Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Den Haag

ECLI:NL:GHDHA:2026:2328

2026-07-16 Bestuursrecht; Belastingrecht BK-25/596
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Uitspraakdatum
2026-07-16
Publicatiedatum
2026-07-17
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
BK-25/596
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; Viditax (FutD) 2026081307; FutD 2026-1456; V-N Vandaag 2026/1687

Inhoudsindicatie

Naheffingsaanslag bpm. De auto is geproduceerd voor de Amerikaanse markt. Belanghebbende slaagt niet in bewijs dat verschil in CO2-uitstoot uitsluitend wordt veroorzaakt door de meetmethode. WOK-status. Ondanks de WOK-status laat het Hof belanghebbende toe tot het leveren van tegenbewijs. De aangedragen koerslijst is niet bruikbaar. Belanghebbende is er niet in geslaagd een lagere handelsinkoopwaarde aannemelijk te maken.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (23.370 tekens)
GERECHTSHOF DEN HAAG


Team Belastingrecht
meervoudige kamer
nummer BK-25/596



Uitspraak van 16 juli 2026


in het geding tussen:



[X] B.V. te [Z] , belanghebbende,
(gemachtigde: S.M. Bothof)


en


de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
(vertegenwoordiger: […] )


op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 8 juli 2025, nummer SGR 24/77.





Procesverloop


1.1.
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm) opgelegd van € 11.509 (de naheffingsaanslag). Bij beschikking is € 126 belastingrente in rekening gebracht.



1.2.
Belanghebbende heeft tegen de naheffingsaanslag bezwaar gemaakt. De Inspecteur heeft de naheffingsaanslag bij uitspraak op bezwaar gehandhaafd.



1.3.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank. Ter zake van het beroep is een griffierecht geheven van € 365. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.



1.4.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Van belanghebbende is een griffierecht van € 579 geheven. De Inspecteur heeft bij nader stuk (met bijlagen) van 20 mei 2026 verweer gevoerd. Belanghebbende heeft op 28 mei 2026 nadere stukken ingediend.



1.5.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 10 juni 2026. Partijen zijn verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Feiten




2.1.1.
Belanghebbende heeft op aangifte een bedrag van € 4.213 aan bpm voldaan ter zake van de registratie van een BMW 2-serie Coupé M235i High Executive (de auto). De datum van eerste toelating van de auto is 1 juli 2016. De aangifte vermeldt een CO2-uitstoot van de auto van 286 gram/km.



2.1.2.
Belanghebbende heeft volgens een tot het dossier behorende “Invoice” op een veiling van [naam 1] te [buitenlandse plaats] , Amerika, op 9 maart 2021 $ 12.335 voor de auto betaald. De kosten voor het vervoer van de auto van [buitenlandse plaats 2] (Amerika) naar [plaats] (Nederland) bedragen, volgens een eveneens tot het dossier behorende “Invoice” van 9 maart 2021, $ 2.345.




2.2.
De RDW heeft de auto op 14 januari 2022 gekeurd. De RDW heeft de auto de zogenoemde WOK-status (wachten op keuring) gegeven. De RDW heeft de WOK-status op 11 februari 2022 opgeheven.



2.3.
Belanghebbende heeft op 20 januari 2022 aangifte gedaan op basis van een expertiseverslag van [naam 2] (de taxateur). De expertise van de auto heeft volgens het expertiseverslag op 17 augustus 2021 plaatsgevonden. De historische consumentenprijs inclusief fabrieksopties is vastgesteld op € 71.154. De taxateur heeft € 17.026,77 aan schade gecalculeerd, de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat op basis van de koerslijst XRAY vastgesteld op € 17.948 en de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat bepaald op € 4.500. Onderdeel van de schadecalculatie is een waardevermindering van € 7.416,53 wegens het schadeverleden (ex-WOK) van de auto. Bij het rapport zijn onder meer verkoopadvertenties van vier referentievoertuigen gevoegd en informatie van het internet ( [naam 3] ).


