Gerechtshof Den Haag
ECLI:NL:GHDHA:2017:4309
2017-05-30
Civiel recht; Arbeidsrecht
200.208.569/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
SO-procedure; arbeidsrecht; concurrentiebeding; onrechtmatige concurrentie?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.194 tekens)
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.208.569/01
Rolnummer rechtbank : C/09/521713/ KG ZA 16-1391
arrest van 30 mei 2017
in de zaak van
Brabo Brandpreventie B.V.,
statutair gevestigd te Zoetermeer en mede kantoorhoudende te Wateringen,
appellante,
hierna te noemen: Braho,
advocaat: mr. B.A. Roosenboom te Velp,
tegen
1 [geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
2Fuego Brandpreventie B.V.,
gevestigd te Delft,
geïntimeerden,
hierna te noemen: [geïntimeerde] c.s.,
advocaat: mr. P.R. Rojer te Amsterdam.
Het verdere verloop van het geding
Verwezen wordt naar het tussenarrest van 21 februari 2017 waarin een comparitie na aanbrengen is bevolen. Deze comparitie heeft geen doorgang gevonden. Beide partijen hebben toelating tot de Second Opinion-procedure verzocht. Daartoe hebben de behandelend advocaten ieder een SO-formulier als bedoeld in de artikel 3.2 van het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald op heden.
Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure
Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). Zoals in het SO-formulier van Braho staat vermeld, luidt haar enige grief dat de rechtbank Den Haag Team Handel- voorzieningenrechter in haar vonnis in kort geding van 5 januari 2017 niet heeft beslist overeenkomstig hetgeen zij in eerste aanleg had geconcludeerd.
Het hof - dat kennis heeft genomen van de stukken van de eerste aanleg - neemt de overwegingen van de rechtbank over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zullen de bestreden vonnissen worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering. Onder deze omstandigheden komt het hof niet toe aan de door Brabo in haar appeldagvaarding ingestelde terugbetalingsvordering.
3. Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde paitij zal Brabo worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door Fuego betaalde griffiegeld van € 716,--.
Beslissing
Het gerechtshof:
bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis in kort geding van de rechtbank Den Haag Team Handel- voorzieningenrechter rechtbank Dordrecht van 5 januari 2017;
veroordeelt Brabo in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Fuego begroot op € 716,-- aan griffiegeld.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.S. van Coevorden, M.M. Olthof en M. Flipse en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 mei 2017 in aanwezigheid van de griffier.
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.208.569/01
Rolnummer rechtbank : C/09/521713/ KG ZA 16-1391
arrest van 30 mei 2017
in de zaak van
Brabo Brandpreventie B.V.,
statutair gevestigd te Zoetermeer en mede kantoorhoudende te Wateringen,
appellante,
hierna te noemen: Braho,
advocaat: mr. B.A. Roosenboom te Velp,
tegen
1 [geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
2Fuego Brandpreventie B.V.,
gevestigd te Delft,
geïntimeerden,
hierna te noemen: [geïntimeerde] c.s.,
advocaat: mr. P.R. Rojer te Amsterdam.
Het verdere verloop van het geding
Verwezen wordt naar het tussenarrest van 21 februari 2017 waarin een comparitie na aanbrengen is bevolen. Deze comparitie heeft geen doorgang gevonden. Beide partijen hebben toelating tot de Second Opinion-procedure verzocht. Daartoe hebben de behandelend advocaten ieder een SO-formulier als bedoeld in de artikel 3.2 van het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald op heden.
Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure
Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). Zoals in het SO-formulier van Braho staat vermeld, luidt haar enige grief dat de rechtbank Den Haag Team Handel- voorzieningenrechter in haar vonnis in kort geding van 5 januari 2017 niet heeft beslist overeenkomstig hetgeen zij in eerste aanleg had geconcludeerd.
Het hof - dat kennis heeft genomen van de stukken van de eerste aanleg - neemt de overwegingen van de rechtbank over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zullen de bestreden vonnissen worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering. Onder deze omstandigheden komt het hof niet toe aan de door Brabo in haar appeldagvaarding ingestelde terugbetalingsvordering.
3. Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde paitij zal Brabo worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door Fuego betaalde griffiegeld van € 716,--.
Beslissing
Het gerechtshof:
bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis in kort geding van de rechtbank Den Haag Team Handel- voorzieningenrechter rechtbank Dordrecht van 5 januari 2017;
veroordeelt Brabo in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Fuego begroot op € 716,-- aan griffiegeld.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.S. van Coevorden, M.M. Olthof en M. Flipse en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 mei 2017 in aanwezigheid van de griffier.