Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
ECLI:NL:GHARL:2026:5140
2026-08-04
Civiel recht
200.364.755/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verstekzaak. Betaling accountantswerkzaamheden.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (12.186 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.364.755/01
zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 11324346
arrest van 4 augustus 2026
in de zaak van
[naam1] B.V. ( [appellante] )
die is gevestigd in [vestigingsplaats1]
advocaat: mr. M. Helmantel
en
[naam2] B.V. ( [geïntimeerde] )
die is gevestigd in [vestigingsplaats2] en die in hoger beroep niet is verschenen
1Het verloop van de procedure in hoger beroep
[appellante] heeft bij dit hof hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat op
29 april 2025 is uitgesproken door de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de dagvaarding in hoger beroep en de memorie van grieven. [geïntimeerde] is in dit hoger beroep niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend.
2De kern van de zaak
2.1.
[geïntimeerde] heeft accountantswerkzaamheden voor [appellante] verricht. Zij wil betaling van de facturen die zij voor deze werkzaamheden bij [appellante] in rekening heeft gebracht.
2.2.
[geïntimeerde] heeft bij de kantonrechter gevorderd dat [appellante] wordt veroordeeld tot het totaalbedrag van € 5.342,88 aan openstaande facturen, vermeerderd met rente en kosten. De kantonrechter heeft deze vordering in het bestreden vonnis toegewezen. De bedoeling van het hoger beroep van [appellante] is dat de toegewezen vordering alsnog wordt afgewezen, met veroordeling van [geïntimeerde] in kosten van beide instanties.
2.3.
Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat [appellante] de facturen van [geïntimeerde] moet betalen. Dat oordeel licht het hof hierna toe.
3De toelichting op de beslissing van het hof
De feiten
3.1.
[geïntimeerde] is een vennootschap die actief is op het gebied van accountancy en belastingadvisering.
3.2.
[appellante] houdt aandelen in [naam3] B.V., een werkmaatschappij gebruikt voor de exploitatie van een kinderdagverblijf. [naam4] is bestuurder/(middellijk) aandeelhouder van de vennootschappen.
3.3.
[geïntimeerde] heeft in opdracht van [naam3] en [appellante] werkzaamheden verricht. In verband hiermee factureerde [geïntimeerde] periodiek aan [naam3] en [appellante] .
3.4.
[geïntimeerde] heeft met de facturen met de nummers 20221757 (d.d. 25 juli 2022), 20222715 (d.d. 28 november 2022), 20231221 (d.d. 5 mei 2023), 20231618 (d.d. 10 juli 2023) en 20233058 (d.d. 29 december 2023) werkzaamheden bij [appellante] in rekening gebracht. Dit betrof werkzaamheden voor het boekjaar 2020 en 2021, waaronder het samenstellen van de jaarrekening, het verzorgen van de aangifte vennootschapsbelasting, de aangifte inkomstenbelasting en de publicatiestukken Kamer van Koophandel, het opstellen van de consolidatiestaat en de controle van de definitieve aanslag inkomstenbelasting.
3.5.
[appellante] heeft deze facturen onbetaald gelaten. [geïntimeerde] heeft [appellante] tevergeefs aangemaand en gesommeerd om tot betaling van de openstaande facturen over te gaan.
3.6.
Partijen hebben gecorrespondeerd over een op dat moment bestaande betalingsachterstand. Daarbij heeft [naam4] op 12 juni 2023 een voorstel tot een betaalregeling gedaan. [geïntimeerde] is met dit voorstel akkoord gegaan, onder de toezegging dat zij haar (bij uitgebleven betaling opgeschorte) werkzaamheden bij uitvoering van de regeling zal hervatten.
3.7.
In een e-mail dan 6 februari 2024 heeft [geïntimeerde] aan [appellante] geschreven dat zij ondanks toezeggingen in gebreke is gebleven het bedrag van de openstaande facturen (in totaal € 5.342,88 inclusief btw) aan [geïntimeerde] te voldoen.
Inleiding van de beoordeling in hoger beroep
3.8.
[geïntimeerde] is in eerste aanleg wel maar niet in hoger beroep verschenen. Dat betekent niet dat het hoger beroep automatisch slaagt. Het hof dient bij de beoordeling of de grieven in hoger beroep gegrond zijn, ook de stellingen van [geïntimeerde] in eerste aanleg te betrekken.
3.9.
