Gerechtshof Den Haag
ECLI:NL:GHDHA:2026:2571
2026-08-04
Civiel recht; Verbintenissenrecht
200.343.012/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Het hof komt tot het oordeel dat niet is gebleken dat de overeenkomst is gesloten onder de door appellant gestelde voorwaarde (dat zij de plantuitjes niet hoefde af te nemen, omdat haar Roemeense afnemer niet betaalde), zodat appellant daar geen beroep op kan doen. Wat betreft de gebreken van de uitjes oordeelt het hof dat appellant hierover hetzij te laat heeft geklaagd (spruiting, bederf), hetzij onvoldoende heeft toegelicht dat de plantuitjes daardoor niet aan de overeenkomst voldeden (vervuiling, verschillende maten). Appellant moet daarom de facturen van geïntimeerde betalen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (27.468 tekens)
GERECHTSHOF DEN HAAG
Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.343.012/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : C/09/647895 / HA ZA 23-457
Arrest van 4 augustus 2026
in de zaak van
Pro4Agri B.V.,
gevestigd in Delft,
appellante,
advocaat: mr. P. Koeslag, kantoorhoudend in Schijndel,
tegen
Timei B.V.,
gevestigd in gemeente Noordoostpolder,
geïntimeerde,
advocaat: mr. V.C. Hofman, kantoorhoudend in Middelharnis.
Het hof noemt partijen hierna Pro4Agri en Timei.
1De zaak in het kort
1.1
Pro4Agri heeft twee vrachten plantuitjes gekocht van Timei. Timei heeft in deze procedure de betaling van de plantuitjes gevorderd. Pro4Agri heeft aangevoerd dat zij de plantuitjes niet hoefde af te nemen, omdat haar Roemeense afnemer niet betaalde, en zij onder voorwaarde van die betaling met Timei had gecontracteerd. Daarnaast beroept Pro4Agri zich erop dat de kwaliteit van de plantuitjes onvoldoende was.
1.2
Het hof komt tot het oordeel dat niet is gebleken dat de overeenkomst is gesloten onder de door Pro4Agri gestelde voorwaarde, zodat Pro4Agri daar geen beroep op kan doen. Wat betreft de gebreken van de uitjes oordeelt het hof dat Pro4Agri hierover hetzij te laat heeft geklaagd (spruiting, bederf), hetzij onvoldoende heeft toegelicht dat de plantuitjes daardoor niet aan de overeenkomst voldeden (vervuiling, verschillende maten). Pro4Agri moet daarom de facturen van Timei betalen.
2Procesverloop in hoger beroep
2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
de dagvaarding van 31 mei 2024, waarmee Pro4Agri in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 6 maart 2024;
het arrest van dit hof van 30 juli 2024, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 26 september 2024;
de memorie van grieven van Timei, met producties;
de memorie van antwoord van Pro4Agri, met producties.
2.2
Op 26 mei 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd. Van de mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt.
3Feitelijke achtergrond
3.1
De rechtbank heeft de vaststaande feiten vermeld in rov. 2.1 tot en met 2.5 van haar vonnis. Die feiten zijn tussen partijen niet in geschil, zodat het hof ook van die feiten uitgaat. Het gaat voor zover in dit hoger beroep van belang om het volgende.
3.2
Timei is actief in de handel van geteelde producten, waaronder eerstejaars plantuitjes. Pro4Agri is een onderneming gericht op de handel in voornamelijk aardappels.
3.3
Begin maart 2023 kwamen partijen met elkaar in contact over de verkoop en koop van eerstejaars plantuitjes. De communicatie tussen partijen verliep hoofdzakelijk telefonisch en via WhatsApp.
3.4
Pro4Agri heeft aanvankelijk twee vrachten plantuitjes bij Timei gekocht. Pro4Agri verkocht deze vrachten door aan een Roemeense afnemer. Pro4Agri betaalde vooraf de met Timei overeengekomen koopprijs per vracht aan Timei. Timei zette vervolgens de betreffende vracht klaar, Pro4Agri regelde een vrachtwagen (wat inhield dat de Roemeense afnemer met zijn vrachtwagen kwam) en vervolgens werd de vrachtwagen geladen.
3.5
Op 17 maart 2023 is de tweede vracht op een vrachtwagen geladen en deze vracht is op 19 maart 2023 in Roemenië aangekomen.
3.6
Op 15 maart 2023 werd de derde vracht voor een bedrag van € 51.012,- door Pro4Agri bij Timei besteld.
3.7
Op 16 maart 2023 werd de vierde vracht voor een bedrag van € 36.885,60 door Pro4Agri bij Timei besteld. Timei stuurde via WhatsApp de facturen, waarop onder meer staat:
‘Condities : Exportkwalitei
N.A.k T borthy [bedoeld is worthy – hof]
(…)
Delivery : next week
Payment : before loading
(…)
Approved by : PD and NAK-T
FOT : Creil’
3.8
Daarna stuurde Pro4Agri voor de derde en vierde vracht inkooporders naar Timei waarop onder meer staat:
‘Aankoopbevestiging is geldig mits product voldoet aan afgesproken kwaliteit eisen/specificaties. Voor pootgoed telt de recente Rucip.’
3.9
De derde vracht zou op 21 maart 2023 afgeleverd worden.
3.10
Op 20 maart 2023 stuurde een medewerker van Pro4Agri via WhatsApp een bericht naar Timei waarin staat:
‘Mogge. Ben niet op kantoor. Maar kreeg door dat Mix truck is afgezegd. Reden prijs is aan het zakken’
3.11
Pro4Agri wilde daarmee de derde en vierde vracht annuleren. Verder is onder andere in de op die dag gewisselde WhatsApp-berichten te lezen:
‘[Timei]: Truck staat al ingepakt
[Pro4Agri]: Dat stond hij al toen je me de aanbieding stuurde neem ik aan. De klant heeft niet betaald dus wordt het een lastig verhaal’
3.12
Timei heeft Pro4Agri verzocht alsnog voor de vracht te betalen. Bij brief van 22 maart 2023 heeft Timei dit verzoek herhaald.
3.13
Op 29 maart 2023 heeft Pro4Agri per aangetekende brief kenbaar gemaakt de bestellingen te annuleren, omdat de vrachten niet aan de kwaliteitseisen zouden voldoen. In die brief staat onder meer:
“Bij deze wil Pro4Agri B.V. mededelen dat volgens de afspraken partij 00074.01 en 00075.01 annuleren. Zoals eerder aangegeven voldoen de producten (Plantenuien) niet aan de afgesproken kwaliteitseisen. Hierdoor maakt Pro4Agri B.V. gebruik van het annuleringsrecht, zoals aangegeven op de inkoopbevestiging.
De ondermaatse kwaliteit is te bevestigen doormiddel van de bijgevoegde afbeelding- en videomateriaal.”
