Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Den Haag

ECLI:NL:GHDHA:2021:1347

2021-06-08 Civiel recht; Burgerlijk procesrecht 200.268.559/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Uitspraakdatum
2021-06-08
Publicatiedatum
2021-07-16
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.268.559/01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beslissing op voet art. 31 Rv. Vervolg op ECLI:NL:GHDHA:2021:861. Verzoek afgewezen want het berust op een onjuiste lezing van het arrest van het hof.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.742 tekens)
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling civiel


Zaaknummer : 200.268.559/01
Zaak-/rolnummer rechtbank : C/10/557675 / HA ZA 18-827





arrest van 8 juni 2021



inzake




[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,appellante,hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. A.J. Beghtel te Houten



tegen




[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,geïntimeerde, hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. J. Ran te Utrecht






Het geding


In bovengenoemde zaak heeft het hof op 16 maart 2021 arrest gewezen (ECLI:NL:GHDHA: 2021:861).



De vrouw heeft bij brief van 25 maart 2021 het hof op de voet van artikel 31 Rv verzocht om het arrest te verbeteren.



De man heeft bij brief van 12 mei 2021 daarop gereageerd; hij concludeert tot afwijzing van het verzoek van de vrouw.






Beoordeling van het verzoek

1. De vrouw legt aan haar verzoek ten grondslag dat er sprake is van een kennelijke rekenfout in r.o. 32 van het arrest van 16 maart 2021. Deze rechtsoverweging luidt als volgt:


‘Uit het bovenstaande volgt dat de vrouw weliswaar een vergoedingsrecht jegens de man heeft uit hoofde van haar aflossing op de hypothecaire geldlening (€ 212.000,-) en van haar bijdrage in de verbouwingskosten (€ 162.308,-), voor een totaalbedrag van (€ 212.000,- + € 162.308,- = € 374.308,- maal 50% =) € 187.154,-, maar dat dit vergoedingsrecht naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid kan worden weggestreept tegen het vergoedingsrecht van de man jegens de vrouw uit hoofde van zijn bijdrage in de verbouwingskosten voor (de helft van € 458.291,- =) een totaalbedrag van € 229.145,50 althans voor een zodanig bedrag dat tenminste overeenkomt met de hoogte van het vergoedingsrecht van de vrouw. Het hof zal het bestreden vonnis in zoverre dan ook bekrachtigen.’


2. Volgens de vrouw heeft de verbouwing van de woning een totaalbedrag van € 458.291,- gekost. De vrouw heeft aan de verbouwing bijgedragen voor een totaalbedrag van (€ 93.306,- + € 69.002,- =) € 162.308,-, welk bedrag voor de berekening van de vergoedingsrechten afgetrokken dient te worden van het totaalbedrag van € 458.291,-. Daarmee bedraagt het aandeel van de man in de totale verbouwingskosten een bedrag van € 295.983,-. Dit betekent volgens de vrouw dat de man nog een bedrag van € 39.162,50 aan haar verschuldigd is.

3. Naar het oordeel van het hof berust het betoog van de vrouw op een onjuiste lezing van het arrest van 16 maart 2021. Het hof legt dat als volgt uit. Op basis van de gedingstukken en een afweging van de door partijen ingenomen stellingen heeft het hof in het arrest vastgesteld dat de man voor een totaalbedrag van € 458.291,- (r.o. 18) en de vrouw voor een totaalbedrag van € 162.308,- (r.o. 26) aan de verbouwing van de woning heeft uitgegeven. Anders dan de vrouw betoogt zijn de totale verbouwingskosten volgens het arrest dus meer dan € 458.291,- geweest.

4. Dit betekent dat er geen sprake is van een kennelijke rekenfout in het arrest en dat het hof het verzoek van de vrouw dan ook zal afwijzen.




Beslissing


Het hof:



wijst af het verzoek van de vrouw tot verbetering van het tussen partijen gewezen arrest van 16 maart 2021.




Dit arrest is gewezen door mrs. F. Ibili, A.N. Labohm en K.M. Braun, en ondertekend en in het openbaar uitgesproken door mr. J.E.H.M. Pinckaers, rolraadsheer, op 8 juni 2021 in aanwezigheid van de griffier.