2.4.1.
De Inspecteur heeft op 11 januari 2023 per e-mail een verzoek om informatie gericht aan de RDW. Het verzoek luidt als volgt:


“Ik heb een vraag over de volgende personenauto:



VIN […]
DET 01-07-2016



Mijn vragen aan de RDW zijn:

1. Wat was de staat van de auto op het moment van keuring op 14 januari 2022? Op basis waarvan hebben jullie een WOK-status afgegeven? En wanneer is de WOK weer opgeheven?
2. Kunt u een kopie van de foto's, die tijdens de keuring zijn gemaakt, naar mij opsturen alsjeblieft?”



2.4.2.
De RDW heeft bij e-mailbericht van 12 januari 2023 als volgt gereageerd:


“Wok is destijds toegekend vanwege ernstige schade aan frame en vervorming langsbalken
van chassis.
Op 11 februari 2022 alsnog goedgekeurd en Wok beëindigd (gekeurd RDW).
Bijgevoegd de door de aanvrager ingeleverde foto’s.”



Bij het antwoord zijn twee foto’s van de auto gevoegd (foto van het voertuig rechtsachter en foto van het voertuig linksvoor).





2.5.
Op 12 mei 2023 is belanghebbende door de Inspecteur in kennis gesteld van het voornemen een naheffingsaanslag bpm op te leggen (de kennisgeving). De Inspecteur heeft in de kennisgeving toegelicht het taxatierapport van belanghebbende te verwerpen om diverse redenen (formele en materiële gebreken aan het taxatierapport alsmede het bestaan van essentiële gebreken (WOK-status) op het moment van doen van aangifte) en te kennen gegeven voornemens te zijn een naheffingsaanslag op te leggen op basis van de forfaitaire tabel. Met dagtekening 4 augustus 2023 heeft de Inspecteur vervolgens op basis van de kennisgeving een naheffingsaanslag bpm opgelegd naar een bedrag van € 11.509.



2.6.
In hoger beroep heeft belanghebbende aan afschrift overgelegd van een stuk genaamd “historische calculatie X-ray” (verbeterde XRAY), waarin met (onder meer) als uitgangspunten een datum eerste toelating van 1 juli 2016 en calculatiedatum van 14 januari 2022, de handelsinkoopwaarde van de auto in onbeschadigde staat is bepaald op € 25.422.


2.7.1.
Bij nader stuk van 20 mei 2026 heeft de Inspecteur in hoger beroep een afschrift overgelegd van een e-mailbericht van 7 oktober 2025, waarin de Inspecteur het volgende heeft gevraagd aan de directeur van XRAY:


“Onlangs is er een historische koerslijst als nieuw stuk overgelegd bij een beroepzaak. Het valt de
verweerder op dat de CO2 100 gram afwijkt. De verweerder geeft aan dat er toch een cap is voor in hoeverre de CO2 mag afwijking voor een koerswaardering. Zijn vraag is dan ook hoe deze
berekening tot stand is gekomen. Zou u daar een toelichting op kunnen geven. De zitting is
komende week.”




2.7.2.
De directeur van XRAY heeft bij e-mailbericht van 8 oktober 2025 als volgt geantwoord:


“Er is inderdaad een cap op de CO2 afwaardering in een koerslijstcalculatie. Op onderstaande momenten is deze cap ingevoerd en/of aangepast.





09-02-2024: Begrenzing CO2 verhoging op 40 gram: Er kan geen koerslijstwaarde gebruikt worden bij een grotere afwijking tussen CO2-klant en CO2 van het referentievoertuig dan 40 gram/km, bij een grotere afwijking dan 40 gr in de CO2 wordt geen koerslijstwaarde meer afgegeven en kan de calculatie vervolgt worden met de afschrijvingstabel.



21-03-2025: Beperking aanpassing CO2: conform afspraak tijdens koerslijstoverleg van januari j.l. is de maximale aanpassing van de CO2 teruggebracht van 40 gr naar 15 gr




De betreffende calculatie dateert uit 2019. Met de kennis van nu zou een koerslijst met een CO2 afwijking van 100 gram niet mogelijk zijn. In 2019 speelde deze discussie nog niet. De koerslijstwaardering an sich is verdedigbaar (een US import zou zelfs minder waard zijn), het percentage afschrijving echter niet gezien de exorbitante verhoging van de cons prijs met ruim 30k als gevolg van de CO2 verhoging.”








Oordeel van de Rechtbank

3. De Rechtbank heeft, voor zover in hoger beroep van belang, als volgt geoordeeld, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiseres en de Inspecteur als verweerder:


“Kan het taxatierapport dienen?

