Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Den Haag

ECLI:NL:GHDHA:2026:2472

2026-08-04 Civiel recht; Burgerlijk procesrecht 200.331.860/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-04
Publicatiedatum
2026-07-28
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.331.860/01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Internationale arbitrage; vordering tot vernietiging arbitraal vonnis op verschillende gronden (art. 1065 lid 1 onder c, d en e Rv). Grond dat scheidsgerecht heeft nagelaten uitspraak te doen over vordering (c-grond): niet-ontvankelijkheid omdat geen aanvullend vonnis is gewezen noch een verzoek tot aanvulling is afgewezen (art. 1065 lid 6 Rv). Grond dat arbitraal vonnis in strijd is met openbare orde (e-grond), subsidiair dat motivering ontbreekt (d-grond): niet-ontvankelijkheid wegens termijnoverschrijding (art. 1064a lid 2 Rv).

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (25.076 tekens)
GERECHTSHOF DEN HAAG
Civiel recht
Team Handel


Zaaknummer : 200.331.860/01




Arrest van 4 augustus 2026 (bij vervroeging)




in de zaak van





1vennootschap naar Indiaas rechtProgressive Constructions LTD,
gevestigd in Hyderabad, India,
2. de vennootschap naar Soedanees recht Higleig Petroleum Services and Investment Company Limited,
gevestigd in Khartoum, Soedan,
3. Progressieve-Higleig JV (Lot A) (India), kantoorhoudend in Hyderabad, India,
4. Progressieve-Higleig JV (Lot B) (India), kantoorhoudend in Hyderabad, India,
5. Progressieve-Higleig JV (Lot C) (India), kantoorhoudend in Hyderabad, India,

eiseressen,
advocaat: mr. C. Jeloschek, kantoorhoudend in Amsterdam,



tegen




Tanzania National Roads Agency,
gevestigd in Dar es Salaam, Tanzania,
verweerster,
advocaat: mr. Ph.W.M. ter Burg, kantoorhoudend in Den Haag.



Het hof noemt partijen hierna Progressive c.s. en Tanroads. Progressive c.s. worden afzonderlijk genoemd: Progressive (eiseres sub 1), Higleig (eiseres sub 2) en de Joint Ventures (eiseressen sub 3 t/m 5).




1De zaak in het kort

1.1
De drie Joint Ventures, tot stand gekomen door drie samenwerkingsovereenkomsten tussen Progressive en Higleig, hebben met Tanroads overeenkomsten gesloten waarbij zij zich hebben verbonden om tegen betaling van een aanneemsom werkzaamheden te verrichten aan wegen in Tanzania. Ten behoeve van Tanroads hebben Progressive c.s. verschillende bankgaranties gesteld. De overeenkomsten voorzien in geschilbeslechting door arbitrage volgens het UNCITRAL-reglement met Den Haag als plaats van arbitrage. Tussen partijen is een geschil ontstaan dat is voorgelegd aan een scheidsgerecht. Het scheidsgerecht heeft een arbitraal eindvonnis gewezen, hersteld bij een addendum, waarbij Progressive c.s. zijn veroordeeld aan Tanroads schadevergoeding en kosten te betalen.


1.2
In deze procedure vorderen Progressive c.s. vernietiging van het arbitraal vonnis en het addendum op verschillende vernietigingsgronden: (i) het scheidsgerecht heeft niet beslist over de vordering van Progressive c.s. tot opheffing en teruggave van de bankgaranties en heeft hiermee zijn opdracht geschonden (art. 1065 lid 1, onder c, Rv); (ii) het scheidsgerecht was niet onafhankelijk en onpartijdig, als gevolg waarvan het arbitraal vonnis in strijd is met de openbare orde (artikel 1065 lid 1, onder e, Rv) en (iii) het scheidsgerecht heeft geoordeeld in strijd met (het op de overeenkomsten toepasselijke) dwingend Tanzaniaans recht waardoor het arbitraal vonnis eveneens in strijd is met de openbare orde (art. 1065 lid 1, onder e, Rv). Progressive c.s. voeren subsidiair aan dat het arbitraal vonnis niet (voldoende) is gemotiveerd (art. 1065 lid 1, onder d, Rv). Het hof verklaart Progressive c.s. niet-ontvankelijk in hun vordering, wat betreft grond (i) omdat geen aanvullend vonnis is gewezen noch een verzoek om aanvulling geheel of ten dele is afgewezen, en wat betreft de overige vernietigingsgronden omdat zij hun vordering niet tijdig – binnen drie maanden na verzending van het arbitraal vonnis – hebben ingesteld.




