Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Amsterdam

ECLI:NL:GHAMS:2018:4673

2018-12-12 Strafrecht 13/702286-18
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Uitspraakdatum
2018-12-12
Publicatiedatum
2018-12-18
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
13/702286-18
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Geen sprake van kleine recidivegrond

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.003 tekens)
13/702286-18


GERECHTSHOF AMSTERDAM,


MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER




BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van



[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum] 1978,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
thans verblijvende in het huis van bewaring Justitieel Complex Zaanstad te Westzaan,


tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 20 november 2018, voor zover houdende afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.


De feiten en de rechtsgang


Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van
22 november 2018, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen de verlenging van de gevangenhouding. Zoals in raadkamer is besproken, leest het hof dit beroep als te zijn gericht tegen de hiervoor genoemde afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.



Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsvrouw mr. H.S.J. Pleiter.




De beoordeling


Het hof verenigt zich met de beslissing waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, met uitzondering van de kleine recidivegrond waarop de voorlopige hechtenis thans berust. Deze komt te vervallen.



Het hof sluit zich aan bij de overwegingen van de rechtbank met betrekking tot de ernstige bezwaren. Het hof voegt hieraan toe dat uit het dossier ook ernstige bezwaren naar voren komen voor het zodanig schoppen van de aangever dat deze een gebroken scheenbeen heeft opgelopen. Ook dit is geweld in de zin van artikel 312 Sr.



Ambtshalve is het hof van oordeel dat er geen sprake is van de zogenaamde kleine recidivegrond, omdat het hier gaat om een verdenking ter zake van een niet in artikel 67a, tweede lid, onder drie, van het Wetboek van Strafvordering genoemd strafbaar feit. Er zijn echter ernstige bezwaren dat de verdachte plotseling op zeer agressieve wijze heeft gereageerd op het betrapt worden op een winkeldiefstal. Het hof heeft geen inzicht verkregen in de mogelijke beweegredenen van de verdachte op dit punt of anderszins een verklaring gevonden voor dit gedrag. Nu de verdachte blijkens zijn justitiële documentatie vaker in aanraking is gekomen met justitie in verband met winkeldiefstallen, acht het hof de vrees gerechtvaardigd dat de verdachte bij invrijheidstelling een misdrijf zal begaan waardoor de gezondheid en veiligheid van personen in gevaar komt en/of een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld.



Het hof ziet in hetgeen de advocaat-generaal op dit punt heeft aangevoerd geen aanleiding om de onderzoeksgrond mede aan het bevel gevangenhouding ten grondslag te leggen.




13/702286-18



Het hof is van oordeel dat een omstandigheid als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv zich thans
niet voordoet.





De beslissing


Het hof:



WIJST AF het beroep tegen de bestreden beslissing, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.





Deze beschikking is gegeven op 12 december 2018 in raadkamer van dit hof door
mr. I.M.H. van Asperen de Boer- Delescen, voorzitter,
mrs. J.L. Bruinsma en A.M.P. Geelhoed, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.





De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 12 december 2018,
de advocaat-generaal