Gerechtshof Den Haag
ECLI:NL:GHDHA:2016:4418
2016-01-12
Civiel recht
200.177.104/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
SO-procedure; onrechtmatige daad.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.887 tekens)
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.177.104/01
Zaaknummer rechtbank: C/09/473644/ HA ZA 14-1071
Arrest van 12 januari 2016
inzake
[appellant]
wonende te [woonplaats]
appellant
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. M.W.R. Koch te Amsterdam,
tegen
Dienst Wegverkeer (RDW),
zetelend te Zoetermeer,
geïntimeerde,
hierna te noemen: RDW,
advocaat: mr. R.D. Lubach te Amsterdam.
Het geding
Voor het verloop van het geding tot aan 13 oktober 2015 verwijst het hof naar het arrest van die datum. Bij dat arrest is een comparitie van partijen gelast, die heeft plaatsgevonden op 8 december 2015. Van de comparitie is proces-verbaal gemaakt.
Ter comparitie is de mogelijkheid van de Second Opinion-procedure besproken. De behandelend advocaten hebben tijdens de comparitie een SO-formulier als bedoeld in artikel 3.2. van het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald.
Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure
1. Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). De enige grief van [appellant] bestaat eruit dat de rechtbank Den Haag niet heeft beslist overeenkomstig hij in eerste aanleg had gevorderd.
2. Het hof- dat kennis heeft genomen van de stukken in eerste aanleg - verenigt zich met de beslissing van de rechtbank. Derhalve zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
3. Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij zal [appellant] worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door RDW betaalde griffiegeld van€ 1.937,00 en, nu een comparitie heeft plaatsgevonden, één punt volgens het toepasselijke liquidatietarief,€ 894,00.
Beslissing
Het hof
- bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van RDW begroot op een bedrag van € 2.831,00 waarvan € 1.937,00 voor griffiegeld en € 894,00 voor salaris advocaat;
- verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.P.J. Ruijpers, J.J. van der Helm en H.J.M. Burg en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 januari 2016 in aanwezigheid van de griffier.
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.177.104/01
Zaaknummer rechtbank: C/09/473644/ HA ZA 14-1071
Arrest van 12 januari 2016
inzake
[appellant]
wonende te [woonplaats]
appellant
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. M.W.R. Koch te Amsterdam,
tegen
Dienst Wegverkeer (RDW),
zetelend te Zoetermeer,
geïntimeerde,
hierna te noemen: RDW,
advocaat: mr. R.D. Lubach te Amsterdam.
Het geding
Voor het verloop van het geding tot aan 13 oktober 2015 verwijst het hof naar het arrest van die datum. Bij dat arrest is een comparitie van partijen gelast, die heeft plaatsgevonden op 8 december 2015. Van de comparitie is proces-verbaal gemaakt.
Ter comparitie is de mogelijkheid van de Second Opinion-procedure besproken. De behandelend advocaten hebben tijdens de comparitie een SO-formulier als bedoeld in artikel 3.2. van het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald.
Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure
1. Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). De enige grief van [appellant] bestaat eruit dat de rechtbank Den Haag niet heeft beslist overeenkomstig hij in eerste aanleg had gevorderd.
2. Het hof- dat kennis heeft genomen van de stukken in eerste aanleg - verenigt zich met de beslissing van de rechtbank. Derhalve zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
3. Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij zal [appellant] worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door RDW betaalde griffiegeld van€ 1.937,00 en, nu een comparitie heeft plaatsgevonden, één punt volgens het toepasselijke liquidatietarief,€ 894,00.
Beslissing
Het hof
- bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van RDW begroot op een bedrag van € 2.831,00 waarvan € 1.937,00 voor griffiegeld en € 894,00 voor salaris advocaat;
- verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.P.J. Ruijpers, J.J. van der Helm en H.J.M. Burg en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 januari 2016 in aanwezigheid van de griffier.