2Procesverloop

2.1
Voor het procesverloop tot 12 november 2024 verwijst het hof naar zijn arrest van die datum in het incident tot zekerheidstelling, waarbij de zaak is verwezen naar de rol van 21 januari 2025 voor conclusie van antwoord in de hoofdzaak.


2.2
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:


de memorie (= conclusie) van antwoord, met producties;


de conclusie van repliek, met producties;


de conclusie van dupliek;


de akte overlegging aanvullende producties van Progressive c.s., ingediend ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling.




2.3
Op 30 juni 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd. Van de mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt.




3Feitelijke achtergrond

3.1
Tanroads is een Tanzaniaanse overheidsinstantie die belast is met de bouw en het onderhoud van wegen in Tanzania.


3.2
In verband met de inschrijving voor de aanbesteding door Tanroads van werkzaamheden aan drie wegen hebben Progressive en Higleig op 9 augustus 2010 drie (identieke) samenwerkingsovereenkomsten gesloten, resulterend in drie joint ventures zonder rechtspersoonlijkheid (de Joint Ventures). Op 24 december 2010 hebben de Joint Ventures met Tanroads drie overeenkomsten gesloten tot het verrichten door de Joint Ventures van werkzaamheden ter verbetering van drie wegen in Tanzania (Lots A, B en C). Op grond van deze overeenkomsten hebben Progressive c.s. ten behoeve van Tanroads door banken in India een aantal bankgaranties (advanced payment guarantees en performance guarantees) doen stellen tot een bedrag van (afgerond) USD 21,82 miljoen.


3.3
Op de overeenkomsten is Tanzaniaans recht van toepassing verklaard. De overeenkomsten voorzien in geschilbeslechting door arbitrage volgens het UNCITRAL-arbitragereglement met als plaats van arbitrage Den Haag. Overeengekomen is dat op de arbitrale procedure Nederlands arbitragerecht van toepassing is.


3.4
Op 24 december 2012 heeft Tanroads de Joint Ventures weggestuurd van de werklocaties. Kort daarna heeft Tanroads bij banken in India verschillende bankgaranties ingeroepen. Progressive c.s. hebben bij de rechter in India een voorlopig verbod tot inroeping van de bankgaranties gevorderd en verkregen.


3.5
De Joint Ventures hebben op 20 april 2016 een arbitrage – eigenlijk: drie arbitrages; partijen hebben ermee ingestemd dat deze werden geconsolideerd en behandeld als één arbitrage – tegen Tanroads aanhangig gemaakt. Het scheidsgerecht is samengesteld uit drie arbiters. In verband met (een beroep van Tanroads op) het ontbreken van rechtspersoonlijkheid van de Joint Ventures heeft het scheidsgerecht bij arbitraal tussenvonnis van 10 april 2019, verbeterd bij addendum van 16 juli 2019, beslist dat Progressive en Higleig zich moesten voegen als partij in de arbitrage.


3.6

In de arbitrage hebben Progressive c.s. verschillende vorderingen ingesteld, waaronder de vordering om zeven specifiek aangeduide bankgaranties vrij te geven en deze aan Progressive c.s. terug te geven. Tanroads heeft verschillende tegenvorderingen ingesteld. Op 28 september 2022 heeft het Scheidsgerecht een arbitraal eindvonnis gewezen.
Daarbij zijn Progressive c.s. veroordeeld tot betaling aan Tanroads van (afgerond) een bedrag van USD 5,6 miljoen aan schadevergoeding en een bedrag van USD 2,9 miljoen aan kosten. Op 5 december 2022 heeft het Scheidsgerecht op verzoek van Progressive c.s. een aanvullend arbitraal vonnis gewezen (Addendum to the Final Award, hierna: het addendum), waarin enkele rekenfouten zijn gecorrigeerd.



3.7
Progressive c.s. hebben niet aan de veroordelingen in het arbitraal vonnis voldaan.


3.8
Tanroads heeft (ook) nadat het arbitraal vonnis was gewezen, in India geprobeerd zich de volledige som van USD 21.822.512 aan afgegeven bankgaranties uit te laten betalen. Als gevolg van een aantal opvolgende, tijdelijke maatregelen van de Indiase rechter heeft uitwinning tot nu niet plaatsgevonden.


