Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
ECLI:NL:GHARL:2024:7507
2024-12-03
Civiel recht
200.342.228/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
De vordering van de man tot vergoeding van de helft van de eigenaarslasten is ingetrokken door de man en de vordering van de vrouw tot een gebruiksvergoeding is afgewezen. Partijen waren namelijk gehuwd met uitsluiting van iedere gemeenschap en de woning was van de man. De vordering van de vrouw tot een gebruiksvergoeding voor de gezamenlijke vakantiewoning is afgewezen op grond van een stilzwijgende voortzetting van een gemaakte afspraak over de kosten en het gebruik. Na verdeling van de vakantiewoning aan de man is er geen grond meer voor een gebruiksvergoeding op grond van art. 3:169 BW.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.462 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.342.228/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 216694)
arrest van 3 december 2024
in de zaak van
[appellante] ,
die woont in [woonplaats1] ,
appellante,
bij de rechtbank: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,
hierna: [appellante],
advocaat: mr. J. Doornbos, die kantoor houdt te Groningen,
tegen
[geïntimeerde]
,
die woont in [woonplaats2] ,
geïntimeerde,
bij de rechtbank; gedaagde in conventie en verweerder in reconventie,
hierna: [geïntimeerde],
advocaat: mr. Y.M. Prins, die kantoor houdt te Groningen.
1De procedure bij de rechtbank
Voor het verloop van de procedure bij de rechtbank verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 19 juli 2023 en 24 april 2024 die de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, heeft gewezen.
2De procedure bij het hof
2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 22 mei 2024,
- de memorie van grieven d.d. 20 augustus 2024 (met producties),
- de memorie van antwoord d.d. 29 oktober 2024 (met producties).
2.2
Appellante heeft het volledige procesdossier in enkelvoud overgelegd.
2.3
Vervolgens heeft het hof arrest bepaald.
3. De beoordeling in hoger beroep
3.1
Het hof zal een enkelvoudige mondelinge behandeling door een aan te wijzen raadsheer-commissaris bepalen als bedoeld in artikel 87 Rv.
3.2
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
4De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
bepaalt een mondelinge behandeling, waarbij partijen (in persoon of vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte is en die tot het geven van inlichtingen in staat is en bevoegd is om een schikking aan te gaan) samen met hun advocaten zullen verschijnen voor een nog aan te wijzen raadsheer-commissaris, voor het hierboven omschreven doel;
bepaalt dat de mondelinge behandeling fysiek zal worden gehouden op 16 april 2025
te 10.00 uur in het paleis van justitie aan het Wilhelminaplein 1 te Leeuwarden;
bepaalt dat de advocaten bij de mondelinge behandeling ieder gedurende maximaal tien minuten het standpunt van partijen mogen toelichten;
bepaalt dat als een partij bij de mondelinge behandeling nog processtukken of andere stukken wil inbrengen, deze partij ervoor dient te zorgen dat het hof en de wederpartij uiterlijk 10 kalenderdagen voor de mondelinge behandeling een kopie van deze stukken hebben ontvangen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, W.F. Boele en M. Willemse en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
3 december 2024.
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.342.228/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 216694)
arrest van 3 december 2024
in de zaak van
[appellante] ,
die woont in [woonplaats1] ,
appellante,
bij de rechtbank: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,
hierna: [appellante],
advocaat: mr. J. Doornbos, die kantoor houdt te Groningen,
tegen
[geïntimeerde]
,
die woont in [woonplaats2] ,
geïntimeerde,
bij de rechtbank; gedaagde in conventie en verweerder in reconventie,
hierna: [geïntimeerde],
advocaat: mr. Y.M. Prins, die kantoor houdt te Groningen.
1De procedure bij de rechtbank
Voor het verloop van de procedure bij de rechtbank verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 19 juli 2023 en 24 april 2024 die de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, heeft gewezen.
2De procedure bij het hof
2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 22 mei 2024,
- de memorie van grieven d.d. 20 augustus 2024 (met producties),
- de memorie van antwoord d.d. 29 oktober 2024 (met producties).
2.2
Appellante heeft het volledige procesdossier in enkelvoud overgelegd.
2.3
Vervolgens heeft het hof arrest bepaald.
3. De beoordeling in hoger beroep
3.1
Het hof zal een enkelvoudige mondelinge behandeling door een aan te wijzen raadsheer-commissaris bepalen als bedoeld in artikel 87 Rv.
3.2
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
4De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
bepaalt een mondelinge behandeling, waarbij partijen (in persoon of vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte is en die tot het geven van inlichtingen in staat is en bevoegd is om een schikking aan te gaan) samen met hun advocaten zullen verschijnen voor een nog aan te wijzen raadsheer-commissaris, voor het hierboven omschreven doel;
bepaalt dat de mondelinge behandeling fysiek zal worden gehouden op 16 april 2025
te 10.00 uur in het paleis van justitie aan het Wilhelminaplein 1 te Leeuwarden;
bepaalt dat de advocaten bij de mondelinge behandeling ieder gedurende maximaal tien minuten het standpunt van partijen mogen toelichten;
bepaalt dat als een partij bij de mondelinge behandeling nog processtukken of andere stukken wil inbrengen, deze partij ervoor dient te zorgen dat het hof en de wederpartij uiterlijk 10 kalenderdagen voor de mondelinge behandeling een kopie van deze stukken hebben ontvangen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, W.F. Boele en M. Willemse en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
3 december 2024.