Gerechtshof Amsterdam
ECLI:NL:GHAMS:2026:2085
2026-07-10
Civiel recht; Ondernemingsrecht
200.352.351/01 OK
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Ondernemingskamer; enquêterecht; deponeringsbeschikking onderzoeksverslag; ter inzage voor belanghebbenden.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.873 tekens)
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.352.351/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 10 juli 2026
inzake
de coöperatie
EZDEHAR EGYPT MID-CAP FUND COÖPERATIEF U.A.
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTER,
advocaat: mrs. C.F. Klooster en I. Wassenaar, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CARNEGIE EGYPT B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaat: mrs. T.S. Jansen en M. Nuijten, kantoorhoudende te Amsterdam,
en tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
EKUITY B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mrs. M. Mussche en K. Notenboom, kantoorhoudende te Utrecht,
en tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AFG INVESTMENTS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
BELANGHEBBENDE,
niet verschenen.
Verzoekster, verweerster en belanghebbenden worden hierna respectievelijk aangeduid als Ezdehar, Carnegie, Ekuity en AFG.
1Het verloop van het geding
1.1.
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar de beschikkingen van 17 juli, 31 juli en 29 september 2025 in deze zaak.
1.2.
Bij beschikking van 17 juli 2025 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Carnegie over de periode vanaf 1 april 2024 tot 12 juni 2025, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede – bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding – een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon tot bestuurder van Carnegie benoemd en bepaald dat de aandelen in Carnegie – met uitzondering van één aandeel van ieder van de aandeelhouders – ten titel van beheer worden overgedragen aan een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon. Daarnaast heeft zij bij die beschikking, bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van de procedure:
a. bepaald, in afwijking van artikel 20.1 van de statuten van Carnegie, dat de aldaar bedoelde besluiten van het bestuur niet zijn onderworpen aan de goedkeuring van de raad van commissarissen maar in plaats daarvan zijn onderwerpen aan de goedkeuring van de beheerder;
b. bepaald dat besluiten van het bestuur van Carnegie die ingevolge artikel 4.1.3 SHA zijn onderworpen aan de unanieme goedkeuring van de raad van commissarissen, in plaats daarvan zijn onderworpen aan de goedkeuring van de beheerder;
c. bepaald dat besluiten van het bestuur van Carnegie die ingevolge artikel 4.1.3 SHA zijn onderworpen aan de unanieme goedkeuring van de algemene vergadering, in plaats daarvan zijn onderworpen aan de goedkeuring van de algemene vergadering van Carnegie, te verlenen bij absolute meerderheid;
d. bepaald, voor zover nodig in afwijking van artikel 7.1 SHA, dat de aldaar bedoelde besluiten van Carnegie niet zijn onderworpen aan de goedkeuring van Ekuity en Ezdehar, maar in plaats daarvan zijn onderworpen aan de goedkeuring van de beheerder.
1.3.
Bij beschikking van 31 juli 2025 heeft de Ondernemingskamer mr. F.D. Stibbe, mr. J.R. Berkenbosch en mr. I. Tax als bestuurder respectievelijk beheerder van aandelen respectievelijk onderzoeker aangewezen zoals bedoeld in de beschikking van 17 juli 2025.
1.4.
Bij beschikking van 29 september 2025 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 55.750, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
1.5.
Op 30 juni 2026 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van voormeld onderzoek aan de Ondernemingskamer gestuurd. De griffier heeft het verslag met bijlagen vandaag ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd.
2De gronden van de beslissing
2.1.
De Ondernemingskamer heeft kennisgenomen van het verslag met bijlagen van het onderzoek. Gelet op de inhoud daarvan en de overige in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW te bepalen dat het verslag met bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.
3De beslissing
De Ondernemingskamer:
bepaalt dat het verslag met bijlagen van het bij de beschikking van 17 juli 2025 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Carnegie Egypt B.V. ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. de Jongh, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. W.A.H. Melissen, raadsheren, en prof. dr. mr. S. ten Have en mr. D.E.M. Aleman MBA, raden, in tegenwoordigheid van mr. G.M.C. van Breukelen, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. J.M. de Jongh op 10 juli 2026.
