Gerechtshof Den Haag
ECLI:NL:GHDHA:2018:3007
2018-10-03
Strafrecht
22-004342-17
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Het hof is van oordeel dat het niet-nakomen van de aanzeggingsplicht (in dit geval) dient te leiden tot de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in het ingestelde hoger beroep.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2017:2641 Hoge Raad 17-10-2017
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.411 tekens)
Rolnummer: 22-004342-17
Parketnummer: 10-239770-16
Datum uitspraak: 3 oktober 2018
VERSTEK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 29 september 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1993,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
De verdachte is op 29 september 2017 bij verstekvonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam vrijgesproken van het aan hem onder 2 tenlastegelegde feit.
Het vonnis is aan de verdachte in persoon uitgereikt op 24 april 2018 gelet op de akte van uitreiking in combinatie met het (niet ondertekende) proces-verbaal.
De kennisgeving van het hoger beroep is echter niet in persoon aan de verdachte betekend. Hetzelfde geldt voor de dagvaarding in hoger beroep. Gelet op deze omstandigheden en op artikel 409, leden twee en drie, van het Wetboek van Strafvordering, is de zaak ten onrechte reeds ingezonden aan het gerechtshof en had aan die onterechte inzending geen gevolg mogen worden gegeven.
Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat de Hoge Raad zich inmiddels bij arrest van 17 oktober 2017 (ECLI:NL:HR:2017:2641, NJ 2017/417) heeft uitgesproken over de strafbaarheid van het voorhanden hebben van een creditcardmes, zodat het maatschappelijk belang volgens het Openbaar Ministerie niet noopt tot handhaving van het appel.
Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat het niet-nakomen van de aanzeggingsplicht in dit geval dient te leiden tot de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in het ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. M.J. de Haan-Boerdijk,
mr. H. van den Heuvel en mr. T.B. Trotman, in bijzijn van de griffier mr. R.S. Hogendoorn-Matthijssen.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 3 oktober 2018.
Parketnummer: 10-239770-16
Datum uitspraak: 3 oktober 2018
VERSTEK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 29 september 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1993,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
De verdachte is op 29 september 2017 bij verstekvonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam vrijgesproken van het aan hem onder 2 tenlastegelegde feit.
Het vonnis is aan de verdachte in persoon uitgereikt op 24 april 2018 gelet op de akte van uitreiking in combinatie met het (niet ondertekende) proces-verbaal.
De kennisgeving van het hoger beroep is echter niet in persoon aan de verdachte betekend. Hetzelfde geldt voor de dagvaarding in hoger beroep. Gelet op deze omstandigheden en op artikel 409, leden twee en drie, van het Wetboek van Strafvordering, is de zaak ten onrechte reeds ingezonden aan het gerechtshof en had aan die onterechte inzending geen gevolg mogen worden gegeven.
Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat de Hoge Raad zich inmiddels bij arrest van 17 oktober 2017 (ECLI:NL:HR:2017:2641, NJ 2017/417) heeft uitgesproken over de strafbaarheid van het voorhanden hebben van een creditcardmes, zodat het maatschappelijk belang volgens het Openbaar Ministerie niet noopt tot handhaving van het appel.
Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat het niet-nakomen van de aanzeggingsplicht in dit geval dient te leiden tot de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in het ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. M.J. de Haan-Boerdijk,
mr. H. van den Heuvel en mr. T.B. Trotman, in bijzijn van de griffier mr. R.S. Hogendoorn-Matthijssen.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 3 oktober 2018.