Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

ECLI:NL:GHARL:2026:4987

2026-07-30 Civiel recht; Personen- en familierecht 200.356.475
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uitspraakdatum
2026-07-30
Publicatiedatum
2026-07-30
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.356.475
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Artikel 194 Rv. Incident. Bevel afgifte stukken. Man moet in het kader van vaststelling kinder- en partneralimentatie relevante actuele stukken overleggen, mede om zicht te krijgen op eventuele zwarte inkomsten.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (19.151 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN


locatie Arnhem



afdeling civiel recht



zaaknummer gerechtshof 200.356.475 en 200.367.546
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 585148)




beschikking van 30 juli 2026




inzake





[verzoekster]
,
wonende te [woonplaats1] ,verzoekster in hoger beroep,
verder te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. M. Kaouass,



en





[verweerder]
,
wonende te [woonplaats2] ,
verweerder in hoger beroep,
verder te noemen: de man,
advocaat: mr. S.G. Dorrestein.






1Het verloop van het geding in hoger beroep


1.1.
Voor het verloop van het geding tot 15 januari 2026 verwijst het hof naar zijn tussenbeschikking van die datum.



1.2.
Op grond van voormelde tussenbeschikking heeft op 31 maart 2026 een mondelinge behandeling plaatsgevonden en hebben op 7 april 2026 en 9 juni 2026 getuigenverhoren plaatsgevonden. Aansluitend aan het getuigenverhoor op 9 juni 2026 heeft eveneens een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De van de getuigenverhoren opgemaakte processen-verbaal zijn aan partijen toegezonden en bevinden zich in afschrift bij de stukken.



1.3.
Het verdere verloop blijkt uit:


een journaalbericht namens de vrouw van 29 januari 2026, met akte uitlating met onder meer een vordering tot afgifte van stukken op grond van artikel 194 Rv met producties;


een journaalbericht namens de vrouw van 16 maart 2026, met nogmaals dezelfde akte


een journaalbericht namens de man van 16 maart 2026 met een (herziene) akte en producties;


een journaalbericht namens de man van 18 maart 2026;


een journaalbericht namens de vrouw van 19 maart 2026;


een journaalbericht namens de vrouw van 24 maart 2026 met producties;


twee e-mailberichten namens de burgemeester van [plaats] van 25 maart 2026;


een journaalbericht namens de vrouw van 26 maart 2026;


een journaalbericht namens de man van 26 maart 2026;


een journaalbericht namens de vrouw van 27 maart 2026;


het verweerschrift van de man op de vordering tot afgifte van stukken met een productie;


een journaalbericht namens de vrouw van 29 mei 2026 met producties.








2De motivering van de beslissing


2.1.
Het hof blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in de beschikking van 15 januari 2026, voor zover hierna niet anders wordt overwogen of beslist.



2.2
In die beschikking heeft het hof:


de vrouw toegelaten tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat de man in de jaren na 2023 zwarte inkomsten heeft uit zijn coffeeshop;


de man toegelaten tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat de vrouw voorafgaand aan het huwelijk beschikte over een aanzienlijk vermogen, en ook dat de vrouw werkt of heeft gewerkt als prostituee en dat zij inkomsten heeft uit de verkoop van luxe goederen.





de vordering tot afgifte van stukken (200.367.546)





2.3.

In artikel 194 lid 1 Rv is te lezen dat een partij bij een rechtsbetrekking tegenover degene die beschikt over bepaalde gegevens over die rechtsbetrekking, recht heeft op inzage, afschrift of uittreksel van die gegevens als zij daarbij voldoende belang heeft.
Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat degene die over de gegevens beschikt, verplicht is daarvan om op verzoek inzage, afschrift of uittreksel te verstrekken, tenzij:



hem een verschoningsrecht toekomt; of


gewichtige redenen zich daartegen verzetten.





2.4.

In artikel 195 lid 1 Rv is te lezen dat de rechter op verzoek van de partij die daar op grond van artikel 194 Rv, recht op heeft, de wederpartij kan bevelen tot het verstrekken van inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens waarover de wederpartij beschikt.
In lid 2 van dit artikel staat dat, als de rechter het verzoek toewijst, hij de voorwaarden waaronder, de wijze waarop en de termijn waarbinnen inzage, afschrift of uittreksel van de gegevens wordt verstrekt bepaalt.