3.9
Na het aanhangig maken van de onderhavige vernietigingsprocedure hebben Progressive c.s. bij wijze van incident het hof verzocht de tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis en het addendum te schorsen op grond van art. 1066 lid 2 Rv totdat er in Nederland onherroepelijk is beslist op de vordering tot de vernietiging van het arbitraal vonnis en het addendum. Het hof heeft bij beschikking van 4 juli 2023 het verzoek afgewezen.




4De vordering en het verweer

4.1
Progressive c.s. hebben Tanroads gedagvaard en gevorderd dat het hof het arbitraal eindvonnis van 28 september 2022 met het addendum van 5 december 2022 vernietigt. Zij voeren daartoe drie gronden aan.


i) Het scheidsgerecht heeft niet beslist over de vordering van Progressive c.s. tot opheffing en teruggave van de bankgaranties. Daardoor heeft het scheidsgerecht zich niet aan zijn opdracht gehouden (art. 1065 lid 1, aanhef en onder c, Rv). In dit verband doen Progressive c.s. de suggestie dat het hof gebruik maakt van zijn bevoegdheid ex art. 1065a Rv om het Scheidsgerecht in staat te stellen deze vernietigingsgrond ongedaan te maken. Subsidiair, voor zover (moet worden aangenomen dat) het Scheidsgerecht deze vordering heeft afgewezen, heeft het zijn beslissing niet met redenen omkleed (art. 1065 lid 1, aanhef en onder d, Rv).


ii) Het scheidsgerecht was bij de bepaling van de over en weer verschuldigde bedragen niet onafhankelijk en niet onpartijdig, want het heeft de bedragen uit de rapporten van de partijdeskundige van Tanroads (mr. Girling) klakkeloos overgenomen, terwijl deze aantoonbaar onjuist waren. Dat komt ook naar voren in de afwijzing door het scheidsgerecht van het verzoek van Progressive c.s. om het arbitraal vonnis aan te vullen en/of de rekenfouten te herstellen. Hierdoor is zowel de inhoud van het arbitraal vonnis als de wijze waarop het tot stand kwam in strijd met de openbare orde (artikel 1065 lid 1, aanhef en onder e, Rv).


iii) Het Scheidsgerecht heeft geoordeeld dat de voorwaarde voor ontbinding – namelijk: time is of the essence (fatale termijn) – irrelevant was. Dit oordeel is onjuist en bovendien in strijd met (het op de overeenkomsten toepasselijke) dwingend Tanzaniaans recht. Op grond van art. 55(2) van de Tanzania Law of Contract Act (TLCA) kan een overeenkomst niet worden beëindigd wegens het overschrijden van een termijn wanneer het niet de bedoeling van partijen was om een fatale termijn overeen te komen. De overeenkomsten voorzien in de mogelijkheid termijnen te verlengen. Daaruit volgt dat geen sprake was van fatale termijnen. Art. 63 van de overeenkomst is nietig wegens strijd met dwingend recht (art. 55(2) jo 23(2) TLCA). Het arbitraal vonnis is daarom in strijd met de openbare orde (art. 1065 lid 1, aanhef en onder e, Rv). Progressive c.s. hebben dit ook in de arbitrage aangevoerd, maar het Scheidsgerecht is hierop niet ingegaan. Om die reden is het arbitraal vonnis ook niet (voldoende) gemotiveerd.




4.2
Tanroads beroept zich primair op niet-ontvankelijkheid van Progressive c.s. in hun vordering tot vernietiging van het arbitraal vonnis en het addendum. Subsidiair voert Tanroads inhoudelijk verweer tegen de door Progressive c.s. opgeworpen vernietigingsgronden.




5Beoordeling Bevoegdheid

5.1

Het hof is bevoegd kennis te nemen van de vordering tot vernietiging van het tussen Progressive c.s. en Tanroads gewezen arbitrale vonnis omdat de plaats van arbitrage – Den Haag – was gelegen binnen het ressort van dit hof (artikel 1064a lid 1 Rv).