Aan toewijzing van de vordering van [geïntimeerde] heeft de kantonrechter in het bestreden vonnis het volgende ten grondslag gelegd. [appellante] heeft ter afwering van de vordering van [geïntimeerde] aangevoerd dat de facturen zijn betaald. Dit verweer is door de kantonrechter verworpen. [geïntimeerde] heeft voldoende inzichtelijk gemaakt dat de door haar ontvangen betalingen corresponderen met op naam van [naam3] gestelde facturen en dat de facturen van [appellante] volledig onbetaald zijn gebleven. Het lag op de weg van [appellante] nader te motiveren dat de op haar naam gestelde facturen (inmiddels ook) zijn voldaan, maar die motivering is nagelaten. Ook het verweer van [appellante] dat de facturen onvoldoende zouden zijn gespecificeerd is door de kantonrechter gepasseerd. [geïntimeerde] heeft de aan de facturen onderliggende specificaties in het geding gebracht en [appellante] heeft nagelaten te motiveren op welk punt die specificaties ontoereikend of onduidelijk zouden zijn. De stelling van [appellante] dat [geïntimeerde] tekort zou zijn geschoten in de nakoming van de overeenkomst is door de kantonrechter evenmin gevolgd.
3.10.
Het hof is van oordeel dat [appellante] haar verweren en stellingen ook in hoger beroep niet voldoende heeft gemotiveerd. Daartoe is het volgende redengevend.
Betaling van de facturen
3.11.
Ten eerste volhardt [appellante] ook in hoger beroep zonder enige onderbouwing in haar (bevrijdende) verweer dat alle facturen zijn betaald. [geïntimeerde] heeft op basis van een overeenkomst van opdracht werkzaamheden voor [naam3] en [appellante] verricht. Zij heeft inzichtelijk gemaakt welke facturen aan [naam3] en [appellante] zijn gezonden en welke bedragen zijn ontvangen en afgeboekt. De in de conclusie van antwoord genoemde tien betalingen van totaal € 9.050,80 die in de periode van 14 juni 2023 tot en met 16 oktober 2023 zijn verricht, komen overeen en zijn afgeboekt op facturen die op naam van [naam3] zijn gesteld. De op naam van [appellante] gestelde facturen met een totaalbedrag van € 5.342,88 zijn volledig onbetaald gelaten. Bij deze stand van zaken lag het op de weg van [appellante] haar (bevrijdende) verweer dat de op haar naam gestelde facturen ook zijn voldaan nader te motiveren. [appellante] heeft dat nagelaten.
Specificatie en juistheid van de facturen
3.12.
Ten tweede geldt dat [appellante] in hoger beroep wederom geen informatie verstrekt over de punten waarop de facturen niet deugdelijk zouden zijn. De facturen zijn overgelegd met specificaties. Die specificaties bevatten een opsomming van werkzaamheden die zijn verricht, de datum waarop werkzaamheden zijn verricht, het aantal uren dat daaraan is besteed en de bedragen de daarvoor in rekening zijn gebracht. [appellante] onderbouwt op basis hiervan niet wat er niet juist is aan deze specificaties en daarmee de facturen.
3.13.
[appellante] stelt in algemene zin nog wel dat het gaat om een lege, feitelijk failliete vennootschap. In het verlengde vraagt zij zich af hoe het mogelijk is dat [geïntimeerde] hiervoor zoveel werkzaamheden heeft verricht. [geïntimeerde] heeft in dit verband aangevoerd dat ongeacht het feit dat niet of nauwelijks activiteiten in [appellante] plaatsvinden, deze onderneming dient te voldoen aan haar verplichtingen met betrekking tot het opstellen van jaarstukken en belastingaangiftes. Die werkzaamheden zijn door [geïntimeerde] voor [appellante] verricht en aan haar gefactureerd. Dat desondanks geen grond bestond om deze gefactureerde werkzaamheden bij [appellante] in rekening te brengen, heeft [appellante] in eerste aanleg noch in hoger beroep nader onderbouwd.
3.14.
[appellante] stelt verder nog dat werkzaamheden zijn gefactureerd die niet zijn verricht. Onduidelijk is of deze stelling [naam3] of [appellante] betreft. Ook verwoordt [appellante] niet welke werkzaamheden dan precies ten onrechte bij haar zijn gedeclareerd. In het licht van de stellingen van [geïntimeerde] , de overgelegde correspondentie en de specificaties, heeft [appellante] daarmee onvoldoende onderbouwd dat de facturen niet juist zouden zijn. Dat [geïntimeerde] opgeschorte, niet uitgevoerde werkzaamheden in rekening heeft gebracht, is in ieder geval gesteld noch gebleken.
Tekortkoming
3.15.
