Gerechtshof Den Haag
ECLI:NL:GHDHA:2026:2736
2026-09-01
Civiel recht; Intellectueel-eigendomsrecht
200.362.621/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Arrest in incident. Vordering tot toepassing van een vertrouwelijkheidsregime (art. 27, 28 en 29 Rv). Hof wijst grotendeels toe. Wet bescherming bedrijfsgeheimen. Confidentiality club.
Citeert (2)
- ECLI:EU:C:2010:512
- ECLI:NL:HR:2023:658 Hoge Raad 21-04-2023
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (35.582 tekens)
GERECHTSHOF DEN HAAG
Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.362.621/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : C/09/639629 / HA ZA 22-1034
Arrest van 1 september 2026 in het incident ex artikelen 27, 28, 29 en 22a lid 3 Rv
in de zaak van
Polmos Zyrardów Sp. z o.o.,
gevestigd in Zyrardów, Polen,
appellante in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat: mr. N.W. Mulder, kantoorhoudend in Amsterdam,
tegen
Pilot International Sp. z o.o. kom,
gevestigd in Warschau, Polen,
geïntimeerde in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. R. Chalmers Hoynck van Papendrecht, kantoorhoudend in Rotterdam.
Het hof noemt partijen hierna Polmos en Pilot.
1De zaak in het kort
1.1
Polmos vordert in dit incident de toepassing van een vertrouwelijkheidsregime ten aanzien van (volgens haar) bedrijfsgeheime stukken die zij in de hoofdzaak in het geding wil brengen ter onderbouwing van haar vordering tot schadevergoeding.
1.2
Het hof wijst deze vordering grotendeels toe.
2Procesverloop in het incident
2.1
Het verloop van de procedure in het incident blijkt uit de volgende stukken:
de dagvaarding van 17 maart 2025, waarmee Polmos in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 18 december 2024;
de incidentele vordering tot het instellen van een vertrouwelijkheidsregime ex artikelen 27, 28, 29 en 22a lid 3 Rv van Polmos;
de conclusie van antwoord in het incident van Pilot;
de schriftelijke toelichting van Polmos, met bijlagen;
de schriftelijke toelichting van Pilot.
3Aanleiding voor dit incident
3.1
Polmos is rechthebbende op merken die zij aanbrengt op flessen wodka en Pilot is een distributeur van (onder meer) dranken. Polmos stelt dat Pilot met partijen wodka inbreuk heeft gemaakt op haar merk- en auteursrechten en onrechtmatig heeft gehandeld jegens haar. In deze procedure vordert zij ten aanzien van Pilot een inbreukverbod met nevenvorderingen, waaronder een veroordeling van Pilot tot het vergoeden van haar schade, te begroten op € 10,- per namaakfles wodka, althans een door de rechtbank te bepalen forfaitair bedrag aan schadevergoeding per namaakfles, of te begroten door deze schade nader op te maken bij staat of, zulks ter keuze van Polmos, winstafdracht.
3.2
De rechtbank heeft de vorderingen van Polmos grotendeels toegewezen, met, wat de schadevergoeding betreft, een verwijzing naar de schadestaatprocedure.
3.3
Polmos is van dit vonnis in hoger beroep gekomen.
4De vordering in incident
4.1
Polmos vordert op grond van de artikelen 27, 28, 29 en 22a lid 3 Rv, gelezen in samenhang met artikel 1019ib lid 3 onder a Rv, toepassing van een vertrouwelijkheidsregime ten aanzien van producties die zij in de hoofdzaak in het geding wil brengen, door haar aangeduid als de Additionele Producties Schadevergoeding. Zij vordert daarbij specifiek het volgende:
I. te bepalen dat van elke zitting in deze procedure het deel waarin de inhoud van Additionele Producties Schadeberekening aan de orde komt, waaronder het in dat verband verhandelde in de processtukken, zal plaatsvinden achter gesloten deuren overeenkomstig artikel 27 lid 1 Rv;
II. te bepalen dat de passages van de (voor het publiek beschikbare) arresten waarin onderdelen van of verwijzingen naar de inhoud van de Additionele Producties Schadeberekening zijn opgenomen worden geredigeerd overeenkomstig artikel 29 leden 2 en 4 Rv zodat slechts een geanonimiseerd vonnis ter publicatie zal worden aangeboden waarin de betreffende informatie onleesbaar is gemaakt;
III. te bevelen dat de inhoud van de Additionele Producties Schadeberekening door (de advocaten van) Pilot uitsluitend mag worden gebruikt in het kader van lopende gerechtelijke procedures ter zake van het onderwerp in dit geschil en in daaruit voortvloeiende procedures, en te bepalen dat het (de advocaten van) Pilot niet is toegestaan deze informatie voor enig ander doel te gebruiken, en voor het overige aan (de advocaten van) Pilot een mededelingsverbod op te leggen overeenkomstig artikel 28 lid 1 Rv met betrekking tot hetgeen tijdens een zitting achter gesloten deuren is verhandeld, en omtrent de inhoud van de Additionele Producties Schadeberekening en/of het in dat verband verhandelde in de processtukken;
IV. te bevelen dat kennisneming van de Additionele Producties Schadeberekening wordt voorbehouden aan de Nederlandse advocaten van Pilot overeenkomstig artikel 22a lid 3 Rv in samenhang met artikel 1019ib lid 3 onder a Rv, meer in het bijzonder dat:
a. uitsluitend de drie Nederlandse advocaten van Pilot toegang krijgen tot de Additionele Producties Schadeberekening;
b. één door Pilot aan te wijzen andere natuurlijke persoon via (een van) de drie Nederlandse advocaten van Pilot kennis kan nemen van in de Additionele Producties Schadeberekening opgenomen informatie, maar van die producties geen (digitale) kopie ontvangt en ook geen (digitale) kopie daarvan mag maken;
c. de onder a. bedoelde personen de Additionele Producties Schadeberekening en de daarin opgenomen informatie slechts mogen gebruiken in het kader van deze procedure en niet aan anderen mogen openbaren anders dan vermeld onder b.;
d. de onder b. bedoelde persoon de in de Additionele Producties Schadeberekening opgenomen informatie slechts mag gebruiken in het kader van deze procedure en niet aan anderen mag openbaren;
e. de onder a. en b. aangewezen personen niet zonder toestemming van het hof mogen worden vervangen;
f. die delen van iedere zitting in deze procedure waarin de Additionele Producties Schadeberekening en daarin opgenomen informatie aan de orde komt, slechts met toelating van de hiervoor onder a. en b. genoemde personen zullen plaatsvinden;
V. te bepalen dat Pilot een onmiddellijk opeisbare dwangsom verbeurt van € 250.000,- voor elke keer dat Pilot, of een van de in IV onder a. of b. genoemde personen, in strijd handelt met een van de in III en IV opgelegde bevelen, met een maximum van € 5.000.000,-;
VI. Pilot te veroordelen tot het betalen van de kosten van dit incident op grond van artikel 1019h Rv, begroot op € 1.500,-.
4.2
Ter onderbouwing van haar incidentele vordering voert Polmos aan dat zij in de hoofdzaak een grief wil richten tegen de afwijzing van de door haar primair gevorderde schadevergoeding van € 10,- per verhandelde namaakfles. Om deze grief te kunnen onderbouwen wil Polmos nieuwe stukken in het geding brengen. Volgens Polmos bevatten deze stukken bedrijfsgevoelige en vertrouwelijke informatie over de inkoop- en verkoopprijzen van de betrokken producten van Polmos en haar licentienemers binnen het Moët Hennessy concern, en de daarmee behaalde nettowinsten in het jaar 2022. Zij wil daarom dat het hof een vertrouwelijkheidsregime zal toepassen.
4.3
Pilot voert verweer in het incident en concludeert primair tot niet-ontvankelijkverklaring van Polmos en subsidiair tot afwijzing van de incidente vordering, met veroordeling van Polmos in de proceskosten op grond van artikel 1019h Rv, te vermeerderen met de wettelijke rente.
5Beoordeling van de vordering in incident
Ontvankelijkheid Polmos
5.1
Pilot voert als meest verstrekkend verweer dat Polmos niet-ontvankelijk is in haar incidentele vordering. Daartoe voert Pilot aan dat Polmos in haar incidentele conclusie heeft geschreven dat het geschil in hoger beroep is beperkt tot dat deel van haar vorderingen dat de rechtbank heeft afgewezen. Omdat de schadevergoedingsvordering van Polmos in eerste aanleg meerdere alternatieve varianten zonder onderlinge voorkeur bevatte en één van die varianten is toegewezen, valt die schadevergoedingsvordering daarom buiten de omvang van het hoger beroep en is er geen aanleiding om te oordelen over de Additionele Producties Schadeberekening. Dat brengt volgens Pilot mee dat Polmos niet-ontvankelijk is.
