Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

ECLI:NL:GHARL:2026:4972

2026-07-29 Strafrecht 200.361.170/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uitspraakdatum
2026-07-29
Publicatiedatum
2026-07-29
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.361.170/01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Termijnoverschrijding. Bij postverzending vanuit het buitenland kan enige ruimte zijn voor coulance bij een termijnoverschrijding, indien de betrokkene al datgene heeft gedaan wat van hem mag worden verwacht om zo snel mogelijk beroep in te stellen. Dat heeft de betrokkene in dit geval niet gedaan.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.055 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden








Zaaknummer


: Wahv 200.361.170/01




CJIB-nummer


: 251976976




Uitspraak d.d.


: 29 juli 2026









Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 november 2024, betreffende




[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] ([land]).

De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.




Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.





De beoordeling
1. Artikel 14 van de Wahv bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:


wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 110,-


wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld en de betrokkene de juistheid van die beslissing in hoger beroep betwist.


Van geen van deze situaties is hier sprake omdat het bedrag van de sanctie € 100,- bedraagt en de kantonrechter het beroep ongegrond heeft verklaard.

2. De betrokkene voert aan dat hij niet op de hoogte was gesteld van een zittingsdatum, waardoor hij niet de gelegenheid heeft gehad om zijn zaak te bepleiten.

3. In artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) ligt het recht op toegang tot de rechter besloten. Wanneer een beroep wordt gedaan op schending van dit recht en dit beroep wordt gegrond bevonden, kan het wettelijk appelverbod buiten toepassing worden gelaten (vgl. het arrest van het hof van 12 juli 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2018:6402).

4. Het hof begrijpt het verweer van de betrokkene zo dat hij geen uitnodiging voor de zitting van de kantonrechter heeft ontvangen. In het dossier bevindt zich wel een kopie van de aan de betrokkene geadresseerde uitnodiging voor de zitting. Omdat zich geen deugdelijke verzendadministratie in het dossier bevindt kan niet worden vastgesteld dat deze brief daadwerkelijk is verstuurd. Dit brengt mee dat onvoldoende vaststaat dat de betrokkene toegang tot de rechter heeft gehad. Daarom zal het hof het appelverbod buiten toepassing laten en de beslissing van de kantonrechter vernietigen.

5. Het hof zal vervolgens het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie beoordelen. De officier van justitie heeft het beroep tegen de inleidende beschikking niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat is ingesteld.

6. De betrokkene voert aan dat alle poststukken per fysieke post zijn gestuurd. De internationale bezorgtijd, vooral naar [land], is uitzonderlijk lang. De brief van de rechtbank heeft er bijvoorbeeld wel 56 dagen over gedaan om de betrokkene te bereiken. Strikte hantering van de beroepstermijnen zou aan het recht op toegang tot de rechter op grond van artikel 6 van het EVRM in de weg staan. De betrokkene heeft gedurende de procedure gehandeld in goed vertrouwen. Hij heeft het sanctiebedrag betaald en op elke brief gereageerd. De onderliggende boete was een oprechte vergissing van een toerist op diens eerste dag in het verkeer in Nederland. Het op strikt procedurele gronden weigeren om zijn beroep te beoordelen zou geheel disproportioneel zijn.

7. Artikel 6:11 van de Awb bepaalt – kort gezegd – dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld.

8. De inleidende beschikking is op 6 september 2022 aan de betrokkene toegestuurd. De beroepstermijn eindigde dus op 18 oktober 2022. Het beroepschrift is gedateerd 21 december 2022. Uit een stempel blijkt dat het op 26 januari 2023 door de officier van justitie is ontvangen.

9. Het hof wil wel aannemen dat de post vanwege de internationale verzending langer onderweg is om de bestemming te bereiken. Om die reden kan er bij postverzending van en naar het buitenland enige ruimte zijn voor coulance bij een termijnoverschrijding. Daarvoor moet beoordeeld worden dat de betrokkene al datgene heeft gedaan wat van hem verwacht mag worden. Daar hoort onder meer bij dat het beroepschrift is verstuurd op een tijdstip en op een manier dat niet het ernstige risico met zich draagt dat het beroepschrift te laat wordt ontvangen.

10. De betrokkene heeft in dit geval gebruik gemaakt van een middel dat niet het risico van termijnoverschrijding met zich brengt, namelijk de [landelijke] aangetekende post. Uit de envelop die zich in het dossier bevindt volgt dat het beroepschrift op 20 januari 2023 ter post is aangeboden. Ook als wordt aangenomen dat de inleidende beschikking langer onderweg is geweest, verklaart dit niet waarom het beroepschrift dat is gedateerd op 21 december 2022 pas op 20 januari 2023, meer dan drie maanden na het verstrijken van de beroepstermijn, ter post is aangeboden. De betrokkene heeft daarvoor geen verklaring gegeven. Ook bij enige coulance, kan in dit geval daarom niet gezegd worden dat de betrokkene al datgene heeft gedaan dat van hem verwacht mag worden om zo snel mogelijk alsnog beroep in te stellen. Daarom kan niet worden geoordeeld dat de termijnoverschrijding de betrokkene niet kan worden toegerekend.

11. Het hanteren van ontvankelijkheidseisen zoals een beroepstermijn is op zichzelf niet in strijd met artikel 6 van het EVRM. Dat het beroep door de officier van justitie niet-ontvankelijk is verklaard brengt dan ook niet mee dat artikel 6 van het EVRM is geschonden.

12. Het voorgaande brengt mee dat het hof het beroep ongegrond zal verklaren. Dit betekent dat het hof de bezwaren tegen de opgelegde boete niet kan beoordelen.





De beslissing
Het gerechtshof:


vernietigt de beslissing van de kantonrechter;



verklaart het beroep ongegrond.



Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.