Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
ECLI:NL:GHARL:2026:3603
2026-06-03
Strafrecht
Wahv 200.360.174/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Snelheidsoverschrijding. Bebording. In beginsel mag ervan worden uitgegaan dat als de ambtenaar ter plaatse was, hij de aanwezigheid en zichtbaarheid van de bebording heeft gecontroleerd. Het hof ziet in wat de betrokkene aanvoert echter aanleiding om dit uitgangspunt hier niet te hanteren. De sanctiebeschikking wordt vernietigd.
Citeert (1)
- ECLI:NL:GHARL:2020:1803 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28-02-2020
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (7.632 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.360.174/01
CJIB-nummer
: 260264186
Uitspraak d.d.
: 3 juni 2026
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 2 juli 2025, betreffende
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het verloop van de procedure
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 383,- voor: “33 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 8 augustus 2023 om 08:55 uur op de Rijksweg A9 in Akersloot met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene voert aan dat op de locatie van de vermeende overtreding de snelheidsbeperking middels bebording is opgeheven, waarmee de algemene maximumsnelheid op autosnelwegen van 130 km/h weer geldt. De officier van justitie stelt dat algemeen bekend zou mogen zijn dat overal in Nederland 100 km/h zou mogen worden gereden. Dit is echter niet het geval, er is specifiek voor gekozen om middels bebording aan te geven waar dit van toepassing is. De betrokkene heeft een afbeelding afkomstig uit Google Street View overgelegd, waarop te zien is dat kort na hectometerpaal 63,9 op de A9 links een bord A2, einde maximumsnelheid, 90 is geplaatst.
In een eerdere zaak oordeelde kantonrechter dat eigen interpretatie van een bedoeling irrelevant is en dat de betrokkene zich uitsluitend aan de bebording heeft te houden. Dat zou hier ook doorgevoerd moeten worden.
De betrokkene voert in reactie op het verweerschrift nog aan dat er aan voorbij wordt gegaan dat hij meermaals heeft aangegeven dat hij beeldmateriaal van de onduidelijke bebording heeft gemaakt. Bovendien wordt er wederom een andere locatie genoemd, namelijk hmp 36,6, hetgeen aangeeft dat er weinig zorgvuldigheid aan de dag wordt gelegd. Naast de onjuist gehanteerde maximumsnelheid bestrijdt de betrokkene ook de meting en de omstandigheid dat de bebording zou zijn gecontroleerd door de verbalisant. De verbalisant gaf zelf toe dat dit niet gecontroleerd is, maar “vast wel klopt”. De betrokkene verzoekt de beslissing te vernietigen.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Hierin staat dat met behulp van een voor de meting geteste, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel (lasergun) is geconstateerd dat met het voertuig met voormeld kenteken op voormelde datum, tijd en plaats (bij hectometerpaal 63.6 L) met een gecorrigeerde snelheid van 133 km/h is gereden, terwijl de maximum snelheid aldaar 100 km/h bedraagt (overtreden artikel 62 jo bord A1).
5. Het hof ziet in wat de betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de snelheidsmeting. De omstandigheid dat de advocaat-generaal in het verweerschrift als pleeglocatie hectometerpaal 36.6 noemt, merkt het hof aan als een kennelijke verschrijving en leidt niet tot twijfel en evenmin tot het oordeel dat de procedure niet zorgvuldig zou zijn.
6. Gelet op het gevoerde verweer staat ter discussie wat de maximumsnelheid ter plaatse was ten tijde van de gedraging.
7. De ambtenaar was ter plaatse. Dit brengt mee dat er in beginsel van mag worden uitgegaan dat de ambtenaar de aanwezigheid en zichtbaarheid van de bebording heeft gecontroleerd (vgl. het arrest van dit hof van 28 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1803) en dat de ambtenaar dus, in dit geval, heeft geconstateerd dat de betrokkene een bord A1 100 is gepasseerd. Het hof ziet in wat de betrokkene aanvoert echter aanleiding om dit uitgangspunt hier niet te hanteren. De betrokkene heeft gedurende de gehele procedure aangevoerd dat de gehanteerde maximumsnelheid niet correct is en dat de bebording niet is gecontroleerd. De betrokkene stelt dat hij de ambtenaar heeft gevraagd naar de bebording, waarbij de ambtenaar toegaf dat het niet gecontroleerd is “maar vast wel klopt”.
Een nadere toelichting waarin de ambtenaar was ingegaan op de aanwezigheid van de bebording was daarom in dit geval op zijn plaats geweest. Uit het dossier blijkt dat de officier van justitie op 29 augustus 2024 een aanvullend proces-verbaal heeft opgevraagd bij de ambtenaar, waarin onder meer antwoord wordt gegeven op de vragen:
wat de maximum toegestane snelheid ter plaatse op de pleegdatum was
of voor het verbaliseren de bebording ter plaatse is gecheckt
waar het verkeersbord precies stond
of de bebording ter plaatse op de pleegdatum duidelijk zichtbaar was.
Uit het dossier blijkt niet dat hier antwoord op is gekomen.