5.2
Dit verweer van Pilot slaagt niet. De omvang van het hoger beroep aan de zijde van Polmos wordt bepaald door de conclusies in de dagvaarding in hoger beroep en de memorie van grieven. Polmos heeft nog geen memorie van grieven genomen, zodat deze het geschil in hoger beroep nog niet heeft beperkt. De conclusie van de dagvaarding in hoger beroep bevat niet de hiervoor bedoelde beperking: gevorderd wordt het vonnis te vernietigen en opnieuw rechtdoende alsnog alle vorderingen van Polmos, in alle onderdelen, toe te wijzen en de vorderingen van Pilot af te wijzen. Van een beperking van het hoger beroep is dan ook geen sprake, zodat het ontvankelijkheidsverweer uitgaat van een onjuist uitgangspunt.
5.3
Daar komt het volgende bij. Blijkens de argumentatie in 6.35 en 6.38 van het vonnis heeft de rechtbank de schadevergoedingsvordering opgevat als primair een schadevergoeding van € 10,- per fles (of een ander door de rechtbank te bepalen forfaitair bedrag per fles) en subsidiair schadevergoeding op te maken bij staat. Dat die vordering zo gelezen moet worden als Pilot doet, namelijk als alternatieven zonder voorkeursvariant, is ook niet aannemelijk: wanneer de schadevergoeding wordt vastgesteld op € 10,- (of een ander forfaitair bedrag) per fles levert dat in de situatie van het bestreden vonnis, waarin de rechtbank al een beslissing had genomen over het aantal namaakflessen, een voor tenuitvoerlegging vatbare betalingsveroordeling op. In de variant die de rechtbank heeft toegewezen, namelijk de veroordeling met verwijzing naar de schadestaatprocedure, moet Polmos daarentegen de daar bedoelde afzonderlijke procedure doorlopen voordat zij een dergelijke voor tenuitvoerlegging vatbare veroordeling toegewezen kan krijgen. Ook dat brengt mee dat van niet-ontvankelijkheid geen sprake is.
Vertrouwelijkheidsregime
5.4
Het hof stelt voorop dat de beginselen van openbaarheid van rechtspraak en “equality of arms” in het Nederlandse rechtsbestel sterk verankerd zijn. Uitgangspunt bij een vordering als de onderhavige is om die reden dat terughoudend wordt omgegaan met de mogelijkheid om op deze beginselen een uitzondering te maken.
Bedrijfsgeheime informatie
5.5
Aan haar incidentele vordering legt Polmos ten grondslag dat sprake is van bedrijfsgeheime en vertrouwelijke informatie. Zij beroept zich (voor haar vordering onder IV sub a. tot en met e) onder meer op artikel 22a lid 3 Rv in samenhang met artikel 1019ib lid 3 onder a Rv.
5.6
Beide artikelen zijn het gevolg van de omzetting van de Richtlijn (EU) 2016/943 betreffende bedrijfsgeheimen bij de Wet bescherming bedrijfsgeheimen (hierna: Wbb). Artikel 1 van deze wet bevat ter omzetting van artikel 9 van de Richtlijn een definitie van ‘bedrijfsgeheim’, namelijk die informatie die:
a. geheim is, in die zin dat zij, in haar geheel dan wel in de juiste samenstelling en ordening van haar bestanddelen, niet algemeen bekend is bij of gemakkelijk toegankelijk is voor personen binnen de kringen die zich gewoonlijk bezighouden met de desbetreffende soort informatie;
b. handelswaarde bezit omdat zij geheim is; en
c. door de persoon die rechtmatig daarover beschikt is onderworpen aan redelijke maatregelen, gezien de omstandigheden, om deze geheim te houden.
5.7
Uit overweging 14 van de considerans van de Richtlijn volgt dat deze definitie betrekking heeft op ‘knowhow, bedrijfsinformatie en technologische informatie’ wanneer er zowel een legitiem belang is bij het vertrouwelijk houden ervan als een legitieme verwachting ten aanzien van het bewaren van de vertrouwelijkheid. Die informatie moet bovendien feitelijke dan wel potentiële handelswaarde hebben. Dat wordt geacht het geval te zijn als bijvoorbeeld het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken daarvan schadelijk zou kunnen zijn voor de belangen van de persoon die rechtmatig over de informatie zeggenschap heeft, aangezien daardoor afbreuk wordt gedaan aan onder meer ‘de zakelijke of financiële belangen, de strategische posities of het concurrentievermogen van die persoon’. Alledaagse informatie valt niet onder de definitie van een bedrijfsgeheim, evenmin als informatie die algemeen bekend is bij of gemakkelijk toegankelijk is voor personen binnen de kringen die zich gewoonlijk bezighouden met de desbetreffende soort informatie.
5.8
De eerste vraag die het hof moet beantwoorden is of de Additionele Producties Schadeberekening bedrijfsgeheime informatie in de zin van de Wbb bevatten.
5.9
Polmos voert aan dat de Additionele Producties Schadeberekening informatie bevat over de inkoop- en verkoopprijzen van Belvedere Pure producten van Polmos en haar licentienemers binnen het Moët Hennessy concern en de daarmee behaalde nettowinsten in het jaar 2022. Deze informatie is volgens haar strategisch en competitief van aard en een wezenlijk onderdeel van haar commerciële positie. Concurrenten en afnemers (en andere derden) kunnen de informatie gebruiken om de concurrentie- en strategische positie van Polmos en de betrokken licentienemers te ondermijnen. Slechts een beperkt aantal personen bij Polmos en de betrokken licentienemers heeft (technisch) toegang tot de informatie en hun arbeidsovereenkomsten bevatten een geheimhoudingsclausule. De informatie is niet beschikbaar voor externe verkoopkanalen en groothandels en niet opgenomen in de jaarverslagen van het Moët Hennessy concern, aldus nog steeds Polmos.
5.10
Pilot betwist dat sprake is van bedrijfsgeheimen. Volgens Pilot kunnen louter financiële gegevens niet als bedrijfsgeheim worden gekwalificeerd. Los daarvan geldt dat vrijwel alle financiële cijfers van Polmos bekend worden gemaakt in haar jaarverslagen en dat verkoopkanalen en groothandels de beschikking hebben of gemakkelijk kunnen verkrijgen over informatie over in- en verkoopprijzen. De informatie heeft bovendien geen handelswaarde, omdat de informatie verouderd is en voor de markt niet (langer) relevant, aldus Pilot.
5.11
Gelet op de toelichting van Polmos op de inhoud en strekking van de Additionele Producties Schadevergoeding merkt het hof deze stukken voorshands aan als bedrijfsgeheimen. Als gezegd, volgt uit overweging 14 van de considerans van de Richtlijn dat ook financiële bedrijfsinformatie een bedrijfsgeheim kan zijn. Polmos heeft gemotiveerd weersproken dat de informatie is terug te vinden in de gepubliceerde jaarcijfers van het Moët Hennessy concern en voor de verkoopkanalen en groothandels beschikbaar is. Zij heeft in dit verband een beroep gedaan op een schriftelijke verklaring van haar financieel directeur van 27 februari 2026. Volgens de directeur gaat het om interne informatie die slechts voor enkele leden van het ‘Finance Team & Top Management’ toegankelijk is. Enige aanwijzing dat dit niet juist is, ontbreekt.
5.12
De Additionele Producties Schadevergoeding hebben ook handelswaarde. Informatie over de in- en verkoopprijzen en daarmee behaalde nettowinsten vertegenwoordigen voor de concurrentie van Polmos en haar licentienemers financiële waarde en kan gebruikt worden om de eigen onderneming winstgevender te maken. Openbaarmaking kan afbreuk doen aan de zakelijke of financiële belangen, de strategische positie en/of het concurrentievermogen van Polmos en wordt daarmee geacht handelswaarde te bezitten (vgl. de considerans van de Richtlijn onder 14). De informatie is ook voldoende actueel, omdat winstmarges en de kostenstructuur in het algemeen meerjarig van betekenis kunnen zijn, onder meer omdat zij een component aan vaste lasten bevatten.
5.13
De financieel directeur van Polmos heeft in zijn schriftelijke verklaring bevestigd dat de personen die toegang hebben tot de informatie zich verplicht hebben tot geheimhouding. Gelet op de aard van de informatie acht het hof afspraken in een arbeidsovereenkomst in dit geval een voldoende maatregel om deze geheim te houden. In combinatie met de verder door Polmos vermelde technische maatregelen waardoor de toegang tot de informatie is beperkt, is daarmee voldaan aan de vereiste redelijke maatregelen in de zin van artikel 1 aanhef en sub c Wbb.
5.14
Uit het voorgaande volgt dat de Additionele Producties Schadeberekening kwalificeren als bedrijfsgeheim in de zin van de Wbb.
