Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

ECLI:NL:GHARL:2026:5251

2026-08-11 Strafrecht Wahv 200.362.375/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uitspraakdatum
2026-08-11
Publicatiedatum
2026-08-11
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
Wahv 200.362.375/01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Geslotenverklaring Escamplaan in Den Haag. Bevoegdheid ambtenaar. Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar. Bebording (mede) geplaatst in relatie tot de leefbaarheid.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.712 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden








Zaaknummer


: Wahv 200.362.375/01




CJIB-nummer


: 268548769




Uitspraak d.d.


: 11 augustus 2026









Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 17 oktober 2025, betreffende




[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .


De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.



De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.




Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.





De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 120,- voor: “een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen negeren (bord C12)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 18 augustus 2024 om 14:27 uur op de Escamplaan ter hoogte van nummer 904 in ’s-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de plaatsing van de bebording C12 op de Escamplaan geen verband houdt met de leefbaarheid. Die bebording is daar namelijk geplaatst ter vervanging van de tot die tijd aanwezige bebording F13 (busbaan) en dus uitsluitend in verband met de handhaving. De gemachtigde verwijst daarbij naar het door hem overgelegde Verkeersbesluit - Besluit Verkeersmaatregelen Escamplaan te Den Haag (Gemeenteblad 2023, 526206), alsmede de toelichting daarop. Dit brengt mee dat de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd daartoe niet bevoegd was.

3. Uit het dossier blijkt dat de sanctie is opgelegd door een buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam in het domein openbare ruimte voor het negeren van een C-bord. Uit de bijlage bij de ten tijde van de gedraging geldende Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar volgt dat handhaving op het negeren van een C-bord is toegestaan in relatie tot de leefbaarheid, waaronder het tegengaan van overlast door sluipverkeer en het verbeteren van de leefbaarheid door bepaalde gebieden af te sluiten voor (vracht)auto’s, zoals de zogeheten milieuzones.

4. Het hof stelt voorop dat het bestaan van de bevoegdheid van de ambtenaar het uitgangspunt is. Dit brengt mee dat ervan wordt uitgegaan dat de ambtenaar blijft binnen de grenzen van de hem toegekende bevoegdheden. Dat is slechts anders als op onderbouwde wijze wordt betwist dat de bebording in relatie tot het in de domeinlijst vermelde doel is geplaatst (vgl. het arrest van het hof van 26 april 2022, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2022:3347). Daarvan is hier geen sprake. Uit het door de gemachtigde overgelegde verkeersbesluit blijkt namelijk dat de onderhavige bebording onder meer is geplaatst om de verkeersintensiteit ter plaatse te beperken om daarmee verkeershinder (congestie, milieuoverlast) te voorkomen, de (lokale) bereikbaarheid te waarborgen, de emissies van het wegverkeer te beperken, sluipverkeer te voorkomen en daarmee de bruikbaarheid en (verkeers)veiligheid op de weg te waarborgen. Aldus is de onderhavige bebording (mede) geplaatst in relatie tot de leefbaarheid. Voor zover de tot die tijd aanwezige bebording ook in relatie tot dit doel was geplaatst doet dat hieraan niet af.

5. Nu de grond van de gemachtigde geen doel treft zal de beslissing van de kantonrechter worden bevestigd. Voor het toekennen van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.




De beslissing
Het gerechtshof:


bevestigt de beslissing van de kantonrechter;



wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.



Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.