Gerechtshof Den Haag
ECLI:NL:GHDHA:2016:4426
2016-08-09
Civiel recht
200.191.712/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Second Opinion-procedure; onjuiste opzegging overeenkomst tot opdracht werkzaamheden
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.825 tekens)
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.191.712/01
Zaaknummer rechtbank : 4513358 CV EXPL 15-44683
arrest van 9 augustus 2016
inzake
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna te noemen: [appellant] ,
advocaat: mr. T.T. Stellingwerff-Kok te Groningen,
tegen
Interconcept B.V.,
gevestigd te Bergschenhoek, gemeente Lansingerland,
geïntimeerde,
hierna te noemen: Interconcept,
advocaat: mr. E.J. Lichtenveldt te Rotterdam.
Het verdere verloop van het geding
Verwezen wordt naar het tussenarrest van 14 juni 2016 waarbij een comparitie na aanbrengen is gelast. Voorafgaand aan die comparitie is namens beide partijen toelating tot de Second Opinion-procedure verzocht. Daartoe hebben de behandelend advocaten ieder een SO-formulier als bedoeld in de artikel 3.2 van het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, van de comparitie van partijen is afgezien en arrest is bepaald.
Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure
Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). Gelet hierop luidt de enige grief dat de rechtbank Rotterdam (team kanton, hierna ook: de kantonrechter) in de vonnissen van 19 november 2015 en 19 februari 2016 niet heeft beslist overeenkomstig hetgeen partijen in eerste aanleg hadden gevorderd.
Het hof - dat kennis heeft genomen van de stukken van de eerste aanleg - neemt de overwegingen van de kantonrechter over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zullen de bestreden vonnissen worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
3. [appellant] zal als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Deze zijn ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt tot het door Interconcept betaalde griffierecht van € 718,-.
Beslissing
Het hof:
bekrachtigt de tussen partijen gewezen vonnissen van de kantonrechter van 19 november 2015 en 19 februari 2016
veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Interconcept tot op heden begroot op € 718,-.
Dit arrest is gewezen door mrs. F. Damsteegt-Molier, M.M. Olthof en M. Flipse en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 augustus 2016 in aanwezigheid van de griffier.
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.191.712/01
Zaaknummer rechtbank : 4513358 CV EXPL 15-44683
arrest van 9 augustus 2016
inzake
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna te noemen: [appellant] ,
advocaat: mr. T.T. Stellingwerff-Kok te Groningen,
tegen
Interconcept B.V.,
gevestigd te Bergschenhoek, gemeente Lansingerland,
geïntimeerde,
hierna te noemen: Interconcept,
advocaat: mr. E.J. Lichtenveldt te Rotterdam.
Het verdere verloop van het geding
Verwezen wordt naar het tussenarrest van 14 juni 2016 waarbij een comparitie na aanbrengen is gelast. Voorafgaand aan die comparitie is namens beide partijen toelating tot de Second Opinion-procedure verzocht. Daartoe hebben de behandelend advocaten ieder een SO-formulier als bedoeld in de artikel 3.2 van het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, van de comparitie van partijen is afgezien en arrest is bepaald.
Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure
Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). Gelet hierop luidt de enige grief dat de rechtbank Rotterdam (team kanton, hierna ook: de kantonrechter) in de vonnissen van 19 november 2015 en 19 februari 2016 niet heeft beslist overeenkomstig hetgeen partijen in eerste aanleg hadden gevorderd.
Het hof - dat kennis heeft genomen van de stukken van de eerste aanleg - neemt de overwegingen van de kantonrechter over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zullen de bestreden vonnissen worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
3. [appellant] zal als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Deze zijn ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt tot het door Interconcept betaalde griffierecht van € 718,-.
Beslissing
Het hof:
bekrachtigt de tussen partijen gewezen vonnissen van de kantonrechter van 19 november 2015 en 19 februari 2016
veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Interconcept tot op heden begroot op € 718,-.
Dit arrest is gewezen door mrs. F. Damsteegt-Molier, M.M. Olthof en M. Flipse en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 augustus 2016 in aanwezigheid van de griffier.