Tenslotte heeft [appellante] in hoger beroep niet alsnog voldaan aan haar stelplicht ten aanzien van de gestelde tekortkoming van [geïntimeerde] in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst. [geïntimeerde] dient conform artikel 7:401 BW als opdrachtnemer bij haar werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht te nemen. Dat [geïntimeerde] deze zorgplicht heeft geschonden, is door [appellante] onvoldoende onderbouwd. Het is niet duidelijk geworden welke fouten [geïntimeerde] heeft gemaakt waardoor (jaar)cijfers van [appellante] niet zouden kloppen. Daarnaast kan niet worden vastgesteld dat [geïntimeerde] haar wettelijke informatieplicht (artikel 7:403 BW) heeft geschonden of dat haar een verwijt te maken valt rondom (het aanvragen van uitstel voor) de aangiften inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting voor [appellante] bij de Belastingdienst.
3.16.
Bovendien geldt dat indien een (toerekenbare) tekortkoming van [geïntimeerde] in rechte zou komen vast te staan, [appellante] daarmee niet zonder meer van haar betalingsverplichting is bevrijd. Daartoe dient [appellante] niet alleen te stellen dat sprake is van een (toerekenbare) tekortkoming van [geïntimeerde] , maar ook welke rechtsgevolgen zij daaraan verbindt, zoals ontbinding van de overeenkomst leidend tot een ongedaanmakingsverbintenis van [geïntimeerde] jegens [appellante] , dan wel een beroep op verrekening met een door [appellante] te stellen schadevergoedingsverbintenis van [appellante] jegens [geïntimeerde] . [appellante] heeft nagelaten duidelijk te maken welke rechtsgevolgen zij aan de door haar gestelde tekortkoming van [geïntimeerde] verbindt.
De conclusie
3.17.
Het hoger beroep slaagt niet. Omdat [appellante] in het ongelijk zal worden gesteld, zal zij haar eigen proceskosten moeten dragen. Het hof zal haar verder veroordelen tot betaling van de proceskosten van [geïntimeerde] in hoger beroep. Die partij heeft echter geen kosten gemaakt, zodat deze veroordeling zonder gevolgen blijft.
4De beslissing
Het hof:
4.1.
bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, van 29 april 2025;
4.2.
veroordeelt [appellante] tot betaling van de proceskosten van [geïntimeerde] van dit hoger beroep en stelt die kosten op nihil;
4.3.
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. M. Willemse, J.H. Kuiper en O.E. Mulder en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
4 augustus 2026.
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.364.755/01
zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 11324346
arrest van 4 augustus 2026
in de zaak van
[naam1] B.V. ( [appellante] )
die is gevestigd in [vestigingsplaats1]
advocaat: mr. M. Helmantel
en
[naam2] B.V. ( [geïntimeerde] )
die is gevestigd in [vestigingsplaats2] en die in hoger beroep niet is verschenen
1Het verloop van de procedure in hoger beroep
[appellante] heeft bij dit hof hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat op
29 april 2025 is uitgesproken door de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de dagvaarding in hoger beroep en de memorie van grieven. [geïntimeerde] is in dit hoger beroep niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend.
2De kern van de zaak
2.1.
[geïntimeerde] heeft accountantswerkzaamheden voor [appellante] verricht. Zij wil betaling van de facturen die zij voor deze werkzaamheden bij [appellante] in rekening heeft gebracht.
2.2.
[geïntimeerde] heeft bij de kantonrechter gevorderd dat [appellante] wordt veroordeeld tot het totaalbedrag van € 5.342,88 aan openstaande facturen, vermeerderd met rente en kosten. De kantonrechter heeft deze vordering in het bestreden vonnis toegewezen. De bedoeling van het hoger beroep van [appellante] is dat de toegewezen vordering alsnog wordt afgewezen, met veroordeling van [geïntimeerde] in kosten van beide instanties.
2.3.
Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat [appellante] de facturen van [geïntimeerde] moet betalen. Dat oordeel licht het hof hierna toe.
3De toelichting op de beslissing van het hof
De feiten
3.1.
[geïntimeerde] is een vennootschap die actief is op het gebied van accountancy en belastingadvisering.
3.2.
[appellante] houdt aandelen in [naam3] B.V., een werkmaatschappij gebruikt voor de exploitatie van een kinderdagverblijf. [naam4] is bestuurder/(middellijk) aandeelhouder van de vennootschappen.
3.3.
[geïntimeerde] heeft in opdracht van [naam3] en [appellante] werkzaamheden verricht. In verband hiermee factureerde [geïntimeerde] periodiek aan [naam3] en [appellante] .
3.4.
