Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
ECLI:NL:GHARL:2022:2974
2022-04-19
Strafrecht
Wahv 200.296.682/01 e.a.
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Het is niet geloofwaardig dat de uitnodiging voor de zitting van de kantonrechter tot tweemaal toe bij langdurig afwezige buren zou zijn bezorgd.
Citeert (1)
- ECLI:NL:GHARL:2018:6402 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12-07-2018
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (11.284 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummers
: Wahv 200.296.682/01 e.a. (zie bijlage)
CJIB-nummers
: 232756588 e.a. (zie bijlage)
Uitspraak d.d.
: 19 april 2022
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissingen van de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland van 19 april 2021, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De beslissingen van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het bedrag van de te stellen zekerheid op nihil gesteld en de beroepen van de betrokkene tegen de beslissingen van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het verloop van de procedure
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissingen van de kantonrechter. Er is daarnaast gevraagd om de zaken op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen verweerschriften in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaken zijn behandeld op de zitting van 5 april 2022. De betrokkene is niet verschenen.De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .
De beoordeling
1. Artikel 14 van de Wahv bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:
- wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 70,-
- wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld.
2. Van geen van deze situaties is sprake. Het bedrag van de sanctie bedraagt in elk van de onderhavige zaken minder dan € 70,- en de kantonrechter heeft het beroep in al deze zaken ongegrond verklaard.
3. De betrokkene voert aan dat hij de uitnodiging voor de zitting van de kantonrechter niet heeft ontvangen. De uitnodiging was bezorgd bij de buurman en die was een week afwezig.
4. Ter zitting van het hof heeft de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is en er geen aanleiding bestaat het appelverbod buiten toepassing te laten wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor door de kantonrechter. De betrokkene heeft hangende de procedure bij de kantonrechter geen adreswijziging doorgegeven. Hij heeft de uitnodiging voor de zitting van de kantonrechter ontvangen en zijn verklaring dat deze bij de buurman is bezorgd die afwezig was, is ongeloofwaardig. De betrokkene heeft hetzelfde namelijk aangevoerd in administratief beroep. Hij woonde toen op een ander adres.
5. In artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) ligt het recht op toegang tot de rechter besloten. Wanneer een beroep wordt gedaan op schending van dit recht en dit beroep wordt gegrond bevonden, kan het wettelijk appelverbod buiten toepassing worden gelaten. Van een dergelijke schending kan sprake zijn als de kantonrechter degene aan wie de sanctie is opgelegd niet in de gelegenheid heeft gesteld om zijn standpunt op een openbare zitting toe te lichten (vgl. het arrest van het hof van 12 juli 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2018:6402).
6. Uit het dossier blijkt het volgende. De betrokkene heeft in de procedure bij de kantonrechter als zijn adres opgegeven [adres1] , [woonplaats] . De aan dat adres gerichte uitnodiging van 22 maart 2021 voor de zitting van de rechtbank op 19 april 2021 is op 12 april 2021 retour ontvangen met op de enveloppe de mededeling “woont hier niet meer.” De griffier van de rechtbank heeft een adresverificatie gedaan en een nieuwe uitnodiging gedateerd 12 april 2021 verzonden aan het adres [adres2] , [woonplaats] . De betrokkene heeft deze brief ontvangen. De betrokkene heeft in een brief die op 18 juni 2020 bij de CVOM is ingekomen geschreven dat hij vandaag van zijn buren de brief heeft ontvangen, die per ongeluk bij hen was bezorgd. Zijn buren waren drie weken niet thuis. Dat post voor de betrokkene tot twee maal toe op twee verschillende adressen van de betrokkene bij zijn buren wordt bezorgd en dat de buren beide keren de gehele relevante periode afwezig zijn, acht het hof niet geloofwaardig. Het hof is daarom van oordeel dat met de uitnodiging van 12 april 2021 is voldaan aan de uit artikel 12, eerste lid, van de Wahv voortvloeiende verplichting om de betrokkene in de gelegenheid te stellen zijn zienswijze op een openbare zitting toe te lichten. Deze klacht faalt derhalve, zodat dit niet leidt tot het buiten toepassing laten van het appelverbod.
