Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

ECLI:NL:GHARL:2026:2166

2026-04-13 Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht 200.359.160/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uitspraakdatum
2026-04-13
Publicatiedatum
2026-04-13
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.359.160/01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Machtigingskwestie. Uit de tijdig overgelegde machtiging waarin staat dat de pretense gemachtigde door de Manager Customer Experience Center van de betrokkene wordt gemachtigd blijkt genoegzaam dat hij door de betrokkene is gemachtigd om in de onderhavige zaak beroep in te stellen.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.260 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden








Zaaknummer


: Wahv 200.359.160/01




CJIB-nummer


: 259240998




Uitspraak d.d.


: 13 april 2026









Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 5 augustus 2025, betreffende



Mr. I.N.D.J. Rissema,
kantoorhoudende te Dordrecht,


beweerdelijk optredende voor



[betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),
gevestigd te [vestigingsplaats] .


De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.




Het verloop van de procedure

Mr. I.N.D.J. Rissema, (hierna: Rissema) heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
Rissema heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.





De beoordeling
1. De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard omdat, hoewel daartoe de gelegenheid is geboden, geen machtiging is overgelegd of andere stukken waaruit blijkt dat Rissema (Fixit Legal en/of Bezwaartegenverkeersboetes.nl), bevoegd was om namens de betrokkene beroep in te stellen.

2. Rissema stelt zich op het standpunt dat de kantonrechter het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Hij heeft naar aanleiding van de brief van de griffier de kantonrechter op 29 juli 2025 een machtiging toegezonden waaruit blijkt dat hij gemachtigd is door [betrokkene] B.V. De kantonrechter heeft daar geen acht op geslagen. Rissema wijst hierbij voorts op het arrest van het hof van 25 september 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5885.



3. Het hof stelt vast dat de inleidende beschikking is gericht aan [betrokkene] B.V. Op 22 augustus 2023 is namens de betrokkene administratief beroep ingesteld door Rissema (Fixit Legal/ Bezwaartegenverkeersboete.nl). Het administratief beroep is door de officier van justitie inhoudelijk beoordeeld en bij beslissing van 21 november 2023 ongegrond verklaard.

4. Op grond van artikel 9, eerste lid, van de Wahv kan tegen de beslissing van de officier van justitie beroep worden ingesteld door degene die administratief beroep heeft ingesteld, hier de betrokkene. Het beroepschrift is ingediend door Rissema (Fixit Legal/ Bezwaartegenverkeersboete.nl).

5. Indien een ander dan de beroepsgerechtigde beroep instelt, kan de rechter naar analogie van artikel 8:24, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht van degene die het heeft ingesteld, in dit geval Rissema, een schriftelijke machtiging verlangen. Daartoe bestaat aanleiding als redelijkerwijze betwijfeld kan worden dat degene die beroep instelt namens de beroepsgerechtigde, daartoe ook bevoegd is.

6. De griffier van de rechtbank heeft Rissema (Fixit Legal/Bezwaartegenverkeersboete.nl). bij brief van 3 juni 2025 uitgenodigd voor de zitting van de kantonrechter op 5 augustus 2025. In die brief wordt Rissema er op gewezen dat hij geen machtiging en/of uittreksel van de Kamer van Koophandel heeft overgelegd, waaruit blijkt dat hij bevoegd is om namens [betrokkene] B.V. beroep in te stellen. Voorts staat in deze brief dat hij, Rissema, de gelegenheid krijgt om dit verzuim te herstellen en dat een en ander uiterlijk op de zitting door de griffier moet zijn ontvangen, bij gebreke waarvan het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

7. Voorts bevat het dossier een brief van 29 juli 2025 van Rissema aan de kantonrechter, met een aanvullend beroepschrift en in de bijlage daarvan een machtiging. In deze machtiging wordt hij, althans Bezwaartegenverkeersboetes.nl, door de Manager Customer Experience Center van de betrokkene gemachtigd om in de zaak met onderhavig cjib-nummer beroep in te stellen. Het hof acht aannemelijk dat deze machtiging tijdig door Rissema is toegestuurd.

