Gerechtshof Den Haag
ECLI:NL:GHDHA:2016:4427
2016-09-13
Civiel recht
200.190.464/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
SO-procedure. Letselschade. Verkeersongeval
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.061 tekens)
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.190.464/01
Zaaknummer rechtbank: C/10/426176 / HA ZA 13-611
arrest van 13 september 2016
inzake
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. M. Heere-Helmink te Rotterdam,
tegen
1. [geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
2. Delta Lloyd Schadeverzekeringen N.V.,
wonende te [woonplaats],
geïntimeerden,
hierna te noemen: [geïntimeerde] c.s.,
advocaat: mr. P. Oskam te Amsterdam.
Het verdere verloop van het geding
Voor het verloop van de procedure tot die datum wordt verwezen naar het tussenarrest van 17 mei 2016 waarbij een comparitie na aanbrengen is gelast. De comparitie heeft plaatsgevonden op 1 juli 2016. Van de comparitie is proces-verbaal gemaakt. Na afloop van de comparitie is namens beide partijen toelating tot
de Second Opinion-procedure verzocht. Daartoe hebben de behandelend advocaten ieder een SO-formulier als bedoeld in artikel 3.2 van het Second Opinion Reglement (SOR)
ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald.
Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure
Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). Gelet hierop luidt de enige grief dat de rechtbank Rotterdam in het vonnis van 27 januari 2016 niet heeft beslist overeenkomstig hetgeen [appellant] in eerste aanleg had gevorderd.
Het hof dat kennis heeft genomen van de stukken van de eerste aanleg - neemt de overwegingen van de rechtbank over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
[appellant] zal als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Deze zijn ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt tot het door [geïntimeerde] c.s. betaalde griffierecht van€ 718, alsmede, nu een comparitie van partijen heeft plaatsgevonden, één punt volgens het toepasselijke liquidatietarief ad € 894.
Beslissing
Het hof:
bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 27 januari 2016;
veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] c.s. tot op heden begroot op € 1.612,-.
Dit arrest is gewezen door mrs. F. Damsteegt-Molier, M.M. Ol thof en M. Flipse en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 september 2016 in aanwezigheid van de griffier.
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.190.464/01
Zaaknummer rechtbank: C/10/426176 / HA ZA 13-611
arrest van 13 september 2016
inzake
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. M. Heere-Helmink te Rotterdam,
tegen
1. [geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
2. Delta Lloyd Schadeverzekeringen N.V.,
wonende te [woonplaats],
geïntimeerden,
hierna te noemen: [geïntimeerde] c.s.,
advocaat: mr. P. Oskam te Amsterdam.
Het verdere verloop van het geding
Voor het verloop van de procedure tot die datum wordt verwezen naar het tussenarrest van 17 mei 2016 waarbij een comparitie na aanbrengen is gelast. De comparitie heeft plaatsgevonden op 1 juli 2016. Van de comparitie is proces-verbaal gemaakt. Na afloop van de comparitie is namens beide partijen toelating tot
de Second Opinion-procedure verzocht. Daartoe hebben de behandelend advocaten ieder een SO-formulier als bedoeld in artikel 3.2 van het Second Opinion Reglement (SOR)
ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald.
Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure
Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). Gelet hierop luidt de enige grief dat de rechtbank Rotterdam in het vonnis van 27 januari 2016 niet heeft beslist overeenkomstig hetgeen [appellant] in eerste aanleg had gevorderd.
Het hof dat kennis heeft genomen van de stukken van de eerste aanleg - neemt de overwegingen van de rechtbank over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
[appellant] zal als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Deze zijn ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt tot het door [geïntimeerde] c.s. betaalde griffierecht van€ 718, alsmede, nu een comparitie van partijen heeft plaatsgevonden, één punt volgens het toepasselijke liquidatietarief ad € 894.
Beslissing
Het hof:
bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 27 januari 2016;
veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] c.s. tot op heden begroot op € 1.612,-.
Dit arrest is gewezen door mrs. F. Damsteegt-Molier, M.M. Ol thof en M. Flipse en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 september 2016 in aanwezigheid van de griffier.