8. Uit de hiervoor vermelde feiten volgt dat de auto ten tijde van de aangifte essentiële gebreken had. De RDW heeft immers na de keuring op 14 januari 2022 de WOK-status gekregen.

9. In artikel 10, zevende lid. Wet bpm (tekst 2022) is bepaald:

“De afschrijving, bedoeld in het tweede lid, wordt, mits daartoe een verzoek bij de aangifte wordt
gedaan, gesteld op de som van de catalogusprijs, bedoeld in artikel 9, vijfde lid, en de belasting
van personenauto’s en motorrijwielen op het tijdstip waarop het motorrijtuig voor het eerst in
gebruik is genomen, verminderd met de taxatiewaarde vermeld in een taxatierapport dat voldoet
aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden, indien het motorrijtuig op het tijdstip dat
bepalend is voor de hoogte van de vermindering:

a. meer dan normale gebruiksschade heeft of niet voorkomt op een in de handel algemeen

toegepaste koerslijst voor de inkoop van gebruikte motorrijtuigen door wederverkopers in
Nederland; en

b. voldoet aan de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde eisen waardoor met dat
motorrijtuig mag worden gereden op de weg."

10. Nu de auto ten tijde van de aangifte op 20 januari 2022 een WOK-status had, voldeed de auto niet aan de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde eisen waardoor met dat motorrijtuig mocht worden gereden op de weg. Eiseres mocht dan ook geen gebruik maken van de taxatiemethode.



Kan eiseres een beroep doen op de koerslijst?


11. Eiseres stelt dat zij gebruik moet kunnen maken van de koerslijst die wordt vermeld in het taxatierapport. De daarin genoemde referentieauto is volgens eiseres voldoende vergelijkbaar met de auto.

12. Verweerder heeft gemotiveerd gesteld en de rechtbank acht aannemelijk dat de referentieauto in die koerslijst onvoldoende vergelijkbaar is met de auto. Eiseres kan om die reden geen beroep doen op die koerslijst. De stelling van eiseres dat verweerder in dat geval maar met een betere koerslijst had moeten komen, is onjuist. Het is aan eiseres om de door haar gestelde afschrijving aannemelijk te maken. Nu eiseres geen koerslijst heeft overgelegd van een goed vergelijkbare auto, heeft verweerder de verschuldigde bpm terecht berekend aan de hand van de forfaitaire tabel.



Historische nieuwprijs


12. Eiseres stelt dat de historische nieuwprijs onjuist is vastgesteld. De rechtbank kan eiseres hierin niet volgen. Verweerder heeft de verschuldigde bpm immers berekend aan de hand van de forfaitaire tabel.



Ex-schade correctie


13. Eiseres stelt dat een ex-schade correctie moet worden toegepast op de koerslijstwaarde. Nu eiseres geen beroep toekomt op de koerslijst, is reeds daarom een correctie op de koerslijstwaarde niet aan de orde.




Slotsom


14. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond verklaard.


(…)”





Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen


4.1.
In geschil is of de naheffingsaanslag naar een te hoog bedrag is opgelegd. Belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend; de Inspecteur beantwoordt deze vraag ontkennend.



4.2.
Belanghebbende concludeert, naar het Hof begrijpt:


tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank;


tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar;


primair de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat vast te stellen op € 25.442 (verbeterde XRAY), de waardevermindering wegens schade op € 13.448, de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat op € 11.974, de nieuwprijs op € 133.684, de bpm op € 5.971 en de naheffingsaanslag op € 1.758;


subsidiair de handelsinkoopwaarde in goede justitie vast te stellen en de naheffingsaanslag dienovereenkomstig te verminderen, en


meer subsidiair de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat vast te stellen op € 25.442 (verbeterde XRAY), de nieuwprijs op € 133.684, de bpm op € 12.677 en de naheffingsaanslag op € 8.464.


Belanghebbende verzoekt voorts om een proceskostenvergoeding.



