Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Amsterdam

ECLI:NL:GHAMS:2019:1321

2019-04-16 Civiel recht 200.222.400/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Uitspraakdatum
2019-04-16
Publicatiedatum
2019-04-18
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.222.400/01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Incident. Vordering tot verval van instantie afgewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.745 tekens)
GERECHTSHOF AMSTERDAM


afdeling civiel recht en belastingrecht, team I



zaaknummer : 200.222.400/01



zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/600706 / HA ZA 16-60




arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 16 april 2019




inzake





[appellant]
,
wonend te [woonplaats 1] ,
appellant in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
advocaat: mr. W.S. Santema te Sneek,



tegen





[geïntimeerde sub 1]
,
wonend te [woonplaats 2] ,


[geïntimeerde sub 2]
,
wonend te [woonplaats 3] ,


[geïntimeerde sub 3]
,
wonend te [woonplaats 4] ,
geïntimeerden in de hoofdzaak,
eisers in het incident,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.






1Het geding in hoger beroep


Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerden] genoemd.




[appellant] is bij dagvaarding van 23 februari 2017 in hoger beroep gekomen van het door de rechtbank Amsterdam onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen vonnis van 23 november 2016 tussen [geïntimeerden] als eisers en [appellant] als gedaagde.
Aan [geïntimeerden] is verstek verleend.




[appellant] heeft een memorie van grieven genomen. De zaak is daarna op verzoek van [appellant] aangehouden in verband met het voeren van schikkingsonderhande-lingen en ambtshalve doorgehaald.



Vervolgens heeft voornoemde mr. Reinders Folmer zich voor [geïntimeerden] gesteld en is het verstek gezuiverd. [geïntimeerden] hebben incidenteel gevorderd voor recht te verklaren dat de procedure bij het hof is komen te vervallen, met veroordeling van [appellant] in de kosten van het incident. Bij afwijzing van de vordering wensen [geïntimeerden] in de gelegenheid te worden gesteld om een memorie van antwoord in te dienen.




[appellant] heeft daarop in het incident geantwoord en geconcludeerd tot afwijzing van het gevorderde verval van instantie, met veroordeling van [geïntimeerden] in de kosten van het incident.



Vervolgens is arrest gevraagd in het incident.






2Beoordeling



in het incident tot verval van instantie:



2.1
Aan de eisen van artikel 251 Rv tot verval van instantie wordt niet voldaan aangezien de zaak, onder meer, niet staat voor een proceshandeling door [appellant] , die langer dan twaalf maanden niet is verricht. De vordering tot verval van instantie zal daarom worden afgewezen.



2.2
De beslissing over de kosten zal worden aangehouden. De hoofdzaak zal naar de rol van 28 mei 2019 worden verwezen voor memorie van antwoord door [geïntimeerden]






3Beslissing


Het hof:




in het incident tot verval van instantie:



wijst de vordering af;



houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak;




in de hoofdzaak:



verwijst de zaak naar de rol van 28 mei 2019 voor het nemen van een memorie van antwoord door [geïntimeerden] ;



houdt iedere verdere beslissing aan.




Dit arrest is gewezen door mrs. A.R. Sturhoofd, J.W. Hoekzema en J.C.W. Rang en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 16 april 2019.