Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

ECLI:NL:GHARL:2026:1595

2026-03-17 Civiel recht; Personen- en familierecht 200.362.708
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uitspraakdatum
2026-03-17
Publicatiedatum
2026-03-17
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.362.708
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Echtscheiding, beroepstermijn. Artikelen 815 e.v. Rv. Onderzoeksplicht deurwaarder, geen rechtsgeldige betekening. Man ontvankelijk in hoger beroep.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.416 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN


locatie Arnhem



afdeling civiel recht



zaaknummer gerechtshof 200.362.708
(zaaknummer rechtbank Gelderland 436314)




beschikking van 17 maart 2026

over de ontvankelijkheid in hoger beroep




inzake





[appellant]
,
wonende in [woonplaats] ,verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: de man,
advocaat: mr. A.M. Beuwer,



en





[geïntimeerde]
,
wonende in [woonplaats] ,
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. E. El-Sharkawi.






1Het geding in eerste aanleg


Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 26 september 2024, uitgesproken onder zaaknummer 436314.





2Het geding in hoger beroep


2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- een beroepschrift met producties, ingekomen op 17 december 2025;
- een brief van mr. Beuwer van 28 januari 2026 met producties.



2.2
De mondelinge behandeling over de ontvankelijkheid van de man in hoger beroep, heeft op 11 februari 2026 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat. Voor de vrouw was er een tolk in de Arabische taal.







3De ontvankelijkheid van het hoger beroep


3.1

Aan de orde is alleen de vraag of de man tijdig hoger beroep heeft ingesteld. Omdat het specifiek gaat over de scheidingsprocedure zijn de artikelen 815 en verder van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van toepassing. Op grond van het bepaalde in artikel 820 eerste lid Rv kan, in afwijking van het bepaalde van artikel 358 tweede lid Rv, een echtgenoot die in eerste aanleg niet in de procedure is verschenen, tegen een beschikking waarbij een verzoek tot echtscheiding is toegewezen, hoger beroep instellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking aan hem in persoon dan wel binnen drie maanden nadat zij op andere wijze is betekend en overeenkomstig het tweede lid openlijk bekend is gemaakt.
Op grond van het tweede lid van artikel 820 Rv gebeurt de openlijke bekendmaking door plaatsing van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.




3.2
Gebleken is dat de man volgens het door hem overgelegde uittreksel uit de Basis Registratie Personen (BRP) sinds 12 november 2021 staat ingeschreven aan het adres [adres] in [woonplaats] .Omdat de man een bekend adres heeft, had de echtscheidingsbeschikking op grond van artikel 820 Rv, indien mogelijk, aan de man in persoon moeten worden betekend. Dat is niet gebeurd. De deurwaarder heeft gelijk openbaar betekend (aan de ambtenaar van het openbaar ministerie) en heeft een uittreksel van de echtscheidingsbeschikking in de Staatscourant laten publiceren. In het betekeningsexploot van 3 oktober 2024 staat dat de man ‘zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland’ is. De man heeft echter verklaard dat hij op dat moment, met zijn gezin, de woning aan de [adres] in [woonplaats] bewoonde.



3.3
De deurwaarder heeft een onderzoeksplicht bij het betekenen van een exploot aan iemands woonplaats. Dat betekent onder meer dat een deurwaarder is gehouden om recente adresgegevens uit de BRP te raadplegen en deze gegevens te verifiëren aan de hand van de feitelijke situatie op dat adres. Er is niet gebleken dat de deurwaarder dit heeft gedaan. Integendeel: de man heeft verklaard dat hij achteraf telefonisch contact heeft gehad met het deurwaarderskantoor en dat hem is bevestigd dat de deurwaarder niet naar zijn huis is gegaan maar meteen tot openbare betekening is overgegaan.



3.4
Het voorgaande betekent dat er niet rechtsgeldig is betekend. Het gegeven dat het huis van de man in de periode van november 2023 tot eind augustus 2024 – toen het verzoekschrift tot echtscheiding moest worden betekend – werd verbouwd en de man en zijn gezin daar in die periode niet verbleven, doet aan het voorgaande niet af. De deurwaarder had bij de betekening van de echtscheidingsbeschikking (opnieuw) moeten vaststellen waar de man woonde of feitelijk verbleef.


3.5

Dit heeft tot gevolg dat het exploot van de openbare betekening nietig is en het aan de vrouw is om de echtscheidingsbeschikking opnieuw aan de man te laten betekenen.
Omdat de appèltermijn nog niet is gaan lopen heeft de man dus tijdig hoger beroep ingesteld.
De man is dan ook ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep.






4De beslissing


Het hof, beschikkende in hoger beroep:



verklaart de man ontvankelijk in zijn verzoeken in hoger beroep.



Deze beschikking is gegeven door mrs. E. de Boer, H. Phaff en S. Kuijpers, bijgestaan door F.E. Knoppert als griffier, en is op 17 maart 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.