Ontvankelijkheid




5.2
Aan haar beroep op niet-ontvankelijkheid van Progressive c.s. legt Tanroads het volgende ten grondslag. Wat betreft de vernietigingsgrond (i) voert zij aan dat, voor zover het scheidsgerecht niet heeft beslist op de vordering van Progressive c.s. tot opheffing en teruggave van de bankgaranties, de vordering tot vernietiging van het arbitraal vonnis op de grond dat het scheidsgerecht zich niet aan zijn opdracht heeft gehouden alleen kan worden ingesteld als een aanvullend vonnis is gewezen, dan wel een verzoek tot aanvulling geheel of gedeeltelijk is afgewezen (art. 1065 lid 6 jo art. 1061 lid 1 Rv). Progressive c.s. hebben weliswaar een verzoek tot rectificatie van enkele fouten en een feitelijke omissie gedaan, resulterend in het addendum, maar geen verzoek tot aanvulling van het arbitraal vonnis. De bevoegdheid van Progressive c.s. om op die grond vernietiging van het arbitraal vonnis te vorderen is daardoor komen te vervallen. Wat betreft de vernietigingsgronden (ii) en (iii) geldt volgens Tanroads de vervaltermijn van art. 1064a lid 2 Rv. Naar zij stelt, is het arbitraal vonnis van 28 september 2022 op die datum verzonden naar Progressive c.s., althans moet het op grond van art. 1058 lid 2 Rv geacht worden te zijn verzonden vier weken na dagtekening van het vonnis, dit is 26 oktober 2022. Progressive c.s. hebben overigens in de schorsingsprocedure erkend dat zij het arbitraal vonnis in de eerste week van oktober 2022 hebben ontvangen. Op 3 maart 2023 was de termijn voor het instellen van een vordering tot vernietiging, anders dan op grond van art. 1065 lid 6 Rv, dus al verstreken, aldus Tanroads.


5.3
Progressive c.s. betogen dat zij wel ontvankelijk zijn in hun vordering tot vernietiging van het arbitraal vonnis. Zij wijzen erop dat zij op 28 oktober 2022 op de voet van art. 1060 lid 1 Rv een correctie van het arbitraal vonnis hebben verzocht en dat het scheidsgerecht op 5 december 2022 een aanvullend vonnis (het addendum) heeft gewezen. Zij stellen dat in dat geval, in afwijking van art. 1064a lid 2 Rv, een termijn voor het instellen van een vordering tot vernietiging geldt van drie maanden na de dag van verzending van het verbeterde vonnis. De vordering tot vernietiging is dus op 3 maart 2023 tijdig ingesteld. Progressive c.s. hebben, nadat bleek dat er drie rekenfouten in het arbitraal vonnis stonden en dat het scheidsgerecht ook vergeten was een aanzienlijk bedrag aan hen toe te kennen (Repayment of Retention Money), aan het scheidsgerecht een verzoek tot correctie van deze fouten gedaan. Daarbij gingen zij ervan uit dat na correctie van deze fouten Tanroads een bedrag aan hen moest betalen en dat er dus voor Tanroads geen aanleiding zou zijn om de bankgaranties uit te winnen. Om die reden bestond voor hen ook geen aanleiding om een verzoek te doen tot aanvulling van het arbitraal vonnis vanwege het nalaten te beslissen op de vordering over de bankgaranties. De (vordering tot) opheffing en teruggave van de bankgaranties werd pas relevant nadat het scheidsgerecht Progressive c.s. alleen wat betreft twee rekenfouten in het gelijk had gesteld en voor het overige oordeelde dat het correctieverzoek van Progressive c.s. buiten de scope van art. 1060 lid 1 Rv en art. 38 UNCITRAL Rules viel. Ook werd pas begin 2023 voor Progressive c.s. duidelijk dat Tanroads in oktober en december 2022 had gepoogd de bankgaranties uit te winnen. In dit verband merken Progressive c.s. nog op dat zij niet werden bijgestaan door een advocaat en ook niet bekend waren met het Nederlands arbitragerecht. Onder deze omstandigheden is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar om Progressive c.s. te houden aan de vernietigingstermijn van drie maanden, aldus Progressive c.s.