Artikel 22a lid 3 Rv in samenhang met artikel 1019ib lid 3 onder a Rv (
confidentiality club
)
5.15
Polmos heeft (onder IV sub a. tot en met e.) gevorderd om de toegang van Pilot tot de Additionele Producties Schadeberekening te beperken tot de drie Nederlandse advocaten van Pilot en één door Pilot aan te wijzen natuurlijk persoon en te bepalen dat die natuurlijk persoon geen (digitale) kopie van de Additionele Producties Schadeberekening ontvangt of mag maken. Ook vordert Polmos dat deze drie advocaten en de natuurlijk persoon de Additionele Producties Schadeberekening uitsluitend mogen gebruiken in het kader van deze procedure en niet aan anderen mogen openbaren en dat die advocaten en persoon niet zonder toestemming van het hof mogen worden vervangen. Onder III heeft Polmos ook in het algemeen een gebruiksbeperking en een mededelingsverbod gevorderd. Polmos baseert vordering IV sub a. tot en met e. op artikel 22a lid 3 Rv in samenhang met artikel 1019ib lid 3 onder a Rv.
5.16
Artikel 1019ib lid 3 onder a Rv geeft de rechter de mogelijkheid om toegang tot de documenten die het (vermeende) bedrijfsgeheim bevatten te beperken tot een gelimiteerd aantal personen (confidentiality club). Dit artikel is op grond van artikel 1019ia Rv alleen van toepassing op procedures tot bescherming van bedrijfsgeheimen ingevolgde de Wbb en niet op andersoortige civiele procedures waarin de geheimhouding van bepaalde processtukken gewenst zou zijn. In dit geval is de door Polmos gestelde bedrijfsgeheime informatie zelf geen inzet van de procedure, zodat zij geen beroep kan doen op die bepaling. Het hof ziet in dit geval geen aanleiding voor analoge toepassing, reeds omdat artikel 22a lid 3 Rv de mogelijkheid biedt de maatregel te treffen als door Polmos gevorderd.
5.17
Op grond van artikel 22a lid 3 Rv kan de rechter, indien kennisneming van stukken door een partij de bescherming van een bedrijfsgeheim als bedoeld in artikel 1 Wbb onevenredig zou schaden, bepalen dat deze kennisneming is voorbehouden aan een gemachtigde die advocaat is dan wel daarvoor van de rechter bijzondere toestemming heeft gekregen. Deze bepaling is ook van toepassing als geen sprake is van een vordering op grond van de Wbb, zoals hier.
5.18
Het hof heeft hiervoor geoordeeld dat de Additionele Producties Schadeberekening kunnen worden aangemerkt als bedrijfsgeheimen in de zin van artikel 1 Wbb. De volgende vraag die het hof moet beantwoorden is of kennisneming van de Additionele Producties Schadeberekening door Pilot de bescherming van een bedrijfsgeheim onevenredig zou schaden. Ook die vraag beantwoordt het hof bevestigend. De handelsactiviteiten van Pilot concurreren met die van de afnemers van Polmos. Het belang van bescherming van het bedrijfsgeheim weegt daarom zwaarder dan het procesbelang van Pilot die toegang wil tot de Additionele Producties Schadeberekening.
5.19
Polmos vordert met betrekking tot de Additionele Producties Schadeberekening ook een gebruiksbeperking en een mededelingsverbod. Op grond van artikel 22a Rv kan de rechter als daar aanleiding voor is de toegang tot bepaalde stukken volledig ontzeggen aan een procespartij zelf en voorbehouden aan de advocaat van die partij. In het reeds aangehaalde arrest Hennessy/LB11 heeft de Hoge Raad een gebruiksverbod voor andere doeleinden dan de betrokken procedure in stand gelaten als zijnde gegrond op artikel 22a Rv. Gelet daarop acht het hof het mogelijk om te bepalen dat de bedrijfsgeheime informatie slechts onder voorwaarde van een beperking van de gebruiksdoelen wordt verstrekt aan natuurlijke personen van een partij. Het gevorderde gebruiksverbod is in deze zaak gerechtvaardigd als voorwaarde, omdat Pilot concurrerende activiteiten ontplooit. In de bevoegdheid tot het beperken van de kring van personen die kennis kunnen nemen van een bepaald stuk ligt ook de bevoegdheid besloten om aan die personen een mededelingsverbod op te leggen, waartoe overigens ook artikel 28 Rv een grondslag biedt.
5.20
Uit het voorgaande volgt dat het hof op grond van artikel 22a lid 3 Rv de mogelijkheden voor Pilot om kennis te nemen van de Additionele Producties Schadeberekening als volgt zal beperken.
5.20.1
Wat de toegang van advocaten betreft acht het hof de door Polmos gevorderde beperking in aantal en in Nederlandse hoedanigheid (naar het hof begrijpt: ingeschreven aan een Nederlandse balie) onnodig en disproportioneel. Om Pilot in deze procedure goed te kunnen verdedigen moeten alle advocaten die Pilot nu en in de toekomst in deze procedure (en eventuele volgende procedures met betrekking tot hetzelfde geschil) (zullen) bijstaan kennis kunnen nemen van de Additionele Producties Schadeberekening. Daarnaast geldt dat Pilot als in Polen gevestigde vennootschap naar Pools recht de mogelijkheid moet hebben om zich in deze (en toekomstige gerelateerde procedures) ook te laten bijstaan door advocaten, ingeschreven aan een Poolse balie. Polmos heeft niet aangevoerd dat dergelijke Poolse advocaten wat het beroepsgeheim betreft zijn gebonden aan minder strenge (wettelijke en/of tucht-) regels dan Nederlandse advocaten. De lidstaten van de EU, waaronder Polen, hebben als rechtstraditie gemeen dat de advocaat de rol heeft van medewerker bij de rechtspleging, die geheel onafhankelijk en in het overwegend belang van deze rechtspleging de door zijn cliënt benodigde rechtskundige bijstand verleent. Deze opvatting van de rol van advocaat heeft in deze gemeenschappelijke rechtstraditie als gevolg dat de correspondentie van de advocaat met zijn cliënt als geheim wordt beschermd, met als keerzijde van deze bescherming de in het algemeen belang ingerichte en gehandhaafde beroepstucht. Om de hiervoor genoemde redenen zal het hof ook de deelvordering afwijzen dat de betrokken advocaten slechts met toestemming van het hof kunnen worden vervangen.
5.20.2
Wat anderen dan advocaten betreft acht het hof verder van belang dat ook buiten de kring van advocaten aan de zijde van Pilot overleg moet kunnen plaatsvinden over de informatie uit de Additionele Producties Schadevergoeding, hetzij intern binnen Pilot hetzij tussen een rechtstreeks bij Pilot betrokken persoon en een externe financieel deskundige. Dat kan slechts beperkt als naast de advocaten maar één persoon toegang heeft tot de Additionele Producties Schadevergoeding. Het hof zal daarom bepalen dat naast de advocaten twee natuurlijke, door Pilot aan te wijzen personen toegang zullen hebben tot de stukken.
5.20.3
Het hof ziet evenmin grond om aan de twee aldus door Pilot aan te wijzen natuurlijke personen een papieren en/of digitale kopie van de Additionele Producties Schadeberekening te onthouden. Wel zal het hof bepalen dat deze personen de papieren en digitale stukken moeten bewaren en opslaan op een plaats waartoe alleen zij toegang hebben. Verder acht het hof het aangewezen dat de twee door Pilot aangewezen natuurlijke personen alleen met toestemming van het hof kunnen worden vervangen.
5.20.4
Het hof acht een gebruiksverbod nuttig en evenredig en zal dat toewijzen, met dien verstande dat de beperking tot lopende gerechtelijke procedures ter zake van het onderwerp in dit geschil en daaruit voortvloeiende procedures te nauw voorkomt en zal worden vervangen door het gebruik voor procedures ter zake van het onderwerp van dit geschil.
5.20.5
In de beperking van de groep van personen die kennis kunnen nemen van de betrokken stukken ligt besloten dat die personen geen mededelingen mogen doen over de inhoud van die stukken aan anderen buiten de confidentiality club, en evenmin over de inhoud van processtukken of de mondelinge behandeling voorzover daaruit de inhoud van die stukken kan worden afgeleid. Het hof ziet echter geen aanleiding om een mededelingsverbod ook aan de advocaten op te leggen, aangezien op hen uit hoofde van hun beroep al een geheimhoudingsplicht rust.
Artikel 27 lid 1 onder c Rv (zitting met gesloten deuren)
5.21
In het incident heeft Polmos verder (onder I en IV onder f.) verzocht om die delen van iedere zitting in deze procedure waarin de inhoud van de Additionele Producties Schadeberekening aan de orde komt, achter gesloten deuren te behandelen, slechts met toelating van de advocaten van Pilot en de door Pilot aangewezen natuurlijke perso(o)n(en). Polmos wil hiermee voorkomen dat deze informatie tijdens de zitting openbaar wordt gemaakt. Het uitgangspunt is dat zittingen openbaar zijn. De rechter kan echter op grond van artikel 27 lid 1 onder c Rv gehele of gedeeltelijke behandeling met gesloten deuren of slechts met toelating van bepaalde personen bevelen indien de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eist. Dat geldt ook voor een partij die rechtspersoon is. Vertrouwelijke gegevens van een rechtspersoon kunnen vallen onder de gegevens die tot de persoonlijke levenssfeer behoren.
