Gerechtshof Amsterdam
ECLI:NL:GHAMS:2026:1345
2026-04-01
Civiel recht; Ondernemingsrecht
200.313.015/04 OK en 200.313.019/04 OK
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
OK; enquêterecht; verlenging eindvoorzieningen.
Citeert (9)
- ECLI:NL:GHAMS:2021:1708 Gerechtshof Amsterdam 12-05-2021
- ECLI:NL:GHAMS:2021:1709 Gerechtshof Amsterdam 20-05-2021
- ECLI:NL:GHAMS:2021:2096 Gerechtshof Amsterdam 15-07-2021
- ECLI:NL:GHAMS:2021:1917 Gerechtshof Amsterdam 01-07-2021
- ECLI:NL:GHAMS:2022:1815 Gerechtshof Amsterdam 22-06-2022
- ECLI:NL:GHAMS:2023:844 Gerechtshof Amsterdam 06-04-2023
- ECLI:NL:GHAMS:2024:369 Gerechtshof Amsterdam 16-02-2024
- ECLI:NL:GHAMS:2024:923 Gerechtshof Amsterdam 11-04-2024
- ECLI:NL:GHAMS:2024:3359 Gerechtshof Amsterdam 02-12-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (11.716 tekens)
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummers: 200.313.015/04 OK en 200.313.019/04 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 1 april 2026
in de zaak met zaaknummer 200.313.015/04 OK van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VANESTATE B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. J. Schröder, kantoorhoudende te Nijmegen,
en
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DOLBECO B.V.,
gevestigd te Bodegraven,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. M.J. Clement, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
i3 HOLDING B.V.,
gevestigd te Vught,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
i3 NEDERLAND B.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
VERWEERSTERS,
advocaten: mr. R. le Grand en mr. T.F.B. Jansen, kantoorhoudende te Rotterdam,
e n t e g e n
Daan P. SCHALKEN
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van
PETRIAS BEHEER VUGHT B.V.,
gevestigd te Vught,
BELANGHEBBENDE,
niet verschenen,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TRICOMSTATE HOLDING B.V.,
gevestigd te Vught,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MIJKOIN B.V.,
gevestigd te Vught,
3. [A],
wonende te [plaats] ,
4. de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR MIJNKOIN B.V.,
gevestigd te Vught,
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BOBEAS B.V.,
gevestigd te Vught,
6. [B],
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mr. J. Oerlemans en mr. D.I.J. Snijders, kantoorhoudende te 's-Hertogenbosch,
en in de zaak met zaaknummer 200.313.019/04 OK van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
i3 HOLDING B.V.,
gevestigd te Vught,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
i3 NEDERLAND B.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
VERZOEKSTERS,
advocaten: mrs. Le Grand en Jansen voornoemd,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
i3 HOLDING B.V.,
gevestigd te Vught,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
i3 NEDERLAND B.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
VERWEERSTERS,
advocaten: mrs. Le Grand en Jansen voornoemd,
e n t e g e n
Daan P. SCHALKEN
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van
PETRIAS BEHEER VUGHT B.V.,
gevestigd te Vught,
BELANGHEBBENDE,
niet verschenen,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TRICOMSTATE HOLDING B.V.,
gevestigd te Vught,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MIJKOIN B.V.,
gevestigd te Vught,
3. [A] ,
wonende te [plaats] ,
4. de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR MIJKOIN B.V.,
gevestigd te Vught,
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BOBEAS B.V.,
gevestigd te Vught,
6. [B],
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mrs. Oerlemans en Snijders voornoemd,
e n t e g e n
7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VANESTATE B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. J. Schröder voornoemd,
en
8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DOLBECO B.V.,
gevestigd te Bodegraven,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. M.J. Clement, kantoorhoudende te Amsterdam,
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
Vanestate B.V. en Dolbeco B.V. afzonderlijk als Vanestate en Dolbeco;
i3 Holding B.V. en i3 Nederland B.V. afzonderlijk als i3 Holding en i3 Nederland en gezamenlijk als i3;
Petrias Beheer Nederland B.V. als Petrias;
[A] als [A] ;
Petrias en [A] gezamenlijk en in mannelijk enkelvoud: Petrias c.s.;
Bobeas B.V. als Bobeas;
[B] , (indirecte) bestuurder van Bobeas, als [B] ;
Bobeas en [B] gezamenlijk en in mannelijk enkelvoud: Bobeas c.s.