7. Gelet op het voorgaande zal het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren. Dat brengt mee dat het hof de bezwaren van de betrokkene tegen de opgelegde sancties voor de snelheidsoverschrijdingen niet kan behandelen.
8. Ter zitting van het hof heeft de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal nog het volgende meegedeeld. De betrokkene verzoekt rekening te houden met zijn financiële omstandigheden en heeft dat verzoek ook onderbouwd. Het betreft snelheidsoverschrijdingen die in de periode van 20 maart 2020 tot en met 9 april 2020 hebben plaatsgevonden en veelal op dezelfde locaties. Navraag bij het CJIB leert dat de betrokkene na 10 april 2020 één nieuwe snelheidsoverschrijding heeft begaan. De vertegenwoordiger van de advocaat-generaal heeft het CJIB daarom opdracht gegeven de inning van de sancties in de onderhavige twintig zaken voor de helft van het bedrag te staken. De administratiekosten dient de betrokkene wel te voldoen.
De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.
Bijlage
Wahv-nummer
CJIB-nummer
Opgelegde bedrag van de sanctie
1
200.296.682
232756588
€ 57
2
200.296.683
233013721
€ 57
3
200.296.684
232678688
€ 50
4
200.296.685
233044582
€ 44
5
200.296.686
232995124
€ 44
6
200.296.687
233014954
€ 31
7
200.296.688
232853586
€ 57
8
200.296.689
232760131
€ 37
9
200.296.691
232932130
€ 44
10
200.296.694
232761247
€ 64
11
200.296.695
232909188
€ 44
12
200.296.697
232734834
€ 31
13
200.296.699
232708722
€ 64
14
200.296.702
232691415
€ 37
15
200.296.704
232783514
€ 37
16
200.296.705
232754810
€ 44
17
200.296.710
232752050
€ 44
18
200.296.713
232754637
€ 50
19
200.296.714
232759705
€ 37
20
200.296.716
232867801
€ 50
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummers
: Wahv 200.296.682/01 e.a. (zie bijlage)
CJIB-nummers
: 232756588 e.a. (zie bijlage)
Uitspraak d.d.
: 19 april 2022
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissingen van de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland van 19 april 2021, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De beslissingen van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het bedrag van de te stellen zekerheid op nihil gesteld en de beroepen van de betrokkene tegen de beslissingen van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het verloop van de procedure
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissingen van de kantonrechter. Er is daarnaast gevraagd om de zaken op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen verweerschriften in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaken zijn behandeld op de zitting van 5 april 2022. De betrokkene is niet verschenen.De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .
De beoordeling
1. Artikel 14 van de Wahv bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:
- wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 70,-
- wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld.
2. Van geen van deze situaties is sprake. Het bedrag van de sanctie bedraagt in elk van de onderhavige zaken minder dan € 70,- en de kantonrechter heeft het beroep in al deze zaken ongegrond verklaard.
3. De betrokkene voert aan dat hij de uitnodiging voor de zitting van de kantonrechter niet heeft ontvangen. De uitnodiging was bezorgd bij de buurman en die was een week afwezig.
4. Ter zitting van het hof heeft de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is en er geen aanleiding bestaat het appelverbod buiten toepassing te laten wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor door de kantonrechter. De betrokkene heeft hangende de procedure bij de kantonrechter geen adreswijziging doorgegeven. Hij heeft de uitnodiging voor de zitting van de kantonrechter ontvangen en zijn verklaring dat deze bij de buurman is bezorgd die afwezig was, is ongeloofwaardig. De betrokkene heeft hetzelfde namelijk aangevoerd in administratief beroep. Hij woonde toen op een ander adres.
