Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Den Haag

ECLI:NL:GHDHA:2026:1797

2026-02-17 Civiel recht; Personen- en familierecht 200.354.530/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Uitspraakdatum
2026-02-17
Publicatiedatum
2026-05-27
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.354.530/01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; Sdu Nieuws Personen- en familierecht 2026/338; JPF 2026/97 met annotatie van mr. dr. H.J. Weijers; RFR 2026/95

Inhoudsindicatie

Verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap zoals vastgelegd in het echtscheidingsconvenant vernietigd wegens misbruik van omstandigheden. Vrouw verkeerde in abnormale geestestoestand en heeft zeer nadelig echtscheidingsconvenant getekend.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (18.692 tekens)
GERECHTSHOF DEN HAAG
Team Familie


Zaaknummer hof : 200.354.530/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : C/10/671542 / HA ZA 24-23





Arrest van 17 februari 2026




in de zaak van





[de man]
,
wonend in [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. T. Erdal, kantoorhoudend in Rotterdam,



tegen





[de vrouw]
,
wonend in [woonplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. A.C. Gocmen, kantoorhoudend in Rotterdam.



Het hof noemt partijen hierna de man en de vrouw.





1De zaak in het kort

1.1
De rechtbank heeft de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap zoals vastgelegd in het echtscheidingsconvenant vernietigd wegens misbruik van omstandigheden. Het hof bekrachtigt dit vonnis.




2Procesverloop in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:


de dagvaarding van 2 mei 2025, die tevens de grieven bevat, waarmee de man in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) van 5 februari 2025 (hierna: het bestreden vonnis);


de memorie van antwoord van de vrouw.




2.2
Op 7 november 2025 heeft op verzoek van de man een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Ter zitting zijn verschenen:


de man, bijgestaan door zijn advocaat;


de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.


De advocaat van de man heeft de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die hij heeft overgelegd.




3Feitelijke achtergrond

3.1
Partijen zijn van [huwelijksdatum] 2017 tot [echtscheidingsdatum] 2022 met elkaar gehuwd geweest in gemeenschap van goederen. Bij beschikking van de rechtbank van 8 november 2022 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Het op 10 oktober 2022 door partijen ondertekende echtscheidingsconvenant maakt deel uit van de echtscheidingsbeschikking.


3.2
De (advocaat van de) vrouw heeft bij brief van 6 november 2023 de verdeling buitengerechtelijk vernietigd.




4Procedure bij de rechtbank

4.1
De vrouw heeft de man gedagvaard en gevorderd:
a. de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap zoals vastgelegd in het echtscheidingsconvenant en de beschikking van de rechtbank van 8 november 2022 te vernietigen:
b. na vernietiging van de ontbonden huwelijksgemeenschap de wijze van de verdeling van de huwelijksgemeenschap alsnog vast te stellen zoals in het petitum van de dagvaarding is beschreven, met veroordeling van de man in de kosten van de procedure.


4.2
De man heeft gemotiveerd verweer gevoerd.


4.3
In het bestreden vonnis heeft de rechtbank de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap van partijen zoals vastgelegd in het echtscheidingsconvenant, vernietigd. De zaak is naar de rol verwezen van 5 maart 2025 voor het gelijktijdig nemen van een akte zoals vermeld in het bestreden vonnis. Iedere verdere beslissing is aangehouden.




5Vorderingen in hoger beroep

5.1
De man vordert het hof het bestreden vonnis te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, - naar het hof begrijpt – de inleidende vordering van de vrouw alsnog af te wijzen zodat het echtscheidingsconvenant, met de daarin opgenomen verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, in stand blijft, met veroordeling van de vrouw in de kosten van beide instanties.


5.2
Kort gezegd zien de grieven van de man erop dat bij de vrouw geen sprake is geweest van een abnormale geestestoestand, dan wel dat geen sprake was van misbruik van omstandigheden door de man bij de totstandkoming van het echtscheidingsconvenant. De vrouw heeft bewust, met juridische bijstand en in overleg met haar familie, ingestemd met de inhoud van het echtscheidingsconvenant en de daarin opgenomen afspraken over de verdeling van de huwelijksgemeenschap. Van wilsgebreken of benadeling is geen sprake, aldus de man.


5.3
De vrouw heeft gemotiveerd verweer gevoerd en gevorderd het hoger beroep ongegrond te verklaren, het bestreden vonnis te bekrachtigen en de man te veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep.