5.22
Het hof zal bepalen dat het gedeelte van iedere zitting in deze procedure waar de inhoud van de Additionele Producties Schadeberekening zal worden besproken met gesloten deuren zal plaatsvinden, omdat – zoals hiervoor uiteen gezet – naar het hof aanneemt deze producties vertrouwelijke bedrijfsgegevens van Polmos (en haar afnemers) bevatten. Het belang van Polmos dat vertrouwelijke informatie vervat in de Additionele Producties Schadeberekening niet openbaar wordt, weegt in dit geval zwaarder dan het belang van een openbare behandeling van de onderwerpen die met deze informatie samenhangen. Bij de bespreking op zitting van de Additionele Producties Schadeberekening zullen alleen de hiervoor bedoelde leden van de confidentiality club aan de zijde van Pilot aanwezig mogen zijn.
Artikel 29 Rv (geanonimiseerd afschrift beschikking aan derden)
5.23
Polmos heeft in dit incident aan het hof tevens verzocht om de (voor het publiek beschikbare) arresten in deze zaak op zodanige wijze te redigeren dat slechts een geanonimiseerde versie ter publicatie zal worden aangeboden waarin de onderdelen van of verwijzingen naar de inhoud van de Additionele Producties Schadeberekening onleesbaar zijn gemaakt. Zij beroept zich hierbij op artikel 29 leden 2 en 4 Rv.
5.24
In artikel 29 lid 2 Rv is bepaald dat de griffier aan eenieder die dat verlangt afschrift verstrekt van arresten. Indien verstrekking naar het oordeel van de griffier ter bescherming van zwaarwegende belangen van anderen, waaronder die van partijen, geheel of gedeeltelijk dient te worden geweigerd, kan hij volstaan met het verstrekken van een geanonimiseerd arrest. Volgens vaste jurisprudentie kan onder verstrekking van een afschrift van een rechterlijke uitspraak in beginsel worden verstaan de publicatie van die uitspraak op rechtspraak.nl. Op grond van artikel 29 lid 4 Rv wordtvan (in dit geval) arresten in zaken die met gesloten deuren zijn behandeld, uitsluitend een geanonimiseerd afschrift of uittreksel verstrekt.
5.25
Het door Polmos gewenste rechtsgevolg met betrekking tot de geanonimiseerde publicatie volgt daarom van rechtswege uit het oordeel hiervoor dat de zitting deels achter gesloten deuren zal plaatsvinden. Om nu reeds te voorzien in een volledig vertrouwelijkheidsregime zal het hof niettemin ook deze deelvordering toewijzen.
Proportionaliteit en dwangsom
5.26
Pilot heeft nog aangevoerd dat de door Polmos verzochte maatregelen disproportioneel zijn en dat een mededelingsverbod al ruim voldoende is om te waarborgen dat Pilot en haar advocaten de informatie uit de Additionele Producties Schadeberekening niet met derden delen. Het hof volgt Pilot hierin niet. Het gaat hier om vertrouwelijke en (voorshands) bedrijfsgeheime informatie. Bedrijfsgeheimen hebben als kenmerk dat zij vertrouwelijk moeten blijven om hun waarde te behouden. Voorkomen moet worden dat zij, bijvoorbeeld op een openbare zitting of in een niet geanonimiseerd arrest, openbaar worden. Het zwaarwegend belang van Polmos rechtvaardigt ook dat de inhoud van de Additionele Producties Schadeberekening niet in brede kring binnen Pilot wordt verspreid. Zonder nadere toelichting, die hier ontbreekt, valt niet in te zien dat Pilot ernstig in haar mogelijkheden tot verdediging wordt beperkt door de kring te beperken tot twee natuurlijke personen en al haar advocaten.
5.27
Het hof zal aan het op te leggen vertrouwelijkheidsregime, voor zover dit betrekking heeft op het mededelingsverbod en de confidentiality club, een gematigde en gemaximeerde dwangsom verbinden, zoals in het dictum vermeld. De dwangsom zal het hof alleen opleggen aan Pilot en niet aan haar advocaten. Weliswaar stelt Pilot dat zij zich aan het mededelingsverbod zal houden, maar dat is in de gegeven omstandigheden onvoldoende grond om af te zien van een dwangsom.
Conclusie
5.28
De conclusie is dat Polmos ontvankelijk is in haar incidentele vordering en dat die vordering grotendeels zal worden toegewezen. Het hof zal Pilot als de overwegend in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de kosten van de procedure in het incident. Polmos heeft haar kosten in het incident op grond van artikel 1019h Rv begroot op € 1.500,-, maar heeft geen opgave en specificatie van dit bedrag in het geding gebracht. Het hof zal de kosten aan de zijde van Polmos daarom begroten conform het liquidatietarief voor rechtbank en gerechtshoven, zijnde een bedrag van € 1.290,- (1 punt x tarief II) aan salaris advocaat. Het hof zal in de hoofdzaak een roldatum bepalen voor de memorie van grieven aan de zijde van Polmos en iedere verdere beslissing aanhouden.
6Beslissing
Het hof:
in het incident
6.1
bepaalt dat die delen van de zitting(en) waar de inhoud van de Additionele Producties Schadevergoeding en/of het in dat verband verhandelde in de processtukken aan de orde komt, zullen plaatsvinden achter gesloten deuren, met deelneming van slechts de onder 6.4 onder 1. bepaalde personen;
6.2
bepaalt dat, voor zover in enig arrest van het hof aan de inhoud van de Additionele Producties Schadevergoeding gerefereerd zal worden, aan anderen dan de onder 6.4 onder 1. bepaalde personen slechts een geanonimiseerde versie daarvan zal worden verstrekt waarin deze informatie zal zijn geschrapt of bewerkt, en dat alleen die versie ter publicatie zal worden aangeboden;
6.3
verbiedt Pilot om over de inhoud van de Additionele Producties Schadevergoeding en/of het in dat verband verhandelde in de processtukken en/of op zitting (achter gesloten deuren) mededelingen te doen aan derden, met uitzondering van de onder 6.4 onder 1. bedoelde personen, en te gebruiken op andere wijze dan in 6.4 bepaald;
6.4
bepaalt dat, indien en voor zover Polmos de Additionele Producties Schadevergoeding in het geding brengt, daarvoor het volgende geldt:
1. uitsluitend de bij een Nederlandse of Poolse balie ingeschreven advocaten die Pilot bijstaan in een procedure tussen partijen met betrekking tot het onderhavige geschil en twee door Pilot aan te wijzen andere natuurlijk personen mogen toegang krijgen tot en kennisnemen van deze stukken;
2. de twee natuurlijke personen die Pilot aanwijst moeten de (informatie uit de) Additionele Producties Schadevergoeding bewaren en (digitaal) opslaan op een plaats die uitsluitend voor hen toegankelijk is;
3. de twee natuurlijke personen die Pilot aanwijst mogen uitsluitend met toestemming van het hof worden vervangen;
4. de onder 1. bedoelde personen mogen de (informatie uit de) Additionele Producties Schadevergoeding slechts gebruiken in het kader van procedures tussen partijen ter zake van het onderwerp van dit geschil en mogen geen mededelingen doen aan anderen dan die onder 1. bedoelde personen over die informatie of over de inhoud van processtukken of de mondelinge behandeling voor zover die informatie daaruit kan worden afgeleid;
6.5
bepaalt dat Pilot een onmiddellijk opeisbare dwangsom verbeurt van € 100.000,- voor elke keer dat Pilot of de door Pilot aangewezen twee natuurlijke personen als bedoeld in 6.4 onder 1. in strijd handelt met het verbod neergelegd in 6.3 en het bepaalde in 6.4, met een maximum van € 200.000,-;
6.6
veroordeelt Pilot in de kosten van de procedure in het incident, aan de zijde van Polmos tot op heden begroot op € 1.290,-;
6.7
verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
6.8
wijst het meer of anders gevorderde af;
in de hoofdzaak
6.9
verwijst de zaak naar de rol van 13 oktober 2026 voor memorie van grieven aan de zijde van Polmos;
6.10
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. F.M. Bus, H.M.H. Speyart van Woerden en K.T.M. Stöpetie en in het openbaar uitgesproken op 1 september 2026 in aanwezigheid van de griffier.
Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de
bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen
het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan (PbEU 2016, L157).
Zie HR 23 april 2021, ECLI:HR:2021:641 (Hennessy/LB11).
Zie vorige voetnoot.