8. Op basis van de gegevens die zich in het dossier bevinden kan niet worden vastgesteld dat de maximumsnelheid ter plaatse was aangegeven door middel van bebording A1 100. Dit brengt mee dat niet kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De inleidende beschikking kan daarom niet in stand blijven. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.360.174/01
CJIB-nummer
: 260264186
Uitspraak d.d.
: 3 juni 2026
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 2 juli 2025, betreffende
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het verloop van de procedure
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 383,- voor: “33 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 8 augustus 2023 om 08:55 uur op de Rijksweg A9 in Akersloot met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene voert aan dat op de locatie van de vermeende overtreding de snelheidsbeperking middels bebording is opgeheven, waarmee de algemene maximumsnelheid op autosnelwegen van 130 km/h weer geldt. De officier van justitie stelt dat algemeen bekend zou mogen zijn dat overal in Nederland 100 km/h zou mogen worden gereden. Dit is echter niet het geval, er is specifiek voor gekozen om middels bebording aan te geven waar dit van toepassing is. De betrokkene heeft een afbeelding afkomstig uit Google Street View overgelegd, waarop te zien is dat kort na hectometerpaal 63,9 op de A9 links een bord A2, einde maximumsnelheid, 90 is geplaatst.
In een eerdere zaak oordeelde kantonrechter dat eigen interpretatie van een bedoeling irrelevant is en dat de betrokkene zich uitsluitend aan de bebording heeft te houden. Dat zou hier ook doorgevoerd moeten worden.
De betrokkene voert in reactie op het verweerschrift nog aan dat er aan voorbij wordt gegaan dat hij meermaals heeft aangegeven dat hij beeldmateriaal van de onduidelijke bebording heeft gemaakt. Bovendien wordt er wederom een andere locatie genoemd, namelijk hmp 36,6, hetgeen aangeeft dat er weinig zorgvuldigheid aan de dag wordt gelegd. Naast de onjuist gehanteerde maximumsnelheid bestrijdt de betrokkene ook de meting en de omstandigheid dat de bebording zou zijn gecontroleerd door de verbalisant. De verbalisant gaf zelf toe dat dit niet gecontroleerd is, maar “vast wel klopt”. De betrokkene verzoekt de beslissing te vernietigen.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Hierin staat dat met behulp van een voor de meting geteste, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel (lasergun) is geconstateerd dat met het voertuig met voormeld kenteken op voormelde datum, tijd en plaats (bij hectometerpaal 63.6 L) met een gecorrigeerde snelheid van 133 km/h is gereden, terwijl de maximum snelheid aldaar 100 km/h bedraagt (overtreden artikel 62 jo bord A1).
5. Het hof ziet in wat de betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de snelheidsmeting. De omstandigheid dat de advocaat-generaal in het verweerschrift als pleeglocatie hectometerpaal 36.6 noemt, merkt het hof aan als een kennelijke verschrijving en leidt niet tot twijfel en evenmin tot het oordeel dat de procedure niet zorgvuldig zou zijn.
6. Gelet op het gevoerde verweer staat ter discussie wat de maximumsnelheid ter plaatse was ten tijde van de gedraging.
7. De ambtenaar was ter plaatse. Dit brengt mee dat er in beginsel van mag worden uitgegaan dat de ambtenaar de aanwezigheid en zichtbaarheid van de bebording heeft gecontroleerd (vgl. het arrest van dit hof van 28 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1803) en dat de ambtenaar dus, in dit geval, heeft geconstateerd dat de betrokkene een bord A1 100 is gepasseerd. Het hof ziet in wat de betrokkene aanvoert echter aanleiding om dit uitgangspunt hier niet te hanteren. De betrokkene heeft gedurende de gehele procedure aangevoerd dat de gehanteerde maximumsnelheid niet correct is en dat de bebording niet is gecontroleerd. De betrokkene stelt dat hij de ambtenaar heeft gevraagd naar de bebording, waarbij de ambtenaar toegaf dat het niet gecontroleerd is “maar vast wel klopt”.
Een nadere toelichting waarin de ambtenaar was ingegaan op de aanwezigheid van de bebording was daarom in dit geval op zijn plaats geweest. Uit het dossier blijkt dat de officier van justitie op 29 augustus 2024 een aanvullend proces-verbaal heeft opgevraagd bij de ambtenaar, waarin onder meer antwoord wordt gegeven op de vragen:
wat de maximum toegestane snelheid ter plaatse op de pleegdatum was
of voor het verbaliseren de bebording ter plaatse is gecheckt
waar het verkeersbord precies stond
of de bebording ter plaatse op de pleegdatum duidelijk zichtbaar was.
Uit het dossier blijkt niet dat hier antwoord op is gekomen.
8. Op basis van de gegevens die zich in het dossier bevinden kan niet worden vastgesteld dat de maximumsnelheid ter plaatse was aangegeven door middel van bebording A1 100. Dit brengt mee dat niet kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De inleidende beschikking kan daarom niet in stand blijven. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.