Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Amsterdam

ECLI:NL:GHAMS:2026:2650

2026-09-16 Strafrecht 23-000876-25
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-09-16
Publicatiedatum
2026-09-16
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
23-000876-25
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

winkeldiefstal door twee personen, verwerping verweer van de verdediging dat de verdachte moet worden vrijgesproken omdat hij er niet van op de hoogte was dat de medeverdachte boodschappen heeft gestolen, oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 3 dagen met aftrek van het voorarrest

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.416 tekens)
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000876-25
datum uitspraak: 16 september 2026


TEGENSPRAAK (gemachtigd raadslieden)


Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 9 april 2025 in de strafzaak onder parketnummer 13-106662-25 tegen




[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 2002,
adres: [adres] .


Onderzoek van de zaak


Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 september 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.



Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank.



Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadslieden van de verdachte naar voren hebben gebracht.





Tenlastelegging


Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:



hij op of omstreeks 6 april 2025 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, levensmiddelen, waaronder Redbull en/of Bounty's en/of flessen wijn, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan invullen1, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;




Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.





Vonnis van de rechtbank


Het vonnis van de rechtbank zal worden vernietigd, omdat de politierechter de bewijsmiddelen niet heeft uitgewerkt, terwijl sprake is van een ontkennende verdachte. Er kon dus niet worden volstaan met het opsommen van de bewijsmiddelen, als bedoeld in artikel 359, derde lid, Sv.





Bewijsoverweging


De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken. De verdachte was er niet van op de hoogte dat de medeverdachte boodschappen heeft gestolen. Er is gelet daarop dan ook geen sprake van medeplegen.



Het hof verwerpt het verweer van de verdediging en overweegt daartoe als volgt.



Uit de camerabeelden blijkt dat de verdachte de hele tijd gezamenlijk optrekt met zijn medeverdachte in de winkel waar de diefstal heeft plaatsgevonden.
De verdachten komen samen de winkel in en vervolgens is te zien dat de verdachte een tas vast heeft die eerder werd vastgehouden door de medeverdachte. De verdachten lopen hierna samen door de winkel. Op beeld is te zien dat de medeverdachte twee blikjes frisdrank in zijn ene hand heeft en dat hij in zijn andere hand de tas vast heeft. De verdachten zijn hierna even uit beeld, maar daarna is te zien dat de verdachte een transparante fles in zijn hand heeft en de twee blikjes frisdrank. De medeverdachte pakt één van de blikjes af van de verdachte en stopt deze vervolgens in zijn tas. Eerder is ook te zien dat de verdachten meerdere keren naar flessen wijn kijken en aan die flessen ruiken. De medeverdachte is ook gezien met een fles wijn in zijn hand, die hij een minuut daarna wanneer hij weer in beeld komt niet meer vast had. De verdachten rekenen uiteindelijk alleen één transparante fles met inhoud af bij de kassa, terwijl in de tas van de medeverdachte ook twee flessen wijn, twee Bounty’s en twee blikjes Redbull zijn gevonden.



Het hof komt op grond van het bovenstaande tot de conclusie dat de verdachte nauw en bewust samen heeft gewerkt met de medeverdachte. Zij lopen de hele tijd samen door de winkel en hebben blikjes over en weer overgegeven aan elkaar die vervolgens niet zijn afgerekend. Bovendien heeft geen van de verdachten – die over en weer elkaar aanwijzen als schuldigen - verklaard dat de blikjes Redbull of de flessen wijn zijn teruggelegd. Het hof zal de verdachte wel vrijspreken van de diefstal van de Bounty’s, omdat op de camerabeelden niet te zien is dat de verdachten de Bounty’s in hun handen hebben gehad of dat zij daarbij in de buurt zijn geweest.





Bewezenverklaring


Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:



hij op 6 april 2025 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander levensmiddelen, waaronder Redbull en flessen wijn, die een ander dan aan verdachte en zijn mededader toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;



Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.



Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.







Strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.






Strafbaarheid van de verdachte


De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.





Oplegging van straf


De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van 3 dagen met aftrek van het voorarrest



De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg is opgelegd.



De raadsman heeft verzocht een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest en er rekening mee te houden dat de verdachte een first-offender is.



Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.



De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Door dit te doen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de betreffende supermarkt. Winkeldiefstal is een ergerlijk feit, dat schade en hinder veroorzaakt voor het gedupeerde winkelbedrijf.



Uit het dossier blijkt dat de verdachte een asielzoeker is zonder werk. De verdachte krijgt elke week 14 euro van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers. De verdachte verblijft bij [locatie] en weet zijn telefoonnummer niet uit zijn hoofd. Verder is er weinig over de verdachte bekend. De verdachte is niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen. De raadslieden van de verdachte konden ter terechtzitting in hoger beroep ook geen nadere informatie geven over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en hoe het nu met hem gaat. Uit het de verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 19 augustus 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit. Hij is daarmee een zogeheten ‘first-offender’.



In beginsel zou een geldboete van € 280,00 voor een first-offender volgens de LOVS-oriëntatiepunten een passende straf zijn. Gelet op de beperkte inkomsten van de verdachte vindt het hof dat geen passende straf. Wegens de beperkte informatie over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zal aan de verdachte ook geen taakstraf worden opgelegd. Het hof zal – alles afwegende – aan de verdachte een gevangenisstraf opleggen gelijk aan de duur van zijn voorarrest, namelijk een gevangenisstraf voor de duur van 3 dagen.




Toepasselijke wettelijke voorschriften


De op te leggen straf is gegrond op artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht.





BESLISSING


Het hof:



Vernietigt het vonnis van de rechtbank en doet opnieuw recht:



Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.



Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.



Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.



Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) dagen.



Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.


























Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A.E. van Noort, mr. A.R.O. Mooy en mr. A.M.M.E. Doekes - Beijnes, in tegenwoordigheid van mr. M.E. de Waard, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 september 2026.














Mrs. R.A.E. van Noort en A.M.M.E. Doekes – Beijnes zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.



































=========================================================================


[…]