HvJ EU 14 september 2020, C-550/07 P, ECLI:EU:C:2010:512 (Akzo Nobel en Ackros/Commissie), punt 42.
Zie voor de advocaten ingeschreven aan een Nederlandse balie artikel 10a Advocatenwet en voor de advocaten ingeschreven aan een Poolse balie de vorige voetnoot.
HR 21 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:658.
Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.362.621/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : C/09/639629 / HA ZA 22-1034
Arrest van 1 september 2026 in het incident ex artikelen 27, 28, 29 en 22a lid 3 Rv
in de zaak van
Polmos Zyrardów Sp. z o.o.,
gevestigd in Zyrardów, Polen,
appellante in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat: mr. N.W. Mulder, kantoorhoudend in Amsterdam,
tegen
Pilot International Sp. z o.o. kom,
gevestigd in Warschau, Polen,
geïntimeerde in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. R. Chalmers Hoynck van Papendrecht, kantoorhoudend in Rotterdam.
Het hof noemt partijen hierna Polmos en Pilot.
1De zaak in het kort
1.1
Polmos vordert in dit incident de toepassing van een vertrouwelijkheidsregime ten aanzien van (volgens haar) bedrijfsgeheime stukken die zij in de hoofdzaak in het geding wil brengen ter onderbouwing van haar vordering tot schadevergoeding.
1.2
Het hof wijst deze vordering grotendeels toe.
2Procesverloop in het incident
2.1
Het verloop van de procedure in het incident blijkt uit de volgende stukken:
de dagvaarding van 17 maart 2025, waarmee Polmos in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 18 december 2024;
de incidentele vordering tot het instellen van een vertrouwelijkheidsregime ex artikelen 27, 28, 29 en 22a lid 3 Rv van Polmos;
de conclusie van antwoord in het incident van Pilot;
de schriftelijke toelichting van Polmos, met bijlagen;
de schriftelijke toelichting van Pilot.
3Aanleiding voor dit incident
3.1
Polmos is rechthebbende op merken die zij aanbrengt op flessen wodka en Pilot is een distributeur van (onder meer) dranken. Polmos stelt dat Pilot met partijen wodka inbreuk heeft gemaakt op haar merk- en auteursrechten en onrechtmatig heeft gehandeld jegens haar. In deze procedure vordert zij ten aanzien van Pilot een inbreukverbod met nevenvorderingen, waaronder een veroordeling van Pilot tot het vergoeden van haar schade, te begroten op € 10,- per namaakfles wodka, althans een door de rechtbank te bepalen forfaitair bedrag aan schadevergoeding per namaakfles, of te begroten door deze schade nader op te maken bij staat of, zulks ter keuze van Polmos, winstafdracht.
3.2
De rechtbank heeft de vorderingen van Polmos grotendeels toegewezen, met, wat de schadevergoeding betreft, een verwijzing naar de schadestaatprocedure.
3.3
Polmos is van dit vonnis in hoger beroep gekomen.
4De vordering in incident
4.1
Polmos vordert op grond van de artikelen 27, 28, 29 en 22a lid 3 Rv, gelezen in samenhang met artikel 1019ib lid 3 onder a Rv, toepassing van een vertrouwelijkheidsregime ten aanzien van producties die zij in de hoofdzaak in het geding wil brengen, door haar aangeduid als de Additionele Producties Schadevergoeding. Zij vordert daarbij specifiek het volgende:
I. te bepalen dat van elke zitting in deze procedure het deel waarin de inhoud van Additionele Producties Schadeberekening aan de orde komt, waaronder het in dat verband verhandelde in de processtukken, zal plaatsvinden achter gesloten deuren overeenkomstig artikel 27 lid 1 Rv;
II. te bepalen dat de passages van de (voor het publiek beschikbare) arresten waarin onderdelen van of verwijzingen naar de inhoud van de Additionele Producties Schadeberekening zijn opgenomen worden geredigeerd overeenkomstig artikel 29 leden 2 en 4 Rv zodat slechts een geanonimiseerd vonnis ter publicatie zal worden aangeboden waarin de betreffende informatie onleesbaar is gemaakt;
III. te bevelen dat de inhoud van de Additionele Producties Schadeberekening door (de advocaten van) Pilot uitsluitend mag worden gebruikt in het kader van lopende gerechtelijke procedures ter zake van het onderwerp in dit geschil en in daaruit voortvloeiende procedures, en te bepalen dat het (de advocaten van) Pilot niet is toegestaan deze informatie voor enig ander doel te gebruiken, en voor het overige aan (de advocaten van) Pilot een mededelingsverbod op te leggen overeenkomstig artikel 28 lid 1 Rv met betrekking tot hetgeen tijdens een zitting achter gesloten deuren is verhandeld, en omtrent de inhoud van de Additionele Producties Schadeberekening en/of het in dat verband verhandelde in de processtukken;
IV. te bevelen dat kennisneming van de Additionele Producties Schadeberekening wordt voorbehouden aan de Nederlandse advocaten van Pilot overeenkomstig artikel 22a lid 3 Rv in samenhang met artikel 1019ib lid 3 onder a Rv, meer in het bijzonder dat:
a. uitsluitend de drie Nederlandse advocaten van Pilot toegang krijgen tot de Additionele Producties Schadeberekening;
b. één door Pilot aan te wijzen andere natuurlijke persoon via (een van) de drie Nederlandse advocaten van Pilot kennis kan nemen van in de Additionele Producties Schadeberekening opgenomen informatie, maar van die producties geen (digitale) kopie ontvangt en ook geen (digitale) kopie daarvan mag maken;
c. de onder a. bedoelde personen de Additionele Producties Schadeberekening en de daarin opgenomen informatie slechts mogen gebruiken in het kader van deze procedure en niet aan anderen mogen openbaren anders dan vermeld onder b.;
d. de onder b. bedoelde persoon de in de Additionele Producties Schadeberekening opgenomen informatie slechts mag gebruiken in het kader van deze procedure en niet aan anderen mag openbaren;
e. de onder a. en b. aangewezen personen niet zonder toestemming van het hof mogen worden vervangen;
f. die delen van iedere zitting in deze procedure waarin de Additionele Producties Schadeberekening en daarin opgenomen informatie aan de orde komt, slechts met toelating van de hiervoor onder a. en b. genoemde personen zullen plaatsvinden;
V. te bepalen dat Pilot een onmiddellijk opeisbare dwangsom verbeurt van € 250.000,- voor elke keer dat Pilot, of een van de in IV onder a. of b. genoemde personen, in strijd handelt met een van de in III en IV opgelegde bevelen, met een maximum van € 5.000.000,-;
VI. Pilot te veroordelen tot het betalen van de kosten van dit incident op grond van artikel 1019h Rv, begroot op € 1.500,-.
4.2
Ter onderbouwing van haar incidentele vordering voert Polmos aan dat zij in de hoofdzaak een grief wil richten tegen de afwijzing van de door haar primair gevorderde schadevergoeding van € 10,- per verhandelde namaakfles. Om deze grief te kunnen onderbouwen wil Polmos nieuwe stukken in het geding brengen. Volgens Polmos bevatten deze stukken bedrijfsgevoelige en vertrouwelijke informatie over de inkoop- en verkoopprijzen van de betrokken producten van Polmos en haar licentienemers binnen het Moët Hennessy concern, en de daarmee behaalde nettowinsten in het jaar 2022. Zij wil daarom dat het hof een vertrouwelijkheidsregime zal toepassen.
4.3
Pilot voert verweer in het incident en concludeert primair tot niet-ontvankelijkverklaring van Polmos en subsidiair tot afwijzing van de incidente vordering, met veroordeling van Polmos in de proceskosten op grond van artikel 1019h Rv, te vermeerderen met de wettelijke rente.
5Beoordeling van de vordering in incident
Ontvankelijkheid Polmos
5.1
Pilot voert als meest verstrekkend verweer dat Polmos niet-ontvankelijk is in haar incidentele vordering. Daartoe voert Pilot aan dat Polmos in haar incidentele conclusie heeft geschreven dat het geschil in hoger beroep is beperkt tot dat deel van haar vorderingen dat de rechtbank heeft afgewezen. Omdat de schadevergoedingsvordering van Polmos in eerste aanleg meerdere alternatieve varianten zonder onderlinge voorkeur bevatte en één van die varianten is toegewezen, valt die schadevergoedingsvordering daarom buiten de omvang van het hoger beroep en is er geen aanleiding om te oordelen over de Additionele Producties Schadeberekening. Dat brengt volgens Pilot mee dat Polmos niet-ontvankelijk is.