3.14
Op 30 maart 2023 heeft Timei laten weten dat de plantuitjes aan de kwaliteitseisen van NAKT voldoen en dat noch de kwaliteit, noch de prijsdaling reden is voor ontbinding van de koopovereenkomst.
3.15
Op 31 maart heeft Pro4Agri via haar advocaat laten weten dat zij de plantuitjes heeft gekocht onder voorbehoud van akkoord en betaling van de Roemeense afnemer. Ook liet Pro4Agri aan Timei weten dat de eerder geleverde vrachten niet voldeden aan de overeengekomen specificaties, omdat ze niet allemaal de juiste maat hadden en dat dit de reden was waarom de Roemeense afnemer de derde en vierde vracht heeft geannuleerd.
3.16
Begin april 2023 hebben partijen contact gehad over een oplossing, maar die werd niet bereikt.
3.17
Op 12 april 2023 zijn partijen samengekomen om de plantuitjes te bekijken. Op 13 april 2023 heeft Pro4Agri onderzoeksbureau D-quality de plantuitjes laten beoordelen. Op 19 april 2023 is het rapport van D-quality naar Timei gestuurd. In dit rapport staat onder meer:
‘Conclusion: this shipment was not corresponding the product specification and is rejected due to the fact of several quality issues like extrenal spouting, decay, soil and some small stones. plus mixed other variety. Commercial problems and claim can be expected.’
3.18
In de brief van 19 april 2023 van Pro4Agri staat dat zij de overeenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden, voor zover er nog sprake zou zijn van een overeenkomst. Pro4Agri heeft de facturen van Timei niet betaald. Timei heeft de derde en vierde vracht plantuitjes eind april/begin mei 2023 voor € 21.582,- aan een derde partij verkocht.
4Procedure bij de rechtbank
4.1
Timei heeft in conventie een bedrag van € 62.434,42 gevorderd voor de openstaande facturen met de wettelijke handelsrente en daarnaast een bedrag van € 1.905,- aan buitengerechtelijke kosten met wettelijke rente en de proceskosten, waaronder de beslagkosten.
4.2
Pro4Agri heeft in reconventie de ontbinding van de overeenkomst tussen Pro4Agri en Timei gevorderd. Daarnaast heeft zij gevorderd om Timei te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 4.381,80 met wettelijke rente, indien en voor zover Pro4Agri in conventie geen beroep kan doen op verrekening en opheffing van het conservatoire beslag, met veroordeling van Timei in de proceskosten.
4.3
De rechtbank heeft de vorderingen van Timei in conventie toegewezen, de reconventionele vorderingen van Pro4Agri afgewezen en Pro4Agri in de proceskosten veroordeeld.
5Vorderingen in hoger beroep
5.1
Pro4Agri vordert vernietiging van het bestreden vonnis en dat het hof de vorderingen van Timei alsnog afwijst, althans de vorderingen van Pro4Agri alsnog toewijst, met uitzondering van de vordering tot opheffing van het door Timei gelegde beslag, met veroordeling van Timei in de rente en proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep.
5.2
Pro4Agri concludeert tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, zo nodig met aanvulling of verbetering van de rechtsgronden, althans Pro4Agri niet-ontvankelijk te verklaren, met veroordeling van Pro4Agri in de proceskosten.
6Boordeling in hoger beroep
6.1
Het gaat er in deze zaak om of Pro4Agri de koopovereenkomsten met Timei van twee vrachten plantuitjes heeft kunnen ontbinden, omdat deze zijn gesloten onder de voorwaarde dat de Roemeense afnemer van Pro4Agri haar heeft betaald. Verder is in geschil of Pro4Agri op tijd heeft geklaagd over vermeende kwaliteitsproblemen, en zo ja, of die kwaliteitsproblemen van dien aard zijn dat er sprake is van non-conformiteit van de plantuitjes.
6.2
De rechtbank heeft geoordeeld dat er niet is gecontracteerd onder de voorwaarde van betaling door de Roemeense afnemer. Daarnaast heeft zij geoordeeld dat Pro4Agri niet tijdig heeft geklaagd over de door haar gestelde gebreken van de plantuitjes. Pro4Agri komt met vijf grieven op tegen het oordeel van de rechtbank. Het hof zal eerst ingaan op de vraag of tussen Pro4Agri en Timei een ontbindende of opschortende voorwaarde is overeengekomen (grief 3). Daarna zal het hof ingaan op de gestelde gebreken van de plantuitjes en het daarmee samenhangende beroep op de klachtplicht (grief 1, 2 en 4).
Er is tussen Pro4Agri en Timei geen opschortende of ontbindende voorwaarde overeengekomen
6.3
De derde grief van Pro4Agri richt zich tegen het oordeel dat Pro4Agri en Timei geen voorbehoud van betaling door de Roemeense afnemer van Pro4Agri zijn overeengekomen. Deze grief faalt. Het hof licht dit hierna toe.
6.4
Volgens Pro4Agri zijn partijen een voorbehoud overeengekomen. Dat voorbehoud hield volgens haar in dat zij de overeenkomst zonder gevolgen kon beëindigen (mocht ‘annuleren’) indien haar Roemeense afnemer de overeengekomen koopprijs van de plantuitjes niet zou betalen. Pro4Agri voert ter onderbouwing van deze stelling aan dat op het erf van [betrokkene 1] is gesproken over de wijze waarop [betrokkene 1] met Roemeense afnemers zakendoet. Volgens Pro4Agri heeft [betrokkene 1] tegen [betrokkene 2] gezegd dat als hij met een Roemeen handelt de deal pas rond is als hij het geld op de bankrekening heeft staan. [betrokkene 1] zou daarbij volgens [betrokkene 2] hebben opgemerkt: ‘zorg dat zij eerst betalen dan verpakken en laden anders krijgen ze niets mee.’ [betrokkene 2] heeft vervolgens zijn kantoor bericht: ‘eerst moet het geld erop staan’. Daarnaast wijst Pro4Agri op de vermelding Payment before loading op de factuur van Timei en op de tussen partijen gevoerde WhatsAppcorrespondentie
6.5
Het hof stelt voorop dat bij de beantwoording van de vraag of partijen de door Pro4Agri bedoelde voorwaarde zijn overeengekomen, beslissend is welke betekenis zij in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Pro4Agri heeft ter zake van het bestaan van deze voorwaarde de stelplicht, en bij voldoende gemotiveerde betwisting, de bewijslast.
6.6
Het door Pro4Agri verdedigde standpunt komt erop neer dat Timei het risico draagt als een klant van Pro4Agri niet kan of wil betalen. Dit is – in ieder geval vanuit de positie van Timei – bepaald geen voor de hand liggende afspraak. Er moeten dus duidelijke aanwijzingen zijn dat deze afspraak toch is gemaakt, althans dat Pro4Agri er gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat dit het geval was.
