Gerechtshof Amsterdam
ECLI:NL:GHAMS:2023:3604
2023-12-19
Strafrecht
000604-23
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
art. 530 Sv na klaagschrift ex art 552a Sv - Indien een situatie zich voordoet als bedoeld in ECLI:NL:HR:2020:1056 r.o. 6.2.4. vangt de termijn voor het indienen van een verzoekschrift ex artikel 530 Sv aan op de dag na de beslissing tot teruggave
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2020:1056 Hoge Raad 16-06-2020
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.808 tekens)
beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer 530 Sv: 000604-23
rekestnummer 552a Sv: R 604-23
parketnummer in eerste aanleg: 15/256174-22
Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland van 13 februari 2023 op het verzoekschrift op de voet van de artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker01] ,
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 1995,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. J. Biemond,
[adres01] .
1
Procesverloop
Het hoger beroep is op 15 februari 2023 ingesteld door verzoekster (hierna appellante).
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 7 november 2023 de advocaat-generaal en de advocaat van appellante ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellante is niet in raadkamer verschenen.
2
Inhoud van het verzoek
Het verzoek - aangevuld in raadkamer in hoger beroep - strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de beklagzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 1.455,03;
schade als gevolg van het deels in ongerede raken van het beslag, te weten een borsttuig, ten bedrage van € 65,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in eerste aanleg ten bedrage van € 680,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in hoger beroep ten bedrage van € 340,00.
3
Beoordeling
Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
De rechtbank heeft appellante niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek omdat het verzoek zou zijn gedaan buiten de termijn van drie maanden na het einde van de zaak. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat in geval zich een situatie voordoet als bedoeld in ECLI:NL:HR:2020:1056 r.o. 6.2.4. de termijn voor het indienen van een verzoekschrift ex artikel 530 Sv een aanvang neemt op de dag na de beslissing tot teruggave. Het hof verenigt zich met deze beslissing van de rechtbank en zal het hoger beroep derhalve afwijzen.
4
Beslissing
Het hof:
Wijst het hoger beroep af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellante.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. D. Radder, M.J.A. Plaisier en P.C. Verloop, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 19 december 2023.
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer 530 Sv: 000604-23
rekestnummer 552a Sv: R 604-23
parketnummer in eerste aanleg: 15/256174-22
Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland van 13 februari 2023 op het verzoekschrift op de voet van de artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker01] ,
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 1995,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. J. Biemond,
[adres01] .
1
Procesverloop
Het hoger beroep is op 15 februari 2023 ingesteld door verzoekster (hierna appellante).
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 7 november 2023 de advocaat-generaal en de advocaat van appellante ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellante is niet in raadkamer verschenen.
2
Inhoud van het verzoek
Het verzoek - aangevuld in raadkamer in hoger beroep - strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de beklagzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 1.455,03;
schade als gevolg van het deels in ongerede raken van het beslag, te weten een borsttuig, ten bedrage van € 65,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in eerste aanleg ten bedrage van € 680,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in hoger beroep ten bedrage van € 340,00.
3
Beoordeling
Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
De rechtbank heeft appellante niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek omdat het verzoek zou zijn gedaan buiten de termijn van drie maanden na het einde van de zaak. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat in geval zich een situatie voordoet als bedoeld in ECLI:NL:HR:2020:1056 r.o. 6.2.4. de termijn voor het indienen van een verzoekschrift ex artikel 530 Sv een aanvang neemt op de dag na de beslissing tot teruggave. Het hof verenigt zich met deze beslissing van de rechtbank en zal het hoger beroep derhalve afwijzen.
4
Beslissing
Het hof:
Wijst het hoger beroep af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellante.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. D. Radder, M.J.A. Plaisier en P.C. Verloop, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 19 december 2023.