Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Amsterdam

ECLI:NL:GHAMS:2026:66

2026-01-15 Civiel recht; Ondernemingsrecht 200.355.009/01OK
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-01-15
Publicatiedatum
2026-01-15
Rechtsgebied
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
200.355.009/01OK
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; ARO 2026/2

Inhoudsindicatie

Ondernemingskamer; geschillenregeling; voorschot deskundige

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.572 tekens)
beschikking
___________________________________________________________________




GERECHTSHOF AMSTERDAM


ONDERNEMINGSKAMER





zaaknummer: 200.355.009/01 OK



beschikking van de Ondernemingskamer van 15 januari 2026



inzake






[aandeelhouder A]
,
wonende te [plaats],

VERZOEKER (tevens VERWEERDER),
advocaat: mr. A.H. Vermeulen, kantoorhoudende te Den Haag,



t e g e n






[aandeelhouder B]
,
wonende te [plaats],

VERWEERDER (tevens VERZOEKER),

advocaten: mr. R. Geerars en mr. J.W. Buijck, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,



e n t e g e n



1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid


HUIZE VIERHOUTEN B.V.,
gevestigd te Vierhouten,

2. de stichting


STICHTING BEHEER HUIZE VIERHOUTEN,
gevestigd te Vierhouten,
advocaten: mr. M.E.C. Lok en mr. R.P.M.G. van den Boorn, beiden kantoorhoudende te Den Haag,

BELANGHEBBENDEN.





Hierna zullen partijen als volgt worden aangeduid:



verzoeker tevens verweerder als [aandeelhouder A] of aandeelhouder A;


verweerder tevens verzoeker als [aandeelhouder B] of aandeelhouder B;


belanghebbende sub 1 als Huize Vierhouten;


belanghebbende sub 2 als de Stichting.







1Het verloop van het geding


1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikking van 5 november 2025 in deze zaak.



1.2
Bij die beschikking heeft de Ondernemingskamer – voor zover nu relevant - drs. M.A. Nagelhout RV te Amersfoort (hierna: de deskundige) benoemd tot deskundige en hem gevraagd een onderzoek te verrichten naar de waarde van de door [aandeelhouder A] gehouden aandelen (waaronder de aan [aandeelhouder A] toekomende onverdeelde helft van de 719 aandelen in Huize Vierhouten die vallen in de nalatenschap van [vader]) in Huize Vierhouten B.V. De Ondernemingskamer heeft de deskundige gevraagd om binnen vier weken – of zoveel eerder als mogelijk – een definitief plan van aanpak en een definitieve begroting van de kosten van het onderzoek te maken en deze aan haar toe te sturen. De Ondernemingskamer heeft verder bepaald dat zij partijen daarna in de gelegenheid zal stellen zich uit te laten over die begroting en vervolgens de hoogte van het voor de kosten van de deskundige ter griffie te storten voorschot zal bepalen, tenzij partijen over dit laatste afwijkende afspraken maken. Tot slot is bepaald dat [aandeelhouder B] de kosten en het voorschot van het deskundigenonderzoek- en bericht draagt.



1.3
Bij e-mail van 3 december 2025 heeft de deskundige zijn plan van aanpak inclusief begroting van de kosten met de Ondernemingskamer gedeeld.



1.4
Bij e-mail van 8 december 2025 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich desgewenst uit te laten over het plan van aanpak.



1.5
Bij e-mailbericht van 11 december 2025 heeft mr. Vermeulen namens [aandeelhouder A] enkele opmerkingen ten aanzien van de onderdelen van het landgoed gemaakt en verzocht met deze gegevens rekening te houden.



1.6
Bij brief van 12 december 2025 hebben mr. Buijck en mr. Geeraars namens [aandeelhouder B], Huize Vierhouten en de Stichting medegedeeld zich grotendeels te kunnen verenigen met het plan van aanpak maar dat zij – kort - de volgende bezwaren hebben tegen de begroting:


o de schatting van de kosten is te globaal en geeft geen inzicht in de tijd die per onderdeel (naar) schatting met de werkzaamheden gemoeid zal zijn;
o er bestaat geen onderscheid tussen de kosten voor het onderzoek door Wingman en de kosten voor de vastgoedtaxateur;
o de schatting van de hoogte van de kosten lijkt niet in verhouding te staan tot de beperkte aard en omvang van de onderneming en vennootschap;
o eerdere taxaties brachten aanmerkelijk lagere kosten met zicht.




1.7
Mede naar aanleiding van voorstaande reacties heeft de Ondernemingskamer de deskundige bij e-mailbericht van 12 december 2025 verzocht een toelichting te geven over de tijdsbesteding en de kosten van taxatie.



1.8
Hierop heeft de deskundige bij e-mailbericht van 15 december 2025 onderstaande nadere onderbouwing van het afgegeven budget en de taxatiekosten gegeven.









1.9
Tot slot heeft mr. Buijck namens [aandeelhouder B] desgevraagd per e-mailbericht van 9 januari 2026 medegedeeld de betaling van het voorschot conform artikel 187 Rv ter griffie te voldoen.






2De gronden van de beslissing


2.1
De deskundige heeft in zijn plan van aanpak en in zijn bij e-mailbericht van 15 december 2025 gegeven nadere toelichting toegelicht welke werkzaamheden naar verwachting zullen moeten worden verricht, en hoeveel tijd dat in beslag zal nemen en welk uurtarief hij hanteert. De deskundige begroot het voorschot op de kosten van het onderzoek, inclusief de kosten van een externe vastgoedtaxateur, aldus op € 30.129, inclusief btw.



2.2
De Ondernemingskamer is van oordeel dat de deskundige daarmee een voldoende onderbouwing heeft gegeven van de hoogte van de verwachte kosten van het onderzoek en daarmee van het te betalen voorschot. De inschatting van de te besteden tijd en de daaraan verbonden kosten komen de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. Daarom zal de Ondernemingskamer het voorschot bepalen op € 30.129, inclusief omzetbelasting.



2.3
De Ondernemingskamer zal de datum voor het indienen van het deskundigenbericht bepalen op 19 april 2026 of zoveel eerder als het gereed is.



2.4
Iedere verdere beslissing zal de Ondernemingskamer aanhouden.






3De beslissing


De Ondernemingskamer:



bepaalt het door [aandeelhouder B] te betalen voorschot op € 30.129, inclusief omzetbelasting;



bepaalt dat [aandeelhouder B] dit voorschot moet overmaken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak;



bepaalt dat de deskundige pas met het onderzoek begint nadat hij van de griffier bericht heeft ontvangen dat het voorschot volledig is betaald;



verzoekt de deskundige uiterlijk op 19 april 2026 – of zoveel eerder als mogelijk – het deskundigenbericht aan de Ondernemingskamer te sturen;



verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;



houdt iedere verdere beslissing aan.





Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. E. Loesberg en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en mr. S.M. Zijderveld, raden, in tegenwoordigheid van mr. N.E.M. Keereweer, griffier, en in het openbaar uitgesproken door 15 januari 2026.