1Het verloop van het geding in beide zaken
1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 12 mei 2021 (ECLI:NL:GHAMS:2021:1708; hierna: de eerstefasebeschikking), 20 mei 2021 (ECLI:NL:GHAMS:2021:1709), 15 juli 2021 (ECLI:NL:GHAMS:2021:2096), 13 mei 2022 (ECLI:NL:GHAMS:2021:1917) en 22 juni 2022 (ECLI:NL:GHAMS:2022:1815), 6 april 2023 (ECLI:NL:GHAMS:2023:844; hierna: de tweedefasebeschikking), 16 februari 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:369, hierna: de vervolgbeschikking), 11 april 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:923) en de beschikking van de voorzitter van de Ondernemingskamer van 2 december 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:3359). Samengevat weergegeven komt het verloop van de procedure voor zover relevant op het volgende neer.
1.2
In de eerstefasebeschikking heeft de Ondernemingskamer:
1. een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van i3 Holding en i3 Nederland over de periode vanaf 1 januari 2014 en de onderzoeker benoemd;
2. bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding:
a. Petrias geschorst als bestuurder van i3 Holding;
b. de OK-bestuurder benoemd tot bestuurder van i3 Holding; en
c. alle aandelen in i3 Holding – met uitzondering van één aandeel per aandeelhouder – ten titel van beheer overgedragen aan de OK-beheerder.
1.3
In de tweedefasebeschikking heeft de Ondernemingskamer verstaan dat uit het onderzoeksverslag blijkt van wanbeleid van i3 en dat Petrias en [A] daarvoor verantwoordelijk zijn en verschillende eindvoorzieningen getroffen. Bij wijze van eindvoorziening heeft de Ondernemingskamer onder meer Petrias ontslagen als bestuurder van i3 Holding en vooralsnog voor de duur van drie jaar drs. B.W.L. Boreel benoemd tot bestuurder (hierna: de OK-bestuurder) en bepaald dat de aandelen in i3 Holding, met uitzondering van één aandeel van ieder van de aandeelhouders, vooralsnog voor de duur van drie jaar in beheer blijven bij mr. M.W.E. Evers (hierna: de OK-beheerder).
1.4
In de vervolgbeschikking heeft de Ondernemingskamer nadere onmiddellijke voorzieningen getroffen.
1.5
Bij brief van 3 maart 2026 heeft i3 Holding verzocht de benoeming van de OK-bestuurder en de OK-beheerder, vooralsnog met de duur van twee jaar, te verlengen (hierna: het verlengingsverzoek). De OK-bestuurder en de OK-beheerder hebben bij diezelfde brief laten weten het verzoek te ondersteunen.
1.6
Bij e-mail van diezelfde dag zijn partijen door de secretaris van de Ondernemingskamer in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of zij enkel schriftelijk of ook tijdens een mondelinge behandeling willen reageren op verlengingsverzoek. Partijen hebben daarop laten weten geen behoefte te hebben aan een mondelinge behandeling. Vervolgens zijn zij in de gelegenheid gesteld zich schriftelijk uit te laten over het verlengingsverzoek.
1.7
Bij brief van 9 maart 2026 heeft Vanestate het verlengingsverzoek ondersteund.
1.8
Bij e-mail van 10 maart 2026 heeft Dolbeco verlengingsverzoek ondersteund.
