Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

ECLI:NL:GHARL:2023:8848

2023-10-20 Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Wahv 200.325.806/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uitspraakdatum
2023-10-20
Publicatiedatum
2023-10-20
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
Wahv 200.325.806/01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden. Het vastgehouden voorwerp op de foto’s heeft de omvang van een mobiel elektronisch apparaat, te weten een mobiele telefoon en werd door de bestuurder vastgehouden op een wijze die gelijkenis toont met het vasthouden van een zodanig mobiel elektronisch apparaat. De ambtenaar heeft terecht op basis van deze beelden geconstateerd dat rijdend een zodanig mobiel elektronisch apparaat is vastgehouden.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.899 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden








Zaaknummer


: Wahv 200.325.806/01




CJIB-nummer


: 245050798




Uitspraak d.d.


: 20 oktober 2023









Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 16 februari 2023, betreffende




[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),
gevestigd te [vestigingsplaats] .


De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.



De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.




Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.





De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 4 oktober 2021 om 14:22 uur op de A10 in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De gemachtigde voert aan dat de telefoon van de betrokkene elders in het voertuig was bevestigd. Uit de foto’s blijkt niet onomstotelijk dat het vastgehouden voorwerp een mobiel elektronisch apparaat betreft. Dat het voorwerp de afmeting van een mobiele telefoon heeft, maakt het voorwerp niet automatisch een mobiele telefoon. De gedraging kan niet op basis van een dergelijke (inductieve) redenering worden vastgesteld. Dat een algoritme van een camera het voorwerp heeft aangemerkt als een telefoon, doet hieraan niet af. Er zijn gevallen geweest waarin (ook na beoordeling van de foto’s door een ambtenaar) de zaak doorgang heeft gevonden terwijl het vastgehouden voorwerp geen telefoon, maar een blikje cola of een flesje chocomelk betrof. Verder voert de gemachtigde aan dat niet gebleken is dat de opsteller van het verweerschrift bevoegd is om namens de advocaat-generaal op te treden.


3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag met een camerasysteem op basis van twee beelden met een tussentijd van 0,125 seconden dat de bestuurder van een voertuig tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking vasthield. Ik heb daarbij duidelijk en onbelemmerd in het voertuig kunnen kijken.”

5. Het dossier bevat drie foto’s van de gedraging. Via de voorruit is de bestuurder gefotografeerd. De bestuurder kijkt naar een voorwerp in zijn linkerhand dat hij ter hoogte van het stuur houdt.

6. Het vastgehouden voorwerp op de foto’s heeft de omvang van een mobiel elektronisch apparaat bestemd om langs elektronische weg gegevens op te slaan, te verwerken en over te dragen, te weten een mobiele telefoon. De bestuurder houdt het voorwerp op een wijze vast die gelijkenis toont met het vasthouden van een zodanig mobiel elektronisch apparaat. De ambtenaar heeft terecht op basis van deze beelden geconstateerd dat rijdend een zodanig mobiel elektronisch apparaat is vastgehouden. Tegen deze constatering zijn gronden aangevoerd die neerkomen op een enkele ontkenning van de gedraging. Dit leidt niet tot een ander oordeel. Deze gronden treffen dan ook geen doel.

7. Ten aanzien van de stelling dat niet gebleken is dat het verweerschrift bevoegdelijk is opgesteld, wijst het hof op zijn arrest van 21 december 2016 (ECLI:NL:GHARL:2016:10324) waarin is bepaald dat de door het openbaar ministerie gebruikte mandaatconstructie in overeenstemming is met het bepaalde in de artikelen 10:3 en 10:9 Awb. Het hof ziet in de grond van de gemachtigde geen reden hierop terug te komen.

8. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Voor het toekennen van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.




De beslissing
Het gerechtshof:


bevestigt de beslissing van de kantonrechter;



wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.



Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.