Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

ECLI:NL:GHARL:2022:8311

2022-09-27 Civiel recht; Verbintenissenrecht 200.304.964
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uitspraakdatum
2022-09-27
Publicatiedatum
2022-09-27
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.304.964
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | PS-Updates.nl 2022-0641 | NJF 2022/415

Inhoudsindicatie

Letselschade, voorlopig deskundigenbericht. In de beschikking van het hof van 30 augustus 2022 (ECLI:NL:GHARL:2022:7468) heeft het hof ambtshalve een beslissing gegeven inzake de proceskosten. Hiermee is verzoeker het niet eens (het zou de positie van de benadeelde kunnen verslechteren) en wenst herstel. Dit verzoek wordt niet toegewezen, want geen kennelijke fout, maar een uitdrukkelijk gegeven, ambtshalve beslissing.

Citeert (4)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.733 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN


locatie Arnhem



afdeling civiel recht



zaaknummer gerechtshof 200.304.964
(zaaknummer rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, 270231)




beslissing 27 september 2021 op verzoek ex artikel 31 Rv



in de zaak van





[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats1] ,
verzoeker in hoger beroep,
in eerste aanleg: verzoeker
hierna: [verzoeker] ,
advocaat: mr. Z.J. Rittersma,



en


1. [verweerder1],
woonplaats kiezende te [woonplaats2] ,
2. Stichting Medisch Spectrum Twente,

gevestigd te Enschede,
verweerders in hoger beroep,
in eerste aanleg: verweerders,
hierna gezamenlijk: MST,
advocaat: mr. O.L. Nunes.




1. Het hof heeft in deze zaak op 30 augustus 2022 een beschikking gegeven.

2. Het hof heeft kennis genomen van het verzoek van mr. Rittersma bij e-mail van 7 september 2022 namens [verzoeker] om een kennelijke fout in die beschikking te verbeteren. Er is door [verzoeker] niet verzocht om een proceskostenveroordeling “en dat is welbewust gebeurd”. Van de zijde van [verzoeker] wordt er geen prijs gesteld op de ambtshalve toewijzing van de proceskosten, “omdat het de facto de positie van benadeelde kan verslechteren”, aldus mr. Rittersma.

3. Bij brief van 13 september 2022 heeft mr. Nunes namens MST geschreven geen bezwaar te hebben tegen inwilliging van het verzoek.

4. Het hof is van oordeel dat er geen sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent als bedoeld in artikel 31 lid 1 Rv en licht dat als volgt toe.

5. Het hof heeft een uitdrukkelijke overweging gewijd aan de (ambtshalve) proceskostenveroordeling ten laste van MST in rechtsoverweging 5.2 met verwijzing naar een conclusie van A-G Wesseling-van Gent (ECLI:NL:PHR:2015:2414, sub 2.11), waarin staat: Veroordeling in de proceskosten behoeft niet te worden gevorderd. Zowel in eerste aanleg als in hoger beroep oordeelt de rechter ambtshalve over de proceskosten. Als de appelrechter het vonnis waarvan beroep bekrachtigt, neemt hij de in eerste aanleg uitgesproken kostenveroordeling over. Wanneer hij het vonnis echter vernietigt of de in eerste aanleg ingestelde vordering in hoger beroep afwijst bijvoorbeeld bij gebrek aan belang of omdat toewijzing onmogelijk is geworden, zal de appelrechter moeten beslissen over de kosten van de eerste aanleg. Er behoeft daarom niet tegen de in eerste aanleg uitgesproken kostenveroordeling te worden gegriefd. Deze overweging van de A-G is gestoeld op het arrest van HR 28 november 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC9604 (rov. 3.1): In deze zaak gaat het om de vraag of de rechter in zaken waarin art. 56 Rv [thans artikel 237 Rv, toev. hof] van toepassing is, verplicht is om de in het ongelijk gestelde partij in de kosten te veroordelen, ook indien de wederpartij niet uitdrukkelijk een kostenveroordeling heeft gevorderd. In het arrest van 26 jan. 1933, NJ 1933, p. 797, heeft de HR de eerste zin van art. 56 lid 1 Rv in die zin uitgelegd dat deze bepaling (al wie bij vonnis in het ongelijk gesteld wordt, zal in de kosten verwezen worden) door de rechter moet worden toegepast onafhankelijk van desbetreffende vorderingen van pp. Een andere opvatting van deze bepaling ware denkbaar geweest, maar de HR ziet onvoldoende grond om af te wijken van de uitleg die hij in vermeld arrest heeft gekozen.

Ook in verzoekschriftprocedures kan ambtshalve een proceskostenveroordeling worden uitgesproken (zie Hoge Raad 5 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3694). Het hof heeft dat in deze beschikking gedaan en daaraan een uitdrukkelijke overweging gewijd.
Indien mr. Rittersma had willen bewerkstelligen dat er geen proceskostenveroordeling zou worden uitgesproken, had gevraagd kunnen worden om deze (om hem moverende redenen) achterwege te laten, waarmee het hof dan rekening had kunnen houden bij zijn beslissing.


6. Het hof heeft geen (kennelijke) fout gemaakt, maar kennelijk een beslissing gegeven waarmee mr. Rittersma het niet eens is. Een inhoudelijke beoordeling die (volgens een partij) onjuist is leent zich niet voor verbetering op grond van dit artikel, ongeacht of de wederpartij daarmee instemt. Daarvoor is artikel 31 Rv niet geschreven. Het hof wijst het verzoek daarom af.


Deze beschikking is gegeven door mrs. R.A. Dozy, M. Beekhoven van den Boezem en C.M.E. Lagarde en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 27 september 2022.





ECLI:NL:GHARL:2022:7468