Gerechtshof Amsterdam
ECLI:NL:GHAMS:2022:1922
2022-05-24
Civiel recht; Ondernemingsrecht
200.279.508/01 OK
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
OK; enquêterecht; er wordt bepaald dat het gedeponeerde onderzoeksverslag ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.891 tekens)
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.279.508/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 24 mei 2022
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
B.V. SAINT BOURGEOIS,
gevestigd te Mijdrecht,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. M.J.W. Hoek, kantoorhoudende te Alphen aan den Rijn,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PGH AUTOGROEP B.V.,
gevestigd te Alphen aan den Rijn,
VERWEERSTER,
niet verschenen,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A]
,
gevestigd te [....] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B]
,
gevestigd te [....] ,
BELANGHEBBENDEN tevens VERZOEKSTERS,
advocaat: mr. H.P. Plas, kantoorhoudende te Utrecht,
e n t e g e n
1 [C] ,
wonende te [....] ,
2. [D],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
verschenen in persoon,
e n t e g e n
3 [E] ,
wonende te [....] ,
4. [F],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat: mr. M.J.W. Hoek, kantoorhoudende te Alphen aan den Rijn.
In het vervolg worden partijen aangeduid als Saint Bourgeois, PGH, [A] , [B] , [C] , [D] , [E] en [F] .
1Het verloop van het geding
1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 30 november 2020, 2 december 2020 en 14 januari 2021 in deze zaak.
1.2
Bij de beschikkingen van 30 november 2020 en 2 december 2020 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van PGH over de periode vanaf 6 december 2016 en mr. R. le Grand te Rotterdam (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten.
1.3
Op 20 mei 2022 heeft de onderzoeker het verslag, met twintig bijlagen, van het in 1.2 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen.
1.4
De griffier heeft het verslag heden ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd.
2De gronden van de beslissing
De Ondernemingskamer heeft kennis genomen van het verslag van het onderzoek. Gelet op de inhoud daarvan en op de overigens in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW te bepalen dat het verslag ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.
3De beslissing
De Ondernemingskamer:
bepaalt dat het verslag van het bij de beschikking van 30 november 2020 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van PGH Autogroep B.V. ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en prof. drs. E. Eeftink RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2022.
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.279.508/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 24 mei 2022
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
B.V. SAINT BOURGEOIS,
gevestigd te Mijdrecht,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. M.J.W. Hoek, kantoorhoudende te Alphen aan den Rijn,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PGH AUTOGROEP B.V.,
gevestigd te Alphen aan den Rijn,
VERWEERSTER,
niet verschenen,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A]
,
gevestigd te [....] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B]
,
gevestigd te [....] ,
BELANGHEBBENDEN tevens VERZOEKSTERS,
advocaat: mr. H.P. Plas, kantoorhoudende te Utrecht,
e n t e g e n
1 [C] ,
wonende te [....] ,
2. [D],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
verschenen in persoon,
e n t e g e n
3 [E] ,
wonende te [....] ,
4. [F],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat: mr. M.J.W. Hoek, kantoorhoudende te Alphen aan den Rijn.
In het vervolg worden partijen aangeduid als Saint Bourgeois, PGH, [A] , [B] , [C] , [D] , [E] en [F] .
1Het verloop van het geding
1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 30 november 2020, 2 december 2020 en 14 januari 2021 in deze zaak.
1.2
Bij de beschikkingen van 30 november 2020 en 2 december 2020 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van PGH over de periode vanaf 6 december 2016 en mr. R. le Grand te Rotterdam (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten.
1.3
Op 20 mei 2022 heeft de onderzoeker het verslag, met twintig bijlagen, van het in 1.2 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen.
1.4
De griffier heeft het verslag heden ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd.
2De gronden van de beslissing
De Ondernemingskamer heeft kennis genomen van het verslag van het onderzoek. Gelet op de inhoud daarvan en op de overigens in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW te bepalen dat het verslag ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.
3De beslissing
De Ondernemingskamer:
bepaalt dat het verslag van het bij de beschikking van 30 november 2020 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van PGH Autogroep B.V. ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en prof. drs. E. Eeftink RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2022.