Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
ECLI:NL:GHARL:2020:5475
2020-07-14
Civiel recht
200.278.758
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
art. 1019k Rv. Pachtkamer van hof verklaart zich onbevoegd en verwijst zaak naar kamer voor burgerlijke zaken van hof.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2008:BF0473 Hoge Raad 31-10-2008
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.867 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.278.758(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 129952)
arrest in kort geding van de pachtkamer van 14 juli 2020
in de zaak van
1 [appellant1] , wonende te [A] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [appellant2] Holding B.V., gevestigd te [A] ,
appellanten,
in eerste aanleg: gedaagden in conventie en eisers in reconventie,
advocaat: mr. M.J.G. Peters,
tegen:
1 [geïntimeerde1] ,
2. [geïntimeerde2],
beiden wonende te [B] ,
geïntimeerden,
in eerste aanleg: eisers in conventie en verweerders in reconventie,advocaat: mr. N.E. Koelemaij.
Appellanten zullen hierna gezamenlijk [appellanten] c.s. worden genoemd. Geïntimeerden zullen hierna gezamenlijk [geïntimeerden] c.s. worden genoemd.
1Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis in kort geding van 20 april 2020 dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland heeft gewezen.
2Het geding in hoger beroep
2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep van 15 mei 2020 (met grieven en producties),
- de memorie van eis (met productie),- de reactie van [geïntimeerden] c.s. in het H2-formulier, - de akte uitlaten van [appellanten] c.s.,- de reactie van [geïntimeerden] c.s. in het H16-formulier.
2.2
Vervolgens heeft het hof arrest bepaald.
3De motivering van de beslissing in hoger beroep
3.1
[appellanten] c.s. is in hoger beroep gekomen van het vonnis in kort geding van 20 april 2020 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland. [appellanten] c.s. heeft [geïntimeerden] c.s. gedagvaard te verschijnen voor de voorzieningenrechter van de pachtkamer van dit hof, locatie Arnhem. [geïntimeerden] c.s. is daar verschenen.
3.2
De zaak behoort echter niet tot de bevoegdheid van de pachtkamer van het hof, maar tot de bevoegdheid van de gewone kamer voor burgerlijke zaken. De voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland heeft zich namelijk (impliciet) bevoegd geoordeeld en de rechter die in hoger beroep over de zaak oordeelt, is gebonden aan het bevoegdheidsoordeel van de eerste rechter.
3.3
Op grond van artikel 1019k van het Wetboek van Burgerlijk Rechtsvordering zal de pachtkamer van het hof zich daarom onbevoegd verklaren en de zaak verwijzen naar de kamer voor burgerlijke zaken van het hof.
4De beslissing
De pachtkamer van het hof, recht doende in kort geding in hoger beroep:
verklaart zich onbevoegd;
verwijst de zaak naar de kamer voor burgerlijke zaken van dit hof, locatie Leeuwarden, in de stand waarin deze zaak zich bevindt, en bepaalt dat de procedure daar zal worden geregistreerd op de roldatum 21 juli 2020 en verder zal lopen onder een door de griffier van dit hof van de locatie Leeuwarden nog nader aan partijen kenbaar te maken zaaknummer, waarbij zal gelden dat beide partijen als verschenen worden beschouwd.
Dit arrest is gewezen door mrs. Th.C.M. Willemse, H.L. Wattel en S.B. Boorsma en de deskundige leden mr. ing. H.J. Vinke en ir. J.H. Jurrius en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2020.
Vergelijk: HR 31 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF0473.
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.278.758(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 129952)
arrest in kort geding van de pachtkamer van 14 juli 2020
in de zaak van
1 [appellant1] , wonende te [A] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [appellant2] Holding B.V., gevestigd te [A] ,
appellanten,
in eerste aanleg: gedaagden in conventie en eisers in reconventie,
advocaat: mr. M.J.G. Peters,
tegen:
1 [geïntimeerde1] ,
2. [geïntimeerde2],
beiden wonende te [B] ,
geïntimeerden,
in eerste aanleg: eisers in conventie en verweerders in reconventie,advocaat: mr. N.E. Koelemaij.
Appellanten zullen hierna gezamenlijk [appellanten] c.s. worden genoemd. Geïntimeerden zullen hierna gezamenlijk [geïntimeerden] c.s. worden genoemd.
1Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis in kort geding van 20 april 2020 dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland heeft gewezen.
2Het geding in hoger beroep
2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep van 15 mei 2020 (met grieven en producties),
- de memorie van eis (met productie),- de reactie van [geïntimeerden] c.s. in het H2-formulier, - de akte uitlaten van [appellanten] c.s.,- de reactie van [geïntimeerden] c.s. in het H16-formulier.
2.2
Vervolgens heeft het hof arrest bepaald.
3De motivering van de beslissing in hoger beroep
3.1
[appellanten] c.s. is in hoger beroep gekomen van het vonnis in kort geding van 20 april 2020 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland. [appellanten] c.s. heeft [geïntimeerden] c.s. gedagvaard te verschijnen voor de voorzieningenrechter van de pachtkamer van dit hof, locatie Arnhem. [geïntimeerden] c.s. is daar verschenen.
3.2
De zaak behoort echter niet tot de bevoegdheid van de pachtkamer van het hof, maar tot de bevoegdheid van de gewone kamer voor burgerlijke zaken. De voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland heeft zich namelijk (impliciet) bevoegd geoordeeld en de rechter die in hoger beroep over de zaak oordeelt, is gebonden aan het bevoegdheidsoordeel van de eerste rechter.
3.3
Op grond van artikel 1019k van het Wetboek van Burgerlijk Rechtsvordering zal de pachtkamer van het hof zich daarom onbevoegd verklaren en de zaak verwijzen naar de kamer voor burgerlijke zaken van het hof.
4De beslissing
De pachtkamer van het hof, recht doende in kort geding in hoger beroep:
verklaart zich onbevoegd;
verwijst de zaak naar de kamer voor burgerlijke zaken van dit hof, locatie Leeuwarden, in de stand waarin deze zaak zich bevindt, en bepaalt dat de procedure daar zal worden geregistreerd op de roldatum 21 juli 2020 en verder zal lopen onder een door de griffier van dit hof van de locatie Leeuwarden nog nader aan partijen kenbaar te maken zaaknummer, waarbij zal gelden dat beide partijen als verschenen worden beschouwd.
Dit arrest is gewezen door mrs. Th.C.M. Willemse, H.L. Wattel en S.B. Boorsma en de deskundige leden mr. ing. H.J. Vinke en ir. J.H. Jurrius en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2020.
Vergelijk: HR 31 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF0473.