8. Het hof leidt uit de motivering van de beslissing van de kantonrechter af dat de kantonrechter deze machtiging, waaruit genoegzaam blijkt dat Rissema door de betrokkene is gemachtigd om beroep in te stellen, niet heeft gezien.

9. Gelet op het voorgaande kan de beslissing van de kantonrechter niet in stand blijven. Het hof zal die beslissing dan ook vernietigen. Vervolgens zal het hof overgaan tot de beoordeling van het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie, waarbij het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is verklaard. Het hof beschouwt het hoger beroep als ingesteld namens de betrokkene.

10. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 280,- voor: “rechts inhalen waar dat verboden is”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 juli 2023 om 13:13 uur op de Rijksweg A12 in Bennekom met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

11. De gemachtigde voert in hoger beroep aan dat de betrokkene met klem ontkent de gedraging te hebben verricht. De betrokkene heeft aangegeven dat hij ten tijde van de vermeende gedraging juist zelf zeer agressief door een invoeger rechts werd ingehaald. De betrokkene vermoedt dan ook dat de ambtenaar de situatie verkeerd heeft waargenomen en een verkeerd kenteken heeft genoteerd.



12. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

13. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Rijstrook waarop betrokkene aanvankelijk reed: rijstrook 1.
Rijstrook waarop betrokkene inhaalde: rijstrook 3.
Snelheid waarmee betrokkene inhaalde: 115 kilometer per uur.
Aantal ingehaalde voertuigen: 2. (…)”


14. Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt dat de betrokkene van rijstrook is gewisseld en vervolgens twee links van hem bevindende voertuigen rechts heeft ingehaald. Het hof ziet in dat wat de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om hieraan te twijfelen. De gemachtigde geeft niet aan waarom de ambtenaar dit niet goed zou hebben gezien. Dat wat hij aanvoert komt neer op een enkele ontkenning van de gedraging en dat leidt niet tot twijfel. Nu inhalen links dient te geschieden kan op basis van de verklaring van de ambtenaar worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Deze grond treft geen doel.

15. De gemachtigde voert tot slot aan dat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg is overschreden. Hij verzoekt daarom het sanctiebedrag te matigen met 25%.

16. Deze grond treft wel doel. Het hof stelt vast dat de redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM in eerste aanleg is overschreden. De inleidende beschikking is op 18 juli 2023 aan de betrokkene toegezonden en de procedure in eerste aanleg is eerst geëindigd met de beslissing van de kantonrechter van 5 augustus 2025. Gelet hierop zal het hof het bedrag van de sanctie matigen met 25 procent (vgl. het arrest van het hof van 28 juli 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:6369).

17. Er is aanleiding tot het toekennen van een proceskostenvergoeding. De matiging van het sanctiebedrag vindt zijn gronds.lag in de overschrijding van de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg. De kosten gemaakt in de fase van het administratief beroep komen niet voor vergoeding in aanmerking (vgl. overweging 26 van voormeld arrest van het hof van 28 juli 2023).
Aan het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift en de nadere toelichting dienen in totaal 2,5 punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het (hoger) beroep € 934,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Omdat de beslissing van de kantonrechter na 31 december 2023 is bekendgemaakt, wordt het bedrag van de in hoger beroep gemaakte kosten op grond van artikel 13a, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wahv vermenigvuldigd met factor 0,25.

18. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 642,13, namelijk (1 x € 934,- x 0,5) + (1,5 x € 934,- x 0,5 x 0,25).





De beslissing
Het gerechtshof:


vernietigt de beslissing van de kantonrechter;



verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;



verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;



wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de sanctie wordt gewijzigd in
€ 210,-;



bepaalt dat als de betrokkene op grond van artikel 11 van de Wahv teveel zekerheid heeft gesteld, het meerdere door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;



veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 642,13.



Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.