Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

ECLI:NL:GHARL:2024:5707

2024-09-10 Civiel recht 200.340.219/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uitspraakdatum
2024-09-10
Publicatiedatum
2024-09-10
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.340.219/01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NTHR 2024/74, 238

Inhoudsindicatie

Dexia vordert oproeping in vrijwaring van een tussenpersoon die in strijd met de toen geldende regels een klant heeft geadviseerd en als klant bij Dexia heeft aangebracht. Het hof verklaart Dexia niet-ontvankelijk in haar vordering. Een incident tot vrijwaring kan niet voor het eerst in hoger beroep worden opgeworpen. Er is geen sprake van een ondeelbare rechtsverhouding tussen de klant en de tussenpersoon. Dexia beroept zich om die reden al vergeefs op het arrest van HR 1 oktober 2021.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.217 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN




locatie Leeuwarden, afdeling civiel



zaaknummer gerechtshof 200.340.219/01
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 10017090




arrest in het incident van 10 september 2024




in de zaak van




Dexia Nederland B.V.,
die is gevestigd in Amsterdam,
die hoger beroep heeft ingesteld
en bij de kantonrechter optrad als eisende partij,
eiseres in het incident,
hierna: Dexia,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer in Amsterdam,



tegen





[verweerster]
,
die woont in [woonplaats1] ,
en bij de kantonrechter optrad als gedaagde partij,
verweerster in het incident,
hierna: [verweerster],
advocaat: mr. J.B. Maliepaard in Rotterdam.






1Het verloop van de procedure in hoger beroep


1.1
Dexia heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere, op 18 januari 2024 tussen partijen heeft uitgesproken.



1.2

Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit:
• de dagvaarding in hoger beroep
• de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van Dexia tevens houdende de memorie van grieven
• de conclusie van antwoord in het incident van [verweerster] .







2Het oordeel van het hof



In het incident




2.1
Dexia vordert haar toe te staan de heer [naam1] als (toenmalig) medewerker van Perfect Partners Assurantie B.V. in vrijwaring op te roepen. [verweerster] concludeert tot afwijzing van de incidentele vordering van Dexia.


2.2
Het hof zal Dexia in haar vordering in het incident niet-ontvankelijk verklaren. Een incident tot vrijwaring kan namelijk niet voor het eerst in hoger beroep worden opgeworpen. Dit omdat als de vrijwaring zou worden toegestaan, de derde een instantie zou worden ontnomen. Anders dan Dexia meent, is in dit geval – waarin, voor zover hier relevant, aan de orde is of [naam1] als tussenpersoon in strijd met de toen geldende regels [verweerster] heeft geadviseerd en als klant bij Dexia heeft aangebracht – geen sprake van een ondeelbare rechtsverhouding tussen [verweerster] en [naam1] . Dexia beroept zich om die reden al vergeefs op het arrest van HR 1 oktober 2021 waarin zij – wat daar verder ook van zij – een uitzondering leest op voormeld uitgangspunt.



2.3
Omdat Dexia in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof Dexia tot betaling van de kosten van dit incident veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak.



In de hoofdzaak





2.4
De hoofdzaak zal naar de rol worden verwezen voor het nemen van een memorie van antwoord door [verweerster] .






3De beslissing


Het hof:




In het incident




3.1
verklaart Dexia niet-ontvankelijk in haar vordering;



3.2

veroordeelt Dexia tot betaling van de volgende proceskosten in het incident van [verweerster] :
• € 1.214,- aan salaris van de advocaat van [verweerster] (1 procespunt x appeltarief II);




In de hoofdzaak





3.3
verwijst de zaak naar de rol van 22 oktober 2024 voor het nemen van een memorie van antwoord door [verweerster] ;



3.4
houdt iedere verdere beslissing aan.


Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, W.F. Boele en J. Smit en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 10 september 2024.




HR 14 december 2008, ECLI:NL:HR:2007:BB7189


ECLI:NL:HR:2021:1407.


HR 10 juni 2022, ECLI: NL:HR:2022:853.