Gerechtshof Den Haag
ECLI:NL:GHDHA:2017:3423
2017-11-29
Strafrecht
22-003112-17
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Het hof verklaart de verdachte niet ontvankelijk in hoger beroep. De appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend. De verdachte heeft echter niet een schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. De mogelijkheid dat de inleidende dagvaarding nietig is, staat hieraan niet in de weg, zo volgt uit HR 14 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1199.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2016:1199 Hoge Raad 14-06-2016
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.969 tekens)
Rolnummer: 22-003112-17
Parketnummer: 10-265798-16
Datum uitspraak: 29 november 2017
VERSTEK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 14 maart 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortejaar] 1974,
[adres].
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van 5 weken, waarvan 3 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorts is omtrent de vordering van de benadeelde partij beslist als nader vermeld in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 15 november 2017 gevorderd dat de niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Op grond van artikel 422, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering moet het hof eerst de vraag beantwoorden of de appeldagvaarding of oproeping rechtsgeldig is betekend en vervolgens de vraag of het hoger beroep is ingesteld overeenkomstig de eisen die de wet daaraan stelt. Dat laatste behelst onder meer de vraag of zich niet het geval van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering voordoet.
Het hof stelt vast dat de appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend. De verdachte heeft echter niet een schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven.
Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.
De mogelijkheid dat de inleidende dagvaarding nietig is, staat hieraan niet in de weg, zo volgt uit HR 14 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1199.
Aan een eventuele ambtshalve terugwijzing naar de rechtbank komt het hof derhalve niet toe.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. A.S.I. van Delden,
mr. M.J. de Haan-Boerdijk en mr. S. Verheijen, in bijzijn van de griffier mr. M.M. Dijk.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 29 november 2017.
Parketnummer: 10-265798-16
Datum uitspraak: 29 november 2017
VERSTEK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 14 maart 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortejaar] 1974,
[adres].
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van 5 weken, waarvan 3 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorts is omtrent de vordering van de benadeelde partij beslist als nader vermeld in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 15 november 2017 gevorderd dat de niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Op grond van artikel 422, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering moet het hof eerst de vraag beantwoorden of de appeldagvaarding of oproeping rechtsgeldig is betekend en vervolgens de vraag of het hoger beroep is ingesteld overeenkomstig de eisen die de wet daaraan stelt. Dat laatste behelst onder meer de vraag of zich niet het geval van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering voordoet.
Het hof stelt vast dat de appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend. De verdachte heeft echter niet een schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven.
Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.
De mogelijkheid dat de inleidende dagvaarding nietig is, staat hieraan niet in de weg, zo volgt uit HR 14 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1199.
Aan een eventuele ambtshalve terugwijzing naar de rechtbank komt het hof derhalve niet toe.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. A.S.I. van Delden,
mr. M.J. de Haan-Boerdijk en mr. S. Verheijen, in bijzijn van de griffier mr. M.M. Dijk.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 29 november 2017.