Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Amsterdam

ECLI:NL:GHAMS:2023:2558

2023-10-31 Civiel recht 200.288.506/01 en 200.288.509/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Uitspraakdatum
2023-10-31
Publicatiedatum
2023-10-30
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.288.506/01 en 200.288.509/01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | Prg. 2023/327

Inhoudsindicatie

Vordering tot voeging/tussenkomst wordt afgewezen omdat die na de memorie van antwoord is ingediend.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.807 tekens)
GERECHTSHOF AMSTERDAM


afdeling civiel recht en belastingrecht, team I



zaaknummers : 200.288.506/01 en 200.288.509/01



zaak- en rolnummers rechtbank Amsterdam : 7361488/CV EXPL 18-26069 en 7361492/CV
EXPL 18-26070




arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 31 oktober 2023




inzake





[eiser 1] ,



[eiser 2] ,



[eiser 3] ,



[eiser 4] ,



[eiser 5] ,



[eiser 6] ,



[eiser 7] ,



[eiser 8] ,

wonende te [woonplaats 1] ,


[eiser 9] ,

wonende te [woonplaats 2] ,


[eiser 10] ,

wonende te [woonplaats 3] ,
eisers in de incidenten,
advocaat: mr. K. Kroon te Amsterdam,



in de zaken van



zaak 200.288.506/01:


[verweerder 1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,
appellant in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
advocaat: mr. J.I. Veldhuis- [verweerder 1] te Meppel,



tegen




VERENIGING VAN EIGENAARS VAN [X] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. D.G. Lasschuit te Leiden.



en



zaak 200.288.509/01:


[verweerder 2] ,



[verweerder 3] ,

beiden wonende te [woonplaats 1] ,
appellanten in de hoofdzaak,
verweerders in het incident,
advocaat: mr. J.I. Veldhuis- [verweerder 1] te Meppel,



tegen




VERENIGING VAN EIGENAARS VAN [X] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. D.G. Lasschuit te Leiden.



Partijen worden hierna [eisers] , [verweerder 1] , [verweerders 2&3] en de VvE genoemd.





1Het geding in hoger beroep



[verweerder 1] en [verweerders 2&3] zijn bij dagvaarding van 29 december 2020 in hoger beroep gekomen van het tussenvonnis en het eindvonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 28 februari 2020 respectievelijk 11 december 2020, gewezen tussen de VvE als eiseres in conventie, tevens verweerster in reconventie en, respectievelijk, [verweerder 1] als gedaagde in conventie tevens eiser in reconventie in de zaak met zaak- en rolnummer 7361488/CV EXPL 18-26069 en [verweerders 2&3] als gedaagden in conventie tevens eisers in reconventie in de zaak met zaak- en rolnummer 7361492/CV EXPL 18-26070.



Partijen hebben daarna in beide procedures de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven;
- memorie van antwoord met producties;
- akte van de zijde van de VvE;
- antwoordakte van de zijde van [verweerder 1] en van [verweerders 2&3] ,
- akte van de zijde van [verweerder 1] en van [verweerders 2&3] ,
- incidentele conclusie ex artikel 217 Rv van de zijde van [eisers] ,
- memorie van antwoord in het incident van de zijde van [verweerder 1] en van [verweerders 2&3] ,
- memorie van antwoord in het incident van de zijde van de VvE.


Vervolgens is arrest gevraagd in de incidenten.




[eisers] hebben in de incidenten gevorderd dat zij op grond van artikel 217 Rv als tussenkomende partijen, subsidiair als aan de zijde van de VvE gevoegde partijen, zullen worden toegelaten in de onderhavige appelprocedure tussen [verweerder 1] en de VvE en die tussen [verweerders 2&3] en de VvE, met - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van [verweerder 1] en [verweerders 2&3] in de kosten van de procedure, te vermeerderen met nakosten en rente.




[verweerder 1] en [verweerders 2&3] hebben geconcludeerd dat het hof [eisers] niet-ontvankelijk verklaart in hun incidentele vordering, althans deze zal afwijzen, met - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van [eisers] in de (na)kosten van het incident, met rente.



De VvE heeft geconcludeerd dat het hof [eisers] niet-ontvankelijk verklaart in hun incidentele vordering, althans deze zal afwijzen, met veroordeling van [eisers] in de kosten van het incident.





2De beoordeling


2.1
Artikel 218 Rv bepaalt dat de incidentele vordering tot voeging/tussenkomst moet worden ingesteld bij incidentele conclusie (in hoger beroep: memorie) vóór of op de roldatum waarop de laatste conclusie in het aanhangige geding wordt genomen.



2.2
Gelet op deze bepaling hebben [eisers] hun incidentele vordering tot tussenkomst, subsidiair voeging, te laat ingediend. De laatste conclusie in het aanhangige geding, zoals bedoeld in artikel 218 Rv, is immers (in hoger beroep) de memorie van antwoord. Deze is ingediend op 8 juni 2021. [eisers] hebben hun incidentele vordering tot voeging (pas) ingesteld op de rol van 27 juli 2023. Het niet tijdig ingediend zijn van de incidentele conclusie leidt tot niet-ontvankelijkheid van [eisers] in hun incidentele vordering.



2.3
Het hof zal de hoofdzaak naar de rol verwijzen voor beraad door [verweerder 1] , [verweerders 2&3] en de VvE.





3De beslissing


Het hof:




in de incidenten:




verklaart [eisers] niet-ontvankelijk in hun vordering;



veroordeelt [eisers] in de kosten van het incident, aan de zijde van [verweerder 1] en [verweerders 2&3] begroot op € 1.531,00 en aan de zijde van de VvE op € 1.531,00 aan salaris van de advocaat, te vermeerderen met de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit arrest;



verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;




in de hoofdzaken:




verwijst de zaken naar de rol van 14 november 2023 voor beraad door [verweerder 1] , [verweerders 2&3] en de VvE;



houdt iedere verdere beslissing aan.




Dit arrest is gewezen door mrs. L. Alwin, D. Kingma en E.K. Veldhuijzen van Zanten en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2023.