1.9
Bij e-mail van diezelfde dag heeft Petrias zich gerefereerd aan het oordeel van de Ondernemingskamer.
2De gronden van de beslissing in beide zaken
2.1
Aan het verlengingsverzoek heeft i3 Holding kort gezegd ten grondslag gelegd dat i3 Holding in het kader van het redres van het wanbeleid een bodemprocedure bij de rechtbank Oost-Brabant voert. Een eindvonnis is op korte termijn niet te verwachten. De noodzaak voor het voortduren van bestuur van de OK-bestuurder en het beheer van de OK-beheerder, vooralsnog voor de duur van twee jaar, is aldus gelegen in het feit dat i3 nog doende is het wanbeleid te redresseren.
2.2
Bij haar beoordeling van het verzoek tot verlenging van de benoeming van de OK-beheerder en de OK-bestuurder stelt de Ondernemingskamer het volgende voorop. De Ondernemingskamer zal de duur van de getroffen voorzieningen verlengen indien de verwachting gerechtvaardigd is dat binnen de door de Ondernemingskamer te bepalen of te verlengen duur aan het wanbeleid een einde komt, of dat einde in ieder geval in wezenlijke mate naderbij wordt gebracht.
2.3
De Ondernemingskamer is, gelet op hetgeen door i3 Holding onweersproken naar voren is gebracht, van oordeel dat verlenging van de eindvoorzieningen bijdraagt aan het redresseren van het door haar in de tweedefasebeschikking geconstateerde wanbeleid. Indien de voorzieningen niet worden verlengd, valt niet te verwachten dat de bodemprocedure zal worden voortgezet en zal het wanbeleid niet worden geredresseerd. De Ondernemingskamer zal de voorzieningen daarom verlengen zoals verzocht.
3De beslissing
De Ondernemingskamer, oordelend in beide zaken:
verlengt de termijn waarvoor drs. B.W.L. Boreel bij beschikking van 6 april 2023 is benoemd
tot bestuurder van i3 Holding B.V. met twee jaren, dat wil zeggen tot 5 april 2028;
verlengt de termijn waarvoor de aandelen die Petrias Beheer Vught B.V. houdt
in i3 Holding B.V. bij beschikking van 6 april 2023 ten titel van beheer zijn
overgedragen aan mr. M.W.E. Evers met twee jaren, dat wil zeggen tot 5 april 2028;
bepaalt dat het salaris en de kosten van de bestuurder en van de beheerder van aandelen ten
laste komen van i3 Holding B.V.;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.C. Meijer, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, prof. dr. M.N. Hoogendoorn en mr. drs. F. Marring, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.C.W. Wijffels, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummers: 200.313.015/04 OK en 200.313.019/04 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 1 april 2026
in de zaak met zaaknummer 200.313.015/04 OK van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VANESTATE B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. J. Schröder, kantoorhoudende te Nijmegen,
en
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DOLBECO B.V.,
gevestigd te Bodegraven,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. M.J. Clement, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
i3 HOLDING B.V.,
gevestigd te Vught,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
i3 NEDERLAND B.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
VERWEERSTERS,
advocaten: mr. R. le Grand en mr. T.F.B. Jansen, kantoorhoudende te Rotterdam,
e n t e g e n
Daan P. SCHALKEN
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van
PETRIAS BEHEER VUGHT B.V.,
gevestigd te Vught,
BELANGHEBBENDE,
niet verschenen,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TRICOMSTATE HOLDING B.V.,
gevestigd te Vught,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MIJKOIN B.V.,
gevestigd te Vught,
3. [A],
wonende te [plaats] ,
4. de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR MIJNKOIN B.V.,
gevestigd te Vught,
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BOBEAS B.V.,
gevestigd te Vught,
6. [B],
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mr. J. Oerlemans en mr. D.I.J. Snijders, kantoorhoudende te 's-Hertogenbosch,
en in de zaak met zaaknummer 200.313.019/04 OK van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