5.2
Dit verweer van Pilot slaagt niet. De omvang van het hoger beroep aan de zijde van Polmos wordt bepaald door de conclusies in de dagvaarding in hoger beroep en de memorie van grieven. Polmos heeft nog geen memorie van grieven genomen, zodat deze het geschil in hoger beroep nog niet heeft beperkt. De conclusie van de dagvaarding in hoger beroep bevat niet de hiervoor bedoelde beperking: gevorderd wordt het vonnis te vernietigen en opnieuw rechtdoende alsnog alle vorderingen van Polmos, in alle onderdelen, toe te wijzen en de vorderingen van Pilot af te wijzen. Van een beperking van het hoger beroep is dan ook geen sprake, zodat het ontvankelijkheidsverweer uitgaat van een onjuist uitgangspunt.
5.3
Daar komt het volgende bij. Blijkens de argumentatie in 6.35 en 6.38 van het vonnis heeft de rechtbank de schadevergoedingsvordering opgevat als primair een schadevergoeding van € 10,- per fles (of een ander door de rechtbank te bepalen forfaitair bedrag per fles) en subsidiair schadevergoeding op te maken bij staat. Dat die vordering zo gelezen moet worden als Pilot doet, namelijk als alternatieven zonder voorkeursvariant, is ook niet aannemelijk: wanneer de schadevergoeding wordt vastgesteld op € 10,- (of een ander forfaitair bedrag) per fles levert dat in de situatie van het bestreden vonnis, waarin de rechtbank al een beslissing had genomen over het aantal namaakflessen, een voor tenuitvoerlegging vatbare betalingsveroordeling op. In de variant die de rechtbank heeft toegewezen, namelijk de veroordeling met verwijzing naar de schadestaatprocedure, moet Polmos daarentegen de daar bedoelde afzonderlijke procedure doorlopen voordat zij een dergelijke voor tenuitvoerlegging vatbare veroordeling toegewezen kan krijgen. Ook dat brengt mee dat van niet-ontvankelijkheid geen sprake is.
Vertrouwelijkheidsregime
5.4
Het hof stelt voorop dat de beginselen van openbaarheid van rechtspraak en “equality of arms” in het Nederlandse rechtsbestel sterk verankerd zijn. Uitgangspunt bij een vordering als de onderhavige is om die reden dat terughoudend wordt omgegaan met de mogelijkheid om op deze beginselen een uitzondering te maken.
Bedrijfsgeheime informatie
5.5
Aan haar incidentele vordering legt Polmos ten grondslag dat sprake is van bedrijfsgeheime en vertrouwelijke informatie. Zij beroept zich (voor haar vordering onder IV sub a. tot en met e) onder meer op artikel 22a lid 3 Rv in samenhang met artikel 1019ib lid 3 onder a Rv.
5.6
Beide artikelen zijn het gevolg van de omzetting van de Richtlijn (EU) 2016/943 betreffende bedrijfsgeheimen bij de Wet bescherming bedrijfsgeheimen (hierna: Wbb). Artikel 1 van deze wet bevat ter omzetting van artikel 9 van de Richtlijn een definitie van ‘bedrijfsgeheim’, namelijk die informatie die:
a. geheim is, in die zin dat zij, in haar geheel dan wel in de juiste samenstelling en ordening van haar bestanddelen, niet algemeen bekend is bij of gemakkelijk toegankelijk is voor personen binnen de kringen die zich gewoonlijk bezighouden met de desbetreffende soort informatie;
b. handelswaarde bezit omdat zij geheim is; en
c. door de persoon die rechtmatig daarover beschikt is onderworpen aan redelijke maatregelen, gezien de omstandigheden, om deze geheim te houden.
5.7
Uit overweging 14 van de considerans van de Richtlijn volgt dat deze definitie betrekking heeft op ‘knowhow, bedrijfsinformatie en technologische informatie’ wanneer er zowel een legitiem belang is bij het vertrouwelijk houden ervan als een legitieme verwachting ten aanzien van het bewaren van de vertrouwelijkheid. Die informatie moet bovendien feitelijke dan wel potentiële handelswaarde hebben. Dat wordt geacht het geval te zijn als bijvoorbeeld het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken daarvan schadelijk zou kunnen zijn voor de belangen van de persoon die rechtmatig over de informatie zeggenschap heeft, aangezien daardoor afbreuk wordt gedaan aan onder meer ‘de zakelijke of financiële belangen, de strategische posities of het concurrentievermogen van die persoon’. Alledaagse informatie valt niet onder de definitie van een bedrijfsgeheim, evenmin als informatie die algemeen bekend is bij of gemakkelijk toegankelijk is voor personen binnen de kringen die zich gewoonlijk bezighouden met de desbetreffende soort informatie.
5.8
De eerste vraag die het hof moet beantwoorden is of de Additionele Producties Schadeberekening bedrijfsgeheime informatie in de zin van de Wbb bevatten.
5.9
Polmos voert aan dat de Additionele Producties Schadeberekening informatie bevat over de inkoop- en verkoopprijzen van Belvedere Pure producten van Polmos en haar licentienemers binnen het Moët Hennessy concern en de daarmee behaalde nettowinsten in het jaar 2022. Deze informatie is volgens haar strategisch en competitief van aard en een wezenlijk onderdeel van haar commerciële positie. Concurrenten en afnemers (en andere derden) kunnen de informatie gebruiken om de concurrentie- en strategische positie van Polmos en de betrokken licentienemers te ondermijnen. Slechts een beperkt aantal personen bij Polmos en de betrokken licentienemers heeft (technisch) toegang tot de informatie en hun arbeidsovereenkomsten bevatten een geheimhoudingsclausule. De informatie is niet beschikbaar voor externe verkoopkanalen en groothandels en niet opgenomen in de jaarverslagen van het Moët Hennessy concern, aldus nog steeds Polmos.
5.10
Pilot betwist dat sprake is van bedrijfsgeheimen. Volgens Pilot kunnen louter financiële gegevens niet als bedrijfsgeheim worden gekwalificeerd. Los daarvan geldt dat vrijwel alle financiële cijfers van Polmos bekend worden gemaakt in haar jaarverslagen en dat verkoopkanalen en groothandels de beschikking hebben of gemakkelijk kunnen verkrijgen over informatie over in- en verkoopprijzen. De informatie heeft bovendien geen handelswaarde, omdat de informatie verouderd is en voor de markt niet (langer) relevant, aldus Pilot.
5.11
Gelet op de toelichting van Polmos op de inhoud en strekking van de Additionele Producties Schadevergoeding merkt het hof deze stukken voorshands aan als bedrijfsgeheimen. Als gezegd, volgt uit overweging 14 van de considerans van de Richtlijn dat ook financiële bedrijfsinformatie een bedrijfsgeheim kan zijn. Polmos heeft gemotiveerd weersproken dat de informatie is terug te vinden in de gepubliceerde jaarcijfers van het Moët Hennessy concern en voor de verkoopkanalen en groothandels beschikbaar is. Zij heeft in dit verband een beroep gedaan op een schriftelijke verklaring van haar financieel directeur van 27 februari 2026. Volgens de directeur gaat het om interne informatie die slechts voor enkele leden van het ‘Finance Team & Top Management’ toegankelijk is. Enige aanwijzing dat dit niet juist is, ontbreekt.
5.12
De Additionele Producties Schadevergoeding hebben ook handelswaarde. Informatie over de in- en verkoopprijzen en daarmee behaalde nettowinsten vertegenwoordigen voor de concurrentie van Polmos en haar licentienemers financiële waarde en kan gebruikt worden om de eigen onderneming winstgevender te maken. Openbaarmaking kan afbreuk doen aan de zakelijke of financiële belangen, de strategische positie en/of het concurrentievermogen van Polmos en wordt daarmee geacht handelswaarde te bezitten (vgl. de considerans van de Richtlijn onder 14). De informatie is ook voldoende actueel, omdat winstmarges en de kostenstructuur in het algemeen meerjarig van betekenis kunnen zijn, onder meer omdat zij een component aan vaste lasten bevatten.
5.13
De financieel directeur van Polmos heeft in zijn schriftelijke verklaring bevestigd dat de personen die toegang hebben tot de informatie zich verplicht hebben tot geheimhouding. Gelet op de aard van de informatie acht het hof afspraken in een arbeidsovereenkomst in dit geval een voldoende maatregel om deze geheim te houden. In combinatie met de verder door Polmos vermelde technische maatregelen waardoor de toegang tot de informatie is beperkt, is daarmee voldaan aan de vereiste redelijke maatregelen in de zin van artikel 1 aanhef en sub c Wbb.
5.14
Uit het voorgaande volgt dat de Additionele Producties Schadeberekening kwalificeren als bedrijfsgeheim in de zin van de Wbb.
