Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Amsterdam

ECLI:NL:GHAMS:2026:1150

2026-04-28 Civiel recht 200.357.976/01 KG
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-04-28
Publicatiedatum
2026-04-30
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.357.976/01 KG
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; Module Aanbesteding 2026/2556

Inhoudsindicatie

Openbare aanbesteding door gemeente van zogenaamde verledding van de verlichting op sportvelden. De daarbij door haar gestelde functionele en technische eisen zijn gelet op haar keuzevrijheid en de beperkte toetsingsvrijheid van de rechter niet als disproportioneel te beschouwen. De gestelde eisen vormen ook geen kunstmatige beperking van de mededinging. Vonnis van de voorzieningenrechter wordt bekrachtigd.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (24.155 tekens)
GERECHTSHOF AMSTERDAM


afdeling civiel recht en belastingrecht, team I (handel)



zaaknummer : 200.357.976/01 KG



zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/766692/KG ZA 25-215 EAM/JT




arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 28 april 2026




in de zaak van





1 [appellant 1] ,

gevestigd te [plaats 1] ,
2. [appellant 2],
gevestigd te [plaats 2] ,
appellanten,
advocaten: mr. J.P.M. van Beers en R. Smit te 's-Hertogenbosch,



tegen




GEMEENTE AMSTERDAM,

gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
advocaten: mr. G.E. van den Beuken en E.L.H. Snijders-Van Erp te 's-Gravenhage.




Partijen worden hierna [appellanten] en de gemeente genoemd.






1De zaak in het kort


De gemeente heeft een aanbesteding uitgeschreven voor de zogenaamde verledding van de verlichting van haar sportvelden in Amsterdam. Zij heeft daarbij een keuze gemaakt voor een frame-armatuur met daarin maximaal drie gefixeerde LED-modules met multilayer-lens. [appellanten] menen dat de gemeente met die keuze de mededinging doelbewust en kunstmatig heeft beperkt en dat de aanbesteding daarom opnieuw moet. Net als de voorzieningenrechter volgt het hof hen daarin niet.






2Het verloop van de procedure in hoger beroep


2.1

[appellanten] zijn bij dagvaarding van 26 juni 2025 in hoger beroep gekomen van een vonnis van 3 juni 2025 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam, onder bovenvermeld zaak-/rolnummer in kort geding gewezen tussen [appellanten] als eisers en de gemeente als gedaagde.



2.2
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven van [appellanten] met producties;
- memorie van antwoord van de gemeente met producties.




2.3
Op 9 februari 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten van partijen (mrs. Van Beers en Smit voornoemd namens [appellanten] en [naam 1] te 's-Gravenhage en Snijders-Van Erp voornoemd namens de gemeente) hebben de zaak toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen die zij hebben overgelegd. Beide partijen hebben nadere producties ingebracht.



2.4
Ten slotte is arrest gevraagd.






3De relevante feiten


3.1
Het hof gaat uit van de volgende feiten.



3.2

[appellant 2] is een wereldwijd opererende onderneming, gespecialiseerd in de ontwikkeling van duurzame LED-verlichting en energie-oplossingen. Voor de verlichting van sportvelden heeft zij zogenaamde multispot-armaturen ontwikkeld, waaronder de [appellanten] serie. Deze LED-armaturen bestaan uit acht LED-modules die elk apart zijn gemonteerd op een buizenframe en die ieder individueel gericht kunnen worden (zie afbeelding).









3.3
Aerolux is een gespecialiseerde installateur van turn-key LED-verlichtingsinstallaties. Aerolux werkt exclusief samen met [appellant 2] als vaste leverancier van LED-verlichting en biedt uitsluitend oplossingen met [appellant 2] -armaturen. De [appellanten] serie wordt door [appellanten] wereldwijd toegepast ter verlichting van sportvelden.



3.4
Op 18 september 2024 heeft de gemeente op Tenderned de aankondiging gepubliceerd voor een openbare aanbesteding voor “Ombouw verlichting sportvelden”.



