Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Amsterdam

ECLI:NL:GHAMS:2021:921

2021-03-30 Civiel recht 200.279.102/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Uitspraakdatum
2021-03-30
Publicatiedatum
2021-04-01
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep kort geding
Zaaknummer
200.279.102/01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Tussenarrest Zie ECLI:NL:GHAMS:2020:3179 en ECLI:NL:GHAMS:2021:2340.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.780 tekens)
GERECHTSHOF AMSTERDAM


afdeling civiel recht en belastingrecht, team I



zaaknummer : 200.279.102/01



zaaknummer rechtbank Amsterdam : 7104342 CV EXPL 18-16727




arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 30 maart 2021




inzake





1 [appellante sub 1] ,

en
2. [appellant sub 2] ,
beiden wonend te [woonplaats] ,
appellanten,
advocaat: mr. W.F. Schovers te Prinsenbeek,



tegen





1PREDIO B.V.,

voorheen gevestigd te Amsterdam,
en
2. OUD-ZUID VASTGOED 3 B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerden,
advocaat: mr. S.J. Kloosterman te Amsterdam.






1Het verdere verloop van het geding


Partijen worden hierna weer (gezamenlijk) [appellanten] (afzonderlijk: [appellante sub 1] en [appellant sub 2] ) en (gezamenlijk) Oud-Zuid Vastgoed c.s. (afzonderlijk: Predio en Oud-Zuid Vastgoed) genoemd.



In deze zaak heeft het hof op 24 november 2020 een tussenarrest gewezen, waarbij het hof, onder meer, op de incidentele vordering van [appellanten] uit hoofde van artikel 351 Rv de tenuitvoerlegging heeft geschorst van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 10 maart 2020, hersteld bij vonnis van 21 april 2020, voor zover het betreft de beslissing onder II, de ontruiming, tot 1 februari 2021 en deze vordering heeft afgewezen betreffende de daarna gelegen periode. Het hof verwijst naar deze tussenbeslissing.



Bij brief van 26 januari 2021 heeft [appellanten] het hof verzocht te bepalen dat tegen genoemd tussenarrest tussentijds cassatieberoep kan worden ingesteld, onder verwijzing naar een bijgevoegd cassatieadvies.



Oud-Zuid Vastgoed c.s. heeft zich bij brief van 1 maart 2021 met bijlage verzet tegen het openstellen van tussentijds cassatieberoep. Oud-Zuid Vastgoed c.s. heeft daarbij, onder meer, erop gewezen dat toewijzing van het verzoek ertoe leidt dat de procedure (nog meer) vertraging oploopt en extra kosten meebrengt. Gefragmenteerde voorlegging van het geding aan de cassatierechter is volgens haar niet wenselijk.






2De beoordeling


2.1.
Het tussenarrest van 24 november 2020, waarvan [appellanten] . beroep in cassatie wenst in te stellen, is geen uitspraak waarbij een voorlopige voorziening wordt toegestaan of geweigerd. Op grond van artikel 401 lid 2 Rv geldt daarom dat cassatieberoep slechts kan worden ingesteld tegelijk met dat van het te wijzen eindarrest, tenzij het hof anders bepaalt.



2.2.

[appellanten] heeft haar verzoek slechts onderbouwd met een verwijzing naar een ingewonnen cassatieadvies. Hierin wordt niet ingegaan op de vraag waarom in deze zaak van voormeld in artikel 401 lid 2 Rv geformuleerd uitgangspunt dient te worden afgeweken. Nu Oud-Zuid Vastgoed c.s. zich tegen het verzoek van [appellanten] heeft gekeerd, [appellanten] onvoldoende heeft toegelicht waarom afwijking van dit uitgangspunt gerechtvaardigd is en ook overigens het hof daartoe geen grond ziet, zal dat verzoek worden afgewezen.






3De beslissing


Het hof:



wijst het verzoek tot het openstellen van cassatieberoep tegen het tussenarrest van 24 november 2020 af;



houdt iedere verdere beslissing aan.




Dit arrest is gewezen door mrs. E.K. Veldhuijzen van Zanten, C.A.H.M. ten Dam en B.J.P.G. Roozendaal en is door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2021.