6Beoordeling in hoger beroep

6.1

Op 10 oktober 2022 hebben partijen in het bijzijn van de moeder van de vrouw op het kantoor van [de advocaat] – de advocaat van partijen – het echtscheidingsconvenant ondertekend. Daarin staat, voor zover van belang, het volgende:
“[…]

Partneralimentatie


2. Partijen zijn bij het maken van onderstaande afspraken uitgegaan van de volgende inkomensgegevens:

een bruto jaarinkomen/winst van € 61.693,- en een verzamelinkomen van € 40.948,- van de man
een bruto jaarinkomen van € ongeveer € 28.000,- van de vrouw
Rekening houdend met deze inkomens maken partijen de volgende afspraken ten aanzien van partneralimentatie.

3. De man doet afstand van een eventueel recht op alimentatie jegens de vrouw. De vrouw doet afstand van een eventueel recht op alimentatie jegens de man. Dit nihilbeding is gebaseerd op het feit dat beide partijen ten tijde van de ondertekening van dit convenant in staat zijn in hun eigen levensonderhoud te voorzien en zij de verwachting hebben dit te kunnen blijven doen.

[…]

Boedelverdeling

[...]

8. De boedel is reeds in onderling overleg tussen partijen naar tevredenheid verdeeld.

Echtelijke koopwoning

9. Partijen zijn gezamenlijk eigenaar van de woning op het adres:


[adres 1]


10. De woning wordt aan de man toebedeeld, waarbij partijen de waarde van de woning in het kader van de toedeling vaststellen op een bedrag ad € 313.000,-.

Aan de woning is de volgende hypothecaire geldlening verbonden: (…) ter grootte van € 309.224,93. De lening wordt eveneens overgenomen door de man.
Aan de woning is daarnaast geen spaarproduct verbonden.
De toedeling in het voorgaande artikel geschiedt op voorwaarde dat de hypothecaire lening aan de man wordt toegescheiden en de bank de vrouw ontslaat uit de hoofdelijke verplichtingen jegens de hypotheekhouder. De kosten verbonden aan het ontslag uit deze hoofdelijke verplichtingen zijn voor rekening van de man. De vrouw zal afstand doen van de overwaarde indien deze van toepassing is en laat het over als schenking. Het opstellen van een akte van verdeling en het notarieel transport van de woning zullen binnen 12 maanden na datum van inschrijving echtscheiding geschieden ten overstaan van een door partijen aan te wijzen notaris. De kosten hieraan verbonden zijn voor rekening van de man.

11. Beleggingspand aan [adres 2] met een hypothecaire geldlening circa € 191.000,- en een waarde van € 227.000,- wordt aan de man toebedeeld. De vrouw doet afstand van eventuele overwaarde.

De lening en de notariskosten wordt eveneens overgenomen door de man.
Aan de woning is daarnaast geen spaarproduct verbonden.

12. De vrouw heeft tot 31-12-2022 het recht om samen met de man de echtelijke woning te bewonen teneinde andere woonruimte te vinden, dit onder de voorwaarde dat de vrouw gedurende deze periode actief zal zoeken naar andere woonruimte.
13. Gedurende de periode dat partijen nog gezamenlijk de woning bewonen zullen zij de woonlasten blijven delen op de wijze zoals dit tijdens het huwelijk altijd het geval is geweest, namelijk door de man.

[…]

Vrijwaring en finale kwijting


19. Partijen vrijwaren elkaar over en weer, indien de ene partij wordt aangesproken tot voldoening van een schuld, welke ingevolge deze overeenkomst ten laste van de andere partij komt.
20. Partijen verklaren ter zake van de verdeling na uitvoering van bovenstaande niets meer van elkaar te vorderen te hebben en verlenen elkaar over en weer te dier zake finale kwijting.

(…)

V.O.F, zaak uit 01-09-2015 van de man


23. De V.O.F. onderneming van de man uit 01-09-2015 blijft voor de man en de vrouw doet afstand van haar eventuele deel. De kosten zijn voor de man.
[…]”


6.2
Op grond van artikel 3:44 lid 1 BW is een rechtshandeling vernietigbaar, wanneer zij door bedreiging, door bedrog of door misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen. Misbruik van omstandigheden is aanwezig wanneer iemand die weet of moet begrijpen dat een ander door bijzondere omstandigheden, zoals noodtoestand, afhankelijkheid, lichtzinnigheid, abnormale geestestoestand of onervarenheid, bewogen wordt tot het verrichten van een rechtshandeling, het tot stand komen van die rechtshandeling bevordert, ofschoon hetgeen hij weet of moet begrijpen hem daarvan zou behoren te weerhouden (artikel 3:44 lid 4 BW.


6.3
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden de verdeling in het echtscheidingsconvenant heeft vernietigd wegens misbruik van omstandigheden. Het hof neemt de gronden over en maakt deze tot de zijne. In hoger beroep zijn geen andere feiten en omstandigheden aangevoerd die tot een ander oordeel leiden. Het hof neemt in aanvulling op het bestreden vonnis het volgende in aanmerking.