2.5.
De vrouw heeft op 29 januari 2026 inzage in de volgende stukken gevorderd:


de jaarstukken van de man over 2024 en de (voorlopige) cijfers over 2025;


de aangiften inkomstenbelasting over 2024 en 2025;


bankafschriften over de laatste twaalf maanden van alle zakelijke en privébankrekeningen;


overige bescheiden waaruit inkomsten blijken, waaronder contante ontvangsten, kasadministratie en/of facturatie;


facturen van de omzet en de commissie die de man betaalt over het gebruik van het pinapparaat in zijn coffeeshop;


het volledige Bibob-advies of de Bibob-beoordeling die is uitgevoerd in het kader van de vergunningverlening.





2.6.
Het hof verwerpt allereerst het verweer van de man dat de vrouw haar vordering tot afgifte van stukken in een te laat stadium van de procedure heeft gedaan. Het hof overweegt dat de vrouw haar vordering heeft geformuleerd naar aanleiding van de bewijsopdracht zoals neergelegd in de beschikking van 15 januari 2026. Onder deze omstandigheden had de vrouw er geen belang bij om deze vordering op een eerder moment in te dienen.



de jaarstukken en/of cijfers en aangiften inkomstenbelasting van de man over 2024 en 2025





2.7.
Het hof zal bepalen dat de man een afschrift van de jaarstukken van zijn eenmanszaak én de aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2024 en 2025 aan de vrouw, met kopie aan het hof, ter beschikking moet stellen.



2.8.
Het hof is allereerst van oordeel dat de vrouw voldoende belang heeft bij het ontvangen van de jaarstukken en aangiften inkomstenbelasting van de man. Het hof wijst in dit kader op artikel 2.1.2 van het Procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven waarin is te lezen dat van een zelfstandige stukken moeten worden overgelegd die inzage geven in zijn financiële situatie.



2.9.
Tijdens de mondelinge behandeling op 9 juni 2026 heeft de vrouw haar vordering in die zin aangevuld dat zij ook verzoekt om de prognose van de cijfers van de coffeeshop van de man over 2026. Het hof is van oordeel dat deze vordering te laat is ingediend. Het had op de weg van de vrouw gelegen deze vordering op een eerder moment te formuleren.



2.10.
Dat sprake is van een verschoningsrecht of dat er andere zwaarwegende redenen zijn die zich verzetten tegen het ter beschikking stellen, is niet gebleken.



bankafschriften van de laatste twaalf maanden van alle zakelijke en privébankrekeningen;





2.11.
De vrouw vermoedt dat de man zwarte inkomsten had en heeft die niet blijken uit de jaarcijfers van de coffeeshop en hierop ziet haar bewijsopdracht. Daarom vordert de vrouw inzage in alle bankrekeningen van de man over 2025, zowel zakelijk als privé. Als de jaarcijfers worden vergeleken met de bankrekeningen kunnen eventuele onregelmatigheden worden ontdekt, aldus nog steeds de vrouw.



2.12.
De man meent dat sprake is van een fishing expedition, omdat de vrouw haar vordering onvoldoende heeft afgebakend. De man is bovendien niet gehouden om rekening en verantwoording af te leggen over zijn inkomsten en uitgaven.



2.13.
Het hof beslist dat de man een afschrift van al zijn bankrekeningen, zakelijk én privé, vanaf 1 januari 2025 tot 1 januari 2026 aan de vrouw ter beschikking moet stellen.



2.14.
Het hof overweegt dat het hier gaat om een procedure tot het vaststellen van kinder- en partneralimentatie. Tussen partijen is er discussie over (onder meer) al dan niet zwarte inkomsten en vermogens aan de zijde van de man die op zijn jaarrekeningen en in zijn aangiften inkomstenbelasting niet zichtbaar zijn. De vrouw heeft gesteld dat de man meerdere bankrekeningen heeft, maar dat zij niet precies weet hoeveel bankrekeningen de man heeft en bij welke banken. Daardoor heeft de vrouw haar vordering niet nader kunnen concretiseren en hierop ziet ook de bewijsopdracht. Het hof gaat daarom voorbij aan de stelling van de man dat sprake is van een fishing expedition. Het hof neemt hier bovendien in aanmerking dat de door de man ter beschikking te stellen bankafschriften zijn beperkt tot een periode van twaalf maanden. Dat in een eerdere procedure het verzoek van de vrouw om inzage in de zakelijke bankrekeningen van de man is afgewezen, leidt niet tot een ander oordeel. Het ligt in deze procedure op de weg van de vrouw om feiten en omstandigheden aan te voeren waaruit blijkt dat de man in de jaren na 2023 zwarte inkomsten heeft uit zijn coffeeshop. Het overleggen van bedoelde stukken ligt daarom in de rede.