6.7
Noch de orderbevestiging, noch de factuur, noch enig ander schriftelijk stuk bevat een bepaling met de strekking van het bedoelde voorbehoud van betaling, terwijl het voor een voor de rechtsverhouding zo wezenlijke afspraak voor de hand had gelegen om deze schriftelijk vast te leggen. Maar ook anderszins is van dit voorbehoud niet gebleken.
6.8
Uit de door Pro4Agri weergegeven inhoud van dat gesprek op het erf – die door Timei niet is betwist – kan niet meer worden afgeleid dan dat [betrokkene 1] heeft toegelicht hoe hij in de praktijk met Roemeense afnemers handelt en dat hij [betrokkene 2] heeft geadviseerd eenzelfde werkwijze te hanteren. Daaruit kan niet worden geconcludeerd dat Timei ermee heeft ingestemd dat haar aanspraak op nakoming afhankelijk zou zijn van de betalingsbereidheid van een derde, te weten de Roemeense afnemer van Pro4Agri, met andere woorden: dat onder een opschortende dan wel ontbindende voorwaarde van betaling is gecontracteerd. Pro4Agri heeft dat redelijkerwijs ook niet uit een dergelijk advies mogen afleiden.
6.9
Ook de vermelding Payment before loading op de factuur van Timei biedt geen steun voor het standpunt van Pro4Agri. Een beding dat betaling voor aflevering dient plaats te vinden, veronderstelt juist dat reeds een koopovereenkomst tot stand is gekomen, waarvan de uitvoering nog moet plaatsvinden. De vermelding Payment before loading verschaft Timei zekerheid van betaling voordat zij tot aflevering overgaat. Het gaat hier dus om een voorwaarde die geldt in de overeenkomst tussen Pro4Agri en Timei. Of de klanten van Pro4Agri wel of niet betalen staat daar buiten. Uit de vermelding op de factuur van Timei kan dus niet worden afgeleid dat sprake is van een tussen Timei en Pro4Agri gesloten overeenkomst onder een ontbindende of opschortende voorwaarde van betaling door de klant van Pro4Agri. De gang van zaken bij de eerste en tweede aflevering van de vrachten wijzen ook niet in de richting van het bestaan van zo’n ontbindende of opschortende voorwaarde. Uit die gang van zaken kan niet meer worden afgeleid dan dat aflevering plaatsvond door het laden van de vrachtwagens van de Roemeense afnemer nadat Timei door Pro4Agri was betaald.
6.10
Uit de overgelegde WhatsAppberichten van 13 maart 2023 waarop Pro4Agri zich beroept, en waar zij uit afleidt dat partijen onder een voorbehoud van betaling hebben gecontracteerd, blijkt niet meer dan dat betaling door Pro4Agri plaats diende te vinden voordat tot belading van de vrachtwagens werd overgegaan. Zo bericht Pro4Agri aan Timei ‘Begreep dat de 1e betaling al gedaan was’. Waarop Timei antwoordt ‘Klopt’. Waarop Pro4Agri antwoordt: ‘top’. Waarna Timei niet veel later bericht ‘Plantuitjes: Vracht is gone’. Deze correspondentie biedt geen aanknopingspunten voor het standpunt van Pro4Agri dat partijen zijn overeengekomen dat de koopovereenkomsten zelf afhankelijk waren van betaling door de Roemeense afnemer van Pro4Agri.
6.11
De slotsom is dat de door Pro4Agri aangevoerde omstandigheden, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang beschouwd, onvoldoende zijn om aan te nemen dat Pro4Agri er gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat zij met Timei een opschortende danwel ontbindende voorwaarde was overeengekomen, die inhield dat de koopovereenkomst pas tot stand kwam bij betaling door de Roemeense klanten van Pro4Agri of kon worden ontbonden als die klanten niet betaalden.
Pro4Agri heeft haar klachtplicht geschonden
6.12
Met haar eerste en tweede grief klaagt Pro4Agri erover dat de rechtbank ten onrechte de klachtplichtbepalingen (art. 6:89 en art. 7:23 BW) heeft toegepast en heeft geoordeeld dat Pro4Agri niet binnen bekwame tijd heeft geklaagd over de gestelde non-conformiteit van de plantuitjes. De grieven falen. Het hof licht dit toe. Nu het geschil betrekking heeft op een koopovereenkomst, is de daarop toegesneden bepaling van art. 7:23 BW van toepassing.
Risico van de plantuitjes is op Pro4Agri overgegaan
6.13
Het hof volgt Pro4Agri niet in haar betoog dat de klachtplicht toepassing mist omdat de plantuitjes niet aan haar zijn afgeleverd door Timei. Uit de inkooporders van de derde en vierde vracht volgt dat deze vrachten op 21 maart 2023 zouden worden afgeleverd. Vaststaat dat Timei de plantuitjes op die datum gereed had staan voor aflevering. De plantuitjes zijn echter niet afgeleverd omdat betaling door Pro4Agri uitbleef, hoewel partijen waren overeengekomen dat Pro4Agri zou betalen voor aflevering (Payment for delivery). Daarmee heeft Pro4Agri niet meegewerkt aan de aflevering, zodat het risico van de plantuitjes op grond van art. 7:10 lid 2 BW op dat moment op haar is overgegaan. Het hof merkt hierbij op dat tegen het oordeel van de rechtbank dat het risico op die grond op Pro4Agri is overgegaan, geen voldoende kenbare grief is gericht. Voor zover Pro4Agri betoogt dat het risico niet op haar is overgegaan, omdat haar Roemeense klant niet betaalde, faalt dat betoog op de gronden die het hof hiervoor bij de bespreking van de derde grief van Pro4Agri heeft uiteengezet. Partijen zijn immers niet overeengekomen dat de betalingsverplichting van Pro4Agri jegens Timei afhankelijk was van betaling door haar Roemeense afnemer.
Pro4Agri heeft niet tijdig onderzocht en geklaagd over de conditie van de plantuitjes
6.14
Vanaf het moment waarop het risico op Pro4Agri was overgegaan, rustte op haar de verplichting om de gereedstaande plantuitjes binnen bekwame tijd te (doen) onderzoeken en vervolgens eventuele gebreken binnen bekwame tijd aan Timei kenbaar te maken. Het hof dient daarom te beoordelen of Pro4Agri dat tijdig heeft gedaan.
6.15
Uit het WhatsAppbericht van Pro4Agri van 20 maart 2023 volgt dat zij de derde en vierde vracht aanvankelijk uitsluitend heeft willen annuleren vanwege de prijsdaling. Volgens Pro4Agri heeft zij vervolgens tijdens een gesprek op 23 maart 2023 alsnog en daarmee tijdig over de kwaliteit van de plantuitjes geklaagd. Uit de verklaringen waarop Pro4Agri zich beroept, volgt evenwel niet dat toen over concrete gebreken aan de derde en vierde vrachtplantuitjes is gesproken. Integendeel, uit de verklaring van [betrokkene 1] tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg volgt dat [betrokkene 2] destijds ‘weinig inging op de problematiek rond de kwaliteit’. Het gesprek van 23 maart 2023 kan daarom niet worden aangemerkt als een klacht in de zin van art. 7:23 BW.