6.4
Het moment waarop moet worden beoordeeld of sprake is van een abnormale geestestoestand is het moment van ondertekening van het convenant. Dit is voor de vrouw 10 oktober 2022 geweest. De vrouw heeft toen het convenant op het kantoor van [de advocaat] ondertekend in het bijzijn van haar moeder. Het hof is van oordeel dat de vrouw onder suïcidale gedachten het echtscheidingsconvenant heeft getekend waarbij zij geen enkele betekenis toekende aan de inhoud van het convenant. Gedurende de gehele periode van de totstandkoming van het echtscheidingsconvenant is de vrouw zeer passief geweest. Het hof wijst daarbij op de volgende omstandigheden. Slechts drie dagen na ondertekening, op 13 oktober 2022, is de vrouw opgenomen in het [ziekenhuis] op de afdeling psychiatrie na verwijzing door Antes (GGZ) met een crisismaatregel vanwege verhoogd suïciderisico. Op 17 oktober 2022 is de crisismaatregel voortgezet voor de duur van drie weken. Vervolgens is de vrouw op 27 oktober 2022 ontslagen uit het [ziekenhuis] , waarbij zij is verwezen naar ambulante specialistische GGZ (Antes). Bij de rechtbank heeft de vrouw verklaard over de ondertekening: “Ik wilde er toen al niet meer zijn, het maakte voor mij niet meer uit. Ik heb niet eens gekeken of er convenant op stond. Ik heb niks gelezen en alleen een krabbeltje gezet.” Al voor de ondertekening van het convenant – van 2 tot en met 4 september 2022 – is de vrouw opgenomen geweest op de Medisch-Psychiatrische Unit van het [ziekenhuis] nadat zij een overdosis (20 tabletten) van de aan haar voorgeschreven medicijnen tegen familiaire mediterrane koorts (Colchicine) had geslikt en zij de dag ervoor had geprobeerd haar polsen door te snijden. In het specialistenbericht van 9 november 2022 staat als conclusie bij die opname vermeld: “sprake van TS en sinds langere tijd somberheidsklachten bij een vrouw met uitgebreide psychosociale problematiek en een dominante partner en familie, dd [hof: differentiaal diagnostisch] kan er gedacht worden aan depressie bij chronische overschrijding draagkracht/draaglast bij cluster B/C persoonlijkheidstrekken.” Voorafgaand aan de tweede opname en dus in de periode van ondertekening van het convenant, zo heeft de vrouw tijdens de mondelinge behandeling bij de rechtbank verklaard en zo heeft de rechtbank – hetgeen in hoger beroep niet is bestreden – begrepen, was de vrouw heel onrustig en wilde zij steeds wegrennen om voor de tram te springen, zodat haar moeder de deur voor haar veiligheid op slot hield. Alleen al uit deze omstandigheden is voor het hof voldoende vast komen te staan dat de vrouw op het moment van ondertekening – 10 oktober 2022 – leed aan een abnormale geestestoestand. Het verweer van de man dat de vrouw haar problematiek fingeerde, is onvoldoende onderbouwd. Ook de verwijzing naar de uitdraai van het whatsappgesprek van 13 oktober 2022 leidt niet tot de conclusie dat de vrouw deed alsof, maar bevestigt naar het oordeel van het hof alleen maar de abnormale geestestoestand van de vrouw. Dat de vrouw na de ondertekening van het echtscheidingsconvenant op 14 november 2022 een akte van berusting heeft getekend, die niet ziet op het echtscheidingsconvenant maar op de totstandkoming van de echtscheiding, en op 5 januari 2023 bij de notaris (middels een schriftelijke volmacht) een akte van verdeling en levering, maakt deze vaststelling niet anders. De vrouw was bovendien op dat moment ook gehouden om het echtscheidingsconvenant na te komen.