[geïntimeerde] heeft met de facturen met de nummers 20221757 (d.d. 25 juli 2022), 20222715 (d.d. 28 november 2022), 20231221 (d.d. 5 mei 2023), 20231618 (d.d. 10 juli 2023) en 20233058 (d.d. 29 december 2023) werkzaamheden bij [appellante] in rekening gebracht. Dit betrof werkzaamheden voor het boekjaar 2020 en 2021, waaronder het samenstellen van de jaarrekening, het verzorgen van de aangifte vennootschapsbelasting, de aangifte inkomstenbelasting en de publicatiestukken Kamer van Koophandel, het opstellen van de consolidatiestaat en de controle van de definitieve aanslag inkomstenbelasting.
3.5.
[appellante] heeft deze facturen onbetaald gelaten. [geïntimeerde] heeft [appellante] tevergeefs aangemaand en gesommeerd om tot betaling van de openstaande facturen over te gaan.
3.6.
Partijen hebben gecorrespondeerd over een op dat moment bestaande betalingsachterstand. Daarbij heeft [naam4] op 12 juni 2023 een voorstel tot een betaalregeling gedaan. [geïntimeerde] is met dit voorstel akkoord gegaan, onder de toezegging dat zij haar (bij uitgebleven betaling opgeschorte) werkzaamheden bij uitvoering van de regeling zal hervatten.
3.7.
In een e-mail dan 6 februari 2024 heeft [geïntimeerde] aan [appellante] geschreven dat zij ondanks toezeggingen in gebreke is gebleven het bedrag van de openstaande facturen (in totaal € 5.342,88 inclusief btw) aan [geïntimeerde] te voldoen.
Inleiding van de beoordeling in hoger beroep
3.8.
[geïntimeerde] is in eerste aanleg wel maar niet in hoger beroep verschenen. Dat betekent niet dat het hoger beroep automatisch slaagt. Het hof dient bij de beoordeling of de grieven in hoger beroep gegrond zijn, ook de stellingen van [geïntimeerde] in eerste aanleg te betrekken.
3.9.
Aan toewijzing van de vordering van [geïntimeerde] heeft de kantonrechter in het bestreden vonnis het volgende ten grondslag gelegd. [appellante] heeft ter afwering van de vordering van [geïntimeerde] aangevoerd dat de facturen zijn betaald. Dit verweer is door de kantonrechter verworpen. [geïntimeerde] heeft voldoende inzichtelijk gemaakt dat de door haar ontvangen betalingen corresponderen met op naam van [naam3] gestelde facturen en dat de facturen van [appellante] volledig onbetaald zijn gebleven. Het lag op de weg van [appellante] nader te motiveren dat de op haar naam gestelde facturen (inmiddels ook) zijn voldaan, maar die motivering is nagelaten. Ook het verweer van [appellante] dat de facturen onvoldoende zouden zijn gespecificeerd is door de kantonrechter gepasseerd. [geïntimeerde] heeft de aan de facturen onderliggende specificaties in het geding gebracht en [appellante] heeft nagelaten te motiveren op welk punt die specificaties ontoereikend of onduidelijk zouden zijn. De stelling van [appellante] dat [geïntimeerde] tekort zou zijn geschoten in de nakoming van de overeenkomst is door de kantonrechter evenmin gevolgd.
3.10.
Het hof is van oordeel dat [appellante] haar verweren en stellingen ook in hoger beroep niet voldoende heeft gemotiveerd. Daartoe is het volgende redengevend.
Betaling van de facturen
3.11.
Ten eerste volhardt [appellante] ook in hoger beroep zonder enige onderbouwing in haar (bevrijdende) verweer dat alle facturen zijn betaald. [geïntimeerde] heeft op basis van een overeenkomst van opdracht werkzaamheden voor [naam3] en [appellante] verricht. Zij heeft inzichtelijk gemaakt welke facturen aan [naam3] en [appellante] zijn gezonden en welke bedragen zijn ontvangen en afgeboekt. De in de conclusie van antwoord genoemde tien betalingen van totaal € 9.050,80 die in de periode van 14 juni 2023 tot en met 16 oktober 2023 zijn verricht, komen overeen en zijn afgeboekt op facturen die op naam van [naam3] zijn gesteld. De op naam van [appellante] gestelde facturen met een totaalbedrag van € 5.342,88 zijn volledig onbetaald gelaten. Bij deze stand van zaken lag het op de weg van [appellante] haar (bevrijdende) verweer dat de op haar naam gestelde facturen ook zijn voldaan nader te motiveren. [appellante] heeft dat nagelaten.
Specificatie en juistheid van de facturen
3.12.