4.3.
De Inspecteur concludeert tot ongegrondverklaring van het hoger beroep.





Beoordeling van het hoger beroep


5.1.
Belanghebbende doet met toepassing van artikel 10b Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (Wet Bpm) en artikel 110 VWEU een beroep op eerder geldend begunstigend beleid (het Kaderbesluit BPM 2021, Staatscourant 2021, nummer 43482 en het hierover gepubliceerde Kennisgroepstandpunt van de Inspecteur (Toepassing artikel 6.5 Kaderbesluit BPM 2021, KG:013:2022:5)). Uit de stukken volgt dat het beroep van belanghebbende op artikel 10b Wet Bpm ziet op toepassing van de historische wetgeving, de historische bruto bpm en de historische heffingsmaatstaf en dat daar volgens belanghebbende ook het beleid onder valt.



5.2.
Artikel 10b, lid 1, Wet Bpm bepaalt dat indien het bedrag van de belasting op enig tijdstip sinds eerste ingebruikneming van een gebruikt motorrijtuig, ingevolge de wettelijke bepalingen met betrekking tot de maatstaf van heffing, de wijze waarop die maatstaf wordt gemeten en het tarief zoals die op dat tijdstip golden, lager is dan het bedrag van de belasting ingevolge artikel 9, dat lagere bedrag aan belasting kan worden toegepast.



5.3.
Anders dan belanghebbende meent, mist artikel 10b Wet Bpm toepassing, omdat dit artikel spreekt over de toepassing van wettelijke bepalingen. Beleid is geen wettelijke bepaling. Het beleid is ingetrokken en de aangifte is ingediend na de datum waarvoor de goedkeuring gold. Belanghebbende kan niet op de voet van artikel 10b Wet Bpm alsnog een beroep op dit beleid doen.



5.4.
Het beroep op het beleid gaat ook met toepassing van artikel 110 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) niet op. In dat kader is het aan belanghebbende om aannemelijk te maken dat in Nederland soortgelijke voertuigen rijden waarvan de bij belanghebbende niet-geaccepteerde schade wegens essentiële gebreken wel in aftrek is toegelaten en in die bewijslast is belanghebbende niet geslaagd nu hij zelfs geen begin van bewijs heeft geleverd dat soortgelijke voertuigen bestaan. Het Hof voegt hieraan toe dat het ambtshalve bekend is met de vele procedures waarin de Inspecteur zich met succes heeft verzet tegen het in aanmerking nemen van schade door essentiële gebreken. Belanghebbende hoeft niet beter te worden behandeld dan de belanghebbenden in deze procedures. Met een algemeen geformuleerd beroep op artikel 110 VWEU is belanghebbende niet in zijn bewijslast geslaagd. Ten overvloede voegt het Hof toe dat indien het beroep op het beleid wel was geslaagd, dit belanghebbende niet had kunnen baten, gelet op de door de Inspecteur, en door belanghebbende op zichzelf niet betwiste, formele en materiële gebreken aan het taxatierapport. Niet is vast te stellen of het taxatierapport de staat van de auto weergeeft ten tijde van het belastbare feit.



5.5.
Belanghebbende verzoekt het Hof subsidiair de handelsinkoopwaarde in goede justitie vast te stellen. De Inspecteur heeft bij het berekenen van de naheffingsaanslag de tabel toegepast en geen handelsinkoopwaarde bepaald. Op de Inspecteur rust, anders dan belanghebbende meent, geen enkele bewijslast op dit punt.



5.6.
Meer subsidiair is tussen partijen in geschil of belanghebbende een beroep kan doen op de koerslijst XRAY die in hoger beroep door belanghebbende is overgelegd (zie 2.6). Tussen partijen is niet in geschil dat de auto een M2 DCT is (dit is het model waarvoor belanghebbende de verbeterde XRAY heeft aangevraagd) en niet het model dat belanghebbende in de aangifte heeft vermeld (een M235i High Executive). De Inspecteur bestrijdt subsidiair dat de koerslijst kan worden gebruikt. De auto betreft een model dat niet in Nederland is geleverd. Het verschil in CO2-uitstoot tussen de auto en het referentievoertuig is meer dan 100 gram/km (286 versus 185). De koerslijst betreft een automaat, terwijl de auto handgeschakeld is. De Inspecteur verwijst voorts naar de verklaring van XRAY (zie 2.7.2), dat voor de auto geen koerslijst kan worden afgegeven. De koerslijst kan dus niet dienen.