2.15.
Dat sprake is van een verschoningsrecht of dat er andere zwaarwegende redenen zijn die zich verzetten tegen het ter beschikking stellen van de genoemde financiële stukken, is het hof niet gebleken.



overige bescheiden waaruit inkomsten blijken





2.16.
Ten aanzien van de kasadministratie heeft de vrouw op geen enkele manier aannemelijk gemaakt of anderszins onderbouwd dat deze stukken afwijken van de door de man overgelegde en over te leggen jaarstukken, zodat het hof dit verzoek zal afwijzen. Daarbij komt dat gestelde (zwarte) contante ontvangsten niet zullen zijn opgenomen in de kasadministratie.



2.17.
Wat betreft de facturatie (pintransacties) overweegt het hof dat deze zullen blijken uit de door de man over te leggen bankafschriften van zijn zakelijke rekeningen. Daarom wijst het hof ook deze vordering af.



2.18.
Voor zover de vrouw tijdens de mondelinge behandeling heeft gevorderd om inzage te krijgen in de onderliggende stukken overweegt het hof dat deze vordering te laat en daarmee in strijd met de goede procesorde is geformuleerd. Het hof is bovendien van oordeel dat deze vordering onvoldoende is geconcretiseerd. Het hof wijst deze vordering daarom af.



facturen van de omzet en de commissie die de man betaalt over het gebruik van het pinapparaat in zijn coffeeshop





2.19.
De vrouw heeft verzocht inzage in de transacties van het pinapparaat in de coffeeshop van de man. De vrouw stelt dat de man zijn klanten aanmoedigt om bedragen boven € 50,- te pinnen en aankopen boven dat bedrag vervolgens contant te voldoen, waardoor hij zwarte inkomsten heeft.



2.20.
De man heeft deze stelling van de vrouw weersproken. De man heeft aangevoerd dat er inderdaad een pinapparaat in zijn coffeeshop staat. De man betaalt hiervoor een vaste maandelijkse huur aan de verhuurder, maar hij heeft geen inzicht in de hoeveelheid geld die in het pinapparaat worden gestopt en welke bedragen er worden gepind.



2.21.
Het hof oordeelt - zeker in het licht van de privacy van de klanten - aannemelijk dat de man geen inzicht heeft in de bedragen die worden opgenomen uit het pinapparaat in de coffeeshop.



2.22.
Het hof wijst de vordering van de vrouw om inzage in de huurovereenkomst van Into Retail van het pinapparaat en de facturen over het jaar 2025 wel toe.



het volledige Bibob-advies of de Bibob-beoordeling





2.23.
Tijdens het getuigenverhoor op 9 juni 2026 heeft de (waarnemend) burgemeester van [plaats] verklaard dat een Bibob-onderzoek is gestart naar de coffeeshop van de man, maar dat dit onderzoek nog niet is afgerond en dat nog niet bekend is wanneer dat onderzoek zal zijn afgerond. Alleen hierom zal het hof de vordering van de vrouw om inzage afwijzen.



2.24.
Tijdens de mondelinge behandeling op 9 juni 2026 heeft de vrouw vervolgens haar verzoek aangevuld dat zij de onderliggende stukken van het Bibob-onderzoek wil ontvangen. Het hof overweegt dat dit verzoek niet alleen te laat is ingediend, maar bovendien ook onvoldoende is onderbouwd. Het hof gaat daarom aan deze vordering voorbij.



Kosten inzage, geheimhouding en boete





2.25.
De man verzoekt tot slot om - voor zover het hof voornemens is om te bepalen dat de man informatie dient te verstrekken - te bepalen dat deze informatie uitsluitend wordt verstrekt onder strikte geheimhouding op straffe van een boete en te bepalen dat de vrouw de informatie na afloop van de procedure dient te vernietigen. Bovendien, zo voert de man aan, zal hij extra kosten moeten maken om nadere informatie aan de vrouw te verstrekken. De vrouw dient deze kosten volgens de man aan hem te vergoeden.



2.26.
In artikel 194 lid 1 laatste volzin is te lezen dat de partij die om inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens verzoekt, de kosten draagt die voor de verstrekking daarvan moeten worden gemaakt.