6.16
Hetzelfde geldt voor de brieven van 29 maart 2023 en 31 maart 2023. Uit de eigen stelling van Pro4Agri volgt immers dat zij de derde en vierde vracht pas op 12 april 2023 heeft kunnen inspecteren. De klachten in die brieven kunnen daarom geen betrekking hebben gehad op die vrachten, maar uitsluitend op de eerder afgeleverde eerste en tweede vracht. Timei hoefde deze brieven dan ook niet op te vatten als klachten over de derde en vierde vracht, temeer nu Pro4Agri die vrachten juist niet wilde afnemen en de overeenkomsten met betrekking tot die vrachten wenste te annuleren. De kwaliteit van de eerste en tweede vracht is in deze procedure niet aan de orde.
6.17
De kwaliteit van de derde en vierde partij plantuitjes is pas onderwerp van discussie geworden tijdens de gezamenlijke inspectie van Pro4Agri en Timei op 12 april 2023. DQuality heeft de plantuitjes vervolgens op 13 april 2023 onderzocht. Pas bij brief van 19 april 2023 heeft Pro4Agri, onder verwijzing naar het rapport van D-Quality, een onderbouwde klacht bij Timei ingediend. D-Quality maakt een onderscheid tussen klachten over de conditie van de plantuitjes en kwaliteitsdefecten, waarmee met het eerste wordt gedoeld op bederf en spruiting van de plantuitjes en met het tweede op de aanwezigheid van vreemde stoffen zoals aarde, stenen en een dode muis, en een onjuiste maat van de plantuitjes. Het hof maakt hierna ook onderscheid tussen enerzijds klachten over de conditie van de plantuitjes en anderzijds klachten over gestelde kwaliteitsdefecten bij zijn beoordeling of tijdig is geklaagd door Pro4Agri.
6.18
Voor zover de klachten betrekking hebben op de conditie van de plantuitjes, is het hof met de rechtbank van oordeel dat Pro4Agri haar onderzoeks- en klachtplicht heeft geschonden. Bij agrarische producten die door tijdsverloop aan kwaliteitsverlies onderhevig zijn, is een spoedig onderzoek essentieel, omdat de kwaliteit moet worden beoordeeld naar het moment van de (beoogde) aflevering. Tijdsverloop tussen dat moment en de inspectie komt in beginsel voor risico van de koper. In dit geval vond de inspectie plaats op 12 april 2023, ruim drie weken na de beoogde aflevering op 21 maart 2023. Timei werd bij brief van 19 april 2023 voor het eerst met een voldoende concrete klacht geconfronteerd, ruim vier weken na de beoogde aflevering. Naar het oordeel van het hof heeft Pro4Agri daarmee zowel te laat onderzocht als te laat geklaagd. Immers, niet kan worden uitgesloten dat de conditie van plantuitjes over een periode van ruim drie weken achteruit gaat. Timei zou dan in een nadelige (bewijs)positie komen te verkeren als het Pro4Agri niettemin zou worden toegestaan alsnog te mogen klagen over de conditie van de plantuitjes.
6.19
Daar komt bij dat plantuitjes door tijdverloop niet alleen in kwaliteit achteruitgaan, maar ook onderhevig zijn aan fluctuerende en tegen het einde van het seizoen vaak dalende dagprijzen Een spoedige melding van eventuele gebreken stelt de verkoper in staat zijn schade te beperken. Dat geldt temeer tegen het einde van het reguliere verkoopseizoen, zoals in dit geval. Het hof onderschrijft daarom het oordeel van de rechtbank dat Pro4Agri niet tijdig heeft geklaagd en het recht heeft verloren zich erop te beroepen dat de plantuitjes niet aan de overeenkomst beantwoordden voor zover haar klachten betrekking hebben op de conditie van de plantuitjes. Daaraan doet niet af dat Timei zich op het standpunt stelt dat de plantuitjes ook op 13 april 2023 nog aan de NAKT-eisen voldeden. De klachtplicht rust immers op de koper, ongeacht of de verkoper de gestelde non-conformiteit erkent of betwist.
Pro4Agri kan zich niet beroepen op non-conformiteit voor wat betreft kwaliteitsdefecten van de plantuitjes
6.20
Anders ligt dit voor de gestelde kwaliteitsdefecten, bestaande uit de gestelde aanwezigheid van stenen, aarde, een dode muis en afwijkingen in de maatvoering. Deze gestelde gebreken zijn in beginsel niet of aanzienlijk minder afhankelijk van tijdsverloop en konden ook na enige tijd nog door Timei worden onderzocht. Het hof is daarom van oordeel dat Pro4Agri tijdig over deze gestelde defecten heeft geklaagd.
6.21
Dit kan Pro4Agri evenwel niet baten. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien dat de gestelde aanwezigheid van (enkele) stenen, aarde of een dode muis, of afwijkingen in de maatvoering meebrengt dat de plantuitjes niet voldeden aan de overeengekomen exportkwaliteit (NAKT-waardig) of daardoor ongeschikt waren voor normaal gebruik als plantuitjes. Evenmin heeft Pro4Agri toegelicht waarom deze gestelde gebreken voor haar Roemeens afnemer aanleiding zouden vormen de plantuitjes af te keuren. Redenen waarom het beroep van Pro4Agri op non-conformiteit ten aanzien van de gestelde defecten niet kan slagen. Grief 4 faalt.
Pro4Agri komt geen beroep toe op 6:248 lid 2 BW
6.22
Ook het beroep van Pro4Agri op art. 6:248 lid 2 BW faalt. Dat Timei de plantuitjes onder zich had en zelf onderzoek had kunnen verrichten, maakt niet dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Timei zich beroept op een schending van de klachtplicht door Pro4Agri. Het lag immers eerst en vooral op de weg van Pro4Agri om de kwaliteit van de plantuitjes te controleren.
Conclusie en proceskosten
6.23
Nu de de eerste tot en met de vierde grief falen, blijft het vonnis van de rechtbank in stand. Daarmee faalt ook de vijfde grief van Pro4Agri , die is gericht tegen de toewijzing van de vorderingen van Timei.
6.24
De conclusie is dat het hoger beroep van Pro4Agri niet slaagt. Daarom zal het hof het vonnis van de rechtbank Den Haag van 6 maart 2024 bekrachtigen.
6.25
Het hof zal Pro4Agri als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep (inclusief nakosten).