5.4
Wat betreft vernietigingsgrond (i) oordeelt het hof als volgt. Art. 1065 lid 6 Rv bepaalt dat indien en voor zover het scheidsgerecht heeft nagelaten uitspraak te doen omtrent een of meer vorderingen die aan zijn oordeel zijn onderworpen, de vordering tot vernietiging op de grond bedoeld in het eerste lid onder c – het scheidsgerecht heeft zich niet aan zijn opdracht gehouden – slechts kan worden ingesteld als een aanvullend vonnis is gewezen dan wel een verzoek tot aanvulling, bedoeld in artikel 1061 lid 1 Rv, geheel of ten dele is afgewezen. In dit geval staat vast dat aan deze voorwaarde niet is voldaan. Dit betekent dat Progressive c.s. niet-ontvankelijk in hun vordering voor zover het vernietigingsgrond (i) betreft.


5.5
Wat betreft de vernietigingsgronden (ii) en (iii) geldt het volgende. Progressive c.s. hebben aan het scheidsgerecht wel een verzoek gedaan tot correctie van enkele fouten in het arbitraal vonnis, zoals voorzien in art. 1060 lid 1 Rv. Het scheidsgerecht heeft op twee van de door Progressive c.s. aangedragen punten het arbitraal vonnis verbeterd bij het addendum van 5 december 2022. Op de twee andere punten is het verzoek afgewezen. In de eerste zin van art. 1065 lid 7 Rv is bepaald dat de termijn voor het instellen van een vordering tot vernietiging wordt verlengd tot drie maanden na de dag van verzending van het aanvullend vonnis dan wel de mededeling van de afwijzing van een verzoek tot aanvulling als bedoeld in art. 1061 lid 5 Rv. Op grond van de derde zin van lid 7 is het in de eerste (en tweede) zin van lid 7 bepaalde van overeenkomstige toepassing op de rectificatie van het vonnis, bedoeld in artikel 1060 Rv. Anders dan Progressive c.s. betogen, kan daaruit niet worden afgeleid dat in dit geval de termijn voor het instellen van de vordering tot vernietiging is verlengd tot drie maanden na verzending van het addendum van 5 december 2022. Uit de parlementaire geschiedenis van art. 1065 Rv volgt dat de verlenging van de termijn van artikel 1064a lid 2 Rv uitsluitend geldt indien en voorzover de vernietigingsgrond bedoeld in art. 1065 lid 1, onder c, Rv betrekking heeft op een kennelijke (reken- of schrijf-) fout die zich leent voor eenvoudig herstel èn de meest gerede partij op de voet van art. 1060 lid 1 Rv ter zake een verzoek tot verbetering heeft gedaan. In geval van rectificatie van een arbitraal vonnis, zoals in deze zaak is gebeurd, geldt de verlenging van de termijn van artikel 1064a lid 2 Rv daarom uitsluitend voorzover de vordering tot vernietiging betrekking heeft op de grond dat het scheidsgerecht zich niet aan de opdracht heeft gehouden omdat het arbitraal vonnis de in het rectificatieverzoek bedoelde kennelijke fouten bevat. Voor alle overige gronden tot vernietiging geldt de termijn van artikel 1064a lid 2 Rv, zodat in voorkomend geval twee verschillende vernietigingsprocedures over hetzelfde arbitraal vonnis naast elkaar kunnen lopen (hof Den Bosch 12 juli 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:2350 en memorie van antwoord, Tweede Kamer, vergaderjaar 1985-1986, 18464, nr. 6, p. 38). Het hof merkt in dit verband op dat in de memorie van antwoord alleen ‘het aanvullend vonnis’ wordt genoemd, maar dat ervan moet worden uitgegaan, gelet op de derde zin van art. 1065 lid 7 Rv, dat dit ook geldt voor het herstelvonnis (in dit geval: het addendum).


5.6
Het hof constateert dat in deze zaak de vordering tot vernietiging op de grond dat het scheidsgerecht zich niet aan zijn opdracht heeft gehouden, geen betrekking heeft op de fouten waarvan Progressive c.s. (deels tevergeefs) verbetering hebben verzocht. De termijn van drie maanden na verzending van het arbitraal vonnis voor het instellen van een vordering tot vernietiging is in dit geval dus onverkort blijven gelden voor alle (nog openstaande) vernietigingsgronden.


