Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Amsterdam

ECLI:NL:GHAMS:2026:1484

2026-05-20 Civiel recht; Ondernemingsrecht 200.362.097/01 OK
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-05-20
Publicatiedatum
2026-06-01
Rechtsgebied
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
200.362.097/01 OK
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Ondernemingskamer; herstelbeschikking, artikel 32 Rv

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.483 tekens)
beschikking
___________________________________________________________________




GERECHTSHOF AMSTERDAM


ONDERNEMINGSKAMER





zaaknummer: 200.362.097/01 OK



beschikking van de Ondernemingskamer van 20 mei 2026




inzake



1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,



[aandeelhouder A]
,
gevestigd te [plaats] ,

2. [indirect aandeelhouder A],

wonende te [plaats] ,

VERZOEKERS,
advocaat: mrs. A.S. Frommelt, kantoorhoudende te Amsterdam,




t e g e n



1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,



[aandeelhouder B]
,
gevestigd te [plaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,


J-MERCE HOLDING B.V.,
gevestigd te Voorschoten,

VERWEERSTERS,
advocaten: mrs. O.J. Hennis en L.M. Noordzij, kantoorhoudende te Amsterdam,







en tegen






1 [indirect aandeelhouder B] ,

wonende te [plaats] ,

BELANGHEBBENDE,
advocaten: mrs. O.J. Hennis en L.M. Noordzij, kantoorhoudende te Amsterdam,




en tegen



2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,


FINANCIEEL VISIE HOLDING B.V.,
gevestigd te Best,

BELANGHEBBENDE,
advocaten: mrs. M.N. Stoop en C.W.J. Loomans, kantoorhoudende te Amsterdam.




Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen als volgt worden aangeduid:








Verzoekster sub 1 als:



[aandeelhouder A]





Verzoeker sub 2 als:



[indirect aandeelhouder A]





Verweerster sub 1 als:



[aandeelhouder B]





Verweerster sub 2 als:


JMH




belanghebbende sub 2 als:


FVH





[aandeelhouder A] en [indirect aandeelhouder A] gezamenlijk als:



[aandeelhouder A] c.s., in vrouwelijk enkelvoud









1Het verloop van het geding


1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikking in deze zaak van 30 april 2026 (hierna: de Beschikking).



1.2
Met een e-mail van 4 mei 2026 heeft mr. Noordzij namens [aandeelhouder B] en JMH de Ondernemingskamer verzocht om een verbetering op grond van het bepaalde in artikel 31 Rv, dan wel een aanvulling op grond van het bepaalde in artikel 32 Rv van de Beschikking. [aandeelhouder B] en JMH hebben aan hun verzoek – samengevat - ten grondslag gelegd dat [indirect aandeelhouder A] , die als medeverzoeker in de procedure is opgetreden, ten onrechte niet als verzoeker in de Beschikking is vermeld en bovendien niet, zoals was gevraagd, naast [aandeelhouder A] hoofdelijk is veroordeeld in de proceskosten van [aandeelhouder B] en JMH.



1.3
Mr. Dreef en mr. Frommelt hebben daarop namens [aandeelhouder A] en [indirect aandeelhouder A] per e-mail van 5 mei 2026 gereageerd en de Ondernemingskamer gemotiveerd verzocht het verzoek van [aandeelhouder B] en JMH af te wijzen.






2De gronden van de beslissing


2.1
De Ondernemingskamer overweegt als volgt.



2.2
Voor toewijzing van een verbeterverzoek op grond van artikel 31 Rv is noodzakelijk dat het gaat om een uit de beschikking zelf blijkende fout, zoals een kennelijke rekenfout, kennelijke schrijffout of andere kennelijke fout. De Ondernemingskamer is van oordeel dat van een dergelijke kennelijke fout geen sprake is. Het verzoek tot verbetering op de voet van artikel 31 Rv wordt daarom afgewezen.



2.3
Ten aanzien van het subsidiaire verzoek op grond van artikel 32 Rv overweegt de Ondernemingskamer als volgt. De rechter vult te allen tijde op verzoek van een partij op de voet van artikel 32 lid 1 Rv zijn arrest aan indien hij heeft verzuimd te beslissen over een onderdeel van het gevorderde. De Ondernemingskamer is van oordeel dat deze situatie zich in dit geval voordoet.




2.4
De Ondernemingskamer heeft in de Beschikking de verzoeken van [aandeelhouder B] en JMH en FVH toegewezen in die zin dat [aandeelhouder A] is veroordeeld in de kosten van de procedure. [aandeelhouder B] en JMH had in haar verweerschrift echter verzocht zowel [aandeelhouder A] als [indirect aandeelhouder A] hoofdelijk in de proceskosten te veroordelen. De Ondernemingskamer is van oordeel dat in de Beschikking inderdaad is verzuimd hierover te beslissen. Zij ziet aanleiding om het verzoek toe te wijzen.



