Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Den Haag

ECLI:NL:GHDHA:2026:2170

2026-07-21 Civiel recht 200.368.798/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Uitspraakdatum
2026-07-21
Publicatiedatum
2026-07-02
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.368.798/01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Incidentele vordering tot voeging ex artikel 222 Rv afgewezen wegens onvoldoende samenhang van zaken (verschillende rechtsmiddelen).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.507 tekens)
GERECHTSHOF DEN HAAG
Civiel recht
Team Handel


Zaaknummer hof : 200.368.798/01





Arrest van 21 juli 2026 in het incident tot voeging ex artikel 222 Rv





in de zaak van




De Russische Federatie,
zetelend in Moskou, de Russische Federatie,
eiseres in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat: mr. I.P.M. van den Nieuwendijk, kantoorhoudend in Rotterdam,



tegen





1Aeroport Belbek LLC,

gevestigd in Sebastopol, Oekraïne,
2. [gedaagde] ,
wonend in [woonplaats], Oekraïne,
gedaagden in de hoofdzaak,
verweerders in het incident,
niet verschenen.



Het hof noemt partijen hierna RF en Belbek c.s..




1De zaak in het kort

1.1
RF vordert in dit incident voeging van deze zaak met een andere tussen RF en Belbek c.s. aanhangige zaak. Het hof wijst deze vordering af.




2Procesverloop in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:


de dagvaarding van 30 oktober 2025, waarmee RF in de hoofdzaak herroeping vordert van arbitrale vonnissen van 24 februari en 27 maart 2017 en 4 februari 2019 en in incident op de voet van artikel 21, 22, 194 en 195 Rv afschrift van stukken vordert;


de incidentele conclusie van RF tot voeging ex artikel 222 Rv, met bijlagen.






3Aanleiding voor dit incident

3.1
RF heeft op 30 oktober 2025 twee exploten uitgebracht waarmee zij Belbek c.s. dagvaardt voor het hof. Het onder 2.1, eerste gedachtestreepje, genoemde exploot heeft na inkomst bij het hof zaaknummer 200.368.798 gekregen en het andere exploot zaaknummer 200.368.804.


3.2
In zaaknummer 200.368.798 vordert RF in de hoofdzaak herroeping van arbitrale vonnissen van 24 februari en 27 maart 2017 en 4 februari 2019 en in incident op de voet van artikel 21, 22, 194 en 195 Rv afschrift van stukken. In zaaknummer 200.368.804 vordert RF in de hoofdzaak herroeping van een arrest van hof Den Haag van 19 juli 2022 en een arrest van de Hoge Raad van 6 december 2024 en in incident op de voet van artikel 21, 22, 194 en 195 Rv afschrift van stukken.




4De vordering in incident

4.1
RF vordert in dit incident primair voeging van de zaak tussen RF en Belbek c.s. met zaaknummer 200.368.798 met de zaak tussen RF en Belbek c.s. met zaaknummer 200.368.804. Subsidiair vordert zij dat beide zaken op de rol worden gevoegd.




5Beoordeling van de vordering in incident

5.1
Op grond van artikel 222 Rv kan voeging worden gevorderd van verknochte zaken die tegelijk voor dezelfde rechter aanhangig zijn.


5.2
Tussen de zaken bestaat onvoldoende samenhang. RF vordert in de ene zaak herroeping van arresten op de voet van artikel 382 Rv en in de andere herroeping van arbitrale vonnissen op de voet van artikel 1068 Rv. Hoewel het in beide zaken gaat om een vordering tot herroeping, gaat het daarbij om verschillende rechtsmiddelen.


5.3
De conclusie is dat de primaire vordering tot voeging op de voet van artikel 222 Rv zal worden afgewezen. Om de procesvoering in beide zaken gelijk te laten lopen, zal het hof de zaken 200.368.798 en 200.368.804 zoals subsidiair gevorderd wel op de rol voegen.


5.4
Het hof zal de proceskosten in het incident reserveren tot aan de beslissing in de hoofdzaak.




6Beslissing
Het hof:



in het incident




wijst de vordering van RF tot voeging ex artikel 222 Rv af;


houdt de beslissing over de kosten van het voegingsincident aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak;


in de hoofdzaak en het incident ex artikel 21, 22, 194 en 195 Rv


bepaalt dat de zaak wordt geplaatst op de rol van twee weken na de dag van deze uitspraak voor beraad aan de zijde van RF;


houdt iedere verdere beslissing aan.




Dit arrest is gewezen door mrs. P. Glazener, D.A. Schreuder en A.J. Swelheim en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 in aanwezigheid van de griffier.