3.5
Uit het definitieve aanbestedingsdocument van 4 november 2024 blijkt dat het gaat om het leveren en monteren van LED-verlichting op 15 sportparken in de gemeente Amsterdam, verdeeld over 42 velden. De inhoud van de opdracht is vastgelegd in de bijgesloten RAW-raamovereenkomst. In die overeenkomst is aan de hand van een RAW bestek aangegeven aan welke eisen het uit te voeren werk moet voldoen. Ten aanzien van de eisen die aan de armaturen worden gesteld, bepaalt het bestek het volgende:



“34 16 03 ARMATUREN

(...)

02 Lichtmodule:
(…)
- Elke lichtmodule dient in een vergrendelde stand gemonteerd te worden in het armatuurframe. Het bevestigen van lichtmodules op een buis met zgn. “pijpbeugels” is niet toegestaan.
- Er mogen maximaal drie ledmodules in een frame geplaatst worden.
- Het uitwisselen van lichtmodules mag niet leiden tot een kans op een afwijking van een of meerdere lichtmodules”.
(…)
04 Aanvullende eisen:
Bij twijfel over de kwaliteit van ledarmaturen kan onderstaand worden geëist:
- laten uitvoeren van een door de DEKRA uit te voeren quick-scan (destructief

onderzoek) en aanleveren van een onderzoeksrapportage.
(…)

- laten uitvoeren van een windtunneltest en aanleveren van een

onderzoeksrapport.
(…)”.




3.7
Uit het daaraan voorafgaande controledocument led sportveldarmaturen v 2.0 van 25 oktober 2024 blijkt verder dat de LED-modules moeten zijn voorzien van een zogenaamd “multilayer” lens.



3.8
In de tweede Nota van Inlichtingen (NvI) van 9 december 2024 staat onder vraag 207 het volgende bezwaar van [appellanten] :


“Algemeen bekend is dat [appellant 2] , [bedrijf] en AAA-LUX de grootste leveranciers op deze markt zijn. De eisen zijn zodanig geformuleerd dat op voorhand vaststaat dat [bedrijf] de leverancier van de uitgevraagde armaturen zal worden. Dit wordt ook wel bevestigd door het feit dat in de aanbesteding het besturingssysteem Perfect Play wordt vermeld (...) In de aanbesteding zijn veel technische specificaties opgenomen in de zin van artikel 2.75 en 2.76 Aw 2012. Deze technische specificaties zijn niet functioneel omschreven, terwijl de wetgever daar duidelijk op aanstuurt (…). Op die manier komt de nadruk namelijk te liggen op het doel van de opdracht in plaats van de opdracht zelf. Hierdoor wordt ruimte gecreëerd voor innovatieve oplossingen en het belangrijkste: zo kan eerlijke mededinging plaatsvinden. Wij roepen u dan ook met klem op de eisen aan te passen en functioneel te omschrijven.



De gemeente heeft daarop als volgt geantwoord:



“Allereerst wenst Opdrachtgever te benadrukken dat compatibiliteit met het besturingssysteem Perfect Play geen technische eis is in de zin van artikel 2.76 A W 2012. De aangeboden verlichtingsinstallatie dient te worden kunnen aangestuurd door Opdrachtgever met behulp van Perfect Play, het systeem dat reeds door OG gebruikt wordt. De wijze waarop leverancier dit regelt is geheel vrij. Gelet op het vorenstaande moet dit dan ook worden gekwalificeerd als prestatie-eis en niet als technische specificaties. Hierbij merkt Opdrachtgever op dat het onwenselijk is om het beheer van de installaties met meerdere (typen) besturingssystemen te moeten uitvoeren. De leverancier is, met in achtneming van het bovenstaande, niet gebonden aan een specifieke fabrikant of leverancier van armaturen. Dit zorgt ervoor dat er voldoende eerlijke mededinging kan plaatsvinden. (...)
Voor de overige technische specificaties waar u aan refereert het volgende.
Opdrachtgever heeft de technische specificaties voor zover mogelijk functioneel omschreven. Een eerder uitgevoerde marktverkenning heeft aangetoond dat meerdere fabrikanten kunnen voldoen aan de eisen als omschreven in het bestek, hetgeen bevestigt dat de eisen/specificaties in het bestek in afdoende mate functioneel zijn omschreven. Opdrachtgever ziet dan ook geen aanleiding om de uitvraag te wijzigen.