Het hof begroot de proceskosten in hoger beroep aan de zijde van Timei op:griffierecht € 2.175,-salaris advocaat € 4.704,- (2 punten × tarief IV)nakosten € 189,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)Totaal € 7.068,-
7Beslissing
Het hof:
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Den Haag van 6 maart 2024;
veroordeelt Pro4Agri in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Timei begroot op € 7.068,-;
bepaalt dat als Pro4Agri niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, Pro4Agri de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-;
verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mr. G.J.M. Verburg, mr. R.S. van Coevorden en mr. D.A. Schreuder en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026 in aanwezigheid van de griffier.
Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.343.012/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : C/09/647895 / HA ZA 23-457
Arrest van 4 augustus 2026
in de zaak van
Pro4Agri B.V.,
gevestigd in Delft,
appellante,
advocaat: mr. P. Koeslag, kantoorhoudend in Schijndel,
tegen
Timei B.V.,
gevestigd in gemeente Noordoostpolder,
geïntimeerde,
advocaat: mr. V.C. Hofman, kantoorhoudend in Middelharnis.
Het hof noemt partijen hierna Pro4Agri en Timei.
1De zaak in het kort
1.1
Pro4Agri heeft twee vrachten plantuitjes gekocht van Timei. Timei heeft in deze procedure de betaling van de plantuitjes gevorderd. Pro4Agri heeft aangevoerd dat zij de plantuitjes niet hoefde af te nemen, omdat haar Roemeense afnemer niet betaalde, en zij onder voorwaarde van die betaling met Timei had gecontracteerd. Daarnaast beroept Pro4Agri zich erop dat de kwaliteit van de plantuitjes onvoldoende was.
1.2
Het hof komt tot het oordeel dat niet is gebleken dat de overeenkomst is gesloten onder de door Pro4Agri gestelde voorwaarde, zodat Pro4Agri daar geen beroep op kan doen. Wat betreft de gebreken van de uitjes oordeelt het hof dat Pro4Agri hierover hetzij te laat heeft geklaagd (spruiting, bederf), hetzij onvoldoende heeft toegelicht dat de plantuitjes daardoor niet aan de overeenkomst voldeden (vervuiling, verschillende maten). Pro4Agri moet daarom de facturen van Timei betalen.
2Procesverloop in hoger beroep
2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
de dagvaarding van 31 mei 2024, waarmee Pro4Agri in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 6 maart 2024;
het arrest van dit hof van 30 juli 2024, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 26 september 2024;
de memorie van grieven van Timei, met producties;
de memorie van antwoord van Pro4Agri, met producties.
2.2
Op 26 mei 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd. Van de mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt.
3Feitelijke achtergrond
3.1
De rechtbank heeft de vaststaande feiten vermeld in rov. 2.1 tot en met 2.5 van haar vonnis. Die feiten zijn tussen partijen niet in geschil, zodat het hof ook van die feiten uitgaat. Het gaat voor zover in dit hoger beroep van belang om het volgende.
3.2
Timei is actief in de handel van geteelde producten, waaronder eerstejaars plantuitjes. Pro4Agri is een onderneming gericht op de handel in voornamelijk aardappels.
3.3
Begin maart 2023 kwamen partijen met elkaar in contact over de verkoop en koop van eerstejaars plantuitjes. De communicatie tussen partijen verliep hoofdzakelijk telefonisch en via WhatsApp.
3.4
Pro4Agri heeft aanvankelijk twee vrachten plantuitjes bij Timei gekocht. Pro4Agri verkocht deze vrachten door aan een Roemeense afnemer. Pro4Agri betaalde vooraf de met Timei overeengekomen koopprijs per vracht aan Timei. Timei zette vervolgens de betreffende vracht klaar, Pro4Agri regelde een vrachtwagen (wat inhield dat de Roemeense afnemer met zijn vrachtwagen kwam) en vervolgens werd de vrachtwagen geladen.
3.5
Op 17 maart 2023 is de tweede vracht op een vrachtwagen geladen en deze vracht is op 19 maart 2023 in Roemenië aangekomen.
3.6
Op 15 maart 2023 werd de derde vracht voor een bedrag van € 51.012,- door Pro4Agri bij Timei besteld.
3.7
Op 16 maart 2023 werd de vierde vracht voor een bedrag van € 36.885,60 door Pro4Agri bij Timei besteld. Timei stuurde via WhatsApp de facturen, waarop onder meer staat:
‘Condities : Exportkwalitei
N.A.k T borthy [bedoeld is worthy – hof]
(…)
Delivery : next week
Payment : before loading
(…)
Approved by : PD and NAK-T
FOT : Creil’
3.8
Daarna stuurde Pro4Agri voor de derde en vierde vracht inkooporders naar Timei waarop onder meer staat:
‘Aankoopbevestiging is geldig mits product voldoet aan afgesproken kwaliteit eisen/specificaties. Voor pootgoed telt de recente Rucip.’
3.9
De derde vracht zou op 21 maart 2023 afgeleverd worden.
3.10
Op 20 maart 2023 stuurde een medewerker van Pro4Agri via WhatsApp een bericht naar Timei waarin staat:
‘Mogge. Ben niet op kantoor. Maar kreeg door dat Mix truck is afgezegd. Reden prijs is aan het zakken’
3.11
Pro4Agri wilde daarmee de derde en vierde vracht annuleren. Verder is onder andere in de op die dag gewisselde WhatsApp-berichten te lezen:
‘[Timei]: Truck staat al ingepakt
[Pro4Agri]: Dat stond hij al toen je me de aanbieding stuurde neem ik aan. De klant heeft niet betaald dus wordt het een lastig verhaal’
3.12
Timei heeft Pro4Agri verzocht alsnog voor de vracht te betalen. Bij brief van 22 maart 2023 heeft Timei dit verzoek herhaald.
3.13
Op 29 maart 2023 heeft Pro4Agri per aangetekende brief kenbaar gemaakt de bestellingen te annuleren, omdat de vrachten niet aan de kwaliteitseisen zouden voldoen. In die brief staat onder meer:
“Bij deze wil Pro4Agri B.V. mededelen dat volgens de afspraken partij 00074.01 en 00075.01 annuleren. Zoals eerder aangegeven voldoen de producten (Plantenuien) niet aan de afgesproken kwaliteitseisen. Hierdoor maakt Pro4Agri B.V. gebruik van het annuleringsrecht, zoals aangegeven op de inkoopbevestiging.
De ondermaatse kwaliteit is te bevestigen doormiddel van de bijgevoegde afbeelding- en videomateriaal.”
3.14
Op 30 maart 2023 heeft Timei laten weten dat de plantuitjes aan de kwaliteitseisen van NAKT voldoen en dat noch de kwaliteit, noch de prijsdaling reden is voor ontbinding van de koopovereenkomst.
