Gerechtshof Den Haag
ECLI:NL:GHDHA:2014:2115
2014-07-01
Civiel recht
200.140.191
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Second Opinion procedure; arbeidsrecht. Vergoeding reiskosten en andere vergoedingen
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.023 tekens)
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel Recht
Zaaknummer : 200.140.191/01
Rolnummer rechtbank : 1242566/13-1043
Arrest van 1 juli 2014
in de zaak van
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant in het principaal appel,
geïntimeerde in het incidenteel appel,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. J. Ipenburg te Utrecht,
tegen
IBB Kondor B.V.,
gevestigd te Rijssen,
geïntimeerde in het principaal appel,
appellante in het incidenteel appel,
hierna te noemen: IBB Kondor,
advocaat: mr. B.J.R.M. van Spaendonck te Amsterdam.
De procedure
Verwezen wordt naar het tussenarrest van 11 maart 2014 waarin een comparitie na
aanbrengen is bevolen. Voorafgaand aan die comparitie is namens beide partijen toelating tot
de Second Opinion-procedure verzocht. Daartoe hebben de behandelend advocaten ieder een
SO-formulier als bedoeld in de artikel 3.2 van het Second Opinion Reglement (SOR)
ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, van de comparitie van partijen
is afgezien en arrest is bepaald.
Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure
1.
Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). IBB Kondor heeft in het SO-formulier aangegeven dat zij incidenteel appel instelt (zie artikel 3.5 SOR). Zoals in de SO-formulieren staat vermeld, luidt de enige grief dat de rechtbank Den Haag (team kanton, locatie Leiden hierna ook: de kantonrechter) in de vonnissen van 10 juli 2013 en 2 oktober 2013 niet heeft beslist overeenkomstig hetgeen partijen in eerste aanleg hadden gevorderd of geconcludeerd.
2.
Het hof – dat kennis heeft genomen van de stukken van de eerste aanleg – neemt de overwegingen van de kantonrechter over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zullen de bestreden vonnissen worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
3.
Het hof ziet aanleiding om in hoger beroep, zowel in het principaal appel als in het incidenteel appel, de kosten te compenseren.
Beslissing
Het hof:
- bekrachtigt de tussen partijen gewezen vonnissen van de kantonrechter van 10 juli 2013 en 2 oktober 2013;
- compenseert in het hoger beroep de kosten, zowel in het principaal als in het incidenteel appel.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.R. Mellema, M.M. Olthof en M.H. van Coeverden en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juli 2014 in aanwezigheid van de griffier.
Afdeling Civiel Recht
Zaaknummer : 200.140.191/01
Rolnummer rechtbank : 1242566/13-1043
Arrest van 1 juli 2014
in de zaak van
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant in het principaal appel,
geïntimeerde in het incidenteel appel,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. J. Ipenburg te Utrecht,
tegen
IBB Kondor B.V.,
gevestigd te Rijssen,
geïntimeerde in het principaal appel,
appellante in het incidenteel appel,
hierna te noemen: IBB Kondor,
advocaat: mr. B.J.R.M. van Spaendonck te Amsterdam.
De procedure
Verwezen wordt naar het tussenarrest van 11 maart 2014 waarin een comparitie na
aanbrengen is bevolen. Voorafgaand aan die comparitie is namens beide partijen toelating tot
de Second Opinion-procedure verzocht. Daartoe hebben de behandelend advocaten ieder een
SO-formulier als bedoeld in de artikel 3.2 van het Second Opinion Reglement (SOR)
ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, van de comparitie van partijen
is afgezien en arrest is bepaald.
Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure
1.
Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). IBB Kondor heeft in het SO-formulier aangegeven dat zij incidenteel appel instelt (zie artikel 3.5 SOR). Zoals in de SO-formulieren staat vermeld, luidt de enige grief dat de rechtbank Den Haag (team kanton, locatie Leiden hierna ook: de kantonrechter) in de vonnissen van 10 juli 2013 en 2 oktober 2013 niet heeft beslist overeenkomstig hetgeen partijen in eerste aanleg hadden gevorderd of geconcludeerd.
2.
Het hof – dat kennis heeft genomen van de stukken van de eerste aanleg – neemt de overwegingen van de kantonrechter over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zullen de bestreden vonnissen worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
3.
Het hof ziet aanleiding om in hoger beroep, zowel in het principaal appel als in het incidenteel appel, de kosten te compenseren.
Beslissing
Het hof:
- bekrachtigt de tussen partijen gewezen vonnissen van de kantonrechter van 10 juli 2013 en 2 oktober 2013;
- compenseert in het hoger beroep de kosten, zowel in het principaal als in het incidenteel appel.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.R. Mellema, M.M. Olthof en M.H. van Coeverden en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juli 2014 in aanwezigheid van de griffier.