Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Amsterdam

ECLI:NL:GHAMS:2025:2463

2025-06-17 Strafrecht 000079-25
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Uitspraakdatum
2025-06-17
Publicatiedatum
2025-09-19
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Raadkamer
Zaaknummer
000079-25
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

art 530 Sv - vergoeding reiskosten en kosten rechtsbijstand bij gegrond klaagschrift ex art 552a Sv

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.405 tekens)
beschikking




















GERECHTSHOF AMSTERDAM






afdeling strafrecht
rekestnummer: 000079-25 (530 jo 529 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-002771-18




Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 jo 529 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:





[verzoeker] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1952,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. E. van de Pol,
Verrijn Stuartweg 1, 1112 AW Diemen.






1Procesverloop


Het verzoekschrift is op 22 januari 2025 ingekomen.



Op 4 maart 2025 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.



Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 26 mei 2025 de advocaat-generaal, verzoeker en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord.





2. Inhoud van het verzoek


Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:



reiskosten gemaakt ten behoeve van het bijwonen van de behandeling van het klaagschrift in de zaak met voormeld parketnummer in raadkamer ten bedrage van € 23,20;


kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van het klaagschrift in de zaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 6.110,30;


kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 680,00.







3Beoordeling van het verzoek


Bij beschikking van dit hof van 19 november 2024 is het namens verzoeker ingediende klaagschrift gegrond verklaard en de teruggave van de riem met gesp aan verzoeker bevolen.



Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.



Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.



De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de verzoeken onder a, b en c moeten worden afgewezen. De verdachte wist ten tijde van de behandeling van de strafzaak dat de riem met gesp niet op de beslaglijst stond en heeft dit bewust zo gelaten met de kennelijke bedoeling om later ten aanzien van de riem met gesp een aparte klaagschriftprocedure te starten.



Het hof overweegt dat in het geval dat de rechter in een onherroepelijk geworden strafzaak niet heeft beslist op alle klassiek gelegde beslagen, het Openbaar Ministerie een separate vordering tot onttrekking kan indienen. Nu het hof in de strafzaak geen beslissing heeft genomen over de in beslag genomen riem met gesp, het Openbaar Ministerie geen separate vordering tot onttrekking daarvan heeft ingediend en evenmin de riem met gesp (op verzoeken van de verdachte) heeft willen teruggeven, heeft verzoeker kosten moeten maken om dit alsnog te bewerkstelligen, zodat het hof niet inziet waarom gronden van billijkheid zouden ontbreken voor toewijzing van het verzoek.



Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding van de reiskosten gemaakt voor het bijwonen van de behandeling van het klaagschrift in raadkamer ten bedrage van € 23,20



Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak tot een bedrag van € 6.110,30.



Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure tot een bedrag van € 680,00.






4Beslissing


Het hof :



Wijst het verzochte toe.



Kent op de voet van artikel 530 Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 6.813,50 (zesduizend achthonderddertien euro en vijftig cent).



Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.




Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.M.P. Geelhoed, J.L. Bruinsma en M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 17 juni 2025.















De voorzitter beveelt:



de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 6.813,50 (zesduizend achthonderddertien euro en vijftig cent) op bankrekeningnummer [iban] t.n.v. Stichting derdengelden Stroobach & Dijkers advocaten o.v.v. [ovv].



Amsterdam, 17 juni 2025,






mr. A.M.P. Geelhoed, voorzitter.