Gerechtshof Den Haag
ECLI:NL:GHDHA:2015:4039
2015-02-24
Civiel recht
200.157.953/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Second opinion procedure. Ontruiming huurwoning wegens hennepteelt
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.995 tekens)
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.157.953/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : 3098873 \ CV EXPL 14-24842
Arrest van 24 februari 2015
Inzake
[appellant]
domicilie kiezende te Rotterdam (ten kantore van mr. Soebhag)
appellant,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. G.A. Soebhag te Rotterdam,
tegen
Stichting Woonstad Rotterdam,
gevestigd te Rotterdam,
geïntimeerde,
hierna te noemen: Woonstad,
advocaat: mr. C.S. Rodrigues Pereira-de Kuyper te Rotterdam.
Het geding
Voor het procesverloop tot aan 2 december 2014 verwijst het hof naar zijn tussenarrest van die datum. Bij dat tussenarrest werd een comparitie van partijen gelast. Van deze comparitie, die op 20 januari 2015 werd gehouden, is proces-verbaal opgemaakt. De behandelend advocaten hebben na de comparitie eenstemmig laten weten dat zij een Second Opinion procedure wensen en hebben daartoe allebei een SO-formulier als bedoeld in artikel 3.2. van het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald.
Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure
1. Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). De enige grief van [appellant] bestaat eruit dat de rechtbank Rotterdam niet heeft beslist overeenkomstig hij in eerste aanleg had gevorderd.
2. Het hof - dat kennis heeft genomen van de stukken in eerste aanleg - neemt de overwegingen van de kantonrechter over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
3. Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij zal [appellant] worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door Woonstad betaalde griffiegeld van € 704,00 en, nu een comparitie heeft plaatsgevonden, één punt volgens het toepasselijke liquidatietarief,€ 894,00.
Beslissing
Het hof
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
veroordeelt· LieveId in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Woonstad begroot op een bedrag van € 1.598,00 waarvan € 704,00 voor griffiegeld en € 894,00 voor salaris advocaat;
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. T.G. Lautenbach, M.E. Honée en M.P.J. Ruijpers en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 februari 2015 in aanwezigheid van de griffier.
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.157.953/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : 3098873 \ CV EXPL 14-24842
Arrest van 24 februari 2015
Inzake
[appellant]
domicilie kiezende te Rotterdam (ten kantore van mr. Soebhag)
appellant,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. G.A. Soebhag te Rotterdam,
tegen
Stichting Woonstad Rotterdam,
gevestigd te Rotterdam,
geïntimeerde,
hierna te noemen: Woonstad,
advocaat: mr. C.S. Rodrigues Pereira-de Kuyper te Rotterdam.
Het geding
Voor het procesverloop tot aan 2 december 2014 verwijst het hof naar zijn tussenarrest van die datum. Bij dat tussenarrest werd een comparitie van partijen gelast. Van deze comparitie, die op 20 januari 2015 werd gehouden, is proces-verbaal opgemaakt. De behandelend advocaten hebben na de comparitie eenstemmig laten weten dat zij een Second Opinion procedure wensen en hebben daartoe allebei een SO-formulier als bedoeld in artikel 3.2. van het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald.
Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure
1. Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). De enige grief van [appellant] bestaat eruit dat de rechtbank Rotterdam niet heeft beslist overeenkomstig hij in eerste aanleg had gevorderd.
2. Het hof - dat kennis heeft genomen van de stukken in eerste aanleg - neemt de overwegingen van de kantonrechter over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
3. Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij zal [appellant] worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door Woonstad betaalde griffiegeld van € 704,00 en, nu een comparitie heeft plaatsgevonden, één punt volgens het toepasselijke liquidatietarief,€ 894,00.
Beslissing
Het hof
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
veroordeelt· LieveId in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Woonstad begroot op een bedrag van € 1.598,00 waarvan € 704,00 voor griffiegeld en € 894,00 voor salaris advocaat;
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. T.G. Lautenbach, M.E. Honée en M.P.J. Ruijpers en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 februari 2015 in aanwezigheid van de griffier.