Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
ECLI:NL:GHARL:2018:1715
2018-02-20
Civiel recht
200.228.889
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Art. 123 lid 2 jo. lid 5 Rv De rechtbank heeft in het bestreden vonnis toepassing gegeven aan artikel 123 lid 2 Rv. Op grond van het vijfde lid van deze bepaling staat tegen de beslissing tot ontslag van instantie geen hogere voorziening open. Appellant heeft van de gelegenheid om zich uit te laten over zijn ontvankelijkheid in het hoger beroep geen gebruik gemaakt en geen beroep gedaan op een doorbrekingsgrond. Derhalve staat het rechtsmiddelenverbod van artikel 123 lid 5 Rv aan de ontvankelijkheid van appellant in de weg.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.372 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.228.889
(zaaknummer rechtbank 319254)
arrest van 20 februari 2018
in de zaak van
[appellant] (in het faillissement van [X] B.V.),
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna: [appellant] ,
advocaat: mr. P.A. de Lange,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Flextra Teamwork Oost B.V.,
gevestigd te Dodewaard,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna: Flextra Oost,
advocaat: mr. J.A. Dullaart.
1Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 16 augustus 2017 dat de rechtbank Gelderland, team kanton en handelsrecht, locatie Zutphen, heeft gewezen.
2Het geding in hoger beroep
2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 16 november 2017,
- de akte uitlating ontvankelijkheid van Flextra Oost.
2.2
[appellant] vordert in hoger beroep – kort samengevat – dat het hof het bestreden vonnis van 16 augustus 2017 zal vernietigen voor zover [appellant] daarbij van instantie is ontslagen en de proceskosten voor rekening van [appellant] zijn gelaten, en dat het hof opnieuw rechtdoende, bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Flextra Oost in haar vordering(en) alsnog niet-ontvankelijk zal verklaren, althans haar deze zal ontzeggen, met veroordeling van Flextra Oost in de kosten van beide instanties.
3. De ontvankelijkheid van het hoger beroep
3.1
De rechtbank Gelderland heeft bij vonnis van 16 augustus 2017 toepassing gegeven aan artikel 123 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Op grond van het vijfde lid van deze bepaling staat tegen de beslissing tot ontslag van instantie geen hogere voorziening open.
3.2
Een wettelijk rechtsmiddelenverbod wordt doorbroken indien geklaagd wordt dat de rechter de desbetreffende regel ten onrechte niet heeft toegepast, buiten het toepassingsgebied van de desbetreffende regel is getreden of bij het nemen van zijn beslissing zodanig essentiële vormen niet in acht heeft genomen dat niet meer kan worden gesproken van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak. Het beroep is ontvankelijk als één van deze zogenaamde ‘doorbrekingsgronden’ wordt aangevoerd.
3.3
[appellant] heeft van de gelegenheid om zich uit te laten over zijn ontvankelijkheid in het hoger beroep geen gebruik gemaakt en geen beroep gedaan op een doorbrekingsgrond. Derhalve staat het rechtsmiddelenverbod van artikel 123 lid 5 Rv aan de ontvankelijkheid van [appellant] in de weg.
3.4
Het hof zal [appellant] , als de in het ongelijk gestelde partij, veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep, begroot op € 5.200,- voor griffierecht en € 447,- (0,5 punt x tarief II) voor salaris advocaat conform het liquidatietarief. Het hof ziet geen aanleiding om van dit tarief af te wijken.
4De beslissing
Het hof, recht doende in hoger beroep:
verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep van het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van 16 augustus 2017;
veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot aan de uitspraak aan de zijde van Flextra Oost begroot op € 5.200,- voor griffierecht en € 447,- (0,5 punt x tarief II) voor salaris advocaat conform het liquidatietarief;
verklaart dit arrest wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. A. Smeeing-van Hees, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2018.
locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.228.889
(zaaknummer rechtbank 319254)
arrest van 20 februari 2018
in de zaak van
[appellant] (in het faillissement van [X] B.V.),
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna: [appellant] ,
advocaat: mr. P.A. de Lange,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Flextra Teamwork Oost B.V.,
gevestigd te Dodewaard,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna: Flextra Oost,
advocaat: mr. J.A. Dullaart.
1Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 16 augustus 2017 dat de rechtbank Gelderland, team kanton en handelsrecht, locatie Zutphen, heeft gewezen.
2Het geding in hoger beroep
2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 16 november 2017,
- de akte uitlating ontvankelijkheid van Flextra Oost.
2.2
[appellant] vordert in hoger beroep – kort samengevat – dat het hof het bestreden vonnis van 16 augustus 2017 zal vernietigen voor zover [appellant] daarbij van instantie is ontslagen en de proceskosten voor rekening van [appellant] zijn gelaten, en dat het hof opnieuw rechtdoende, bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Flextra Oost in haar vordering(en) alsnog niet-ontvankelijk zal verklaren, althans haar deze zal ontzeggen, met veroordeling van Flextra Oost in de kosten van beide instanties.
3. De ontvankelijkheid van het hoger beroep
3.1
De rechtbank Gelderland heeft bij vonnis van 16 augustus 2017 toepassing gegeven aan artikel 123 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Op grond van het vijfde lid van deze bepaling staat tegen de beslissing tot ontslag van instantie geen hogere voorziening open.
3.2
Een wettelijk rechtsmiddelenverbod wordt doorbroken indien geklaagd wordt dat de rechter de desbetreffende regel ten onrechte niet heeft toegepast, buiten het toepassingsgebied van de desbetreffende regel is getreden of bij het nemen van zijn beslissing zodanig essentiële vormen niet in acht heeft genomen dat niet meer kan worden gesproken van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak. Het beroep is ontvankelijk als één van deze zogenaamde ‘doorbrekingsgronden’ wordt aangevoerd.
3.3
[appellant] heeft van de gelegenheid om zich uit te laten over zijn ontvankelijkheid in het hoger beroep geen gebruik gemaakt en geen beroep gedaan op een doorbrekingsgrond. Derhalve staat het rechtsmiddelenverbod van artikel 123 lid 5 Rv aan de ontvankelijkheid van [appellant] in de weg.
3.4
Het hof zal [appellant] , als de in het ongelijk gestelde partij, veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep, begroot op € 5.200,- voor griffierecht en € 447,- (0,5 punt x tarief II) voor salaris advocaat conform het liquidatietarief. Het hof ziet geen aanleiding om van dit tarief af te wijken.
4De beslissing
Het hof, recht doende in hoger beroep:
verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep van het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van 16 augustus 2017;
veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot aan de uitspraak aan de zijde van Flextra Oost begroot op € 5.200,- voor griffierecht en € 447,- (0,5 punt x tarief II) voor salaris advocaat conform het liquidatietarief;
verklaart dit arrest wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. A. Smeeing-van Hees, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2018.