3.9
In dezelfde NvI heeft een andere ondernemer de volgende vraag (nr. 189) gesteld:


“Er wordt in het controledocument enkel gesproken over het toepassen van 2 of 3 modules. Wat is hier de reden voor? Zou de aanbestedende dienst dit kunnen onderbouwen? En zou de aanbestedende dienst willen overwegen om in specifieke gevallen ook ruimte te laten voor 4 modules”



Daarop heeft de gemeente als volgt geantwoord:



“Reden hiervoor is dat opdrachtgever maximaal drie (grotere) lichtgevende oppervlakten wil in een armatuur, en geen toepassing van een groter aantal (meer dan drie) kleinere oppervlakten/modules. OG houdt vast aan gestelde eis vanwege uniformiteit langs alle reeds verledde velden, beheerbaarheid en uitwisselbaarheid van onderdelen en armaturen”.




3.10
Uit de marktverkenning door de adviseur van de gemeente, de heer [naam 11] , blijk dat de volgende frame-armaturen met drie LED-modules op de markt beschikbaar zijn:



3.11
De gemeente heeft in totaal drie inschrijvingen ontvangen met armaturen van twee verschillende fabrikanten, namelijk Philips (nu [bedrijf] ) en [naam 6] .



3.12

[appellanten] hebben in een brief van 31 januari 2025 bezwaar gemaakt tegen de aanbestedingsprocedure. Zij stellen zich op het standpunt dat de eis van maximaal drie LED-modules disproportioneel en in strijd met artikel 2.75 lid 2 AW 2012 is. Ook menen zij dat het totaalpakket aan eisen geen gelijke toegang biedt en zorgt voor ongerechtvaardigde belemmeringen in de mededing in de zin van artikel 2.75 lid 6 Aw 2012. Zij verzoeken de gemeente de eisen alsnog aan te passen.



3.13
De gemeente heeft dit verzoek in haar brief van 12 maart 2025 gemotiveerd afgewezen.



3.14
De gemeente heeft op 10 juli 2025 de opdracht aan Oostendorp Nederland Bouw B.V. gegund, die met de uitvoering van de opdracht is begonnen.






4De procedure bij de voorzieningenrechter


4.1.
Samengevat hebben [appellanten] in kort geding gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de gemeente i) te verbieden de eis van maximaal drie LED-modules te handhaven, ii) te gebieden de aanbesteding in te trekken en een nieuwe aanbesteding te organiseren, indien en voor zover de gemeente de opdracht nog wenst te gunnen en iii) te gebieden in de nieuwe aanbesteding de technische specificaties ten aanzien van LED-armaturen functioneel te beschrijven, zodanig dat optimale mededingingsruimte wordt gecreëerd, een en ander met veroordeling van de gemeente in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.



4.2.
De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van [appellanten] afgewezen en hen in de kosten veroordeeld.






5De beoordeling door het hof



De procedure in hoger beroep




5.1

[appellanten] hebben in hoger beroep gevorderd dat het hof, onder vernietiging van het bestreden vonnis, de vorderingen van [appellanten] alsnog toewijst en de gemeente veroordeelt in de proceskosten van eerste aanleg en hoger beroep.



5.2
De gemeente heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van [appellanten] in de kosten van het geding in hoger beroep, met nakosten en rente.



5.3

[appellanten] hebben vier bezwaren (grieven) tegen het vonnis aangevoerd, die het hof hierna gezamenlijk zal behandelen aan de hand van de volgende thema’s.



