Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

ECLI:NL:GHARL:2023:10450

2023-12-08 Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Wahv 200.324.938
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uitspraakdatum
2023-12-08
Publicatiedatum
2023-12-08
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
Wahv 200.324.938
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Roodlichtgedraging. Geen rechtstreeks zicht. De ambtenaar heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe de hij beide verkeerslichten tegelijkertijd in ogenschouw heeft kunnen nemen, nu hij niet heeft aangegeven waar hij positie heeft ingenomen. De sanctiebeschikking wordt vernietigd.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.845 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden








Zaaknummer


: Wahv 200.324.938/01




CJIB-nummer


: 247498695




Uitspraak d.d.


: 8 december 2023









Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 24 februari 2023, betreffende




[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .


De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.



De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.




Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.





De beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “doorgaan bij driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 13 februari 2022 om 17:29 uur op de Weststraat in Den Helder met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de ambtenaar geen rechtstreeks zicht had op het verkeerslicht en dat de betrokkene persisteert dat het voor hem groen was. De gemachtigde merkt daarbij op dat de ambtenaar weliswaar verklaart dat hij achteraf heeft gecontroleerd dat het technisch onmogelijk was dat de betrokkene groen licht had, maar dat niet is gebleken hoe hij dat heeft gedaan.

3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

4. De gegevens waarop de oplegging van de sanctie is gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat onder meer de volgende verklaring van de ambtenaar:

“Ik zag dat de bestuurder met zijn voertuig op de betreffende kruising (…) rechtsaf sloeg, terwijl al het overige verkeer al reed (…) door het voor hun groene verkeerslicht. (…) Het is technisch onmogelijk dat op dat moment het verkeerslicht voor de betrokkene anders kleurde dan rood.
Achteraf heb ik mijn bevindingen ter plekke gecontroleerd en dat bevestigde mijn bevindingen.”


5. Daarnaast bevat het dossier een - in hoger beroep door de advocaat-generaal ingebracht - aanvullend proces-verbaal van de ambtenaar. Hierin verklaart de ambtenaar, voor zover hier van belang, dat hij zich in zijn voertuig bevond op de kruising Zuidstraat – Westsstraat – Beatrixstraat te Den Helder, dat hij, toen hij groen licht had, rechts afsloeg van de Zuidstraat naar de Weststraat en dat op dat moment de betrokkene rechts afsloeg van de Weststraat naar de Beatrixstraat. Voorts verklaart hij nog: “(…) Om er zeker van te zijn dat mijn bevinding over de verkeerslichtenregeling correct was, heb ik mijn voertuig gekeerd op de Weststraat. Aansluitend heb ik mijn voertuig op de Zuidstraat geparkeerd en heb een positie ingenomen, waarbij ik de verkeerslichten waar ik en de betrokkene gebruik van moesten maken in één overzicht kon aanschouwen. Ik zag dat het verkeerslicht waar de betrokkene door heen had gereden rood kleurde ten tijde dat de verkeerslichten op de Zuidstraat groen kleurden. Het verkeerslicht op de Zuidstraat voor rechts-afslaand en het licht voor rechtdoor gaand, kleuren tegelijkertijd groen nadat het verkeerslicht op de Weststraat rood kleurt. Daarom ben ik er van overtuigd dat de betrokkene (…) door (…) rood (…) reed.”

6. De betrokkene ontkent door rood licht te zijn gereden. Onder verwijzing naar wat het hof heeft overwogen in zijn arrest d.d. 13 juni 2016, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2016:4941, is het hof van oordeel dat in een situatie als de onderhavige, waarin een ambtenaar groen licht waarneemt op het moment dat hij uit een conflicterende rijrichting een voertuig de kruising op ziet rijden, terwijl hij geen zicht heeft op het voor die bestuurder geldende licht, door de ambtenaar zal moeten worden vastgesteld dat het conflicterende licht rood moet zijn geweest alvorens een sanctie voor een roodlichtgedraging kan worden opgelegd. De ambtenaar zal ook moeten vermelden hoe hij dat heeft vastgesteld, bijvoorbeeld door direct na de waarneming ter plaatse te controleren hoe de lichten zijn afgesteld of door te vermelden wat daaromtrent uit de technische gegevens van de betreffende verkeersregelinstallatie blijkt.

7. In dit geval heeft de ambtenaar verklaard dat hij kort nadat de gedraging was geconstateerd heeft vastgesteld dat het verkeerslicht dat voor de betrokkene gold, dus op de Weststraat, rood licht uitstraalde op het moment dat de verkeerslichten op de Zuidstraat groen licht uitstraalden. Hij heeft dat vastgesteld door een zodanige positie in te nemen dat hij beide verkeerslichten in een overzicht kon aanschouwen. Het hof heeft zich naar aanleiding van het gevoerde verweer en het aanvullend proces-verbaal via de openbaar toegankelijke website Google Maps Streetview georiënteerd op de situatie ter plaatse. Het hof is van oordeel dat de verklaring van de ambtenaar onvoldoende inzichtelijk maakt hoe de hij beide stoplichten tegelijkertijd in ogenschouw heeft kunnen nemen, nu hij niet heeft aangegeven waar hij positie heeft ingenomen. Daarbij betrekt het hof de wijze waarop beide stoplichten in de bocht van de Weststraat en de Zuidstraat ten opzichte van elkaar zijn opgesteld, alsmede de omstandigheid dat ter rechterzijde van de weg (de binnenbocht) een grote waterpartij is aangelegd. Het hof ziet in deze fase van het geding geen aanleiding meer om de advocaat-generaal in de gelegenheid te stellen een nadere verduidelijking te vragen.”

8. Gelet op het voorgaande is onvoldoende komen vast te staan dat de onder 1. genoemde gedraging is verricht. Het hof zal beslissen als hieronder vermeld.



9. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift en de nadere toelichting daarop dienen in totaal 3,5 punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.494,- (=1,5 x € 597 x 0,5) + (2,5 x € 837 x 0,5).




De beslissing
Het gerechtshof:


vernietigt de beslissing van de kantonrechter;



verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;



verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;



vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;



bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;



veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.494,-.



Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.