3.15
Op 31 maart heeft Pro4Agri via haar advocaat laten weten dat zij de plantuitjes heeft gekocht onder voorbehoud van akkoord en betaling van de Roemeense afnemer. Ook liet Pro4Agri aan Timei weten dat de eerder geleverde vrachten niet voldeden aan de overeengekomen specificaties, omdat ze niet allemaal de juiste maat hadden en dat dit de reden was waarom de Roemeense afnemer de derde en vierde vracht heeft geannuleerd.
3.16
Begin april 2023 hebben partijen contact gehad over een oplossing, maar die werd niet bereikt.
3.17
Op 12 april 2023 zijn partijen samengekomen om de plantuitjes te bekijken. Op 13 april 2023 heeft Pro4Agri onderzoeksbureau D-quality de plantuitjes laten beoordelen. Op 19 april 2023 is het rapport van D-quality naar Timei gestuurd. In dit rapport staat onder meer:
‘Conclusion: this shipment was not corresponding the product specification and is rejected due to the fact of several quality issues like extrenal spouting, decay, soil and some small stones. plus mixed other variety. Commercial problems and claim can be expected.’
3.18
In de brief van 19 april 2023 van Pro4Agri staat dat zij de overeenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden, voor zover er nog sprake zou zijn van een overeenkomst. Pro4Agri heeft de facturen van Timei niet betaald. Timei heeft de derde en vierde vracht plantuitjes eind april/begin mei 2023 voor € 21.582,- aan een derde partij verkocht.
4Procedure bij de rechtbank
4.1
Timei heeft in conventie een bedrag van € 62.434,42 gevorderd voor de openstaande facturen met de wettelijke handelsrente en daarnaast een bedrag van € 1.905,- aan buitengerechtelijke kosten met wettelijke rente en de proceskosten, waaronder de beslagkosten.
4.2
Pro4Agri heeft in reconventie de ontbinding van de overeenkomst tussen Pro4Agri en Timei gevorderd. Daarnaast heeft zij gevorderd om Timei te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 4.381,80 met wettelijke rente, indien en voor zover Pro4Agri in conventie geen beroep kan doen op verrekening en opheffing van het conservatoire beslag, met veroordeling van Timei in de proceskosten.
4.3
De rechtbank heeft de vorderingen van Timei in conventie toegewezen, de reconventionele vorderingen van Pro4Agri afgewezen en Pro4Agri in de proceskosten veroordeeld.
5Vorderingen in hoger beroep
5.1
Pro4Agri vordert vernietiging van het bestreden vonnis en dat het hof de vorderingen van Timei alsnog afwijst, althans de vorderingen van Pro4Agri alsnog toewijst, met uitzondering van de vordering tot opheffing van het door Timei gelegde beslag, met veroordeling van Timei in de rente en proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep.
5.2
Pro4Agri concludeert tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, zo nodig met aanvulling of verbetering van de rechtsgronden, althans Pro4Agri niet-ontvankelijk te verklaren, met veroordeling van Pro4Agri in de proceskosten.
6Boordeling in hoger beroep
6.1
Het gaat er in deze zaak om of Pro4Agri de koopovereenkomsten met Timei van twee vrachten plantuitjes heeft kunnen ontbinden, omdat deze zijn gesloten onder de voorwaarde dat de Roemeense afnemer van Pro4Agri haar heeft betaald. Verder is in geschil of Pro4Agri op tijd heeft geklaagd over vermeende kwaliteitsproblemen, en zo ja, of die kwaliteitsproblemen van dien aard zijn dat er sprake is van non-conformiteit van de plantuitjes.
6.2
De rechtbank heeft geoordeeld dat er niet is gecontracteerd onder de voorwaarde van betaling door de Roemeense afnemer. Daarnaast heeft zij geoordeeld dat Pro4Agri niet tijdig heeft geklaagd over de door haar gestelde gebreken van de plantuitjes. Pro4Agri komt met vijf grieven op tegen het oordeel van de rechtbank. Het hof zal eerst ingaan op de vraag of tussen Pro4Agri en Timei een ontbindende of opschortende voorwaarde is overeengekomen (grief 3). Daarna zal het hof ingaan op de gestelde gebreken van de plantuitjes en het daarmee samenhangende beroep op de klachtplicht (grief 1, 2 en 4).
Er is tussen Pro4Agri en Timei geen opschortende of ontbindende voorwaarde overeengekomen
6.3
De derde grief van Pro4Agri richt zich tegen het oordeel dat Pro4Agri en Timei geen voorbehoud van betaling door de Roemeense afnemer van Pro4Agri zijn overeengekomen. Deze grief faalt. Het hof licht dit hierna toe.
6.4
Volgens Pro4Agri zijn partijen een voorbehoud overeengekomen. Dat voorbehoud hield volgens haar in dat zij de overeenkomst zonder gevolgen kon beëindigen (mocht ‘annuleren’) indien haar Roemeense afnemer de overeengekomen koopprijs van de plantuitjes niet zou betalen. Pro4Agri voert ter onderbouwing van deze stelling aan dat op het erf van [betrokkene 1] is gesproken over de wijze waarop [betrokkene 1] met Roemeense afnemers zakendoet. Volgens Pro4Agri heeft [betrokkene 1] tegen [betrokkene 2] gezegd dat als hij met een Roemeen handelt de deal pas rond is als hij het geld op de bankrekening heeft staan. [betrokkene 1] zou daarbij volgens [betrokkene 2] hebben opgemerkt: ‘zorg dat zij eerst betalen dan verpakken en laden anders krijgen ze niets mee.’ [betrokkene 2] heeft vervolgens zijn kantoor bericht: ‘eerst moet het geld erop staan’. Daarnaast wijst Pro4Agri op de vermelding Payment before loading op de factuur van Timei en op de tussen partijen gevoerde WhatsAppcorrespondentie
6.5
Het hof stelt voorop dat bij de beantwoording van de vraag of partijen de door Pro4Agri bedoelde voorwaarde zijn overeengekomen, beslissend is welke betekenis zij in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Pro4Agri heeft ter zake van het bestaan van deze voorwaarde de stelplicht, en bij voldoende gemotiveerde betwisting, de bewijslast.
6.6
Het door Pro4Agri verdedigde standpunt komt erop neer dat Timei het risico draagt als een klant van Pro4Agri niet kan of wil betalen. Dit is – in ieder geval vanuit de positie van Timei – bepaald geen voor de hand liggende afspraak. Er moeten dus duidelijke aanwijzingen zijn dat deze afspraak toch is gemaakt, althans dat Pro4Agri er gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat dit het geval was.
6.7
Noch de orderbevestiging, noch de factuur, noch enig ander schriftelijk stuk bevat een bepaling met de strekking van het bedoelde voorbehoud van betaling, terwijl het voor een voor de rechtsverhouding zo wezenlijke afspraak voor de hand had gelegen om deze schriftelijk vast te leggen. Maar ook anderszins is van dit voorbehoud niet gebleken.