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.352.351/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 10 juli 2026
inzake
de coöperatie
EZDEHAR EGYPT MID-CAP FUND COÖPERATIEF U.A.
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTER,
advocaat: mrs. C.F. Klooster en I. Wassenaar, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CARNEGIE EGYPT B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaat: mrs. T.S. Jansen en M. Nuijten, kantoorhoudende te Amsterdam,
en tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
EKUITY B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mrs. M. Mussche en K. Notenboom, kantoorhoudende te Utrecht,
en tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AFG INVESTMENTS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
BELANGHEBBENDE,
niet verschenen.
Verzoekster, verweerster en belanghebbenden worden hierna respectievelijk aangeduid als Ezdehar, Carnegie, Ekuity en AFG.
1Het verloop van het geding
1.1.
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar de beschikkingen van 17 juli, 31 juli en 29 september 2025 in deze zaak.
1.2.
Bij beschikking van 17 juli 2025 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Carnegie over de periode vanaf 1 april 2024 tot 12 juni 2025, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede – bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding – een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon tot bestuurder van Carnegie benoemd en bepaald dat de aandelen in Carnegie – met uitzondering van één aandeel van ieder van de aandeelhouders – ten titel van beheer worden overgedragen aan een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon. Daarnaast heeft zij bij die beschikking, bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van de procedure:
a. bepaald, in afwijking van artikel 20.1 van de statuten van Carnegie, dat de aldaar bedoelde besluiten van het bestuur niet zijn onderworpen aan de goedkeuring van de raad van commissarissen maar in plaats daarvan zijn onderwerpen aan de goedkeuring van de beheerder;
b. bepaald dat besluiten van het bestuur van Carnegie die ingevolge artikel 4.1.3 SHA zijn onderworpen aan de unanieme goedkeuring van de raad van commissarissen, in plaats daarvan zijn onderworpen aan de goedkeuring van de beheerder;
c. bepaald dat besluiten van het bestuur van Carnegie die ingevolge artikel 4.1.3 SHA zijn onderworpen aan de unanieme goedkeuring van de algemene vergadering, in plaats daarvan zijn onderworpen aan de goedkeuring van de algemene vergadering van Carnegie, te verlenen bij absolute meerderheid;
d. bepaald, voor zover nodig in afwijking van artikel 7.1 SHA, dat de aldaar bedoelde besluiten van Carnegie niet zijn onderworpen aan de goedkeuring van Ekuity en Ezdehar, maar in plaats daarvan zijn onderworpen aan de goedkeuring van de beheerder.
1.3.
Bij beschikking van 31 juli 2025 heeft de Ondernemingskamer mr. F.D. Stibbe, mr. J.R. Berkenbosch en mr. I. Tax als bestuurder respectievelijk beheerder van aandelen respectievelijk onderzoeker aangewezen zoals bedoeld in de beschikking van 17 juli 2025.
1.4.
Bij beschikking van 29 september 2025 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 55.750, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
1.5.
Op 30 juni 2026 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van voormeld onderzoek aan de Ondernemingskamer gestuurd. De griffier heeft het verslag met bijlagen vandaag ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd.
2De gronden van de beslissing
2.1.
De Ondernemingskamer heeft kennisgenomen van het verslag met bijlagen van het onderzoek. Gelet op de inhoud daarvan en de overige in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW te bepalen dat het verslag met bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.
3De beslissing
De Ondernemingskamer:
bepaalt dat het verslag met bijlagen van het bij de beschikking van 17 juli 2025 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Carnegie Egypt B.V. ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. de Jongh, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. W.A.H. Melissen, raadsheren, en prof. dr. mr. S. ten Have en mr. D.E.M. Aleman MBA, raden, in tegenwoordigheid van mr. G.M.C. van Breukelen, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. J.M. de Jongh op 10 juli 2026.