Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
ECLI:NL:GHARL:2020:61
2020-01-06
Bestuursrecht
Wahv 200.201.343/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Wegafstand/trajectlengte. Trajectcontrole. Als de gedraging wordt betwist, kan slechts worden vastgesteld dat deze is verricht als de tijdsduur en de trajectlengte van de trajectcontrole uit het dossier blijken. Dat is niet het geval. De advocaat-generaal krijgt de gelegenheid het dossier aan te vullen.
Citeert (2)
- ECLI:NL:GHARL:2017:2855 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 04-04-2017
- ECLI:NL:GHARL:2017:11111 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18-12-2017
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.117 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.201.343/01
CJIB-nummer
: 189592432
Uitspraak d.d.
: 6 januari 2020
Tussenarrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 22 september 2016, betreffende
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. [B] , kantoorhoudende te Helmond .
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is door de kantonrechter toegewezen tot een bedrag van € 248,-.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 83,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximumsnelheid op autosnelwegen met 11 km/u (verkeersbord A1)”, welke gedraging zou zijn verricht op 30 april 2015 om 19:13 uur op de A2 rechts (trajectcontrole) te Vinkeveen met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .
2. De gemachtigde van de betrokkene vindt dat de inleidende beschikking moet worden vernietigd, onder meer omdat de wegafstand van de trajectcontrole niet uit het dossier blijkt.
3. Bij trajectcontrole kan de gemiddelde snelheid worden vastgesteld met een berekening op basis van de tijdsduur en trajectlengte (vgl. ov. 17 van het arrest van 4 april 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:2855, gepubliceerd op rechtspraak.nl). In de onderhavige zaak ontbreekt informatie over de trajectlengte in het dossier. Zoals het hof eerder heeft geoordeeld, kan bij een betwisting van de gedraging niet worden vastgesteld dat deze is verricht als de trajectlengte niet uit het dossier blijkt (zie, onder meer, het eerste gepubliceerde arrest hierover van 18 december 2017, vindplaats ECLI:NL:GHARL:2017:11111).
4. Het hof stelt vast dat de advocaat-generaal bij brief van 2 juni 2017 in de gelegenheid is gesteld om verweer te voeren. De advocaat-generaal heeft die gelegenheid benut, maar geen informatie in het geding gebracht met betrekking tot de exacte wegafstand van het controletraject. Aangezien ten tijde van het indienen van het verweerschrift voormeld arrest van 18 december 2017 nog niet was gewezen, ziet het hof aanleiding om de advocaat-generaal alsnog in de gelegenheid te stellen de - voor de vaststelling van de gedraging noodzakelijke - informatie met betrekking tot de wegafstand in het geding te brengen.
5. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Beslissing
Het gerechtshof:
stelt de advocaat-generaal in de gelegenheid voormelde informatie binnen vier weken na dagtekening van dit arrest over te leggen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit tussenarrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.201.343/01
CJIB-nummer
: 189592432
Uitspraak d.d.
: 6 januari 2020
Tussenarrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 22 september 2016, betreffende
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. [B] , kantoorhoudende te Helmond .
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is door de kantonrechter toegewezen tot een bedrag van € 248,-.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 83,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximumsnelheid op autosnelwegen met 11 km/u (verkeersbord A1)”, welke gedraging zou zijn verricht op 30 april 2015 om 19:13 uur op de A2 rechts (trajectcontrole) te Vinkeveen met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .
2. De gemachtigde van de betrokkene vindt dat de inleidende beschikking moet worden vernietigd, onder meer omdat de wegafstand van de trajectcontrole niet uit het dossier blijkt.
3. Bij trajectcontrole kan de gemiddelde snelheid worden vastgesteld met een berekening op basis van de tijdsduur en trajectlengte (vgl. ov. 17 van het arrest van 4 april 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:2855, gepubliceerd op rechtspraak.nl). In de onderhavige zaak ontbreekt informatie over de trajectlengte in het dossier. Zoals het hof eerder heeft geoordeeld, kan bij een betwisting van de gedraging niet worden vastgesteld dat deze is verricht als de trajectlengte niet uit het dossier blijkt (zie, onder meer, het eerste gepubliceerde arrest hierover van 18 december 2017, vindplaats ECLI:NL:GHARL:2017:11111).
4. Het hof stelt vast dat de advocaat-generaal bij brief van 2 juni 2017 in de gelegenheid is gesteld om verweer te voeren. De advocaat-generaal heeft die gelegenheid benut, maar geen informatie in het geding gebracht met betrekking tot de exacte wegafstand van het controletraject. Aangezien ten tijde van het indienen van het verweerschrift voormeld arrest van 18 december 2017 nog niet was gewezen, ziet het hof aanleiding om de advocaat-generaal alsnog in de gelegenheid te stellen de - voor de vaststelling van de gedraging noodzakelijke - informatie met betrekking tot de wegafstand in het geding te brengen.
5. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Beslissing
Het gerechtshof:
stelt de advocaat-generaal in de gelegenheid voormelde informatie binnen vier weken na dagtekening van dit arrest over te leggen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit tussenarrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.