Artikel 22a lid 3 Rv in samenhang met artikel 1019ib lid 3 onder a Rv (
confidentiality club
)
5.15
Polmos heeft (onder IV sub a. tot en met e.) gevorderd om de toegang van Pilot tot de Additionele Producties Schadeberekening te beperken tot de drie Nederlandse advocaten van Pilot en één door Pilot aan te wijzen natuurlijk persoon en te bepalen dat die natuurlijk persoon geen (digitale) kopie van de Additionele Producties Schadeberekening ontvangt of mag maken. Ook vordert Polmos dat deze drie advocaten en de natuurlijk persoon de Additionele Producties Schadeberekening uitsluitend mogen gebruiken in het kader van deze procedure en niet aan anderen mogen openbaren en dat die advocaten en persoon niet zonder toestemming van het hof mogen worden vervangen. Onder III heeft Polmos ook in het algemeen een gebruiksbeperking en een mededelingsverbod gevorderd. Polmos baseert vordering IV sub a. tot en met e. op artikel 22a lid 3 Rv in samenhang met artikel 1019ib lid 3 onder a Rv.
5.16
Artikel 1019ib lid 3 onder a Rv geeft de rechter de mogelijkheid om toegang tot de documenten die het (vermeende) bedrijfsgeheim bevatten te beperken tot een gelimiteerd aantal personen (confidentiality club). Dit artikel is op grond van artikel 1019ia Rv alleen van toepassing op procedures tot bescherming van bedrijfsgeheimen ingevolgde de Wbb en niet op andersoortige civiele procedures waarin de geheimhouding van bepaalde processtukken gewenst zou zijn. In dit geval is de door Polmos gestelde bedrijfsgeheime informatie zelf geen inzet van de procedure, zodat zij geen beroep kan doen op die bepaling. Het hof ziet in dit geval geen aanleiding voor analoge toepassing, reeds omdat artikel 22a lid 3 Rv de mogelijkheid biedt de maatregel te treffen als door Polmos gevorderd.
5.17
Op grond van artikel 22a lid 3 Rv kan de rechter, indien kennisneming van stukken door een partij de bescherming van een bedrijfsgeheim als bedoeld in artikel 1 Wbb onevenredig zou schaden, bepalen dat deze kennisneming is voorbehouden aan een gemachtigde die advocaat is dan wel daarvoor van de rechter bijzondere toestemming heeft gekregen. Deze bepaling is ook van toepassing als geen sprake is van een vordering op grond van de Wbb, zoals hier.
5.18
Het hof heeft hiervoor geoordeeld dat de Additionele Producties Schadeberekening kunnen worden aangemerkt als bedrijfsgeheimen in de zin van artikel 1 Wbb. De volgende vraag die het hof moet beantwoorden is of kennisneming van de Additionele Producties Schadeberekening door Pilot de bescherming van een bedrijfsgeheim onevenredig zou schaden. Ook die vraag beantwoordt het hof bevestigend. De handelsactiviteiten van Pilot concurreren met die van de afnemers van Polmos. Het belang van bescherming van het bedrijfsgeheim weegt daarom zwaarder dan het procesbelang van Pilot die toegang wil tot de Additionele Producties Schadeberekening.
5.19
Polmos vordert met betrekking tot de Additionele Producties Schadeberekening ook een gebruiksbeperking en een mededelingsverbod. Op grond van artikel 22a Rv kan de rechter als daar aanleiding voor is de toegang tot bepaalde stukken volledig ontzeggen aan een procespartij zelf en voorbehouden aan de advocaat van die partij. In het reeds aangehaalde arrest Hennessy/LB11 heeft de Hoge Raad een gebruiksverbod voor andere doeleinden dan de betrokken procedure in stand gelaten als zijnde gegrond op artikel 22a Rv. Gelet daarop acht het hof het mogelijk om te bepalen dat de bedrijfsgeheime informatie slechts onder voorwaarde van een beperking van de gebruiksdoelen wordt verstrekt aan natuurlijke personen van een partij. Het gevorderde gebruiksverbod is in deze zaak gerechtvaardigd als voorwaarde, omdat Pilot concurrerende activiteiten ontplooit. In de bevoegdheid tot het beperken van de kring van personen die kennis kunnen nemen van een bepaald stuk ligt ook de bevoegdheid besloten om aan die personen een mededelingsverbod op te leggen, waartoe overigens ook artikel 28 Rv een grondslag biedt.
5.20
Uit het voorgaande volgt dat het hof op grond van artikel 22a lid 3 Rv de mogelijkheden voor Pilot om kennis te nemen van de Additionele Producties Schadeberekening als volgt zal beperken.
5.20.1
Wat de toegang van advocaten betreft acht het hof de door Polmos gevorderde beperking in aantal en in Nederlandse hoedanigheid (naar het hof begrijpt: ingeschreven aan een Nederlandse balie) onnodig en disproportioneel. Om Pilot in deze procedure goed te kunnen verdedigen moeten alle advocaten die Pilot nu en in de toekomst in deze procedure (en eventuele volgende procedures met betrekking tot hetzelfde geschil) (zullen) bijstaan kennis kunnen nemen van de Additionele Producties Schadeberekening. Daarnaast geldt dat Pilot als in Polen gevestigde vennootschap naar Pools recht de mogelijkheid moet hebben om zich in deze (en toekomstige gerelateerde procedures) ook te laten bijstaan door advocaten, ingeschreven aan een Poolse balie. Polmos heeft niet aangevoerd dat dergelijke Poolse advocaten wat het beroepsgeheim betreft zijn gebonden aan minder strenge (wettelijke en/of tucht-) regels dan Nederlandse advocaten. De lidstaten van de EU, waaronder Polen, hebben als rechtstraditie gemeen dat de advocaat de rol heeft van medewerker bij de rechtspleging, die geheel onafhankelijk en in het overwegend belang van deze rechtspleging de door zijn cliënt benodigde rechtskundige bijstand verleent. Deze opvatting van de rol van advocaat heeft in deze gemeenschappelijke rechtstraditie als gevolg dat de correspondentie van de advocaat met zijn cliënt als geheim wordt beschermd, met als keerzijde van deze bescherming de in het algemeen belang ingerichte en gehandhaafde beroepstucht. Om de hiervoor genoemde redenen zal het hof ook de deelvordering afwijzen dat de betrokken advocaten slechts met toestemming van het hof kunnen worden vervangen.
5.20.2
Wat anderen dan advocaten betreft acht het hof verder van belang dat ook buiten de kring van advocaten aan de zijde van Pilot overleg moet kunnen plaatsvinden over de informatie uit de Additionele Producties Schadevergoeding, hetzij intern binnen Pilot hetzij tussen een rechtstreeks bij Pilot betrokken persoon en een externe financieel deskundige. Dat kan slechts beperkt als naast de advocaten maar één persoon toegang heeft tot de Additionele Producties Schadevergoeding. Het hof zal daarom bepalen dat naast de advocaten twee natuurlijke, door Pilot aan te wijzen personen toegang zullen hebben tot de stukken.
5.20.3
Het hof ziet evenmin grond om aan de twee aldus door Pilot aan te wijzen natuurlijke personen een papieren en/of digitale kopie van de Additionele Producties Schadeberekening te onthouden. Wel zal het hof bepalen dat deze personen de papieren en digitale stukken moeten bewaren en opslaan op een plaats waartoe alleen zij toegang hebben. Verder acht het hof het aangewezen dat de twee door Pilot aangewezen natuurlijke personen alleen met toestemming van het hof kunnen worden vervangen.
5.20.4
Het hof acht een gebruiksverbod nuttig en evenredig en zal dat toewijzen, met dien verstande dat de beperking tot lopende gerechtelijke procedures ter zake van het onderwerp in dit geschil en daaruit voortvloeiende procedures te nauw voorkomt en zal worden vervangen door het gebruik voor procedures ter zake van het onderwerp van dit geschil.
5.20.5
In de beperking van de groep van personen die kennis kunnen nemen van de betrokken stukken ligt besloten dat die personen geen mededelingen mogen doen over de inhoud van die stukken aan anderen buiten de confidentiality club, en evenmin over de inhoud van processtukken of de mondelinge behandeling voorzover daaruit de inhoud van die stukken kan worden afgeleid. Het hof ziet echter geen aanleiding om een mededelingsverbod ook aan de advocaten op te leggen, aangezien op hen uit hoofde van hun beroep al een geheimhoudingsplicht rust.
Artikel 27 lid 1 onder c Rv (zitting met gesloten deuren)
5.21
In het incident heeft Polmos verder (onder I en IV onder f.) verzocht om die delen van iedere zitting in deze procedure waarin de inhoud van de Additionele Producties Schadeberekening aan de orde komt, achter gesloten deuren te behandelen, slechts met toelating van de advocaten van Pilot en de door Pilot aangewezen natuurlijke perso(o)n(en). Polmos wil hiermee voorkomen dat deze informatie tijdens de zitting openbaar wordt gemaakt. Het uitgangspunt is dat zittingen openbaar zijn. De rechter kan echter op grond van artikel 27 lid 1 onder c Rv gehele of gedeeltelijke behandeling met gesloten deuren of slechts met toelating van bepaalde personen bevelen indien de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eist. Dat geldt ook voor een partij die rechtspersoon is. Vertrouwelijke gegevens van een rechtspersoon kunnen vallen onder de gegevens die tot de persoonlijke levenssfeer behoren.
