Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

ECLI:NL:GHARL:2026:4665

2026-07-15 Strafrecht 21-001018-25
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uitspraakdatum
2026-07-15
Publicatiedatum
2026-07-16
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
21-001018-25
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vernietiging van het vonnis van de rechtbank. Veroordeling van verdachte voor zware mishandeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 91 dagen waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en een taakstraf van 60 uren, bij niet naar behoren uitvoeren te vervangen door 30 dagen hechtenis. Daarnaast moet verdachte de benadeelde partij een schadevergoeding van € 5.805,25 betalen, bestaande uit materiële en immateriële schade. Het hof komt op basis van de wettige bewijsmiddelen tot het oordeel dat verdachte het slachtoffer zwaar heeft mishandeld. Nu gelet op de aard van het letsel, de noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel sprake is van zwaar lichamelijk letsel. Bovendien heeft verdachte het verrichten van de bewezenverklaarde handelingen bekend.

Citeert (4)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (18.180 tekens)
Afdeling strafrecht


Parketnummer: 21-001018-25
Uitspraakdatum: 15 juli 2026
TEGENSPRAAK



Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 21 februari 2025 met parketnummer 08-371926-24 in de strafzaak tegen




[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] .



Hoger beroep



Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel.



Onderzoek van de zaak



Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van het hof van 1 juli 2026 en het onderzoek op de zitting bij de rechtbank.


Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte voor het primair ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 91 dagen waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en een taakstraf van 60 uren, bij niet naar behoren uitvoeren te vervangen door 30 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.


Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.G. Bisschop, hebben aangevoerd.



Het vonnis



De politierechter heeft bij bovengenoemd vonnis het onder primair ten laste gelegde bewezen verklaard en dit gekwalificeerd als zware mishandeling. De politierechter heeft verdachte hiervoor opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 15 weken waarvan 12 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.


Het hof legt aan verdachte een andere straf op. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging



Aan verdachte is ten laste gelegd dat:


primairhij op of omstreeks 3 juli 2024 te [plaats] aan [benadeelde partij] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een klaplong, heeft toegebracht door:

- die [benadeelde partij] meerdere malen, in elk geval eenmaal, in/op/tegen het gezicht, in elk geval het hoofd te slaan en/of te stompen (waardoor die [benadeelde partij] ten val is gekomen) en/of
- ( terwijl die [benadeelde partij] op de grond ligt) die [benadeelde partij] meerdere malen, in elk geval eenmaal, in/tegen de buik te trappen en/of te schoppen;

subsidiairhij op of omstreeks 3 juli 2024 te [plaats] , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde partij] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
- die [benadeelde partij] meerdere malen, in elk geval eenmaal, in/op/tegen het gezicht, in elk geval het hoofd heeft geslagen en/of gestompt (waardoor die [benadeelde partij] ten val is gekomen) en/of
- ( terwijl die [benadeelde partij] op de grond lag) die [benadeelde partij] meerdere malen, in elk geval eenmaal, in/tegen de buik heeft geschopt en/of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


meer subsidiair
hij op of omstreeks 3 juli 2024 te [plaats] [benadeelde partij] heeft mishandeld door:

- die [benadeelde partij] meerdere malen, in elk geval eenmaal, in/op/tegen het gezicht, in elk geval het hoofd te slaan en/of te stompen (waardoor die [benadeelde partij] ten val is gekomen) en/of
- ( terwijl die [benadeelde partij] op de grond ligt) die [benadeelde partij] meerdere malen, in elk geval eenmaal, in/tegen de buik te trappen en/of te schoppen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.