2.5
Al hetgeen [aandeelhouder A] en [indirect aandeelhouder A] overigens hebben aangevoerd, waaronder begrepen het gegeven dat in het dictum van de Beschikking het meer of anders gevorderde is afgewezen, leidt niet tot een ander oordeel. Aanvulling van een uitspraak op de voet van art. 32 Rv kan plaatsvinden als het dictum van de uitspraak weliswaar een afwijzing van het meer of anders gevorderde bevat, maar de rechter tot de conclusie komt dat hij daarbij een deel van de vordering over het hoofd heeft gezien en die afwijzing daarop dan ook geen betrekking heeft (HR 1 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9435). Daarvan is in dit geval sprake.



2.6
De Ondernemingskamer zal haar beschikking in de onderhavige zaak van 30 april 2026 daarom aanvullen zodanig, dat [indirect aandeelhouder A] daarin als verzoekende partij wordt vermeld en de door [aandeelhouder B] en JMH verzochte hoofdelijke proceskostenveroordeling van [indirect aandeelhouder A] alsnog wordt toegewezen.






3De beslissing


De Ondernemingskamer:



1. wijst het verzoek tot verbetering van de Beschikking op de voet van artikel 31 Rv af;



2. vult haar in de onderhavige zaak op 30 april 2026 gegeven beschikking aan in dier voege,



a. dat op het voorblad in plaats van:



“de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,


[aandeelhouder A]
,
gevestigd te [plaats] ,

VERZOEKSTER,
advocaat: mrs. A.S. Frommelt, kantoorhoudende te Amsterdam,”





komt te staan:



“1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,


[aandeelhouder A]
,
gevestigd te [plaats] ,
2. [indirect aandeelhouder A],
wonende te [plaats] ,

VERZOEKERS,
advocaat: mrs. A.S. Frommelt, kantoorhoudende te Amsterdam,”



b. en dat in paragraaf 1.2 in plaats van



“ [aandeelhouder B] en JMH hebben bij verweerschrift van 19 februari 2026 de Ondernemingskamer verzocht, samengevat, zich onbevoegd te verklaren, dan wel [aandeelhouder A] niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel haar verzoek en vorderingen af te wijzen en [aandeelhouder A] te veroordelen in de kosten van de procedure.”



komt te staan:



“ [aandeelhouder B] en JMH hebben bij verweerschrift van 19 februari 2026 de Ondernemingskamer verzocht, samengevat, zich onbevoegd te verklaren, dan wel [aandeelhouder A] c.s. niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel haar verzoek en vorderingen af te wijzen en [aandeelhouder A] c.s. hoofdelijk te veroordelen in de kosten van de procedure.”



c. en dat in paragrafen 1.1, 1.3 tot en met 1.5, 3.1 en 3.7 in plaats van:



“ [aandeelhouder A] ”



komt te staan:



“ [aandeelhouder A] c.s.”



d. en dat in paragraaf 3.12 in plaats van:



“De Ondernemingskamer zal [aandeelhouder A] – als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, veroordelen in de kosten van de procedure.”



komt te staan:



“De Ondernemingskamer zal [aandeelhouder A] c.s. – als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, hoofdelijk veroordelen in de kosten van de procedure.”



e. en dat in het dictum onder 1 in plaats van:



“verklaart zich niet bevoegd van het verzoek van [aandeelhouder A] kennis te nemen;”



komt te staan:



“verklaart zich niet bevoegd van het verzoek van [aandeelhouder A] en [indirect aandeelhouder A] kennis te nemen;”



f. en in het dictum onder 2 in plaats van:



“veroordeelt [aandeelhouder A] in de kosten van de procedure, tot op heden aan de kant van [aandeelhouder B] en J-Merce B.V. begroot op €4.721 en aan de kant van Financieel Visie Holding B.V. begroot op € 4.721.”



komt te staan:



“veroordeelt [aandeelhouder A] en [indirect aandeelhouder A] hoofdelijk in de kosten van de procedure, tot op heden aan de kant van [aandeelhouder B] en J-Merce B.V. begroot op € 4.721 en aan de kant van Financieel Visie Holding B.V. begroot op € 4.721.”



3. bepaalt dat deze aanvulling wordt vermeld op de minuut van haar beschikking van 30 april 2026.




Deze beschikking is gegeven door mr. C.C. Meijer, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en drs. G.A.J. Dubbeld en prof. dr. A.J. Brouwer RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Paridon, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. C.C. Meijer op 20 mei 2026.