i3 HOLDING B.V.,
gevestigd te Vught,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
i3 NEDERLAND B.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
VERZOEKSTERS,
advocaten: mrs. Le Grand en Jansen voornoemd,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
i3 HOLDING B.V.,
gevestigd te Vught,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
i3 NEDERLAND B.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
VERWEERSTERS,
advocaten: mrs. Le Grand en Jansen voornoemd,
e n t e g e n
Daan P. SCHALKEN
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van
PETRIAS BEHEER VUGHT B.V.,
gevestigd te Vught,
BELANGHEBBENDE,
niet verschenen,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TRICOMSTATE HOLDING B.V.,
gevestigd te Vught,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MIJKOIN B.V.,
gevestigd te Vught,
3. [A] ,
wonende te [plaats] ,
4. de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR MIJKOIN B.V.,
gevestigd te Vught,
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BOBEAS B.V.,
gevestigd te Vught,
6. [B],
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mrs. Oerlemans en Snijders voornoemd,
e n t e g e n
7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VANESTATE B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. J. Schröder voornoemd,
en
8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DOLBECO B.V.,
gevestigd te Bodegraven,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. M.J. Clement, kantoorhoudende te Amsterdam,
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
Vanestate B.V. en Dolbeco B.V. afzonderlijk als Vanestate en Dolbeco;
i3 Holding B.V. en i3 Nederland B.V. afzonderlijk als i3 Holding en i3 Nederland en gezamenlijk als i3;
Petrias Beheer Nederland B.V. als Petrias;
[A] als [A] ;
Petrias en [A] gezamenlijk en in mannelijk enkelvoud: Petrias c.s.;
Bobeas B.V. als Bobeas;
[B] , (indirecte) bestuurder van Bobeas, als [B] ;
Bobeas en [B] gezamenlijk en in mannelijk enkelvoud: Bobeas c.s.
1Het verloop van het geding in beide zaken
1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 12 mei 2021 (ECLI:NL:GHAMS:2021:1708; hierna: de eerstefasebeschikking), 20 mei 2021 (ECLI:NL:GHAMS:2021:1709), 15 juli 2021 (ECLI:NL:GHAMS:2021:2096), 13 mei 2022 (ECLI:NL:GHAMS:2021:1917) en 22 juni 2022 (ECLI:NL:GHAMS:2022:1815), 6 april 2023 (ECLI:NL:GHAMS:2023:844; hierna: de tweedefasebeschikking), 16 februari 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:369, hierna: de vervolgbeschikking), 11 april 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:923) en de beschikking van de voorzitter van de Ondernemingskamer van 2 december 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:3359). Samengevat weergegeven komt het verloop van de procedure voor zover relevant op het volgende neer.
1.2
In de eerstefasebeschikking heeft de Ondernemingskamer:
1. een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van i3 Holding en i3 Nederland over de periode vanaf 1 januari 2014 en de onderzoeker benoemd;
2. bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding:
a. Petrias geschorst als bestuurder van i3 Holding;
b. de OK-bestuurder benoemd tot bestuurder van i3 Holding; en
c. alle aandelen in i3 Holding – met uitzondering van één aandeel per aandeelhouder – ten titel van beheer overgedragen aan de OK-beheerder.
1.3
In de tweedefasebeschikking heeft de Ondernemingskamer verstaan dat uit het onderzoeksverslag blijkt van wanbeleid van i3 en dat Petrias en [A] daarvoor verantwoordelijk zijn en verschillende eindvoorzieningen getroffen. Bij wijze van eindvoorziening heeft de Ondernemingskamer onder meer Petrias ontslagen als bestuurder van i3 Holding en vooralsnog voor de duur van drie jaar drs. B.W.L. Boreel benoemd tot bestuurder (hierna: de OK-bestuurder) en bepaald dat de aandelen in i3 Holding, met uitzondering van één aandeel van ieder van de aandeelhouders, vooralsnog voor de duur van drie jaar in beheer blijven bij mr. M.W.E. Evers (hierna: de OK-beheerder).