6.5
De inhoud van het echtscheidingsconvenant, waarvan een eerste concept door de man later in zijn voordeel is bijgesteld, is voornamelijk afkomstig van hetgeen is besproken tijdens het zogenoemde familiegesprek. Tijdens dit gesprek, dat plaatsvond tussen 4 en 22 september 2022 en waarbij de man, zijn broer, de ouders van de vrouw en de vrouw aanwezig waren, hebben de ouders van de vrouw bij herhaling aangegeven dat de vrouw, hun dochter, niets wilde. Voor het hof is voldoende duidelijk geworden dat het overspel van de vrouw tijdens het huwelijk voor de familie van de vrouw, met een Turkse achtergrond, bij deze uitlatingen een grote invloed heeft gehad. De ouders van de vrouw maakten zich kennelijk niet druk over de financiële belangen van hun dochter. Hoewel de vrouw bij het familiegesprek aanwezig was, blijkt uit de transcriptie dat zij geen enkele inspraak had tijdens die gesprekken en zich passief opstelde. Van bijstand aan de vrouw door haar ouders, zoals de man stelt, was dan ook geen sprake. Het waren de ouders van de vrouw die samen met de man een leidende rol hadden in het geheel. De moeder van de vrouw was daarnaast ook bij alle gesprekken met de advocaat van de man en de ondertekening van het echtscheidingsconvenant aanwezig. Met de rechtbank, is het hof van oordeel dat hoewel het binnen de Turkse cultuur gebruikelijk is dat de ouders worden betrokken bij het overleggen over gevolgen van een echtscheiding en het bereiken van overeenstemming daarover, de ouders geen professioneel gemachtigden waren en dit niet heelt dat de vrouw in een abnormale geestestoestand verkeerde.


6.6
Door haar geestestoestand is de vrouw bewogen tot ondertekening van een voor haar zeer nadelig uitpakkend echtscheidingsconvenant waarbij zij kort gezegd afstand doet van alles. Partijen waren in gemeenschap van goederen gehuwd. Ondanks dat de advocaat partijen daar uitdrukkelijk op heeft gewezen, is het definitieve echtscheidingsconvenant in het geheel zeer nadelig voor de vrouw. Zo is daarin een nihilbeding opgenomen met betrekking tot de partneralimentatie, terwijl de vrouw op dat moment geen inkomen had. Daarnaast zijn de echtelijke woning en een beleggingspand beide met overwaarde aan de man toebedeeld. Ook was de man vennoot in een VOF. Over de waarden van de activa en schulden van die VOF is niets bekend gemaakt, maar daarover is niet gesteld dat deze per saldo negatief waren. De advocaat heeft partijen gewaarschuwd voor het nihilbeding, de benadeling van de vrouw bij de verdeling en de mogelijke fiscale gevolgen voor de man – de eventuele schenking – gelet op zijn overbedeling.


6.7
Voor de man moest voldoende kenbaar zijn dat de vrouw op het moment van de ondertekening van het echtscheidingsconvenant door haar abnormale geestelijke toestand werd bewogen tot het aangaan daarvan. Het kon de vrouw op dat moment gewoonweg niet meer schelen wat er in het convenant stond. De psychische gesteldheid van de vrouw tastte dan ook haar beoordelingsvermogen aan. Zij was niet in staat om zelfstandig haar financiële belangen te behartigen en beslissingen daarover te nemen en had zonder deze psychische gesteldheid nooit ingestemd met het convenant. Omdat de man door de eerdere opname van de vrouw en haar gedrag daarmee bekend was, moest voor hem voldoende kenbaar zijn geweest dat de vrouw niet in staat was tot een voldoende afweging van haar belangen bij de totstandkoming van het echtscheidingsconvenant. Hij had de belangen van de vrouw beter in het oog moeten houden. Dit heeft hij niet gedaan. Integendeel, zoals de rechtbank terecht vaststelt, is de man – ondanks waarschuwingen van [de advocaat] – voortvarend doorgegaan met de voor hem voorgenomen gunstige verdeling in het concept convenant, waarbij hij zelfs zijn financiële belang nog verder voorop heeft gesteld door in het definitieve echtscheidingsconvenant de (lagere) WOZ-waardes van de woning en het beleggingspand op te nemen, zodat voor de fiscus de overbedeling kleiner zou lijken dan hij daadwerkelijk was. De man heeft dan ook welbewust misbruik gemaakt van de psychische gesteldheid van de vrouw.


6.8

Het hof komt dan ook tot de conclusie dat de grieven van de man niet slagen. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat de vrouw de verdeling in het echtscheidingsconvenant van de ontbonden huwelijksgemeenschap terecht en op goede gronden heeft vernietigd. Het hof zal dan ook het bestreden vonnis bekrachtigen.
Proceskosten



6.9
Gelet op de familierechtelijke aard van de procedure zal het hof de proceskosten in hoger beroep compenseren en de vordering van de man om de vrouw te veroordelen in de proceskosten van eerste aanleg en hoger beroep, en de vordering van de vrouw om de man te veroordelen in de proceskosten in hoger beroep, dan ook afwijzen.




7Beslissing
Het hof:



bekrachtigt het bestreden vonnis;


compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;


wijst het meer of anders gevorderde af.




Dit arrest is gewezen door mr. G.G.B. Boelens, mr. M.L.C.C. Lückers en mr. J.B. Backhuijs en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2026 in aanwezigheid van de griffier.