5.7.
Het Hof zal eerst het primaire standpunt van de Inspecteur over toepassing van de koerslijst behandelen. De Inspecteur stelt zich primair op het standpunt dat belanghebbende helemaal geen gebruik mag maken van de taxatiemethode, omdat de auto de WOK-status had (HR 26 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:415). Het Hof verwerpt dit standpunt van de Inspecteur. Artikel 110 VWEU verzet zich tegen een nationale belastingregeling waarbij een belastingplichtige de mogelijkheid wordt ontnomen om tegenbewijs te leveren en aannemelijk te maken dat op zijn voertuig een hogere belastingdruk komt te rusten dan op soortgelijke voertuigen die al in Nederland rondrijden. Het Hof laat belanghebbende toe tot het leveren van tegenbewijs.



5.8.
Het Hof volgt de verbeterde koerslijst XRAY (2.6) niet. Hoewel merk, model en type kloppen, verschilt de uitvoering. De Inspecteur heeft onweersproken gewezen op de verschillen tussen de auto en het referentievoertuig, namelijk het gewicht, de transmissie en de veel hogere CO2-uitstoot (101 g/km verschil). Gelet op die laatste omstandigheid is het in beginsel opmerkelijk dat XRAY toch een koerslijst heeft afgegeven. Belanghebbende heeft in het nadere stuk aangevoerd dat het model hetzelfde is en dat het verschil in uitstoot komt door de methode waarmee de CO2-uitstoot is vastgesteld (de Scandinavische rekenmethode in plaats van de NEDC-methode). Het hogere gewicht en het verschil in transmissie zijn objectieve verschillen die (een deel van) het verschil in CO2-uitstoot verklaren. In dit verband is het altijd lastig om een voor de Amerikaanse markt gebouwd voertuig te vergelijken met voertuigen die voor de Europese markt zijn gebouwd, omdat een Amerikaans voertuig moet voldoen aan heel andere regelgeving en gebruikerswensen. Er moet immers een reden zijn waarom belanghebbende de voorkeur heeft gegeven aan de auto boven een Europees voertuig van hetzelfde merk, model en type. Tot slot heeft de Inspecteur twijfel gezaaid over de bruikbaarheid van de koerslijst door erop te wijzen dat na het scannen van de QR-code op de koerslijst in het programma een koerslijst verschijnt waarop de CO2-uitstoot van het referentievoertuig niet is vermeld, maar wel de aandrijving. Dit is ook opmerkelijk. Het is dan ook niet aannemelijk dat de verbeterde koerslijst is gebaseerd op reële transacties in dit type voertuig.



5.9.
De koerslijst zou onder de taxatiemethode kunnen worden gebruikt als uitgangspunt voor het vaststellen van de handelsinkoopwaarde van de auto. Aangezien belanghebbende, op wie de bewijslast rust, geen enkel nuttig argument heeft aangevoerd om vanuit de koerslijst te komen tot een realistische handelsinkoopwaarde van de auto, ziet het Hof geen aanleiding om de handelsinkoopwaarde (in goede justitie) lager vast te stellen.



5.10.
Aangezien belanghebbende niet is geslaagd in de bewijslast dat de handelsinkoopwaarde van de auto dusdanig moet worden verlaagd dat de verschuldigde bpm minder is dan de Inspecteur heeft berekend aan de hand van de tabel, is de naheffingsaanslag niet tot een te hoog bedrag opgelegd.



Belastingrente





5.11.

Belanghebbende heeft in hoger beroep geen afzonderlijke gronden aangevoerd tegen
de in rekening gebrachte belastingrente. Dat in strijd met de wet belastingrente in rekening is gebracht, is gesteld noch gebleken.




Slotsom





5.12.
Het hoger beroep is ongegrond.





Proceskosten


6. Het Hof ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.





Beslissing


Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.




Deze uitspraak is vastgesteld door A. van Dongen, L.M.D.A. Reijs en W. de Wit, in tegenwoordigheid van de griffier E.J. Nederveen.




De griffier, de voorzitter,










E.J. Nederveen A. van Dongen



De beslissing is op 16 juli 2026 in het openbaar uitgesproken.



Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.




Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.





Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.





Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).





Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:


1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - (alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:


a. - de naam en het adres van de indiener;


b. - de dagtekening;


c. - de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;


d. - de gronden van het beroep in cassatie.





Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.