5. In artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) ligt het recht op toegang tot de rechter besloten. Wanneer een beroep wordt gedaan op schending van dit recht en dit beroep wordt gegrond bevonden, kan het wettelijk appelverbod buiten toepassing worden gelaten. Van een dergelijke schending kan sprake zijn als de kantonrechter degene aan wie de sanctie is opgelegd niet in de gelegenheid heeft gesteld om zijn standpunt op een openbare zitting toe te lichten (vgl. het arrest van het hof van 12 juli 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2018:6402).
6. Uit het dossier blijkt het volgende. De betrokkene heeft in de procedure bij de kantonrechter als zijn adres opgegeven [adres1] , [woonplaats] . De aan dat adres gerichte uitnodiging van 22 maart 2021 voor de zitting van de rechtbank op 19 april 2021 is op 12 april 2021 retour ontvangen met op de enveloppe de mededeling “woont hier niet meer.” De griffier van de rechtbank heeft een adresverificatie gedaan en een nieuwe uitnodiging gedateerd 12 april 2021 verzonden aan het adres [adres2] , [woonplaats] . De betrokkene heeft deze brief ontvangen. De betrokkene heeft in een brief die op 18 juni 2020 bij de CVOM is ingekomen geschreven dat hij vandaag van zijn buren de brief heeft ontvangen, die per ongeluk bij hen was bezorgd. Zijn buren waren drie weken niet thuis. Dat post voor de betrokkene tot twee maal toe op twee verschillende adressen van de betrokkene bij zijn buren wordt bezorgd en dat de buren beide keren de gehele relevante periode afwezig zijn, acht het hof niet geloofwaardig. Het hof is daarom van oordeel dat met de uitnodiging van 12 april 2021 is voldaan aan de uit artikel 12, eerste lid, van de Wahv voortvloeiende verplichting om de betrokkene in de gelegenheid te stellen zijn zienswijze op een openbare zitting toe te lichten. Deze klacht faalt derhalve, zodat dit niet leidt tot het buiten toepassing laten van het appelverbod.
7. Gelet op het voorgaande zal het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren. Dat brengt mee dat het hof de bezwaren van de betrokkene tegen de opgelegde sancties voor de snelheidsoverschrijdingen niet kan behandelen.
8. Ter zitting van het hof heeft de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal nog het volgende meegedeeld. De betrokkene verzoekt rekening te houden met zijn financiële omstandigheden en heeft dat verzoek ook onderbouwd. Het betreft snelheidsoverschrijdingen die in de periode van 20 maart 2020 tot en met 9 april 2020 hebben plaatsgevonden en veelal op dezelfde locaties. Navraag bij het CJIB leert dat de betrokkene na 10 april 2020 één nieuwe snelheidsoverschrijding heeft begaan. De vertegenwoordiger van de advocaat-generaal heeft het CJIB daarom opdracht gegeven de inning van de sancties in de onderhavige twintig zaken voor de helft van het bedrag te staken. De administratiekosten dient de betrokkene wel te voldoen.
De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.
Bijlage
Wahv-nummer
CJIB-nummer
Opgelegde bedrag van de sanctie
1
200.296.682
232756588
€ 57
2
200.296.683
233013721
€ 57
3
200.296.684
232678688
€ 50
4
200.296.685
233044582
€ 44
5
200.296.686
232995124
€ 44
6
200.296.687
233014954
€ 31
7
200.296.688
232853586
€ 57
8
200.296.689
232760131
€ 37
9
200.296.691
232932130
€ 44
10
200.296.694
232761247
€ 64
11
200.296.695
232909188
€ 44
12
200.296.697
232734834
€ 31
13
200.296.699
232708722
€ 64
14
200.296.702
232691415
€ 37
15
200.296.704
232783514
€ 37
16
200.296.705
232754810
€ 44
17
200.296.710
232752050
€ 44
18
200.296.713
232754637
€ 50
19
200.296.714
232759705
€ 37
20
200.296.716
232867801
€ 50