(Spoedeisend) belang





5.4
De gemeente stelt dat [appellanten] geen belang hebben bij dit hoger beroep, onder meer omdat de opdracht is gegund en de overeenkomst al is gesloten. Volgens de gemeente is het hoger beroep ook niet gericht op aantasting van de gesloten overeenkomst, maar op het verkrijgen van een principiële uitspraak over de gestelde eisen in verband met toekomstige aanbestedingen.



5.5
Aan de gemeente kan worden toegegeven dat het hoger beroep in kort geding niet is bedoeld om van het hof een principiële uitspraak te krijgen met betrekking tot de toelaatbaarheid van de door haar gehanteerde technische specificaties in andere aanbestedingsprocedures. Het feit dat de opdracht is gegund en de overeenkomst al is gesloten, betekent naar het oordeel van het hof echter niet dat [appellanten] in het geheel geen belang meer hebben bij dit hoger beroep, zelfs niet nu [appellanten] ter zitting hebben erkend geen belang meer te hebben bij toewijzing van de vorderingen onder 4.1 (i), (ii) en (iii). Op grond van vaste rechtspraak van de Hoge Raad levert de proceskostenveroordeling van [appellanten] namelijk een voldoende belang op bij het instellen van hoger beroep tegen die uitspraak. Dat [appellanten] tegen de proceskostenveroordeling geen (expliciete) grief hebben aangevoerd, acht het hof daarbij niet van belang. Het door [appellanten] ingestelde hoger beroep is immers gericht op de vernietiging van het vonnis en daarmee op de daarin opgenomen proceskostenveroordeling.



5.6
Het gevolg is dat het hof moet onderzoeken of de vordering die in eerste aanleg ter beoordeling voorlag, terecht is afgewezen, met inachtneming van het in hoger beroep gevoerde debat en naar de toestand zoals die zich voordoet ten tijde van de beslissing in hoger beroep.



Toetsingskader





5.7
In de kern gaat dit kort geding over de vraag of de keuze van de gemeente voor een frame-armatuur met daarin maximaal drie gefixeerde LED-modules met multilayer-lens) een onrechtmatige belemmering vormt, omdat zij daarmee multispot-armaturen zoals die van [appellanten] uitsluit.



5.8
Bij de beantwoording van die vraag neemt het hof het volgende als uitgangspunt.



5.9
Op grond van vaste rechtspraak geldt dat de gemeente met betrekking tot de formulering van technische specificaties van een openbare aanbesteding van een werk zoals in deze zaak een ruime beoordelingsmarge heeft. Die marge is gerechtvaardigd omdat de gemeente als aanbestedende dienst haar inkoopbehoefte het beste kent en het beste in staat is om die behoefte te vertalen in technische specificaties.



5.10
Verder geldt dat de gemeente op grond van artikel 2.76 lid 1 AW 2012 een keuzevrijheid heeft in de wijze waarop zij de technische specificaties opstelt: zij kan dat doen aan de hand van prestatie- of functionele eisen, maar ook door een verwijzing naar eisen in bijvoorbeeld een RAW-bestek. De gemeente heeft in deze aanbesteding gekozen voor een combinatie van technische en functionele eisen. Dat is op grond van artikel 2.76 lid 1 onder d AW 2012 expliciet toegestaan. Anders dan [appellanten] onder grief 4 betogen, bestaat er vanuit het aanbestedingsrecht geen voorkeur voor één van genoemde methoden.



5.11
De beoordelingsmarge van de gemeente bij de vaststelling van de technische specificaties wordt begrensd door de beginselen van evenredigheid en gelijke behandeling.



5.12
Het evenredigheidsbeginsel brengt mee dat de technische en functionele eisen in verhouding moeten staan tot het voorwerp en het doel van de opdracht (artikelen 1.10 en 2.75 lid 1 en 2 Aw 2012). Bij de toetsing daarvan heeft de rechter slechts een beperkte vrijheid. Deze beperkte toetsingsvrijheid impliceert dat het hof de technische specificaties niet zelf opnieuw beoordeelt, maar uitsluitend ingrijpt in geval van kennelijke procedurele of inhoudelijke onjuistheden.