1.4
In de vervolgbeschikking heeft de Ondernemingskamer nadere onmiddellijke voorzieningen getroffen.
1.5
Bij brief van 3 maart 2026 heeft i3 Holding verzocht de benoeming van de OK-bestuurder en de OK-beheerder, vooralsnog met de duur van twee jaar, te verlengen (hierna: het verlengingsverzoek). De OK-bestuurder en de OK-beheerder hebben bij diezelfde brief laten weten het verzoek te ondersteunen.
1.6
Bij e-mail van diezelfde dag zijn partijen door de secretaris van de Ondernemingskamer in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of zij enkel schriftelijk of ook tijdens een mondelinge behandeling willen reageren op verlengingsverzoek. Partijen hebben daarop laten weten geen behoefte te hebben aan een mondelinge behandeling. Vervolgens zijn zij in de gelegenheid gesteld zich schriftelijk uit te laten over het verlengingsverzoek.
1.7
Bij brief van 9 maart 2026 heeft Vanestate het verlengingsverzoek ondersteund.
1.8
Bij e-mail van 10 maart 2026 heeft Dolbeco verlengingsverzoek ondersteund.
1.9
Bij e-mail van diezelfde dag heeft Petrias zich gerefereerd aan het oordeel van de Ondernemingskamer.
2De gronden van de beslissing in beide zaken
2.1
Aan het verlengingsverzoek heeft i3 Holding kort gezegd ten grondslag gelegd dat i3 Holding in het kader van het redres van het wanbeleid een bodemprocedure bij de rechtbank Oost-Brabant voert. Een eindvonnis is op korte termijn niet te verwachten. De noodzaak voor het voortduren van bestuur van de OK-bestuurder en het beheer van de OK-beheerder, vooralsnog voor de duur van twee jaar, is aldus gelegen in het feit dat i3 nog doende is het wanbeleid te redresseren.
2.2
Bij haar beoordeling van het verzoek tot verlenging van de benoeming van de OK-beheerder en de OK-bestuurder stelt de Ondernemingskamer het volgende voorop. De Ondernemingskamer zal de duur van de getroffen voorzieningen verlengen indien de verwachting gerechtvaardigd is dat binnen de door de Ondernemingskamer te bepalen of te verlengen duur aan het wanbeleid een einde komt, of dat einde in ieder geval in wezenlijke mate naderbij wordt gebracht.
2.3
De Ondernemingskamer is, gelet op hetgeen door i3 Holding onweersproken naar voren is gebracht, van oordeel dat verlenging van de eindvoorzieningen bijdraagt aan het redresseren van het door haar in de tweedefasebeschikking geconstateerde wanbeleid. Indien de voorzieningen niet worden verlengd, valt niet te verwachten dat de bodemprocedure zal worden voortgezet en zal het wanbeleid niet worden geredresseerd. De Ondernemingskamer zal de voorzieningen daarom verlengen zoals verzocht.
3De beslissing
De Ondernemingskamer, oordelend in beide zaken:
verlengt de termijn waarvoor drs. B.W.L. Boreel bij beschikking van 6 april 2023 is benoemd
tot bestuurder van i3 Holding B.V. met twee jaren, dat wil zeggen tot 5 april 2028;
verlengt de termijn waarvoor de aandelen die Petrias Beheer Vught B.V. houdt
in i3 Holding B.V. bij beschikking van 6 april 2023 ten titel van beheer zijn
overgedragen aan mr. M.W.E. Evers met twee jaren, dat wil zeggen tot 5 april 2028;
bepaalt dat het salaris en de kosten van de bestuurder en van de beheerder van aandelen ten
laste komen van i3 Holding B.V.;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.C. Meijer, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, prof. dr. M.N. Hoogendoorn en mr. drs. F. Marring, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.C.W. Wijffels, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.