Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

ECLI:NL:GHARL:2026:3521

2026-06-02 Civiel recht 200.362.840
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uitspraakdatum
2026-06-02
Publicatiedatum
2026-06-02
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.362.840
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Artikel 1:436 lid 3 derde zin BW. Vernietiging bestreden beschikking. Het hof wijst het verzoek van de bewindvoerder tot inschrijving van het door de kantonrechter ingestelde bewind over het vermogen van de rechthebbende alsnog af.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.446 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN


locatie Arnhem



afdeling civiel recht



zaaknummer gerechtshof 200.362.840
(zaaknummer rechtbank Overijssel NL:TZ:0000261327:B001)




beschikking van 2 juni 2026




over de inschrijving van het bewind



in de zaak van





[appellant] ( [appellant] )
die woont in [woonplaats]
advocaat: mr. R. Kaya



en




Kroep Steghuis Bewindvoerders B.V. (de bewindvoerder)
die is gevestigd in Enschede






1Samenvatting


De kantonrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, heeft bepaald dat het bij beschikking van 6 december 2022 ingestelde bewind over het vermogen van [appellant] zal worden ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister. Het hof beslist dat dit niet zo moet blijven en legt hierna uit waarom.






2De feiten


Bij beschikking van 6 december 2022 heeft de kantonrechter met ingang van 7 december 2022 een bewind ingesteld over de goederen die [appellant] (zullen) toebehoren vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand. Ook heeft de kantonrechter bij die beschikking een bewindvoerder benoemd. Inmiddels is Kroep Steghuis Bewindvoerders B.V. de bewindvoerder van [appellant] .






3De procedure bij de kantonrechter


3.1.
De bewindvoerder heeft inschrijving van het door de kantonrechter ingestelde bewind over het vermogen van [appellant] in het register zoals bedoeld in artikel 1:391 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) verzocht.



3.2.
De kantonrechter heeft het verzoek van de bewindvoerder toegewezen en bepaald dat het bewind zal worden ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 BW.



3.3.
Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 18 september 2025.






4De procedure bij het hof


4.1.

[appellant] is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter. Hij komt daarvan in hoger beroep. Hij wil dat het hof de beslissing van de kantonrechter ongedaan maakt.



4.2.
De bewindvoerder is het wel eens met de beslissing van de kantonrechter. De bewindvoerder wil dat het hof de beslissing van de kantonrechter in stand laat.



4.3.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:


het beroepschrift ontvangen op 17 december 2025


de brief van de bewindvoerder


het stuk van [appellant] ingediend op 12 mei 2026





4.4.
De zitting bij het hof was op 12 mei 2026. De advocaat van [appellant] was daarbij aanwezig.






5Hoe oordeelt het hof



Wat staat in de wet?




5.1.

Een beschermingsbewind dat is ingesteld ten behoeve van een meerderjarige die zijn vermogensrechtelijke belangen niet behoorlijk kan waarnemen als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand, kan op verzoek van degene die gerechtigd is onderbewindstelling te verzoeken, van de bewindvoerder of ambtshalve door de kantonrechter worden ingeschreven als het bewind alle goederen omvat.
De rechter zal in dat kader een afweging moeten maken tussen de bescherming van het vermogen van de rechthebbende en de bescherming van de privacy van de rechthebbende.




Hoe oordeelt het hof?





5.2.
Het hof is van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat een inschrijving van het bewind nodig is ter bescherming van het vermogen van [appellant] en dat het belang van [appellant] bij de bescherming van zijn privacy (alleen om die reden al) zwaarder weegt. De beslissing van de kantonrechter zal dan ook ongedaan worden gemaakt (worden vernietigd) en het hof zal het verzoek van de bewindvoerder tot inschrijving van het bewind alsnog afwijzen.



5.3.

De (directe) aanleiding voor het verzoek van de bewindvoerder om het bewind in te schrijven is de aankoop van een auto en het afsluiten van een verzekering daarvoor door [appellant] zonder toestemming van de bewindvoerder. Tijdens de mondelinge behandeling is namens [appellant] toegelicht dat hij van de bewindvoerder had begrepen dat de aankoop van een auto niet mogelijk was omdat daar geen geld voor was. [appellant] is daarop gaan sparen van zijn leefgeld en heeft de auto kunnen kopen van het gespaarde geld, zijn vakantiegeld en een lening van € 300,- van een vriend. Het is vaker voorgekomen dat [appellant] geld overhield en dat terugbetaalde aan de bewindvoerder. Met het geld dat hij maandelijks overhoudt zou hij de verzekering van de auto kunnen betalen, aldus [appellant] .

[appellant] heeft naar eigen zeggen van dit voorval geleerd en weet inmiddels dat hij geen auto mag kopen en/of een verzekering mag afsluiten zonder toestemming van de bewindvoerder, ook niet als hij daar zelf voor spaart. Hij zal dat dus ook niet meer doen, aldus [appellant] . Een vermelding in het Centraal curatele- en bewindregister is volgens [appellant] dan ook niet noodzakelijk en voelt als een onnodig zware maatregel en een straf. Ook schaadt een inschrijving van de bewindvoering zijn naam, aldus [appellant] .




5.4.
Het hof is met [appellant] eens dat een inschrijving van het bewind op dit moment een te zware maatregel is. Het hof gaat ervan uit dat [appellant] , zoals hij stelt, van het voorval heeft geleerd en dat hij niet meer zonder de daarvoor benodigde toestemming zal overgaan tot het aangaan van financiële verplichtingen, waaronder de aanschaf van een auto en/of het afsluiten van een verzekering. Dat [appellant] , zoals de bewindvoerder aanvoert, herhaaldelijk rechtshandelingen verricht die voor [appellant] financieel nadelig uitpakten, waaronder het aangaan van verplichtingen zonder voorafgaand overleg, is door [appellant] gemotiveerd betwist en blijkt ook niet uit de stukken. Mocht in de toekomst blijken dat [appellant] niet of onvoldoende van dit voorval heeft geleerd en vaker financiële verplichtingen aangaat zonder de daarvoor benodigde toestemming, dan kan het hof zich voorstellen dat er op enig moment wel voldoende aanleiding zal zijn om het bewind ter bescherming van het vermogen van [appellant] in te schrijven, maar daar is op dit moment (nog) geen sprake van.






6De beslissing


Het hof:



vernietigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 18 september 2025 en:



wijst het verzoek van de bewindvoerder tot inschrijving van het door de kantonrechter ingestelde bewind over het vermogen van [appellant] alsnog af.




Deze beschikking is gegeven door mrs. S. Kuijpers, P.B. Kamminga en L.R. Davila Talavera, bijgestaan door mr. M.A. Mertens als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2026.





Artikel 1:436 lid 3 derde zin BW