Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
ECLI:NL:GHARL:2018:7613
2018-08-23
Strafrecht; Strafprocesrecht
WAHV 200.205.394
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Appelgrens. Uitleg werking appelverbod jegens officier van justitie.
Citeert (1)
- ECLI:NL:GHLEE:2010:BN3632 Gerechtshof Leeuwarden 20-07-2010
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.072 tekens)
WAHV 200.205.394
23 augustus 2018
CJIB 194052437
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag
van 26 oktober 2016
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] .
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 0,00.
Het procesverloop
De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de kantonrechter de sanctie niet had mogen matigen. Er zou namelijk geen sprake zijn van bijzondere omstandigheden die daar aanleiding voor geven.
2. Artikel 14 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:
- wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 70,-
- wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld.
Van geen van deze situaties is hier sprake.
3. Het hof heeft eerder geoordeeld dat ondanks de hiervoor vermelde beperkingen er voor de officier van justitie ook hoger beroep openstaat wanneer de kantonrechter de inleidende beschikking heeft vernietigd op één van de gronden die in artikel 9 van de Wahv zijn genoemd of het oordeel van de kantonrechter tot vernietiging had moeten leiden (vgl. het arrest van het hof van 20 juli 2010, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHLEE:2010:BN3632). Dat geldt ook voor gevallen waarin de kantonrechter de sanctie heeft verlaagd tot € 70,- of minder vanwege de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Er is echter geen hoger beroep mogelijk wanneer de kantonrechter de sanctie heeft verlaagd tot € 70,- of minder gelet op de omstandigheden waarin de betrokkene verkeert.
4. De kantonrechter heeft in de omstandigheden waarin de betrokkene verkeerde aanleiding gezien de sanctie te matigen tot nihil. Dat brengt mee dat tegen de beslissing van de kantonrechter geen hoger beroep openstaat. Het hof zal het hoger beroep van de officier van justitie daarom niet-ontvankelijk verklaren.
Beslissing
Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.
23 augustus 2018
CJIB 194052437
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag
van 26 oktober 2016
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] .
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 0,00.
Het procesverloop
De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de kantonrechter de sanctie niet had mogen matigen. Er zou namelijk geen sprake zijn van bijzondere omstandigheden die daar aanleiding voor geven.
2. Artikel 14 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:
- wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 70,-
- wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld.
Van geen van deze situaties is hier sprake.
3. Het hof heeft eerder geoordeeld dat ondanks de hiervoor vermelde beperkingen er voor de officier van justitie ook hoger beroep openstaat wanneer de kantonrechter de inleidende beschikking heeft vernietigd op één van de gronden die in artikel 9 van de Wahv zijn genoemd of het oordeel van de kantonrechter tot vernietiging had moeten leiden (vgl. het arrest van het hof van 20 juli 2010, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHLEE:2010:BN3632). Dat geldt ook voor gevallen waarin de kantonrechter de sanctie heeft verlaagd tot € 70,- of minder vanwege de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Er is echter geen hoger beroep mogelijk wanneer de kantonrechter de sanctie heeft verlaagd tot € 70,- of minder gelet op de omstandigheden waarin de betrokkene verkeert.
4. De kantonrechter heeft in de omstandigheden waarin de betrokkene verkeerde aanleiding gezien de sanctie te matigen tot nihil. Dat brengt mee dat tegen de beslissing van de kantonrechter geen hoger beroep openstaat. Het hof zal het hoger beroep van de officier van justitie daarom niet-ontvankelijk verklaren.
Beslissing
Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.