6.8
Uit de door Pro4Agri weergegeven inhoud van dat gesprek op het erf – die door Timei niet is betwist – kan niet meer worden afgeleid dan dat [betrokkene 1] heeft toegelicht hoe hij in de praktijk met Roemeense afnemers handelt en dat hij [betrokkene 2] heeft geadviseerd eenzelfde werkwijze te hanteren. Daaruit kan niet worden geconcludeerd dat Timei ermee heeft ingestemd dat haar aanspraak op nakoming afhankelijk zou zijn van de betalingsbereidheid van een derde, te weten de Roemeense afnemer van Pro4Agri, met andere woorden: dat onder een opschortende dan wel ontbindende voorwaarde van betaling is gecontracteerd. Pro4Agri heeft dat redelijkerwijs ook niet uit een dergelijk advies mogen afleiden.
6.9
Ook de vermelding Payment before loading op de factuur van Timei biedt geen steun voor het standpunt van Pro4Agri. Een beding dat betaling voor aflevering dient plaats te vinden, veronderstelt juist dat reeds een koopovereenkomst tot stand is gekomen, waarvan de uitvoering nog moet plaatsvinden. De vermelding Payment before loading verschaft Timei zekerheid van betaling voordat zij tot aflevering overgaat. Het gaat hier dus om een voorwaarde die geldt in de overeenkomst tussen Pro4Agri en Timei. Of de klanten van Pro4Agri wel of niet betalen staat daar buiten. Uit de vermelding op de factuur van Timei kan dus niet worden afgeleid dat sprake is van een tussen Timei en Pro4Agri gesloten overeenkomst onder een ontbindende of opschortende voorwaarde van betaling door de klant van Pro4Agri. De gang van zaken bij de eerste en tweede aflevering van de vrachten wijzen ook niet in de richting van het bestaan van zo’n ontbindende of opschortende voorwaarde. Uit die gang van zaken kan niet meer worden afgeleid dan dat aflevering plaatsvond door het laden van de vrachtwagens van de Roemeense afnemer nadat Timei door Pro4Agri was betaald.
6.10
Uit de overgelegde WhatsAppberichten van 13 maart 2023 waarop Pro4Agri zich beroept, en waar zij uit afleidt dat partijen onder een voorbehoud van betaling hebben gecontracteerd, blijkt niet meer dan dat betaling door Pro4Agri plaats diende te vinden voordat tot belading van de vrachtwagens werd overgegaan. Zo bericht Pro4Agri aan Timei ‘Begreep dat de 1e betaling al gedaan was’. Waarop Timei antwoordt ‘Klopt’. Waarop Pro4Agri antwoordt: ‘top’. Waarna Timei niet veel later bericht ‘Plantuitjes: Vracht is gone’. Deze correspondentie biedt geen aanknopingspunten voor het standpunt van Pro4Agri dat partijen zijn overeengekomen dat de koopovereenkomsten zelf afhankelijk waren van betaling door de Roemeense afnemer van Pro4Agri.
6.11
De slotsom is dat de door Pro4Agri aangevoerde omstandigheden, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang beschouwd, onvoldoende zijn om aan te nemen dat Pro4Agri er gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat zij met Timei een opschortende danwel ontbindende voorwaarde was overeengekomen, die inhield dat de koopovereenkomst pas tot stand kwam bij betaling door de Roemeense klanten van Pro4Agri of kon worden ontbonden als die klanten niet betaalden.
Pro4Agri heeft haar klachtplicht geschonden
6.12
Met haar eerste en tweede grief klaagt Pro4Agri erover dat de rechtbank ten onrechte de klachtplichtbepalingen (art. 6:89 en art. 7:23 BW) heeft toegepast en heeft geoordeeld dat Pro4Agri niet binnen bekwame tijd heeft geklaagd over de gestelde non-conformiteit van de plantuitjes. De grieven falen. Het hof licht dit toe. Nu het geschil betrekking heeft op een koopovereenkomst, is de daarop toegesneden bepaling van art. 7:23 BW van toepassing.
Risico van de plantuitjes is op Pro4Agri overgegaan
6.13
Het hof volgt Pro4Agri niet in haar betoog dat de klachtplicht toepassing mist omdat de plantuitjes niet aan haar zijn afgeleverd door Timei. Uit de inkooporders van de derde en vierde vracht volgt dat deze vrachten op 21 maart 2023 zouden worden afgeleverd. Vaststaat dat Timei de plantuitjes op die datum gereed had staan voor aflevering. De plantuitjes zijn echter niet afgeleverd omdat betaling door Pro4Agri uitbleef, hoewel partijen waren overeengekomen dat Pro4Agri zou betalen voor aflevering (Payment for delivery). Daarmee heeft Pro4Agri niet meegewerkt aan de aflevering, zodat het risico van de plantuitjes op grond van art. 7:10 lid 2 BW op dat moment op haar is overgegaan. Het hof merkt hierbij op dat tegen het oordeel van de rechtbank dat het risico op die grond op Pro4Agri is overgegaan, geen voldoende kenbare grief is gericht. Voor zover Pro4Agri betoogt dat het risico niet op haar is overgegaan, omdat haar Roemeense klant niet betaalde, faalt dat betoog op de gronden die het hof hiervoor bij de bespreking van de derde grief van Pro4Agri heeft uiteengezet. Partijen zijn immers niet overeengekomen dat de betalingsverplichting van Pro4Agri jegens Timei afhankelijk was van betaling door haar Roemeense afnemer.
Pro4Agri heeft niet tijdig onderzocht en geklaagd over de conditie van de plantuitjes
6.14
Vanaf het moment waarop het risico op Pro4Agri was overgegaan, rustte op haar de verplichting om de gereedstaande plantuitjes binnen bekwame tijd te (doen) onderzoeken en vervolgens eventuele gebreken binnen bekwame tijd aan Timei kenbaar te maken. Het hof dient daarom te beoordelen of Pro4Agri dat tijdig heeft gedaan.
6.15
Uit het WhatsAppbericht van Pro4Agri van 20 maart 2023 volgt dat zij de derde en vierde vracht aanvankelijk uitsluitend heeft willen annuleren vanwege de prijsdaling. Volgens Pro4Agri heeft zij vervolgens tijdens een gesprek op 23 maart 2023 alsnog en daarmee tijdig over de kwaliteit van de plantuitjes geklaagd. Uit de verklaringen waarop Pro4Agri zich beroept, volgt evenwel niet dat toen over concrete gebreken aan de derde en vierde vrachtplantuitjes is gesproken. Integendeel, uit de verklaring van [betrokkene 1] tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg volgt dat [betrokkene 2] destijds ‘weinig inging op de problematiek rond de kwaliteit’. Het gesprek van 23 maart 2023 kan daarom niet worden aangemerkt als een klacht in de zin van art. 7:23 BW.
