de alimentatieverplichting dan tevens niet zal worden opgeschort;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Aldus gegeven door mrs. Bosch, voorzitter, Melssen en Jonkman, raden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 2 februari 2010 in bijzijn van de griffier.