Bewijsoverweging



Het hof stelt voorop dat onder zwaar lichamelijk letsel op grond van artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht wordt begrepen: ziekte die geen uitzicht op volkomen genezing overlaat en voortdurende ongeschiktheid tot uitoefening van zijn ambts- of beroepsbezigheden. Onder zwaar lichamelijk letsel wordt mede begrepen storing van de verstandelijke vermogens die langer dan vier weken geduurd heeft. Dit betreft een niet-limitatieve opsomming. Artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht laat de rechter de vrijheid om ook buiten de daar aangeduide gevallen het lichamelijk letsel als zwaar te beschouwen als dat voldoende belangrijk is om naar normaal spraakgebruik als zodanig te worden aangeduid. Gelet op de uiteenlopende vormen waarin lichamelijk letsel zich kan voordoen, kan moeilijk precies worden aangegeven wanneer dat letsel als zwaar lichamelijk letsel geldt.
Als algemene gezichtspunten voor de beantwoording van de vraag of van zwaar lichamelijk letsel sprake is, kunnen in elk geval worden aangemerkt de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel. De beoordeling kan ook op een combinatie van deze gezichtspunten worden gebaseerd. Bij een veelvoud van verwondingen kan in voorkomende gevallen de beoordeling worden betrokken op de verwondingen in hun totaliteit. De vaststelling aan de hand van deze gezichtspunten of sprake is van zwaar lichamelijk letsel, zal vaak worden gegrond op gegevens van medische aard. In evidente gevallen kan bij die vaststelling ook in aanmerking worden genomen wat algemene ervaringsregels over die gezichtspunten leren. Ook is de periode van herstel en de mate waarin sprake is van pijn en fysieke beperkingen tijdens het herstel van belang.


Het hof komt tot het oordeel dat verdachte het slachtoffer, [benadeelde partij] , zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, gelet op de aard van het letsel, het medisch ingrijpen en de duur van het herstel. [benadeelde partij] heeft door het handelen van verdachte onder meer een klaplong opgelopen, waardoor directe medische interventie was vereist. Verdachte kreeg ademnood en is met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Het verblijf van het slachtoffer in het ziekenhuis heeft zes dagen, een aanzienlijke periode, in beslag genomen. Bovendien moest meerdere malen een drain worden geplaatst om de klaplong te behandelen. Door het letsel heeft het slachtoffer minimaal drie maanden niet zijn normale beroepsbezigheden en werkzaamheden in het huishouden kunnen verrichten. Deze omstandigheden maken duidelijk dat het letsel herhaaldelijk medisch ingrijpen vergde en niet slechts van kortdurende aard was, en ingrijpende fysieke gevolgen heeft gehad voor het slachtoffer.



Bewijsmiddelen


Het hof is van oordeel dat het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en geen vrijspraak is bepleit, zal het hof in dit kader volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en de betrouwbaarheid van deze bewijsmiddelen. De opgave luidt als volgt:



De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van het hof van 1 juli 2026;


Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 8 juli 2024, inhoudende verklaring van [benadeelde partij] , opgenomen op de pagina’s 6 tot en met 11 van het procesdossier;


Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 3 oktober 2024, inhoudende de verklaring van [verbalisant] , opgenomen op de pagina’s 12 tot en met 21 van het procesdossier;


Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van 9 juli 2024, inhoudende de verklaring van [getuige] , opgenomen op de pagina’s 22 tot en met 24 van het procesdossier.




Bewezenverklaring



Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:


primairhij op 3 juli 2024 te [plaats] aan [benadeelde partij] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een klaplong, heeft toegebracht door:

- die [benadeelde partij] in/op/tegen het hoofd te slaan waardoor die [benadeelde partij] ten val is gekomen en
- terwijl die [benadeelde partij] op de grond ligt, die [benadeelde partij] in/tegen de buik te schoppen.

Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.



Strafbaarheid van het bewezenverklaarde



Het bewezenverklaarde is strafbaar.


Het primair bewezenverklaarde levert op:

zware mishandeling.




Strafbaarheid van verdachte



Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.



Oplegging van straf



Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft in het bijzonder het navolgende meegewogen.


Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zware mishandeling van zijn toenmalige collega, [benadeelde partij] , door deze op de werkvloer te slaan en te schoppen. Door dit geweld heeft het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel opgelopen, waaronder een klaplong. Met zijn handelen heeft verdachte een ernstige en onaanvaardbare inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Daarnaast vond het incident plaats op de werkplek van [benadeelde partij] , in het bijzijn van meerdere collega’s, die hierdoor ongewild getuige waren van dit geweld. Dit heeft niet alleen het slachtoffer geraakt, maar ook de veiligheid en het vertrouwen binnen de werksfeer ondermijnd. Het handelen van verdachte heeft daarmee niet alleen het slachtoffer geschaad, maar ook de sociale en professionele omgeving negatief beïnvloed.


Het hof heeft verder gelet op het strafblad van verdachte van 2 juni 2026. Hieruit volgt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld, wat langer geleden ook voor soortgelijke feiten.