6.16
Hetzelfde geldt voor de brieven van 29 maart 2023 en 31 maart 2023. Uit de eigen stelling van Pro4Agri volgt immers dat zij de derde en vierde vracht pas op 12 april 2023 heeft kunnen inspecteren. De klachten in die brieven kunnen daarom geen betrekking hebben gehad op die vrachten, maar uitsluitend op de eerder afgeleverde eerste en tweede vracht. Timei hoefde deze brieven dan ook niet op te vatten als klachten over de derde en vierde vracht, temeer nu Pro4Agri die vrachten juist niet wilde afnemen en de overeenkomsten met betrekking tot die vrachten wenste te annuleren. De kwaliteit van de eerste en tweede vracht is in deze procedure niet aan de orde.
6.17
De kwaliteit van de derde en vierde partij plantuitjes is pas onderwerp van discussie geworden tijdens de gezamenlijke inspectie van Pro4Agri en Timei op 12 april 2023. DQuality heeft de plantuitjes vervolgens op 13 april 2023 onderzocht. Pas bij brief van 19 april 2023 heeft Pro4Agri, onder verwijzing naar het rapport van D-Quality, een onderbouwde klacht bij Timei ingediend. D-Quality maakt een onderscheid tussen klachten over de conditie van de plantuitjes en kwaliteitsdefecten, waarmee met het eerste wordt gedoeld op bederf en spruiting van de plantuitjes en met het tweede op de aanwezigheid van vreemde stoffen zoals aarde, stenen en een dode muis, en een onjuiste maat van de plantuitjes. Het hof maakt hierna ook onderscheid tussen enerzijds klachten over de conditie van de plantuitjes en anderzijds klachten over gestelde kwaliteitsdefecten bij zijn beoordeling of tijdig is geklaagd door Pro4Agri.
6.18
Voor zover de klachten betrekking hebben op de conditie van de plantuitjes, is het hof met de rechtbank van oordeel dat Pro4Agri haar onderzoeks- en klachtplicht heeft geschonden. Bij agrarische producten die door tijdsverloop aan kwaliteitsverlies onderhevig zijn, is een spoedig onderzoek essentieel, omdat de kwaliteit moet worden beoordeeld naar het moment van de (beoogde) aflevering. Tijdsverloop tussen dat moment en de inspectie komt in beginsel voor risico van de koper. In dit geval vond de inspectie plaats op 12 april 2023, ruim drie weken na de beoogde aflevering op 21 maart 2023. Timei werd bij brief van 19 april 2023 voor het eerst met een voldoende concrete klacht geconfronteerd, ruim vier weken na de beoogde aflevering. Naar het oordeel van het hof heeft Pro4Agri daarmee zowel te laat onderzocht als te laat geklaagd. Immers, niet kan worden uitgesloten dat de conditie van plantuitjes over een periode van ruim drie weken achteruit gaat. Timei zou dan in een nadelige (bewijs)positie komen te verkeren als het Pro4Agri niettemin zou worden toegestaan alsnog te mogen klagen over de conditie van de plantuitjes.
6.19
Daar komt bij dat plantuitjes door tijdverloop niet alleen in kwaliteit achteruitgaan, maar ook onderhevig zijn aan fluctuerende en tegen het einde van het seizoen vaak dalende dagprijzen Een spoedige melding van eventuele gebreken stelt de verkoper in staat zijn schade te beperken. Dat geldt temeer tegen het einde van het reguliere verkoopseizoen, zoals in dit geval. Het hof onderschrijft daarom het oordeel van de rechtbank dat Pro4Agri niet tijdig heeft geklaagd en het recht heeft verloren zich erop te beroepen dat de plantuitjes niet aan de overeenkomst beantwoordden voor zover haar klachten betrekking hebben op de conditie van de plantuitjes. Daaraan doet niet af dat Timei zich op het standpunt stelt dat de plantuitjes ook op 13 april 2023 nog aan de NAKT-eisen voldeden. De klachtplicht rust immers op de koper, ongeacht of de verkoper de gestelde non-conformiteit erkent of betwist.
Pro4Agri kan zich niet beroepen op non-conformiteit voor wat betreft kwaliteitsdefecten van de plantuitjes
6.20
Anders ligt dit voor de gestelde kwaliteitsdefecten, bestaande uit de gestelde aanwezigheid van stenen, aarde, een dode muis en afwijkingen in de maatvoering. Deze gestelde gebreken zijn in beginsel niet of aanzienlijk minder afhankelijk van tijdsverloop en konden ook na enige tijd nog door Timei worden onderzocht. Het hof is daarom van oordeel dat Pro4Agri tijdig over deze gestelde defecten heeft geklaagd.
6.21
Dit kan Pro4Agri evenwel niet baten. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien dat de gestelde aanwezigheid van (enkele) stenen, aarde of een dode muis, of afwijkingen in de maatvoering meebrengt dat de plantuitjes niet voldeden aan de overeengekomen exportkwaliteit (NAKT-waardig) of daardoor ongeschikt waren voor normaal gebruik als plantuitjes. Evenmin heeft Pro4Agri toegelicht waarom deze gestelde gebreken voor haar Roemeens afnemer aanleiding zouden vormen de plantuitjes af te keuren. Redenen waarom het beroep van Pro4Agri op non-conformiteit ten aanzien van de gestelde defecten niet kan slagen. Grief 4 faalt.
Pro4Agri komt geen beroep toe op 6:248 lid 2 BW
6.22
Ook het beroep van Pro4Agri op art. 6:248 lid 2 BW faalt. Dat Timei de plantuitjes onder zich had en zelf onderzoek had kunnen verrichten, maakt niet dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Timei zich beroept op een schending van de klachtplicht door Pro4Agri. Het lag immers eerst en vooral op de weg van Pro4Agri om de kwaliteit van de plantuitjes te controleren.
Conclusie en proceskosten
6.23
Nu de de eerste tot en met de vierde grief falen, blijft het vonnis van de rechtbank in stand. Daarmee faalt ook de vijfde grief van Pro4Agri , die is gericht tegen de toewijzing van de vorderingen van Timei.
6.24
De conclusie is dat het hoger beroep van Pro4Agri niet slaagt. Daarom zal het hof het vonnis van de rechtbank Den Haag van 6 maart 2024 bekrachtigen.
6.25
Het hof zal Pro4Agri als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep (inclusief nakosten).
Het hof begroot de proceskosten in hoger beroep aan de zijde van Timei op:griffierecht € 2.175,-salaris advocaat € 4.704,- (2 punten × tarief IV)nakosten € 189,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)Totaal € 7.068,-
7Beslissing
Het hof:
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Den Haag van 6 maart 2024;
veroordeelt Pro4Agri in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Timei begroot op € 7.068,-;
bepaalt dat als Pro4Agri niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, Pro4Agri de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-;
verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mr. G.J.M. Verburg, mr. R.S. van Coevorden en mr. D.A. Schreuder en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026 in aanwezigheid van de griffier.