5.22
Het hof zal bepalen dat het gedeelte van iedere zitting in deze procedure waar de inhoud van de Additionele Producties Schadeberekening zal worden besproken met gesloten deuren zal plaatsvinden, omdat – zoals hiervoor uiteen gezet – naar het hof aanneemt deze producties vertrouwelijke bedrijfsgegevens van Polmos (en haar afnemers) bevatten. Het belang van Polmos dat vertrouwelijke informatie vervat in de Additionele Producties Schadeberekening niet openbaar wordt, weegt in dit geval zwaarder dan het belang van een openbare behandeling van de onderwerpen die met deze informatie samenhangen. Bij de bespreking op zitting van de Additionele Producties Schadeberekening zullen alleen de hiervoor bedoelde leden van de confidentiality club aan de zijde van Pilot aanwezig mogen zijn.
Artikel 29 Rv (geanonimiseerd afschrift beschikking aan derden)
5.23
Polmos heeft in dit incident aan het hof tevens verzocht om de (voor het publiek beschikbare) arresten in deze zaak op zodanige wijze te redigeren dat slechts een geanonimiseerde versie ter publicatie zal worden aangeboden waarin de onderdelen van of verwijzingen naar de inhoud van de Additionele Producties Schadeberekening onleesbaar zijn gemaakt. Zij beroept zich hierbij op artikel 29 leden 2 en 4 Rv.
5.24
In artikel 29 lid 2 Rv is bepaald dat de griffier aan eenieder die dat verlangt afschrift verstrekt van arresten. Indien verstrekking naar het oordeel van de griffier ter bescherming van zwaarwegende belangen van anderen, waaronder die van partijen, geheel of gedeeltelijk dient te worden geweigerd, kan hij volstaan met het verstrekken van een geanonimiseerd arrest. Volgens vaste jurisprudentie kan onder verstrekking van een afschrift van een rechterlijke uitspraak in beginsel worden verstaan de publicatie van die uitspraak op rechtspraak.nl. Op grond van artikel 29 lid 4 Rv wordtvan (in dit geval) arresten in zaken die met gesloten deuren zijn behandeld, uitsluitend een geanonimiseerd afschrift of uittreksel verstrekt.
5.25
Het door Polmos gewenste rechtsgevolg met betrekking tot de geanonimiseerde publicatie volgt daarom van rechtswege uit het oordeel hiervoor dat de zitting deels achter gesloten deuren zal plaatsvinden. Om nu reeds te voorzien in een volledig vertrouwelijkheidsregime zal het hof niettemin ook deze deelvordering toewijzen.
Proportionaliteit en dwangsom
5.26
Pilot heeft nog aangevoerd dat de door Polmos verzochte maatregelen disproportioneel zijn en dat een mededelingsverbod al ruim voldoende is om te waarborgen dat Pilot en haar advocaten de informatie uit de Additionele Producties Schadeberekening niet met derden delen. Het hof volgt Pilot hierin niet. Het gaat hier om vertrouwelijke en (voorshands) bedrijfsgeheime informatie. Bedrijfsgeheimen hebben als kenmerk dat zij vertrouwelijk moeten blijven om hun waarde te behouden. Voorkomen moet worden dat zij, bijvoorbeeld op een openbare zitting of in een niet geanonimiseerd arrest, openbaar worden. Het zwaarwegend belang van Polmos rechtvaardigt ook dat de inhoud van de Additionele Producties Schadeberekening niet in brede kring binnen Pilot wordt verspreid. Zonder nadere toelichting, die hier ontbreekt, valt niet in te zien dat Pilot ernstig in haar mogelijkheden tot verdediging wordt beperkt door de kring te beperken tot twee natuurlijke personen en al haar advocaten.
5.27
Het hof zal aan het op te leggen vertrouwelijkheidsregime, voor zover dit betrekking heeft op het mededelingsverbod en de confidentiality club, een gematigde en gemaximeerde dwangsom verbinden, zoals in het dictum vermeld. De dwangsom zal het hof alleen opleggen aan Pilot en niet aan haar advocaten. Weliswaar stelt Pilot dat zij zich aan het mededelingsverbod zal houden, maar dat is in de gegeven omstandigheden onvoldoende grond om af te zien van een dwangsom.
Conclusie
5.28
De conclusie is dat Polmos ontvankelijk is in haar incidentele vordering en dat die vordering grotendeels zal worden toegewezen. Het hof zal Pilot als de overwegend in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de kosten van de procedure in het incident. Polmos heeft haar kosten in het incident op grond van artikel 1019h Rv begroot op € 1.500,-, maar heeft geen opgave en specificatie van dit bedrag in het geding gebracht. Het hof zal de kosten aan de zijde van Polmos daarom begroten conform het liquidatietarief voor rechtbank en gerechtshoven, zijnde een bedrag van € 1.290,- (1 punt x tarief II) aan salaris advocaat. Het hof zal in de hoofdzaak een roldatum bepalen voor de memorie van grieven aan de zijde van Polmos en iedere verdere beslissing aanhouden.
6Beslissing
Het hof:
in het incident
6.1
bepaalt dat die delen van de zitting(en) waar de inhoud van de Additionele Producties Schadevergoeding en/of het in dat verband verhandelde in de processtukken aan de orde komt, zullen plaatsvinden achter gesloten deuren, met deelneming van slechts de onder 6.4 onder 1. bepaalde personen;
6.2
bepaalt dat, voor zover in enig arrest van het hof aan de inhoud van de Additionele Producties Schadevergoeding gerefereerd zal worden, aan anderen dan de onder 6.4 onder 1. bepaalde personen slechts een geanonimiseerde versie daarvan zal worden verstrekt waarin deze informatie zal zijn geschrapt of bewerkt, en dat alleen die versie ter publicatie zal worden aangeboden;
6.3
verbiedt Pilot om over de inhoud van de Additionele Producties Schadevergoeding en/of het in dat verband verhandelde in de processtukken en/of op zitting (achter gesloten deuren) mededelingen te doen aan derden, met uitzondering van de onder 6.4 onder 1. bedoelde personen, en te gebruiken op andere wijze dan in 6.4 bepaald;
6.4
bepaalt dat, indien en voor zover Polmos de Additionele Producties Schadevergoeding in het geding brengt, daarvoor het volgende geldt:
1. uitsluitend de bij een Nederlandse of Poolse balie ingeschreven advocaten die Pilot bijstaan in een procedure tussen partijen met betrekking tot het onderhavige geschil en twee door Pilot aan te wijzen andere natuurlijk personen mogen toegang krijgen tot en kennisnemen van deze stukken;
2. de twee natuurlijke personen die Pilot aanwijst moeten de (informatie uit de) Additionele Producties Schadevergoeding bewaren en (digitaal) opslaan op een plaats die uitsluitend voor hen toegankelijk is;
3. de twee natuurlijke personen die Pilot aanwijst mogen uitsluitend met toestemming van het hof worden vervangen;
4. de onder 1. bedoelde personen mogen de (informatie uit de) Additionele Producties Schadevergoeding slechts gebruiken in het kader van procedures tussen partijen ter zake van het onderwerp van dit geschil en mogen geen mededelingen doen aan anderen dan die onder 1. bedoelde personen over die informatie of over de inhoud van processtukken of de mondelinge behandeling voor zover die informatie daaruit kan worden afgeleid;
6.5
bepaalt dat Pilot een onmiddellijk opeisbare dwangsom verbeurt van € 100.000,- voor elke keer dat Pilot of de door Pilot aangewezen twee natuurlijke personen als bedoeld in 6.4 onder 1. in strijd handelt met het verbod neergelegd in 6.3 en het bepaalde in 6.4, met een maximum van € 200.000,-;
6.6
veroordeelt Pilot in de kosten van de procedure in het incident, aan de zijde van Polmos tot op heden begroot op € 1.290,-;
6.7
verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
6.8
wijst het meer of anders gevorderde af;
in de hoofdzaak
6.9
verwijst de zaak naar de rol van 13 oktober 2026 voor memorie van grieven aan de zijde van Polmos;
6.10
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. F.M. Bus, H.M.H. Speyart van Woerden en K.T.M. Stöpetie en in het openbaar uitgesproken op 1 september 2026 in aanwezigheid van de griffier.
Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de
bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen
het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan (PbEU 2016, L157).
Zie HR 23 april 2021, ECLI:HR:2021:641 (Hennessy/LB11).
Zie vorige voetnoot.
HvJ EU 14 september 2020, C-550/07 P, ECLI:EU:C:2010:512 (Akzo Nobel en Ackros/Commissie), punt 42.
Zie voor de advocaten ingeschreven aan een Nederlandse balie artikel 10a Advocatenwet en voor de advocaten ingeschreven aan een Poolse balie de vorige voetnoot.
HR 21 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:658.