Ook heeft het hof acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die onder meer op de zitting van het hof naar voren zijn gekomen. Verdachte heeft op de zitting van het hof verklaard dat hij inziet dat zijn handelen destijds onjuist was en dat hij verantwoordelijkheid neemt voor zijn daden. Verdachte ervoer op dat moment veel stress. Hij ziet in dat hij [benadeelde partij] nooit zo had mogen mishandelen. Inmiddels heeft hij professionele hulp gezocht en gaat het beter met hem. Ook heeft verdachte een mediationtraject met het slachtoffer voorgesteld, naar aanleiding van het incident. Verder heeft verdachte afstand genomen van het bedrijf door zijn aandelen te verkopen, waardoor hij niks meer met het bedrijf te maken heeft. Het gaat hierdoor inmiddels een stuk beter met verdachte, nu er naar eigen zeggen een hele last van zijn schouders is gevallen. Verdachte is nu begonnen met het heropbouwen van zijn leven, mede om de (financiële) zorg te kunnen dragen voor zijn gezin. Het hof erkent deze positieve ontwikkeling en weegt dit in strafverlagende zin mee.


Daarnaast heeft het hof bij de bepaling van de straf acht geslagen op de geldende oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Het LOVS-oriëntatiepunt voor zware mishandeling is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.


Gelet op het voorgaande, ook in onderlinge samenhang bezien, is het hof van oordeel dat een grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf passend en noodzakelijk is. Een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou de positieve ontwikkelingen in de weg staan. Alles overwegende, zal het hof aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 91 dagen waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en een taakstraf van 60 uren, bij niet naar behoren uitvoeren te vervangen door 30 dagen hechtenis, opleggen. De proeftijd kan dienen als stok achter de deur, zodat verdachte de positieve ontwikkelingen blijft voortzetten en niet opnieuw overgaat tot strafbaar handelen.



Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]




Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal vordert toewijzing van de gehele vordering van de benadeelde partij.



Standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt om de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van maximaal € 5.805,25 toe te wijzen. Dit deel van de vordering wordt door de verdediging niet betwist. Bovendien heeft verdachte dit bedrag reeds aan het slachtoffer betaald.



Oordeel van het hof

De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding van € 7.844,04 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van
€ 5.805,25. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd.


Op de zitting is gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het primair bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte. Het hof kan in deze procedure niet vaststellen dat de gehele door de benadeelde gevorderde schade veroorzaakt is door het handelen van verdachte. De schadeposten, persoonlijke verzorging (€ 664,00), verlies zelfwerkzaamheid (€ 677,00) en huishoudelijke hulp (€ 1.361,79), zijn in het licht van de gemotiveerde betwisting van verdachte door de benadeelde partij onvoldoende onderbouwd. De behandeling van dat deel van de vordering levert een onevenredige belasting van deze strafprocedure op. Daarom kan de benadeelde partij in dat deel van de vordering nu niet worden ontvangen. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.


Het hof acht de materiële en immateriële schade tot een bedrag van € 5.805,25 voldoende onderbouwd.



Wetsartikelen



De straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22b, 22c, 22d, 36f en 302 van het Wetboek van Strafrecht.


Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.


BESLISSING


Het hof:




Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:




Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.




Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.




Verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.




Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 91 (eenennegentig) dagen.




Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 90 (negentig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.




Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.




Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 5.805,25 (vijfduizend achthonderdvijf euro en vijfentwintig cent) bestaande uit € 805,25 (achthonderdvijf euro en vijfentwintig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.



Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.




Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.




Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 3 juli 2024.









































Dit arrest is gewezen door mr. L.J. Hofstra, voorzitter, mr. H.J. Deuring en mr. J. Bijlsma, in aanwezigheid van de griffier mr. B.S. Hofstede en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 15 juli 2026.




HR 20 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:66, r.o. 2.4.1 en 2.4.2.


Zoals volgt uit HR 3 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1051 (Overzichtsarrest zwaar lichamelijk letsel).


HR 20 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:66, r.o. 2.4.3.


HR 20 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:66, r.o. 2.4.6.


Wanneer hierna wordt verwezen naar processen-verbaal worden daarmee, tenzij anders aangegeven, steeds bedoeld processen-verbaal die in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren zijn opgemaakt en zijn opgenomen in het politiedossier van de politie Eenheid [locatie] met registratienummer PL0600-2024307687 dat op 3 oktober 2024 op ambtsbelofte elektronisch is ondertekend en afgesloten door [verbalisant] (IJS02569), agent bij Politie Eenheid [locatie] .


Als bedoeld in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.