Ten tweede geldt dat [appellante] in hoger beroep wederom geen informatie verstrekt over de punten waarop de facturen niet deugdelijk zouden zijn. De facturen zijn overgelegd met specificaties. Die specificaties bevatten een opsomming van werkzaamheden die zijn verricht, de datum waarop werkzaamheden zijn verricht, het aantal uren dat daaraan is besteed en de bedragen de daarvoor in rekening zijn gebracht. [appellante] onderbouwt op basis hiervan niet wat er niet juist is aan deze specificaties en daarmee de facturen.
3.13.
[appellante] stelt in algemene zin nog wel dat het gaat om een lege, feitelijk failliete vennootschap. In het verlengde vraagt zij zich af hoe het mogelijk is dat [geïntimeerde] hiervoor zoveel werkzaamheden heeft verricht. [geïntimeerde] heeft in dit verband aangevoerd dat ongeacht het feit dat niet of nauwelijks activiteiten in [appellante] plaatsvinden, deze onderneming dient te voldoen aan haar verplichtingen met betrekking tot het opstellen van jaarstukken en belastingaangiftes. Die werkzaamheden zijn door [geïntimeerde] voor [appellante] verricht en aan haar gefactureerd. Dat desondanks geen grond bestond om deze gefactureerde werkzaamheden bij [appellante] in rekening te brengen, heeft [appellante] in eerste aanleg noch in hoger beroep nader onderbouwd.
3.14.
[appellante] stelt verder nog dat werkzaamheden zijn gefactureerd die niet zijn verricht. Onduidelijk is of deze stelling [naam3] of [appellante] betreft. Ook verwoordt [appellante] niet welke werkzaamheden dan precies ten onrechte bij haar zijn gedeclareerd. In het licht van de stellingen van [geïntimeerde] , de overgelegde correspondentie en de specificaties, heeft [appellante] daarmee onvoldoende onderbouwd dat de facturen niet juist zouden zijn. Dat [geïntimeerde] opgeschorte, niet uitgevoerde werkzaamheden in rekening heeft gebracht, is in ieder geval gesteld noch gebleken.
Tekortkoming
3.15.
Tenslotte heeft [appellante] in hoger beroep niet alsnog voldaan aan haar stelplicht ten aanzien van de gestelde tekortkoming van [geïntimeerde] in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst. [geïntimeerde] dient conform artikel 7:401 BW als opdrachtnemer bij haar werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht te nemen. Dat [geïntimeerde] deze zorgplicht heeft geschonden, is door [appellante] onvoldoende onderbouwd. Het is niet duidelijk geworden welke fouten [geïntimeerde] heeft gemaakt waardoor (jaar)cijfers van [appellante] niet zouden kloppen. Daarnaast kan niet worden vastgesteld dat [geïntimeerde] haar wettelijke informatieplicht (artikel 7:403 BW) heeft geschonden of dat haar een verwijt te maken valt rondom (het aanvragen van uitstel voor) de aangiften inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting voor [appellante] bij de Belastingdienst.
3.16.
Bovendien geldt dat indien een (toerekenbare) tekortkoming van [geïntimeerde] in rechte zou komen vast te staan, [appellante] daarmee niet zonder meer van haar betalingsverplichting is bevrijd. Daartoe dient [appellante] niet alleen te stellen dat sprake is van een (toerekenbare) tekortkoming van [geïntimeerde] , maar ook welke rechtsgevolgen zij daaraan verbindt, zoals ontbinding van de overeenkomst leidend tot een ongedaanmakingsverbintenis van [geïntimeerde] jegens [appellante] , dan wel een beroep op verrekening met een door [appellante] te stellen schadevergoedingsverbintenis van [appellante] jegens [geïntimeerde] . [appellante] heeft nagelaten duidelijk te maken welke rechtsgevolgen zij aan de door haar gestelde tekortkoming van [geïntimeerde] verbindt.
De conclusie
3.17.
Het hoger beroep slaagt niet. Omdat [appellante] in het ongelijk zal worden gesteld, zal zij haar eigen proceskosten moeten dragen. Het hof zal haar verder veroordelen tot betaling van de proceskosten van [geïntimeerde] in hoger beroep. Die partij heeft echter geen kosten gemaakt, zodat deze veroordeling zonder gevolgen blijft.
4De beslissing
Het hof:
4.1.
bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, van 29 april 2025;
4.2.
veroordeelt [appellante] tot betaling van de proceskosten van [geïntimeerde] van dit hoger beroep en stelt die kosten op nihil;
4.3.
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. M. Willemse, J.H. Kuiper en O.E. Mulder en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
4 augustus 2026.