2.27.
Het hof overweegt dat deze familiezaak achter gesloten deuren wordt behandeld. Op grond hiervan zijn de door partijen uitgewisselde stukken al vertrouwelijk. Het verspreiden van deze stukken is daarmee ook strafbaar gesteld. Het hof ziet geen aanleiding om daarboven een aanvullend pressiemiddel van een boete op te leggen. Om dezelfde redenen zal het hof ook niet bepalen dat de vrouw de door haar ontvangen informatie dient te vernietigen.



2.28.
Het hof overweegt ten aanzien van de kosten die de man moet maken om de stukken ter beschikking te stellen dat het op de weg van de man had gelegen om op een zo vroeg mogelijk tijdstip in de procedure zijn meest recente jaarstukken en aangiften inkomstenbelasting in de procedure te brengen. De man heeft nagelaten deze stukken in te dienen. Het hof is van oordeel dat dit nalaten niet voor rekening van de vrouw mag komen, zodat zij deze kosten niet aan de man hoeft te voldoen. Ten aanzien van de kosten voor het verstrekken van de bankafschriften overweegt het hof dat dit slechts het (digitaal) opvragen en uitprinten van gegevens omvat. De kosten hiervan schat het hof in redelijkheid zo beperkt in dat die voor rekening van de man dienen te blijven.



2.29
De kosten voor het ter beschikking stellen van de facturen van de omzet en de commissie die de man betaalt over het gebruik van het pinapparaat in zijn coffeeshop dienen naar het oordeel van het hof wel voor rekening van de vrouw te komen. Het hof zal dienovereenkomstig beslissen.






de hoofdzaak (200.356.475)





2.30
Op 7 april 2026 zijn door het hof vier getuigen aan de zijde van de man gehoord. Het getuigenverhoor aan de zijde van de man is vervolgens gesloten.



2.31
Op 9 juni 2026 zijn door het hof twee getuigen aan de zijde van de vrouw gehoord. Het getuigenverhoor aan de zijde van de vrouw is vervolgens gesloten.



2.32.
Het hof zal de vrouw in de gelegenheid stellen om een memorie na getuigenverhoor in beide bewijsopdrachten te nemen, waarbij zij ook de gelegenheid heeft om te reageren op de door de man overgelegde stukken waarvan het hof in het incident bepaalt dat de man deze moet overleggen.



2.33.
Het hof zal vervolgens de man in de gelegenheid stellen om een memorie na getuigenverhoor in beide bewijsopdrachten te nemen.






3De beslissing


3.1.
Het hof, beschikkende in hoger beroep:



in de procedure met zaaknummer 200.367.546 (vordering afgifte stukken)





3.2.
bepaalt dat de man uiterlijk op 1 september 2026 aan de vrouw ter beschikking zal stellen:


de jaarrekeningen over de jaren 2024 en 2025;


de aangiften inkomstenbelasting over 2024 en 2025;


een afschrift van al zijn bankrekeningen, zakelijk én privé, vanaf 1 januari 2025 tot 1 januari 2026;


de huurovereenkomst met de verhuurder voor het pinapparaat in de coffeeshop van de man, alsmede alle door de verhuurder verzonden facturen over het jaar 2025;





3.3.
bepaalt dat de vrouw de kosten draagt die de man moet maken voor het ter beschikking stellen van facturen van de omzet en de commissie die de man betaalt over het gebruik van het pinapparaat in zijn coffeeshop;



3.4.
wijst af het meer of anders verzochte;



in de procedure met zaaknummer 200.356.475


(hoofdzaak)




alvorens verder te beslissen:




3.5.
stelt de vrouw in de gelegenheid uiterlijk 1 oktober 2026 een memorie na getuigenverhoor in beide bewijsopdrachten te nemen en daarbij eveneens te reageren op de door de man in het kader van de procedure met zaaknummer 200.367.546 ter beschikking gestelde stukken;



3.6.
stelt de man in de gelegenheid uiterlijk 2 november 2026 een memorie na getuigenverhoor in beide bewijsopdrachten te nemen;



3.7.
houdt iedere verdere beslissing aan.


Deze beschikking is gegeven door mrs. J.U.M. van der Werff, R. Prakke-Nieuwenhuizen en M.L. van der Bel, bijgestaan door mr. M. van Esveld als griffier, en is op 30 juli 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.






Procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven 2026 (https://www.rechtspraak.nl/binaries/_rts_1781611592071/content/assets/lov/pr/lov-pr-procesreglement-familiezaken-gerechtshoven-2026.pdf)



Rechtsoverweging 3.17 van de beschikking van 24 maart 2020