Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

ECLI:NL:GHARL:2024:5149

2024-08-13 Civiel recht; Personen- en familierecht 200.327.057
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uitspraakdatum
2024-08-13
Publicatiedatum
2024-08-13
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.327.057
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Artikel 1:163 lid 1 en lid 3 BW en Artikel 358 lid 2 Rv. Echtscheidingsbeschikking haar kracht verloren omdat echtscheiding niet binnen de daartoe gestelde wettelijke termijn is ingeschreven.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.348 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN


locatie Arnhem



afdeling civiel recht



zaaknummer gerechtshof 200.327.057
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 516768)




beschikking van 13 augustus 2024




in de zaak van





[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats1] ,
verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: de man



en





[verweerster]
,
wonende te [woonplaats1] ,
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. S. Makhloufi te Utrecht.






1De procedure in eerste aanleg


Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 15 februari 2023, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, verder ook te noemen: de bestreden beschikking.





2De procedure in hoger beroep


2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:


het beroepschrift met producties, ingekomen op 15 mei 2023;


het verweerschrift met productie, ingekomen op 19 september 2023.





2.2
De mondelinge behandeling over de ontvankelijkheid heeft op 10 januari 2024 plaatsgevonden. Van deze mondelinge behandeling is proces-verbaal opgemaakt. Er is vervolgens een reguliere mondelinge behandeling gepland op 23 april 2024. Daarna heeft het hof ontvangen:


een e-mailbericht van mr. Flipse van 22 april 2024 met het verzoek de mondelinge behandeling aan te houden omdat de man geen advocaat meer heeft;


drie e-mailberichten van mr. Makhloufi van 23 april 2024 met daarin geuit bezwaar tegen aanhouding van de mondelinge behandeling.





2.3

Het hof heeft partijen vervolgens bericht dat het uitstelverzoek is gehonoreerd en dat het hof had geconstateerd dat de echtscheiding nog niet was ingeschreven. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uiterlijk 30 april 2024 uit te laten wat er met de zaak moest gebeuren. Daarna heeft het hof ontvangen:
- een e-mailbericht van mr. Makhloufi van 25 april 2024 met het verzoek de man in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren.






3De feiten


Partijen zijn naar Marokkaans recht [in] 1988 met elkaar getrouwd bij
het consulaat van het Koninkrijk Marokko in Amsterdam. De rechtbank heeft bij de
bestreden beschikking de echtscheiding tussen partijen uitgesproken.





4Het geschil


3.1
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank de echtscheiding tussen partijen uitgesproken, en voor zover hier van belang -uitvoerbaar bij voorraad- bepaald dat de man met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand een bijdrage in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw moet betalen van € 426,- per maand.



3.2
De man is met twee grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. De grieven zien op de behoefte/ behoeftigheid van de vrouw en de draagkracht van de man. De man verzoekt het hof de bestreden beschikking wat betreft de partneralimentatie te vernietigen.



3.3
De vrouw voert verweer en zij verzoekt het hof de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek tot vernietiging van de bestreden beschikking en om de bestreden beschikking te bekrachtigen, kosten rechtens.





4De overwegingen voor de beslissing


4.1

Een echtscheiding komt tot stand door de inschrijving van de beschikking in de
registers van de burgerlijke stand (artikel 1:163 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). Op grond van artikel 1:163 lid 3 BW moet deze inschrijving uiterlijk zes maanden na de dag waarop de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan plaatsvinden. Op grond van artikel 358 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de echtscheiding drie maanden na 15 februari 2023 (de dag van de uitspraak) in kracht van gewijsde gegaan.
Dat betekent dat de echtscheidingsbeschikking uiterlijk 15 november 2023 kon worden
ingeschreven. Uit de Basisregistratie Personen (BRP) van partijen blijkt dat dit niet is gebeurd. Dit betekent dat de bestreden beschikking haar kracht is verloren (zie artikel 1:163 lid 3 BW) en behandeling van het hoger beroep van de man geen zin meer heeft.




4.2

Het hof zal de man daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek in hoger
beroep.






5De slotsom


Het hof, beschikkende in hoger beroep:



verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek in hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.E. Grosscurt, S. Kuijpers en P.B. Kamminga, bijgestaan door F.E. Knoppert als griffier, en is op 13 augustus 2024 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.