5.13
Op grond van het gelijkheidsbeginsel dient de gemeente ervoor te zorgen dat de door haar gekozen combinatie van technische en functionele eisen inschrijvers gelijke toegang biedt en niet leidt tot ongerechtvaardigde belemmeringen of kunstmatige beperkingen van de mededinging (artikelen 1.10a en 2.75 lid 6 Aw 2012). De mededinging wordt kunstmatig beperkt indien de overheidsopdracht is ontworpen met het doel bepaalde ondernemers ten onrechte te bevoordelen of te benadelen. In het kader van de bevoordeling geldt dat hoe gedetailleerder de technische specificaties zijn geformuleerd, hoe groter het risico wordt dat de producten van een bepaalde fabrikant worden bevoordeeld.



Beoordeling evenredigheid van de gestelde eisen en gelijke toegang





5.14
Doel van de opdracht is het op sportvelden vervangen van conventionele verlichting door LED-verlichting. Omdat een deel van de conventionele verlichting al is vervangen door frame-armaturen met daarin maximaal drie gefixeerde LED-modules met multilayer-lens, heeft de gemeente, zo stelt zij, uit het oogpunt van beheerbaarheid en uniformiteit een voorkeur voor deze configuratie. De gemeente stelt daarnaast dat alleen de door haar uitgevraagde frame-armaturen voldoen aan de door haar geformuleerde functionele eisen met betrekking tot veiligheid bij windbelasting, lichthinderbeperking en lichtverdeling bij uitvallen van een module. De gemeente verwijst daarvoor naar de adviezen van de door haar ingehuurde deskundige de heer [naam 11] .



5.15
Hoewel [appellanten] onder verwijzing naar de adviezen van de door hen ingehuurde deskundige de heer Bakker (in met name grief 1) stellen dat wat de gemeente aanvoert (technisch) niet juist is, past de keuze van de gemeente, naar het voorlopig oordeel van het hof, binnen de ruime beoordelingsmarge die zij heeft, ook als zij [appellanten] daarmee uitsluit. Met de voorzieningenrechter is het hof namelijk van oordeel dat de gemeente met haar eigen onderbouwing, zoals die onder andere blijkt uit de NvI van 9 december 2024 en de adviezen van de heer [naam 11] , op voldoende wijze heeft toegelicht waarom zij uit hoofde van veiligheid, lichthinderbeperking en optimale veldverlichting een voorkeur heeft voor het door haar uitgevraagde frame-armatuur. Gelet op de beperkte toetsingsvrijheid van de rechter is het niet aan het hof om de adviezen van de heer [naam 11] en de heer Bakker naast elkaar te leggen en te beoordelen op de technische merites.



5.16
Het hof is met de voorzieningenrechter van oordeel dat er geen sprake is van kennelijke inhoudelijke onjuistheden of eisen die verdergaan dan het doel van de opdracht. Dat de gemeente bij het formuleren van haar opdracht in het licht van beoogde kostenbesparingen en gemak van onderhoud, heeft gekozen aan te sluiten bij bepaalde eigenschappen van de al aanwezige frame-armaturen op andere sportvelden in de gemeente, acht het hof gelet op de door de gemeente genoemde algemene doelstellingen met betrekking tot kosten en duurzaamheid niet disproportioneel, ook niet indien de gemeente [appellanten] daarmee uitsluit. De verwijzing van [appellanten] naar een arrest van het van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden mist in dit verband relevantie, omdat de gemeente in deze zaak, anders dan de zaak bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, niet bepaalde merken armatuur en typen van die merken in de zin van artikel 2.76 lid 3 Aw voorschrijft.



5.17
Ook de verwijzing naar het arrest van het gerechtshof Den Bosch op 27 januari 2026 mist relevantie. In die aanbesteding werd namelijk zodanige specifieke eisen gesteld dat in feite alleen de armaturen van één leverancier aan de eisen voldeden. Dat is in dit geval anders.



