Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Leeuwarden

ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0010

2000-07-12 Bestuursrecht WAHV 00-00084
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Uitspraakdatum
2000-07-12
Publicatiedatum
2013-04-08
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
WAHV 00-00084
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | VR 2001, 15

Inhoudsindicatie

-

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.877 tekens)
WAHV 00/00084
12 juli 2000
CJIB 16298700



Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Utrecht
van 27 april 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats] [land],



voor wie als gemachtigde optreedt R. Graetsch,
advocaat te Kleve (Duitsland).





1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.




2. Het procesverloop
R. Graetsch heeft, als gemachtigde van de betrokkene, tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
Namens de betrokkene is schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.




3. Beoordeling
3.1. Ingevolge het op een procedure ingevolge de WAHV van toepassing zijnde art. 6:17 Awb worden, indien iemand zich laat vertegenwoordigen, de op de zaak betrekking hebbende stukken in ieder geval aan de gemachtigde gezonden.


3.2. Het beroepschrift bij het kantongerecht is ingediend door de gemachtigde van de betrokkene. Tot de stukken behoren twee brieven van het arrondissementsparket te Utrecht van 13 december 1999 en 25 januari 2000, waarbij de betrokkene is gewezen op diens verplichting om zekerheid te stellen. Beide brieven zijn geadresseerd aan de betrokkene. Nu niet blijkt dat voormelde brieven overeenkomstig het bepaalde in art. 6:17 Awb ook aan diens gemachtigde zijn gezonden, kan de bestreden beslissing niet in stand blijven.

3.3. De bestreden beslissing kan overigens ook niet in stand blijven, omdat deze niet in de Nederlandse doch in de Duitse taal gesteld is.

3.4. Na terugwijzing van de zaak dient de kantonrechter een nieuwe termijn te bepalen waarbinnen de betrokkene alsnog zekerheid als bedoeld in art. 11 WAHV kan stellen en daarvan moet in ieder geval aan de gemachtigde van de betrokkene mededeling worden gedaan.



4. De beslissing


Het gerechtshof:
vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar het kantongerecht te Utrecht ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.


Dit arrest is gewezen door mr Dijkstra, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Wijma, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 12 juli 2000.