5.7
Progressive c.s. hebben hun vordering tot vernietiging van het arbitraal vonnis ingesteld bij dagvaarding van 3 maart 2023. Het arbitraal vonnis is (vooralsnog) niet aan Progressive c.s. betekend, zodat de termijn van art. 1064a lid 2 Rv, laatste zin, niet van toepassing is. Dat betekent dat de vordering tot vernietiging van het arbitraal vonnis moest worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van verzending van het arbitraal vonnis (art. 1064a lid 2, eerste zin, Rv). Hetzelfde geldt voor zover vernietiging wordt gevorderd op de subsidiair aangevoerde vernietigingsgrond dat het vonnis niet met redenen is omkleed (art. 1065 lid 5, aanhef en onder d, Rv). In het midden kan blijven wanneer het op 28 september 2022 gewezen arbitraal vonnis naar Progressive c.s. is verzonden. Het vonnis moet immers geacht worden te zijn verzonden vier weken na dagtekening daarvan (art. 1058 lid 2 Rv), dit is op 26 oktober 2022. De termijn van drie maanden na verzending van het vonnis was dus hoe dan ook op 3 maart 2023 verstreken.


5.8
De gestelde omstandigheid dat Progressive c.s. niet werden bijgestaan door advocaten en niet bekend waren met het Nederlands arbitragerecht komt voor hun risico. Daarbij wordt opgemerkt dat Progressive c.s. wel tijdig een verzoek hebben gedaan om enkele kennelijke rekenfouten te verbeteren op grond van (onder meer) art. 1060 Rv, zoals vermeld in het addendum. Het hof leidt hieruit af dat Progressive c.s. op dat moment (nog) wel werden bijgestaan door iemand die op de hoogte was van de mogelijkheid volgens Nederlands arbitragerecht om verbetering van fouten in het arbitraal vonnis te verzoeken. In ieder geval valt niet in te zien dat het Tanroads’ beroep op niet-ontvankelijkheid van Progressive c.s. wegens het overschrijden van de termijn voor het instellen van een vernietigingsvordering onder deze omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Bovendien moet het hof die termijn en ook de voorwaarden voor het instellen van een vordering tot vernietiging van een arbitraal vonnis ambtshalve beoordelen. Terugwijzing naar het scheidsgerecht?


5.9
Bij deze stand van zaken is schorsing van deze vernietigingsprocedure en terugwijzing naar het scheidsgerecht op grond van art. 1065a lid 1 Rv, zoals door Progressive c.s. gesuggereerd, niet aan de orde. Deze bepaling voorziet in de mogelijkheid dat het hof het scheidsgerecht in staat stelt de gronden tot vernietiging ongedaan te maken door het heropenen van het arbitraal geding. Voorwaarde voor schorsing en terugwijzing naar het scheidsgerecht is dat de vernietigingsgronden tijdig zijn aangevoerd overeenkomstig art. 1064a lid 4 Rv. In dit geval is aan die voorwaarde niet voldaan; het hof is niet toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van de aangevoerde vernietigingsgronden, zodat het ook niet heeft kunnen vaststellen dat sprake is van (een of meer) gronden tot vernietiging. Conclusie en proceskosten


5.10
De conclusie is dan ook dat Progressive c.s. niet-ontvankelijk zijn in hun vordering tot vernietiging van het arbitraal vonnis en wel wat betreft alle aangevoerde vernietigingsgronden. Aan een inhoudelijke behandeling van die gronden komt het hof niet toe.


5.11

Progressive c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Het hof zal Progressive c.s. als deelnemende partijen in de Joint Ventures hoofdelijk veroordelen, zoals door Tanroads gevorderd. Het hof begroot de proceskosten aan de zijde van Tanroads op:
griffierecht € 11.379,-
salaris advocaat € 19.827,- (3 punten × tarief VIII à € 6.609,- per punt)

nakosten € 189,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 31.395,-





6Beslissing
Het hof:



verklaart Progressive c.s. niet-ontvankelijk in hun vordering tot vernietiging van het tussen partijen gewezen arbitraal vonnis 28 september 2022 en het addendum van 5 december 2022;


veroordeelt Progressive c.s. hoofdelijk in de kosten van deze procedure, aan de zijde van Tanroads begroot op € 31.395,-;


bepaalt dat als Progressive c.s. niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, Progressive c.s. de kosten van die betekening moeten betalen, plus extra nakosten van € 98,-;


verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de proceskosten betreft.


Dit arrest is gewezen door mr. C.J. Verduyn, mr. M.E. Honée en mr. J.W. Frieling en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026 in aanwezigheid van de griffier.