5.18
De enkele omstandigheid dat [appellanten] met haar multispot-armaturen niet aan de gestelde eisen onder 34 16 03 van het RAW-bestek kunnen voldoen en daarmee worden uitgesloten van deze aanbesteding, betekent niet dat de gemeente zich schuldig maakt aan ongeoorloofde beperking van de mededinging. Anders dan [appellanten] stellen heeft de gemeente haar opdracht niet toegeschreven naar de frame-armatuur van [bedrijf] . Uit het onderzoek van de gemeente blijkt namelijk dat ook de frame-armaturen van [naam 5] , [naam 6] , [naam 7] , [naam 8] , [naam 9] en [naam 10] voldoen aan de eisen onder 34 16 03. De stelling van [appellanten] dat de frame-armaturen van [naam 9] , [naam 6] , [naam 7] en [naam 10] niet konden worden aangeboden, omdat zij niet voldeden aan de geschiktheidseis van referentiewerken van € 300.000,-, gaat niet op. Deze geschiktheidseis ziet namelijk op de vereiste competenties van de aannemers (installateurs) en niet op leveranciers (fabrikanten) van de frame-armaturen. Bovendien heeft een andere aannemer (LI Sports) met [naam 6] zich ingeschreven op deze aanbesteding van de gemeente.



5.19

Met grief 3 klagen [appellanten] tot slot dat de gemeente het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden, omdat zij voorafgaand aan de aanbesteding geen marktonderzoek zou hebben uitgevoerd. Ook die grief slaagt niet. Voorop staat dat een dergelijk marktonderzoek niet noodzakelijk is. Uit de toelichting van de heer [naam 11] tijdens de mondelinge behandeling bij het hof blijkt bovendien dat de heer [naam 11] namens de gemeente de markt heeft verkend. Uit die verkenning kwamen, zoals de heer [naam 11] ook in zijn schriftelijke verklaring van 8 mei 2025 laat zien, verschillende aanbieders van genoemde frame-armaturen naar voren.
Omdat [appellanten] geen frame-armaturen aanbieden die voldoen aan de door de gemeente gestelde technische en functionele eisen, zijn zij voor dit onderzoek niet uitgenodigd. Daar is in beginsel niets onzorgvuldigs aan.




Slotsom, kosten en bewijsaanbod





5.20
Het hoger beroep heeft geen succes. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van [appellanten] terecht afgewezen en hen dan ook terecht in de proceskosten veroordeeld. Het bestreden vonnis wordt dus bekrachtigd. Het hof ziet geen aanleiding om [appellanten] toe te laten tot bewijslevering, omdat daarvoor in een kortgedingprocedure als deze geen ruimte is. Bovendien hebben [appellanten] ook niet onderbouwd waarvan zij bewijs zouden willen leveren. [appellanten] zijn in het hoger beroep in het ongelijk gesteld en zullen daarom worden veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep. Het hof stelt de proceskosten in hoger beroep als volgt vast:

- griffierecht € 827,-
- salaris advocaat € 2.580,- (tarief II, 2 punten)
Totaal € 3.407,-






6Beslissing


Het hof:



6.1
bekrachtigt het bestreden vonnis;



6.2
veroordeelt [appellanten] in de proceskosten in hoger beroep, tot nu vastgesteld op € 3.407,- , te vermeerderen met de wettelijke rente als niet binnen veertien dagen na dit arrest aan de kostenveroordeling is voldaan;



6.3
veroordeelt [appellanten] tot betaling van € 178,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 92,- voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot als betekening van dit arrest plaatsvindt, te vermeerderen met wettelijke rente als niet binnen veertien dagen na het verschuldigd worden van de nakosten aan deze veroordeling is voldaan;



6.4
verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;



6.5
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit arrest is gewezen door mrs. R.E. Weening, C.A.H.M. ten Dam en P. Glazener en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026.





Zie HvJ EU, 25 oktober 2018, C-413/17, ECLI:EU:C:2018:865, Roche Lietuva, punten 29 en 30.


Zie punt 28 arrest Roche Lietuva


Zie punt 37 arrest Roche Lietuva


ECLI:NL:GHARL:2023:5643


ECLI:NL:GHSHE:2026:176